Hij belt en sms't voortdurend. Het kan zomaar gebeuren dat zijn telefoon gaat als hij op zaterdagmiddag zijn inkopen doet in de buurtsupermarkt in Den Haag: Angela Merkel aan de lijn. Waarop verse Europese kwesties in een melange van Duits en Engels in een hoek van de winkel worden doorgenomen. Gewoon: over de boodschappenkar heen.
...

Hij belt en sms't voortdurend. Het kan zomaar gebeuren dat zijn telefoon gaat als hij op zaterdagmiddag zijn inkopen doet in de buurtsupermarkt in Den Haag: Angela Merkel aan de lijn. Waarop verse Europese kwesties in een melange van Duits en Engels in een hoek van de winkel worden doorgenomen. Gewoon: over de boodschappenkar heen. Het leven van de Nederlandse eerste minister Mark Rutte is politiek - en de laatste jaren steeds meer ook Europese politiek. Rutte heeft het niet per se gezocht, maar zeker niet gemeden. Hij is vervolgens een vis in het water geworden in het vergadercircuit van de Europese regeringsleiders. Rutte is nu meer dan acht jaar de premier van Nederland en onder zijn Europese collega's de oudste in rang, op de Duitse bondskanselier Merkel na. Met haar heeft hij alleen daarom al een speciale band. Al was dat niet meteen zo. Toen Rutte in oktober 2010 zijn eerste regering ging leiden, leunde die minderheidscoalitie op gedoogsteun van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders, met zijn rabiate anti-Europa- en anti-islamstandpunten. Dat viel slecht in Berlijn.Wat ook niet hielp, is dat Geert Wilders kort voor Rutte I aantrad nog even de Duitse hoofdstad had aangedaan om daar een stevige rede te houden. Merkel zei in de Bondsdag te betreuren dat de liberalen van de VVD en de christendemocraten van het CDA in Nederland van plan waren hun regering te laten gedogen door Wilders. En dus verliep het eerste bezoek van Mark Rutte aan het Bundeskanzleramt op 19 november 2010 aanvankelijk 'vriendelijk, maar met een zekere reserve' zoals de Nederlandse ambassadeur in Berlijn, Marnix Krop, later te boek stelde. 'Hoe zat het nu met die gedoogsteun van Wilders? Welke invloed zou hij op het Nederlandse regeringsbeleid hebben? Niet alleen op de migratiekwestie, maar ook op het Europese beleid?' Rutte legde uit dat er geen alternatief was voor de minderheidsregering, gedoogd door de PVV. Duitsland kon volgens Rutte op Nederland blijven bouwen, want het Europese beleid viel buiten de gedoogsteun van Wilders. Waarop de nieuwe Nederlandse premier en de Duitse bondskanselier overgingen tot de orde van de dag: de eurocrisis, in dit geval. Toen Rutte in 2012 een volgende verkiezingsoverwinning boekte, Wilders' PVV ruim achter zich liet en met de sociaaldemocraten ging regeren, was er geen vuiltje meer aan de lucht. Niet alleen in Berlijn, maar ook elders in Europese hoofdsteden werd de tweede regering-Rutte gezien als een terugkeer van Nederland naar de Europese hoofdstroom. Die trend werd voorlopig bekroond met de Nederlandse parlementsverkiezingen van twee jaar geleden. De Britten hadden pas voor de brexit gestemd, Donald Trump was net president van de Verenigde Staten geworden. Op hun topontmoeting in Koblenz vierden de Europese rechtspopulisten begin 2017 al bij voorbaat een reeks van verkiezingsoverwinningen: Wilders in Nederland, Marine Le Pen in Frankrijk, de Alternative für Deutschland aldaar en Matteo Salvini van de Lega in Italië. Al die partijen zouden uiteindelijk goede scores behalen, maar de grootste werden ze nergens. En die reeks begon in Nederland, waar Mark Rutte de partij van Geert Wilders het nakijken gaf. Met dank aan de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, die ook een verkiezingscampagne