Als Eurocommissaris voor Mededinging bent u misschien wel het populairste lid van de Europese Commissie. Wees eens eerlijk: hoeveel van uw populariteit hebt u te danken aan uw strijd tegen grote bedrijven als Apple, Facebook, Google, Siemens en Volkswagen?

Margrethe Vestager: Duidelijk heel veel. Maar het is niet dat ik hen altijd opzoek. Wij onderzoeken overnames als ze bij ons aangemeld worden of wanneer bedrijven bij ons aankloppen, zoals laatst gebeurde bij kartelgesprekken in de autosector. Meestal zoeken ondernemingen contact met mij en niet omgekeerd.

U bent al vaak de strijd aangegaan met de giganten uit Silicon Valley. Enkele weken geleden maakte de oprichter van Facebook, Mark Zuckerberg, een pr-tour door Europa. Hij zei toen dat de overheid bedrijven zoals Facebook strenger moet reguleren. Wat dacht u toen u dat hoorde?

Vestager: Als je twee miljard gebruikers hebt, zoals Facebook, moet je niet op de politiek wachten om op te treden tegen privacyinbreuken of haatpraat. Tussen het begin van de debatten in het parlement en het uitrollen van een nationale wetgeving kan makkelijk vijf tot zeven jaar zitten. Niemand houdt Facebook tegen om er in de tussentijd zelf iets aan te doen.

Consumenten moeten een milieuvriendelijke wagen kunnen kopen, maar de constructeurs maken dat onmogelijk. Dat is een zeer ernstig probleem.

Er gaan steeds meer stemmen op om Facebook in verschillende bedrijven op te splitsen.

Vestager: Dat is een enorme inbreuk op het eigendomsrecht. Het gevaar bestaat dat je na de opsplitsing van zo'n groot dataconcern simpelweg twee giganten creëert. Het is alsof je het hoofd van een hydra afhakt en er onmiddellijk zeven nieuwe hoofden tevoorschijn springen.

Is Facebook te groot om opgesplitst te worden?

Vestager: Zodra een onderneming over veel data beschikt, kan ze makkelijk snel groeien. Dat noemen we het netwerkeffect. Het is duur en moeilijk om je eerste honderd gebruikers te krijgen. De sprong van een miljoen naar honderd miljoen gebruikers is verhoudingsgewijs veel eenvoudiger. Het lijkt me beter om na te denken over wie toegang heeft tot data, en waarom. Data kunnen worden gebruikt om de vrije markt te blokkeren. Je kunt het beste algoritme hebben, maar als je geen toegang hebt tot grote datasets, schiet je daar niets mee op.

U trekt ook ten strijde tegen de auto-industrie. U verwijt een aantal Duitse autoconstructeurs dat ze ecologische technologieën hebben tegengehouden. Hoe groot is dat schandaal?

Vestager: In elk geval is er iets bijzonders aan de hand. Het gaat niet om een traditioneel prijskartel of een verdeling van de markt waarbij de ene het zuiden krijgt en de andere het noorden. Wij onderzoeken hoe de autoconstructeurs hebben samengewerkt om innovatie te kortwieken.

Wat bedoelt u daarmee?

Vestager: Het is niet erg dat bedrijven samenwerken om standaarden af te spreken die hun producten verbeteren. Wat niet kan, is dat ze afspraken maken om de lat lager te leggen. Consumenten moeten een milieuvriendelijke wagen kunnen kopen, maar de constructeurs maken dat onmogelijk. Dat is een zeer ernstig probleem.

Benadeelt u Europese bedrijven niet op de wereldmarkt? En maakt u het China zo niet gemakkelijker om ons binnen dertig jaar helemaal te overvleugelen?

Vestager: U lijkt ervan uit te gaan dat Europa de komende dertig jaar in slaap zal dommelen. Onze bedrijven staan op technologisch vlak aan de wereldtop. Ze kunnen joint ventures aangaan of financiering ophalen. Er zijn duizend manieren om agressief zaken te doen.

De Duits-Franse as heeft behoefte aan de dynamiek van een derde speler. Vaak waren dat de Britten. Anderen zullen nu hun plaats innemen.

Maar zolang Chinese bedrijven met overheidsgeld gesteund worden, blijft het wel een oneerlijke strijd.

