In het gevecht om de toekomst van een samenleving wint de passie het steevast van de rede. Het was James Madison, een van de stichters van de Verenigde Staten, die deze woorden uitsprak. Madison had de revolte tegen de Britten meegemaakt en de furie van de Franse Revolutie bestudeerd. Tegen het decor van een rusteloze wereld en met hun enorme kennis van de politieke geschiedenis oordeelden Madison en de andere stichters dat de menselijke natuur ongedurig en rebels is. Het beteugelen van die ongedurigheid vormde een van de grootste opdrachten van de staat. 'Onenigheid en oproer leiden onvermijdelijk tot vernedering.'
...

In het gevecht om de toekomst van een samenleving wint de passie het steevast van de rede. Het was James Madison, een van de stichters van de Verenigde Staten, die deze woorden uitsprak. Madison had de revolte tegen de Britten meegemaakt en de furie van de Franse Revolutie bestudeerd. Tegen het decor van een rusteloze wereld en met hun enorme kennis van de politieke geschiedenis oordeelden Madison en de andere stichters dat de menselijke natuur ongedurig en rebels is. Het beteugelen van die ongedurigheid vormde een van de grootste opdrachten van de staat. 'Onenigheid en oproer leiden onvermijdelijk tot vernedering.' Wat de Founding Fathers daarbij eerst en vooral karakteriseerde, was een grote realiteitszin. De mens zou immer een rusteloze predator blijven, de samenleving steeds een wildernis. In plaats van die krachten te ontkennen, besloten zij die krachten te kanaliseren, ze te benutten als een bron van energie bijna. Hebzucht kon een drijfveer zijn voor ondernemerschap, strijdlust voor patriottisme en fierheid voor burgerschap. Dat werd later de Amerikaanse Droom, de aanmoediging en de vrijheid om voorspoed te verwerven. Vrijheid, gekoppeld aan verantwoordelijkheid. Een tweede voornemen betrof het temperen van de rusteloosheid, het beschaven van de brute, primaire passies van de mens. Enorm belangrijk daarbij waren de scholen. Onderwijs was in grote mate een zaak van het cultiveren van burgerschap, het begrijpen van de instellingen van de staat, de grondwet, de geschiedenis en deugdzaamheid. Madison sprak over verlicht patriottisme. 'Een volk dat zichzelf wil besturen, moet zichzelf wapenen met kennis.' Thomas Jefferson had het over een aristocratie van de deugd in plaats van een aristocratie van het geld. Temperen betekende in dat opzicht ook dat de rijken steeds het algemeen belang voor ogen hielden. Een derde voorziening betrof de institutionele checks-and-balances. De omvang van de Amerikaanse staat alleen al zou mee de invloed van splintergroepen en opruiers afzwakken. Deeltijdse verkiezingen, het respecteren van de scheiding der machten - tussen de president, het Congres en de rechters - en de instelling van een senaat met wijze mannen op leeftijd zouden voorkomen dat 'tijdelijke dwalingen en desillusies' het land uit evenwicht brachten. Ook de macht van al te grote bedrijven en monopolies zou gebroken moeten worden. Maar zelfs met die drie belangrijke voorzieningen zou het werk nooit voltooid zijn: 'Ik verwacht niet dat onvolmaakte mensen ooit een volmaakt (politiek) project zullen afleveren.' Ondanks het idealisme leken stichters als Madison en Jefferson ook te geloven in een zekere onafwendbaarheid: het komen en gaan van voorspoed. Niets is blijvend. En dat hebben we de voorbije week vastgesteld. Ofschoon de resultaten van de presidentsverkiezingen achteraf alsnog werden bekrachtigd, blijven de beelden van de bestorming van het Capitool ongezien. En ofschoon Donald Trump achteraf een vreedzame machtsoverdracht beloofde, blijft het wantrouwen in de politiek groot. Joe Biden had het over een zwart moment, die drie lange uren van tumult op woensdagavond. Terecht. Maar dat zwarte moment was het resultaat van drie lange decennia waarin zowel Democraten als Republikeinen, ondanks vele alarmsignalen, de drie grote voorzieningen van de stichters bleven verwaarlozen. Trump zette aan tot de bestorming, maar de woede borrelt al veel langer op. Hoe laakbaar Trump ook op vele manieren is geweest, het is niet wijs ons blind te staren op zijn aandeel zonder de rol van zijn voorgangers en de rest van de politieke klasse mee in ogenschouw te nemen. Politici van Joe Biden tot Alexander De Croo mogen Donald Trump best berispen, maar niet zonder de hand in eigen boezem te steken. Verschillende generaties politici dragen mee de verantwoordelijkheid voor het gebrek aan leiderschap dat de Amerikaanse droom aan diggelen heeft geslagen. De milde verzuchtingen van de middenklasse zijn vervangen door hyperkapitalisme en oppervlakkig vlaggengezwaai. De politisering van het gerechtelijk apparaat. Het verloederen van het burgerschapsonderwijs. Het vervlakken van de historische kennis. Het ontsporen van de inkomensongelijkheid, met een klasse miljardairs à la Jeff Bezos die van uitbuiting en de afbraak van menselijke waardigheid hun handelsmerk hebben gemaakt. Dat alles werd onder Bush, Clinton of Obama geen halt toegeroepen. En dat zal, vrees ik, onder president Biden ook niet gebeuren.