aan het voeren was en ministers naar West-Europa had gestuurd. Rutte weigerde de ene minister de toegang en stuurde de ander per auto terug. De diplomatieke rel met Ankara en de enerverende tv-beelden bezorgden Ruttes VVD minstens vijf Kamerzetels extra, vooral ten koste van Wilders. Want campagnevoeren kan hij, Mark Rutte. Eigenlijk is Mark Rutte in veel opzichten wat hij ogenschijnlijk niet is. Hij lijkt altijd ontspannen, spontaan, informeel, toegankelijk, open - een allemansvriend. Die eigenschappen komen uitstekend van pas in zijn functioneren als netwerker en dealmaker. Maar of Rutte werkelijk zo spontaan en open is, valt alleszins te bezien. Wie met hem gewerkt heeft, weet dat hij een controlefreak is. Niets ontgaat hem, hij vergeet niets. Hij kan uiterst charmant zijn, maar ook bloedhard en veeleisend. Blokken aan zijn been worden geëlimineerd, zo mogelijk geruisloos. Als Mark Rutte iets is, dan is hij machtspoliticus. Weinig tot niets is spontaan bij Mark Rutte, bijna alles is overdacht en onderdeel van Ruttes plan, dat alleen Rutte kent. Een Rutte die zich verspreekt? Iedere ogenschijnlijke verspreking blijkt na verloop van tijd onderdeel uit te maken van Ruttes permanente campagne. Kort na de jaarwisseling werd Rutte bij zijn persconferentie na de wekelijkse ministerraad door de publieke omroep NOS uitgebreid bevraagd over wat hij vond van de vandalen die in de oudejaarsnacht hulpverleners hadden aangevallen. Het liefst zou hij ze allemaal persoonlijk in elkaar slaan, aldus de minister-president. Opzet geslaagd: het bleef dagenlang rondzingen, ook dankzij de criticasters. En ja, er zijn op 20 maart weer verkiezingen in Nederland: provinciale verkiezingen die indirect ook de samenstelling van de Eerste Kamer bepalen. Rutte en diens vierpartijencoalitie dreigen de meerderheid te verliezen. Dat hoeft voor de politieke koorddanser Rutte en zijn derde regering niet per se het einde te betekenen, maar zijn wankele coalitie wordt er wel nog wankeler van. Als er verkiezingen in aantocht zijn, bedient Rutte zich wel vaker van harde taal. In 2016 zag hij Nederlandse Syriëgangers bij voorkeur in het IS-kalifaat sneuvelen. Enkele maanden later riep hij op de tv 'pleur op' naar Nederlandse Turken die zich vooral om hun herkomstland bekommeren. Zo probeert Rutte bij Wilders wind uit de zeilen te halen. Deze Mark Rutte, net 52 jaar geworden maar jongensachtig gebleven, is dus de gedoodverfde kandidaat om de volgende voorzitter van de Europese Raad - de 'president van de Europese Unie' - te worden. Als derde in rij, na Herman van Rompuy en de Pool Donald Tusk, wiens tweede termijn op 1 december van dit jaar afloopt. Rutte wordt ook genoemd voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, als opvolger van Jean-Claude Juncker. Al is dat heel wat minder waarschijnlijk: Rutte spreekt net iets te vaak met dedain over de Commissie, omdat ze naar zijn mening niet streng genoeg is voor lakse eurolanden zoals Italië. Bovendien heeft het Europees Parlement bij de benoeming van de Commissievoorzitter het laatste woord. En Rutte is dan wel steeds vriendelijker voor de Europese eenwording maar spreekt toch regelmatig in neerbuigende termen over het parlement ('Een feestcommissie op zoek naar een feest'). Rutte is dus geen logische kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie. Ook al niet omdat hij liberaal is. En de Europese liberale familie is wel aan het groeien - straks misschien zelfs met En Marche van de Franse president Emmanuel Macron erbij - maar de grootste zullen ze bij de Europese parlementsverkiezingen van eind mei zeker niet worden. Echter: zonder de liberalen kunnen de conservatieven en de sociaaldemocraten deze keer waarschijnlijk niet hun Europese spel spelen. Dus doen de liberalen eigenlijk voor het eerst mee in het machtsspel om de banen. Dan kan Rutte in beeld komen, als hij wil. Of als voldoende anderen vinden dat hij moet willen. Dan wil hij misschien alsnog, ondanks alle ontkenningen. Want ontkennen, dat doet de Nederlandse premier. Hij zegt al sinds het aantreden van zijn derde regering in oktober 2017 dat hij de regeertermijn tot 2021 wil afmaken. Hij laat zelfs boven de markt hangen daarna nóg eens lijsttrekker en zo mogelijk nóg eens premier te willen zijn. Rutte laat vrienden lekken dat hij liever nog tot zijn pensioen premier van Nederland zou zijn. Hij laat zich aanleunen verknocht te zijn aan het kleinburgerlijke leven in en rond zijn Haagse vrijgezellenflat, aan zijn vaste rituelen, zijn vriendenkring en zijn medewerkers. Of het allemaal waar is? Niet alles bij Rutte is wat het lijkt. Het wonder van Mark Rutte luidt dat hij niet altijd de waarheid spreekt en er tot dusver steeds mee wegkomt. Dat hij weleens dingen belooft waarvan hij weet dat hij die niet kan en misschien niet eens wil waarmaken. Hij vergeet weleens iets, terwijl iedereen weet dat hij het niet vergeten kan zijn. Heel vaak wordt het Rutte niet heel lang aangerekend. Als dat wel dreigt te gebeuren, schenkt Rutte zichzelf publiekelijk vergiffenis en belooft hij niets meer te beloven. Waarop hij weer zegt iets vergeten te zijn dat hij niet vergeten kan zijn. Ruttes speelse relatie met de waarheid heeft ook tot gevolg - en misschien komt zelfs dat hem niet slecht uit - dat hij ook niet echt wordt geloofd als hij zegt dat hij in Den Haag wil blijven en niet naar Brussel gaat. Rutte heeft al zo vaak iets stellig beweerd - 'geen cent meer naar de Grieken, rentesubsidie voor huiseigenaren blijft onaangetast' - wat uitdraaide op het omgekeerde, dat een ontkenning van de minister-president net zo goed als een bevestiging kan worden geïnterpreteerd. En er zijn nogal wat redenen waarom Mark Rutte wel naar Brussel zou kunnen, en ook nogal wat tekenen die erop wijzen dat hij het best zou willen. Als hij het zou willen zijn de kansen optimaal, zelfs zonder de Nederlandse claim dat het land na de déconfitures van Ruud Lubbers (1994) en Jan Peter Balkenende (2009) wel eens recht heeft op een Brusselse topfunctie. Nee, Nederland heeft natuurlijk geen recht op het voorzitterschap van de Europese Commissie (dat het nooit had) of het voorzitterschap van de Europese Raad (evenmin). Maar de kansen voor Mark Rutte zijn wel gunstig. Omdat hij goed ligt bij de (belangrijkste) Europese leiders, omdat iedereen hem kent, omdat hij een charmante netwerker is en al meer dan acht jaar premier, omdat hij ook weet hoe macht te verzamelen. Tot 2016 was Rutte er nogal beducht op om in het relatief eurosceptische Nederland voor eurofiel door te gaan. En zoals de pragmaticus Rutte wel vaker niet zozeer vanuit zijn overtuiging handelt als wel vanuit electorale wenselijkheden of vanuit coalitiebelangen, zo probeerde hij ook bij zijn Europese optredens te voorkomen dat er te veel geld werd uitgegeven, de EU een 'superstaat' zou worden of de eurozone een transferunie zou worden. Maar de laatste drie jaar is Rutte milder geworden over Europa. Het Nederlandse EU-voorzitterschap van begin 2016 droeg bij aan de kanteling. Rutte kwam er achter dat hij in Brussel meer bereikte door mee te praten dan nee te zeggen. Rutte kreeg veel krediet voor zijn rol bij de 'Turkijedeal', die cruciaal bijdroeg tot de scherpe vermindering van de illegale immigratie over zee