Vestager: Dat klopt. We eisen van bedrijven dat ze het fair spelen binnen Europa. Daarom moeten we hen meer steunen als ze op wereldvlak oneerlijk behandeld worden. Europa kan op dat gebied harder optreden. Daarom hebben we onlangs voor het eerst een Europese Chinastrategie voorgesteld. Zo kunnen we buitenlandse investeringen beter onderzoeken en eisen dat landen die toegang willen tot onze markt ons ook toegang verschaffen tot hun markt.

Europa is veel slagvaardiger dan tien jaar geleden. Er is meer ondernemingsgeest, er zijn meer start-ups en er zijn heel wat intelligente mensen die iets willen creëren. Economisch gezien hebben we de financiële crisis en de eurocrisis achter ons gelaten. Nu moeten we dat nog op mentaal vlak doen. Europese bedrijven hebben wereldwijd genoeg kansen om een marktaandeel op te eisen.

Frankrijk en Duitsland willen het mededingingsrecht hervormen. Is dat nodig, of gaat het louter om protectionisme?

Vestager: We hebben hetzelfde doel: we willen een Europese industrie behouden en economisch aan de top blijven staan. Maar onze industriële politiek moet voor iedereen goed zijn, niet enkel voor een paar grote bedrijven. Ik heb niets tegen grote ondernemingen, ze zijn nodig, maar de sterkte van Europa is net dat we een gediversifieerde economie hebben.

Zal de brexit Europa fundamenteel veranderen?

Vestager: De Duits-Franse as heeft behoefte aan de dynamiek van een derde speler. Vaak waren dat de Britten. Anderen zullen nu hun plaats innemen: Nederland, Zweden of mijn eigenste Denemarken.

Tot nu toe was uw taak apolitiek: u moest enkel zorgen dat bedrijven de regels respecteren. Na de Europese verkiezingen van eind mei wilt u Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker opvolgen. Die moet meer schipperen tussen Brussel en de lidstaten. Bent u dat wel gewend?

Vestager: Ik ben al lid van de Commissie. Bovendien heeft het mededingingsrecht een politiek fundament. De stamvaders van de EU beseften dat het recht van de sterkste zou zegevieren zonder die regels. Dat is zeer politiek, zij het niet in de traditionele, partijpolitieke zin.

Voor de Europese verkiezingen bent u een van de zeven spitskandidaten van de liberale fractie, terwijl u geen Europarlementslid wilt worden. Nochtans heeft het parlement bij grote meerderheid beslist dat enkel een parlementslid de Commissie mag leiden. Dan maakt u toch geen kans?

Vestager: Misschien vindt u me naïef, maar ik wil eerst praten over wat we zullen doen, en dan pas over wie dat zal doen. Ik wil ervoor zorgen dat de liberale waarden het goed doen.

Het belangrijkste op dit moment is dat de burger gáát stemmen, want de helft van de Europeanen doet dat niet bij de Europese verkiezingen.

Maar u wilt toch Commissievoorzitter worden?

Vestager: Die vraag wil ik liever niet beantwoorden.

Onlangs werd er een peiling gehouden bij Europese beleidsvormers en ceo's. Twintig procent van hen wil u als volgende Commissievoorzitter. Slechts vier procent koos voor de Duitse christendemocraat Manfred Weber. Maar omdat hij gesteund wordt door de grotere Europese Volkspartij (EVP) maakt hij meer kans. Frustreert dat u?

Vestager: Laten we toch afwachten. Het belangrijkste op dit moment is dat de burger gáát stemmen, want de helft van de Europeanen doet dat niet bij de Europese verkiezingen.

Bewijst uw populariteit niet dat kiezers een menselijk Europa willen, dat wel degelijk een impact heeft op hun leven?

Vestager: Dat raakt me wel, maar als Europese Commissie moeten we onszelf niets wijsmaken. Wij spelen in het dagelijkse leven niet de eerste viool, en dat moeten we ook niet ambiëren. Het is niet onze verantwoordelijkheid dat de sneeuw geruimd wordt of de scholen goed functioneren. Wij spelen een andere rol dan burgemeesters of regeringsleiders.

Staat u daarom zo weigerachtig tegenover het concept van de spitskandidaat?

Vestager: De spitskandidaat past niet bij de EU. Daarmee wek je bij de burger het idee van een soort president en dat kan enkel tot teleurstellingen leiden. Er zijn al heel wat regeringen in Europa. Maar er is slechts één Europese Commissie, met haar eigen waardevolle bevoegdheden.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.