Metershoog zijn de planten, zo hoog dat Don Ovidio kopje onder gaat tussen al het groen. 'Helemaal organisch!' glundert hij. 'Nog twintig dagen wachten, dan kan er geoogst worden.' Goedkeurend knikt hij naar keuterboer Emerio, de eigenaar van het stukje land in Caloto in de plooien van het Andesgebergte. Net als andere boeren in de omgeving levert hij zijn gewassen aan Ovidio, die de oogst in een nabijgelegen laboratorium verwerkt tot het eindproduct: Colombiaanse cannabis van de hoogste kwaliteit.
...

Metershoog zijn de planten, zo hoog dat Don Ovidio kopje onder gaat tussen al het groen. 'Helemaal organisch!' glundert hij. 'Nog twintig dagen wachten, dan kan er geoogst worden.' Goedkeurend knikt hij naar keuterboer Emerio, de eigenaar van het stukje land in Caloto in de plooien van het Andesgebergte. Net als andere boeren in de omgeving levert hij zijn gewassen aan Ovidio, die de oogst in een nabijgelegen laboratorium verwerkt tot het eindproduct: Colombiaanse cannabis van de hoogste kwaliteit. Nog maar enkele jaren geleden waren drugs in deze streek het domein van gewapende groepen. Het geld dat zij verdienden door de drugsteelt te belasten, werd gebruikt om de burgeroorlog te financieren die het land meer dan vijftig jaar in zijn greep hield. Nu de oorlog geweken is, wil de Colombiaanse overheid de plantjes van Emerio niet langer gedogen maar reguleren. De hoop is zo een dubbelslag te slaan: voorgoed afrekenen met de illegale teelt én een wereldleider worden in de markt voor medische marihuana. Dat was wel eens anders. Wie 'drugs' zei in Colombia, zei 'geweld'. Drugshandelaars of narcos, zoals de cocaïnekartels van Medellín en Cali, zaaiden in de jaren tachtig en negentig dood en verderf in hun bloedige onderlinge competitie en in hun strijd tegen de staat. In dezelfde periode escaleerde de burgeroorlog, die al sinds de jaren 1960 sudderde, door de inmenging van nieuwe groeperingen en door de toestroom van grote hoeveelheden drugsgeld. Honderdduizenden Colombianen kwamen om het leven bij ontvoeringen, aanslagen, executies en ander geweld. Die horrordagen zijn voorbij. Medellín, de thuishaven van drugsbaron Pablo Escobar, was in 1991 nog de moordhoofdstad van de wereld: van elke 100.000 inwoners vonden er 381 een gewelddadige dood (de Belgische statistiek is een fractie daarvan: 2 per 100.000), meer dan 6000 in totaal. Nu is dat cijfer met meer dan 80 procent geslonken. De in de burgeroorlog gevormde groepen worden een voor een ontmanteld, met als ultieme bekroning de ondertekening van een vredesakkoord met rebellenbeweging FARC.De cocaïnehandel trekt zich van dat goede nieuws niets aan. Al kent niemand hun namen, de nieuwe cokebaronnen van Colombia leveren meer van het witte goedje dan Escobar in zijn meest lucratieve jaren. De productie van de cocaplant, het rauwe product dat tot cocaïne wordt verwerkt, groeit al even hard. In 2016 werd een recordhoeveelheid van 188.000 hectare aan cocagewassen geteld, genoeg om alle achtertuinen van Vlaanderen mee te vullen. Omdat tussen de eerste aanplant en de uiteindelijke verkoop zeker twee jaar zit, is de piek naar verwachting nog niet bereikt. Het beëindigen van de oorlog heeft de aanwas niet kunnen voorkomen, zegt drugsexpert Isabel Pereira van onderzoeksinstituut Dejusticia. Integendeel: 'Als onderdeel van het vredesproces heeft de regering aangeboden cocaplanters te compenseren voor het weghalen van hun gewassen. Het gevolg is dat er massaal is bijgeplant om straks meer geld aan de compensatie te kunnen verdienen.' Maar het gebrek aan resultaat heeft diepere wortels. 