naar Griekenland. Angela Merkel passeerde Jean-Claude Juncker en Donald Tusk en haalde Rutte bij de nachtelijke besprekingen in Brussel met de Turken - niet in de laatste plaats om zich met behulp van de Nederlandse premier van steun voor de Turkijedeal onder de regeringsleiders te verzekeren. Dat succes stuwde de Europeaan in Rutte. Hij wordt vertrouwd en is hoogst bruikbaar voor Merkel. Ze liggen elkaar ook persoonlijk: protestants, sobere levensstijl, pragmatische doeners. In de zomer van 2018 nam Angela Merkel niet alleen haar echtgenoot maar ook Mark Rutte - in hun beider zomervakantie - mee naar het Bayreuther Festspielhaus, voor de opening van de Wagnerreeks. Dat een Nederlandse premier goed ligt bij een Franse president is wel iets uitzonderlijker. Maar Emmanuel Macron ziet Rutte als een soort leeftijdsgenoot, als een hervormer ook. Rutte ging al drie keer op bezoek in Parijs en Macron kwam een jaar geleden bij Rutte op bezoek in zijn 'Torentje', het kleine premierskantoortje aan de Haagse Hofvijver, waarna ze om de hoek bescheiden gingen dineren in een Franse bistro. Wat helpt, is dat Macron zich via een alliantie bij de Europese liberalen wil aansluiten na de Europese parlementsverkiezingen in mei. Wat daarbij weer helpt, is dat Rutte het prima kan vinden met de andere Benelux-premiers: Charles Michel van België en Xavier Bettel van Luxemburg: eveneens liberaal en beiden ook goed met Macron. Onder de Europese liberalen is Rutte alvast iemand. Als zij in het Brusselse Egmontpaleis bijeenkomen, worden de mobiele telefoons even terzijde gelegd als de Nederlandse premier het woord neemt. Nu is het Europese krachtenveld nogal aan het verschuiven geraakt door het aanstaande vertrek van de Britten: tot dusver de informele leiders van de meer Atlantische, zuinige, niet-federalistische noordelijke landen in de EU. Tegen wil en dank - maar inmiddels tot genoegen - zijn de Nederlanders in het machtsgat gesprongen. Rutte heeft daardoor naast de relatie met Berlijn, Parijs, Brussel en Luxemburg ook nog de Scandinaviërs en de Balten (plus Ierland) op de tandem. Die noordelijke 'Hanzeliga' verschaft Rutte extra statuur aan de Europese vergadertafels, ook al omdat er soms stilzwijgende steun uit Berlijn is. Een enkeling, zoals de jonge Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz, is een uitgesproken Ruttefan. De Britse premier Theresa May kan op weinig comfort rekenen, behalve bij Mark Rutte. En Rutte mag zijn controverses met Macron hebben, maar op het gebied van klimaat - Rutte heeft zich bekeerd tot klimaatkampioen - en het afsluiten van Europa voor illegale immigranten ziet hij in de Franse president een bondgenoot. Wat Ruttes relatie met de Franse president vast geen goed heeft gedaan, is de opmerkelijke en onverhoedse aankoop door de Nederlandse regering van 14 procent van de aandelen van AirFrance-KLM, het 'moederbedrijf' van de quasi-nationale Franse en Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Al sinds de fusie in 2004 wordt de Franse dominantie in het bedrijf in Nederland gewantrouwd. Het kabinet-Rutte besloot in februari in het geheim bijna net zoveel aandelen in het concern te kopen als de Franse staat heeft. In Nederland leidde dat tot verrassing en chauvinistische trots, in Frankrijk tot verbaasde boosheid. Maar, ook opmerkelijk: premier Mark Rutte was ten tijde van de bekendmaking van de in Frankrijk als 'vijandig' beschouwde Nederlandse aandelenkoop in AirFrance/KLM 'gewoon' op zijn jaarlijkse sneeuwvakantie in Zwitserland en liet de bekendmaking over aan minister van Financiën Wopke Hoekstra (van coalitiepartij CDA), die er in eigen land mee scoorde, maar ook bij zijn Franse collega op het matje moest. Rutte wist zich, anders gezegd, uit de turbulentie te houden. Rutte beperkte zich tot een telefoontje vanuit Zwitserland aan president Macron en bleef verder - wijselijk, kan men zeggen - onzichtbaar. Of de relatie Rutte-Macron er serieus onder geleden heeft, is niet te zeggen. Mogelijk zitten er zo veel multilaterale belangen in de relatie Macron-Rutte, dat de bilaterale opwinding over AirFrance/KLM die niet wezenlijk verstoort. Hoe dan ook: als Rutte zegt dat hij om 'voor Nederland' invloed te hebben in Europa beter als ervaren premier in Brussel aan tafel kan zitten - en niet als 'president' van de premiers en presidenten - heeft hij geen ongelijk. Daar staat tegenover dat een premier uit een Benelux-land doorgaans maar moeilijk nee kan zeggen als Berlijn of Parijs een dringend beroep op hem doen. Met Herman van Rompuy ging het tien jaar geleden niet anders. Het is niet alleen eervol, het is zo mogelijk ook de enige echte carrièrekans die zich nog voordoet na een premierschap in Nederland of België. Ook daarom is het niet uitgesloten dat Mark Rutte, de gedoodverfde opvolger van Donald Tusk, ook daadwerkelijk diens opvolger wordt. Die kans is er, al was het maar omdat er vooralsnog voor deze functie weinig andere serieuze kandidaten zijn. Het wordt vrijwel zeker iemand uit het midden van de regeringsleiders en het wordt vrijwel zeker geen christendemocraat (want die krijgen waarschijnlijk al het Commissievoorzitterschap). Een Oost-Europese kandidaat ligt minder voor de hand (de huidige is een Pool), een Zuid-Europese evenmin (want politiek weinig stabiel). Ziedaar: Mark Rutte! Rutte kán natuurlijk proberen tot zijn pensioen premier van Nederland te blijven, maar loopt dan het risico het lot te delen van zijn voorgangers: te lang blijven zitten, betrekkelijk roemloos eindigen en internationale topfuncties mislopen. En Rutte is dan wel zo'n beetje zijn partij geworden - hij leidt de VVD ogenschijnlijk met zachte hand, maar ondertussen stevig sturend - maar die combinatie nadert ook het einde van de levenscyclus. Het Nederlandse publiek zou ook zo maar genoeg van Rutte kunnen krijgen: iets te veel gebroken beloftes, iets te gelikte campagnetrucs, iets te nauwe betrekkingen met het Nederlandse grootbedrijf (Shell, Unilever). En het moet gezegd: Mark Rutte doet precies wat hij moet doen, als hij toch 'president van de Europese Unie' zou willen worden. Zowel hijzelf als zijn VVD onderging in korte tijd een opvallende Europagezinde metamorfose. Rutte lijkt te denken dat het electorale risico dat daar het gevolg van kan zijn ruimschoots gecompenseerd wordt door het Europese staatsmanschap dat de Nederlanders hem nu toedichten. En als hij toch naar Brussel zou willen, dan komt zijn nieuw gecreëerde, meer centrale positie in het Europese discours mooi van pas. Terwijl Rutte ontkent naar Brussel te willen of te gaan, geeft hij wel iedere paar maanden een lezing waarmee hij internationaal de aandacht trekt. Hij liet zijn Churchill-lezing in Zürich in februari omlijsten met niet minder dan vijf royale interviews in grote internationale kranten. Het Nederlandse diplomatieke circuit (met hoofdrollen in Parijs, Brussel en Berlijn) is hem al enige tijd zachtjes aan het aanprijzen. Ook als Rutte uiteindelijk niet naar Brussel mocht gaan: hij heeft er alles aan gedaan om de functie van Tusk in Brussel in ieder geval niet nodeloos te mislopen. Zelfs zijn ontkenningen zijn het beste dat iemand kan doen die het toch wil. Al moet je daar dan weer niet te lang mee doorgaan. Niet veel langer dan tot na de zomer.