Nu de scheidingsprocedure tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk officieel in gang is gezet, barst er een gevecht uit tussen de overige Europese lidstaten over twee felbegeerde agentschappen die momenteel in Londen gevestigd zijn.
...

Nu de scheidingsprocedure tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk officieel in gang is gezet, barst er een gevecht uit tussen de overige Europese lidstaten over twee felbegeerde agentschappen die momenteel in Londen gevestigd zijn.Het gaat over het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA) en de bankenautoriteit EBA.Onder meer België stelde zich al kandidaat om beide instellingen naar Brussel te halen. Vooral het EMA is in trek, het krijgt immers jaarlijks 65.000 bezoekers en vereist ook een uitstekende infrastructuur.'We zijn absolute top op het vlak van klinische studies om geneesmiddelen uit te testen', zei Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) hier al over.Maar zijn er niet al voldoende instellingen van de Europese Unie (EU) in Brussel, zoals de Raad, de Commissie en het Parlement? Volgens sommige Oost-Europese lidstaten worden zij benadeeld door de EU.We vragen meer uitleg aan politicologe Susana Borrás. Ze is werkzaam aan de Copenhagen Business School en is een autoriteit op het vlak van onderzoek naar het EU-beleid.SUSANA BORRÁS: Agentschappen nemen beslissingen die quasi bindend zijn. Daarom zijn ze zo belangrijk. Ze hangen nauw samen met de werking van de Europese eenheidsmarkt: hun werk heeft belangrijke gevolgen voor zowel burgers als bedrijven.Ze hebben zeer hoge technische vereisten voor medewerkers omdat de materie uiterst complex is. Ze zoeken steeds hoogopgeleide werkkrachten die in staat zijn om alle details van de wetgeving onder de knie te hebben.Er bestaan daarenboven veel soorten agentschappen. Sommige hebben dan ook nog tot duizend werknemers. Voor de lidstaten is het soort tewerkstelling dat ze met zich meebrengen soms even relevant als het aantal jobs dat gecreëerd wordt. De organisaties vereisen knappe koppen.BORRÁS: Het EMA is een heel belangrijk agentschap. Het reguleert en autoriseert alle producten van farmaceutische bedrijven. Het coördineert bovendien de activiteiten van de nationale medicijnagentschappen. Het is een fundamenteel orgaan voor de farmaceutische industrie.Omdat het zo verweven is met de eenheidsmarkt kan het niet langer in het Verenigd Koninkrijk blijven, dat immers uit de Europese Unie wenst te stappen. Het grote debat is dan ook waarheen het EMA zal trekken.BORRÁS: Op dit moment is er geen kans dat het EMA naar Oost-Europa zal verhuizen. Die landen kunnen niet voldoen aan de uiterst hoge eisen voor het personeel. Er kan immers geen sprake zijn van een massale import van buitenlandse werknemers.Het land waarin het agentschap gevestigd is, moet voorzien zijn van een hoogopgeleide arbeidsmarkt. We gaan toch geen kathedralen in de woestijn optrekken?BORRÁS: Ik denk het niet. Het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie is momenteel gebaseerd in Hongarije. Ik heb het zelf enkele keren bezocht. Het agentschap ondervindt heel wat problemen, deels door de politieke omstandigheden (Hongaars premier Viktor Orbán staat zeer kritisch tegenover de EU, nvdr.). Er is daar een braindrain aan de gang door de politieke context, hoogopgeleiden trekken weg. Neem nu Boedapest. Dat is om vele redenen een aantrekkelijke stad, maar ze voldoet niet aan de eisen van dit agentschap. De negatieve ervaringen met de Hongaren plaatst de wens van de Oost-Europeanen om het EMA binnen te halen in perspectief. De actualiteit roept vragen op over hun bekwaamheid.Het zou dus een zware fout zijn om dus naar Oost-Europa te verhuizen. Het goed werkende EMA weet wat het doet en beseft dat de arbeidsomgeving op punt moet staan. De hedendaagse technologische en wetenschappelijke kwaliteiten van de meeste Oost-Europese lidstaten voldoen gewoonweg niet.BORRÁS: Of naar Stockholm, Kopenhagen of Madrid. Al deze steden zijn momenteel favoriet omdat ze aan de voorwaarden voldoen. Ze hebben al een minimale vereiste kennis over de biomedische wereld en er is een hoogopgeleide arbeidsmarkt. Er bestaat op die plekken bovendien politieke en sociale goedkeuring tegenover de EU. Ze hebben een hoog geloofwaardigheidsgehalte, en dat is net wat deze sector nodig heeft.