Momenteel wordt het Oxford/AstraZeneca-vaccin tegen covid-19 in België toegediend aan zorgverleners tussen 18 en 55 jaar. Maar zij staan daar blijkbaar niet allemaal erg om te springen. Afgelopen weekend kwamen 70 van de 200 uitgenodigde zorgverleners niet opdagen in het vaccinatiecentrum in Veurne voor hun AstraZeneca-vaccin. Een administratieve fout? Of wijst dit wel degelijk op een wantrouwen tegen het door de universiteit van Oxford gebouwde vaccin?
...

Momenteel wordt het Oxford/AstraZeneca-vaccin tegen covid-19 in België toegediend aan zorgverleners tussen 18 en 55 jaar. Maar zij staan daar blijkbaar niet allemaal erg om te springen. Afgelopen weekend kwamen 70 van de 200 uitgenodigde zorgverleners niet opdagen in het vaccinatiecentrum in Veurne voor hun AstraZeneca-vaccin. Een administratieve fout? Of wijst dit wel degelijk op een wantrouwen tegen het door de universiteit van Oxford gebouwde vaccin? Eerder riep het artsensyndicaat BVAS al op om artsen, ziekenhuispersoneel en zorgmedewerkers in de eerstelijn met Pfizer en Moderna te vaccineren wegens 'een hogere werkzaamheid'. Ook in andere Europese landen blijven honderdduizenden AstraZeneca-vaccins opvallend lang in de koelkast liggen omdat sommige zorgverleners hun afspraak liever overslaan voor een ander vaccin. Een en ander is te wijten aan een samenloop van onfortuinlijke omstandigheden. De productieproblemen en uitgestelde leveringen aan Europa doen het imago van het bedrijf allesbehalve goed. Het feit dat verschillende overheden het vaccin momenteel nog niet willen toedienen aan 55- en/of 65-plussers wegens te weinig gegevens, is ook geen opsteker. De recente foutieve berichtgeving in de Duitse zakenkrant Handelsblatt dat het vaccin voor minder dan 10 procent effectief was bij 65-plussers, werd gelukkig snel rechtgezet. Maar ook een tsunami aan effectiviteitspercentages waarmee we tegenwoordig overspoeld worden, is erg verwarrend. Normaal blijven die voor het grote publiek uit het zicht, maar in tijden van een pandemie wordt elke stap in het wetenschappelijke proces op de straatstenen gegooid. Voor een leek is dat soms moeilijk te bevatten. Wie toch het bos door de bomen onderscheidt, ontdekt dat het vaccin van AstraZeneca prima blijkt te zijn en zelfs onmisbaar om ons uit deze coronacrisis te halen. We zetten de feiten op een rij. De eerste communicatie over de werkzaamheid van het AstraZeneca-vaccin verliep niet van een leien dakje. Zo was het initiële percentage van de fase 3-studies (gemiddeld 70 procent) een stuk lager dan dat van de concurrenten Pfizer en Moderna, die allebei een doeltreffendheid tussen de 90 en 95 procent haalden. Maar er werd ook een bizarre kanttekening geplaatst: de toediening van een eerste dosis die maar half zo groot was, en een grotere interval tussen de twee dosissen, bleken een betere bescherming (90 procent) te bieden. Dat alles was het gevolg van zowel een productiefout bij een fabrikant als leveringsproblemen, die toen al voorkwamen, maar waarover AstraZeneca niet erg transparant was. Al bij al bleek deze ietwat onorthodoxe methode een positieve uitkomst te hebben, namelijk een grotere interval tussen beide doses is effectiever. Ondertussen blijkt uit een recente studie in The Lancet dat AstraZeneca een beschermingsgraad van 82,4 procent heeft als de tweede dosis na drie maanden gegeven wordt. De vraag is: willen we ons beschermen tegen een hoestje of tegen een ziekenhuisopname of overlijden? Dat laatste effect van de vaccins is er een dat verrassend genoeg maar weinig aan bod komt in de communicatie. Deels omdat ziekenhuisopnames en overlijden bij covid sowieso al relatief laag liggen in de algemene bevolking. Toch is ook dat percentage cruciaal voor een uitweg uit deze crisis en eentje waarvoor AstraZeneca uitmuntend scoort. Zo blijkt uit een niet peer-reviewde studie van de universiteiten van Edinburgh en Strathclyde bij 1,14 miljoen gegeven vaccins dat een eerste dosis al na vier tot zes weken beschermt tegen hospitalisatie met 94 procent, ook bij ouderen. In de studie in The Lancet komt dat percentage zelfs uit op 100 procent. Ter vergelijking: voor het Pfizer-vaccin is dat maar 85 procent na een eerste dosis. In België is het gebruik van het AstraZeneca-vaccin voorlopig beperkt tot de groep van 18 tot 55-jarigen, omdat er in de eerste klinische studies onvoldoende gegevens waren over de werkzaamheid bij 55-plussers. In die leeftijdscategorie kregen immers slechts 341 mensen een vaccin toegediend en hadden zowel in de vaccingroep als in de placebogroep te weinig mensen het SARS-CoV-2-virus opgelopen om echt conclusies te trekken. Het was een bewuste keuze van het bedrijf om eerst het vaccin te testen op werkzaamheid en veiligheid bij jonge, gezonde mensen. Ondertussen sijpelen steeds meer nieuwe gegevens binnen uit real life-onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk, waar men al verder staat met de vaccinatie. Zo blijkt uit de Schotse studie dat de werkzaamheid hetzelfde is in alle leeftijdcategorieën.AstraZeneca beschermt gelijkaardig tegen de Wuhan variant en de Britse variant, dat binnenkort dominant wordt in België, namelijk met 74,6 procent, aldus een niet peer-reviewde studie in The Lancet. In Zuid-Afrika werd het vaccinatieprogramma met AstraZeneca opgeschort toen uit een niet peer-reviewde kleinschalige studie bleek dat het onvoldoende beschermt tegen milde en gematigde symptomen van de meer besmettelijke Zuid-Afrikaanse virusvariant. Over de zware vormen van covid door de Zuid-Afrikaanse variant en ziekenhuisopnames zijn in de studie geen gegevens omdat de proefpersonen jonge, gezonde mensen waren. De vaccins van Pfizer en Moderna werden niet getest, maar door de samenstelling van die vaccins, zullen deze wellicht ook minder goed beschermen tegen de variant. Dat is niet per se slecht nieuws. Door het ecologische voordeel van de dominante Britse variant zullen de mogelijk gevaarlijkere Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten minder voet aan de grond krijgen in ons land.