In Zuid-Korea wordt hondenvlees gegeten om medicinale redenen - tegen reuma - of omdat het een energieboost zou geven tijdens de warmste dagen van het jaar.

Giny Woo, dierenactiviste en oprichter van de Amerikaanse organisatie Korean Dogs, vecht al jaren tegen die traditie. Woo werd geboren en groeide op in Zuid-Korea, ze maakte er de praktijken zelf mee. 'Ik had geen achtergrond in campagnes rond dierenrechten, maar ik wilde graag meer bewustzijn creëren rond de hondenvleesproductie in Zuid-Korea.'

Meer dan 2000 hondenvleesrestaurants

'De consumptie van hondenvlees is officieel verboden in Zuid-Korea,' zegt Woo, 'maar de regering en de meeste Koreanen negeren dat verbod.' Ze schat dat er nog altijd meer dan 2000 restaurants zijn in het land waar je hondenvlees kunt eten en ongeveer 1000 'gezondheidsshops' die honden- en kattenelixirs verkopen.

Het gaat voor haar ook niet alleen over het feit dat de dieren worden geslacht. Ze noemt het ook een schande hoe ze vooraf behandeld worden. 'Hondenfokkers doen nét het minimum om de honden in leven te houden tot de slacht. Ze krijgen een minimale verzorging en ze worden gevoederd met bedorven afval.'

De fokhonden krijgen een minimale verzorging en ze worden gevoederd met bedorven afval.

Activiste Giny Woo

Protestacties

Roberto Bonelli, oprichter van de The Animals' Battalion organiseert op donderdag 9 augustus een demonstratie voor het Zuid-Koreaanse consulaat in New York. De datum is niet toevallig gekozen. De hondenvleesconsumptie piekt traditioneel in de periode met de drie warmste dagen van het jaar ('Boknal'): de eerste dag was 12 juli, de tweede 22 juli, de laatste is 9 augustus. Tijdens dat 'hondenseizoen' wordt in Zuid-Korea meer dan 70 procent van het hondenvlees gegeten.

Bonelli houdt zich al zes jaar met de protestcampagne bezig. 'Het fijne is dat ik op die manier veel Koreanen ontmoet die tegen het gebruik zijn en die bereid zijn om te helpen.'

De traditie om hondenvlees te eten is niet exclusief Koreaans. Ook in andere (arme) Zuidoost-Aziatische eten mensen het. Bonelli: 'Wij viseren ook niet alleen Zuid-Korea en zijn de hondenvleesindustrie. We vechten wereldwijd alle dierenleed aan. In mijn eigen staat, New York, hebben we de bontproductie kunnen laten verbannen en onlangs organiseerden we nog een campagne tegen de walvissenjacht in Japan. Maar we zijn dus ook solidair met de Koreanen, die vaak kwader zijn dan buitenstaanders over de praktijken in hun land.'

Bonelli waarschuwt ook voor een domino-effect. 'Honden en katten zijn onze huisdieren. Ze staan het dichtst bij de mens en we beschouwen ze vaak als een vriend of een lid van de familie. Als zelfs de "beste vriend van de mens" in de soep kan belanden, komen we toch in een gevaarlijke situatie. Als we de dieren die het dichtst bij ons nog niet kunnen respecteren, zullen we ons respect voor andere dieren ook kwijt raken.'

Als zelfs de 'beste vriend van de mens' in de soep kan belanden, komen we toch in een gevaarlijke situatie.

Activist Roberto Bonelli

De hond is al meer dan 10.000 jaar gedomesticeerd en heeft sindsdien een speciale band met de mens. 'Honden dienden altijd als gezelschap of als hulp', zegt Giny Woo. 'Landen met degelijke wetten voor dierenbescherming maken duidelijk dat honden en katten een speciale rol vervullen in onze samenleving. Zuid-Korea faalt op dat vlak volledig. Koreanen zijn daardoor immuun geworden voor dierenmishandeling. Ze zijn er nu eenmaal mee opgegroeid. Alleen de regering kan daar een einde aan maken.'

Veranderingen op komst?

De weerstand tegen de consumptie van hondenvlees groeit, zowel binnen als buiten Zuid-Korea, maar de regering blijft weigerachtig: de hondenvleesindustrie genereert namelijk ook winst én banen.

'De afgelopen twee jaar zijn er drie voorstellen ingediend in het Zuid-Koreaanse parlement', zegt Woo. 'Eén om honden niet langer als vee te classificeren, één om het strafbaar te maken om honden te slachten, en één om te verbieden dat honden bedorven afval krijgen als voedsel.'

Nog geen enkel van die wetsvoorstellen is aanvaard. 'Het is moeilijk om Koreaanse politici te overtuigen omdat weinig Koreaanse burgers concrete actie ondernemen', zegt Woo. Volgens haar ligt dat aan onwetendheid, onverschilligheid of omdat veel Zuid-Koreanen andere prioriteiten hebben.

Erg optimistisch is Woo niet. Ze vermoedt dat de traditie niet snel zal verdwijnen. 'Als er een nationaal verbod zou komen, zouden hondenfokkers en -slagers hun werk kwijtraken. De regering zou hen dan een compensatie moeten geven en ze zou de naleving streng moeten blijven controleren. Daartoe is ze volgens mij niet bereid.'