'Voor de meeste boeren is er helemaal geen alternatief voor coca. Waar cocagewassen werden weggehaald door de overheid, werden ze de volgende dag weer teruggeplant.' Dat besef is inmiddels tot de regering doorgedrongen. Jarenlang liep het land voorop in de war on drugs: telers en dealers kregen lange celstraffen, het leger nam de leiding in een klopjacht op de producenten en cocarijke gebieden werden vanuit vliegtuigen besproeid met herbiciden. Effect? Nihil. De sproeistrategie, met miljarden aan steun vanuit de Verenigde Staten, werd pas in de ban gedaan toen bleek dat de gifstoffen tot ernstige gezondheidsrisico's leidden. Pereira: 'De Colombiaanse regering werkte met al haar maatregelen exact volgens het boekje van de Amerikanen. Als er één land is dat de war on drugs in de praktijk heeft gebracht, en met het mislukken ervan is geconfronteerd, is het Colombia wel.' Vandaar dat juist Colombia voorop wil lopen nu het mondiale drugsbeleid kantelt. Sinds 2015 is medische wiet legaal en de eerste licenties worden dit jaar uitgegeven. Directeur Mauricio Krausz van Econnabis, een van de eerste erkende bedrijven, is enthousiast: 'Dit is de meest vooruitstrevende cannabiswetgeving die ik ken.' Kort na de legalisatie verhuisde Krausz vanuit Europa terug naar zijn geboorteland om zich op de wietindustrie te storten. 'De condities zijn hier fantastisch. Dankzij de ligging nabij de evenaar heb je bijna het hele jaar twaalf uur zonlicht per dag, precies de perfecte dosis. De kosten zijn stukken lager dan in Amerika of Europa. En laten we eerlijk zijn, de merknaam Colombia doet het in deze business gewoon goed.' Het zijn goede tijden voor de wietbranche. Wereldwijd wint de beweging voor de legalisatie en regulatie van medische cannabis terrein. Argentinië en Canada staan al import uit het buitenland toe. Als meer landen volgen, wacht een goudmijn voor de producenten. 'En voor de overheid', vult Krausz aan. 'Het voorbeeld van Colorado zal ze hier niet ontgaan zijn.' De Amerikaanse staat legaliseerde in 2014 naast medisch ook recreatief gebruik, en verdiende daaraan al een half miljard dollar aan extra belastinginkomsten. Een onontgonnen markt, hoge winsten en een kans korte metten te maken met de coca-industrie. 'Colombia zou wel eens de winnaar van deze opkomende markt voor medische marihuana kunnen worden', voorspelde Alejandro Gaviria Uribe, minister van Volksgezondheid, bij het uitgeven van de eerste licenties. 'Dit zal leiden tot meer banen in ons land en tot grotere welvaart voor de gemeenten waarin deze sector zich ontwikkelt.' Voor boeren in de armoedige provincie, Cauca, zoals Emerio, is de wiet een godsgeschenk. De motor op zijn erf, nieuwe kleren en het schoolgeld van zijn vier kinderen: allemaal zijn ze bekostigd met de inkomsten uit het verbouwen van cannabis. Met zorg bestudeert hij met hulp van zijn vrouw de jongste plantjes op zijn erf en plaatst ze in kleine potjes, voordat ze naar de velden worden overgebracht. Het is secuur werk - maar voor de overheid is het nog niet genoeg. De teelt en verkoop van medische cannabis mag dan straks legaal zijn, er geldt een web aan regels en licenties voor de verbouwers. Die strenge standaarden zijn nodig, benadrukt het gezondheidsministerie, om aan alle eisen van de medische sector te voldoen. 'Terecht', zegt Krausz van Econnabis. 'Als één producent de fout in gaat, hebben we allemaal een probleem.' Volgens hem zijn de kleine boeren beter af door zich aan te sluiten bij een van de erkende bedrijven. Don Ovidio is nog niet overtuigd. Hij kreeg al bezoek van vertegenwoordigers van PharmaCielo, een Canadese multinational die lang heeft gelobbyd voor de legalisatie en reeds een licentie ontving. Nu aast die op de vruchtbare grond. 'Ze boden me van alles aan, de beste technologie, de beste zaden, de beste laboratoria om de wiet te verwerken', zegt Ovidio. 'Maar in ruil willen ze wel negentig procent van de winst hebben.' Door samen te werken in coöperaties hoopt hij de regels en de kosten aan te kunnen, maar dat is onzeker. Het is het grootste vraagteken bij de wet, een jaar voordat de eerste oogst over de toonbank moet gaan. 'In woord is de legalisatie een prachtig plan', zegt drugsdeskundige Pereira. 'In daad moet de goede wil van de regering nog blijken.' Met de armoede van de oorlog in het achterhoofd is de cannabisteelt voor de inwoners van Cauca geen overbodige luxe. En als het legaal kan, graag. Maar als het moet, zeggen de telers, dan blijven ze in de illegaliteit. Hun planten groeien toch wel, de zon komt altijd weer op.