De Europees-Russische Marsmissie 2020 is met twee jaar uitgesteld, zo hebben het Europese Ruimtevaartburau ESA en de Russische tegenhanger Roscosmos beslist. Er zijn nog meer tests nodig om de missie te kunnen laten doorgaan, klinkt het, maar ook de corona-epidemie speelt een rol in de beslissing.

In een communiqué luidt het dat het Europees-Russische projectteam tot de slotsom is gekomen dat er meer tests nodig zijn en dus meer tijd om ExoMars te laten doorgaan. De hoofden van ESA en Roscosmos, Jan Wörner en Dmitri Rogozin, kwamen daarop op een speciaal ingelegde vergadering tot hetzelfde inzicht. Bovendien is de 'laatste fase van de ExoMars activiteiten gecompromitteerd door de algemene verergering van de epidemie-situatie in Europese landen', zo verwijst het communiqué naar de corona-pandemie. Die maakt over en weer reizen van medewerkers aan de missie moeilijker.

'Wij namen de moeilijke maar weloverwogen beslissing om de lancering (met een Russisch Proton-draagraket) naar 2022 te verdagen', aldus Rogozin. 'Wij willen zelf 100 procent zeker zijn van een succesvolle missie. Wij kunnen ons geen foutmarge veroorloven. Meer verificaties zullen een veilige reis en de beste watenschappelijke resultaten verzekeren', beklemtoont Wörner.

Dieper dan ooit

Het lanceervenster voor het tweede luik van ExoMars is tussen augustus en oktober 2022 voorzien. Bedoeling is dat de Europese robotjeep Rosalind Franklin, onder meer door twee meter diep, dieper dan ooit, te boren in de bodem, en een Russisch stationair platform zoeken naar sporen van vroeger leven op de Rode Planeet. Bovendien moeten ze ons beter doen begrijpen wat er met het water op Mars is gebeurd.

In 2016 mislukte het eerste deel van de ExoMars-missie al. De Europese Marslander Schiaparelli crashte toen op de planeet tijdens de landing.

Voor Europa is Exo Mars een uitgelezen kans om zich te bewijzen in de wedloop naar Mars. Alle eerdere Marssuccessen werden immers grotendeels geboekt door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA.

De Europees-Russische Marsmissie 2020 is met twee jaar uitgesteld, zo hebben het Europese Ruimtevaartburau ESA en de Russische tegenhanger Roscosmos beslist. Er zijn nog meer tests nodig om de missie te kunnen laten doorgaan, klinkt het, maar ook de corona-epidemie speelt een rol in de beslissing.In een communiqué luidt het dat het Europees-Russische projectteam tot de slotsom is gekomen dat er meer tests nodig zijn en dus meer tijd om ExoMars te laten doorgaan. De hoofden van ESA en Roscosmos, Jan Wörner en Dmitri Rogozin, kwamen daarop op een speciaal ingelegde vergadering tot hetzelfde inzicht. Bovendien is de 'laatste fase van de ExoMars activiteiten gecompromitteerd door de algemene verergering van de epidemie-situatie in Europese landen', zo verwijst het communiqué naar de corona-pandemie. Die maakt over en weer reizen van medewerkers aan de missie moeilijker. 'Wij namen de moeilijke maar weloverwogen beslissing om de lancering (met een Russisch Proton-draagraket) naar 2022 te verdagen', aldus Rogozin. 'Wij willen zelf 100 procent zeker zijn van een succesvolle missie. Wij kunnen ons geen foutmarge veroorloven. Meer verificaties zullen een veilige reis en de beste watenschappelijke resultaten verzekeren', beklemtoont Wörner. Het lanceervenster voor het tweede luik van ExoMars is tussen augustus en oktober 2022 voorzien. Bedoeling is dat de Europese robotjeep Rosalind Franklin, onder meer door twee meter diep, dieper dan ooit, te boren in de bodem, en een Russisch stationair platform zoeken naar sporen van vroeger leven op de Rode Planeet. Bovendien moeten ze ons beter doen begrijpen wat er met het water op Mars is gebeurd. In 2016 mislukte het eerste deel van de ExoMars-missie al. De Europese Marslander Schiaparelli crashte toen op de planeet tijdens de landing. Voor Europa is Exo Mars een uitgelezen kans om zich te bewijzen in de wedloop naar Mars. Alle eerdere Marssuccessen werden immers grotendeels geboekt door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA.