Haakwormen zijn afgeplatte wormen die in grootte variëren van enkele millimeters tot een halve meter. Ze leven als parasiet in het darmstelsel van andere dieren. Hun naam danken ze aan het feit dat hun gekromde kop bezet is met kleine maar stevige haakjes. Daarmee verankeren ze zich in de darmwand van hun slachtoffer. Ze voeden zich met halfverteerd voedsel uit hun leefomgeving dat ze rechtstreeks door hun lichaamswand opnemen - ze hebben geen mond of spijsverteringsstelsel.

Er zijn zo'n vijftienhonderd soorten haakwormen beschreven. De mens valt er niet gemakkelijk aan ten prooi, zeker niet in onze moderne tijd met zijn goede geneeskunde. Andere diersoorten hebben minder geluk. Ze hebben zelden de capaciteit om besmetting door parasieten te vermijden.

Een uitgesponnen verhaal in het wetenschappelijke vakblad Behaviour illustreert hoe ingewikkeld het leven voor haakwormen kan zijn. Ze hebben verschillende gastheren nodig om hun levenscyclus af te ronden. Als bevruchte eitjes van een haakwormsoort uit zoet water met de uitwerpselen van hun gastheer in het water terechtkomen, moeten ze opgegeten worden door een vlokreeftje om tot ontwikkeling te komen. In het piepkleine kreeftje sluipt een larve uit het eitje. Zij nestelt zich in het kreeftjeslichaam en groeit er uit tot iets dat eruitziet als een volwassen worm, maar zonder voortplantingskanaal. De larve voedt zich met voorzieningen verschaft door haar slachtoffer.

Een worm heeft een kreeftje én een vis nodig om volwassen te worden.

Ze kan haar levenscyclus pas voltooien als het kreeftje waarin ze leeft wordt opgegeten door een vis. En niet zomaar een vis, want ze is kieskeurig. Sommige vissen zijn niet geschikt om deze haakwormsoort tot volle ontwikkeling en voortplanting te laten komen: hun afweer schakelt de parasiet onverbiddelijk uit. Andere vissoorten beschikken niet over zo'n verdedigende optie.

De haakwormen hebben specifieke aanpassingen ontwikkeld om hun kansen op succes te verhogen. Zo verandert hun aanwezigheid het gedrag van de vlokreeftjes waarin ze schuilen. Daardoor stellen die zich gemakkelijker bloot aan predatie door vissen, en specifiek aan de voor het wormensucces vereiste soorten. Bovendien krijgt de larve een oranjerode kleur die opvalt in het bijna doorschijnende lichaam van haar kreeftje. Het vergroot de zichtbaarheid van het beestje. Onderzoek toonde aan dat de kleur een grote aantrekkingskracht uitoefent op stekelbaarsjes en barbelen: vissoorten waarin de worm probleemloos tot ontwikkeling komt. Op forellen heeft ze geen effect. Dat is nuttig, want ook het afweersysteem van een forel schakelt de parasiet uit.

Zodra de worm met zijn kreeftje in de darm van een gastheervis terecht is gekomen, maakt hij zich vrij en hangt hij zich vast aan de darmwand. Als hij het geluk heeft een worm van het andere geslacht in de buurt te hebben, kan hij zich voortplanten. De eitjes beginnen hun ontwikkeling in het lichaam van de moeder. Vanaf een bepaalde rijpingsfase worden ze losgelaten. Dan begint hun uittocht door het darmkanaal om in het water uitgescheiden te worden en de cyclus te herbeginnen.

Het is ingewikkeld, maar het werkt goed. Vooral omdat er massaal veel haakwormeitjes geproduceerd worden. Hoe meer eitjes er zijn, hoe groter de kans op een succesvol leven, ondanks de complexiteit.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.