De stijging van het aantal klimaatwetten is opzienbarend: twee decennia geleden waren er wereldwijd zo'n 60, nu al meer dan 1.200. Volgens een studie van de London School of Economics (LSE) is dat een teken dat de inspanningen toenemen om de stijging van de wereldwijde temperatuur een halt toe te roepen.

De vorige telling door de LSE in 2016 toonde aan dat zeven G20-landen, waarbij de EU als geheel, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Japan, Mexico en Zuid-Afrika uitstootdoelstellingen hadden aangenomen die helemaal in lijn liggen met hun beloftes in Parijs. Maar de conclusie was dus ook dat dertien landen dat nog niet hadden gedaan.

Vooruitgang

Uit de nieuwe analyse blijkt dat sindsdien opnieuw vooruitgang geboekt is met onder meer veertien nieuwe klimaatwetten. Zo werd in Canada het Beleidskader voor Schone Groei en Klimaatverandering aangenomen. Argentinië besliste over de vorming van een Nationaal Kabinet rond de Klimaatverandering, dat een nationaal plan moet opstellen. China heeft een nieuw vijfjarenplan aangekondigd met nieuwe doelstellingen voor uitstootbeperking en energie-efficiëntie.

"Deze ontwikkelingen op het vlak van wetgeving en beleid sinds het akkoord van Parijs van kracht werd, moeten in hun context gezien worden", zegt Samuel Fankhauser, hoogleraar aan de LSE. "De 14 nieuwe wetten en 33 beleidsmaatregelen komen bij de meer dan 1.200 klimaatwetten in de hele wereld. Dat is twintig keer meer dan in 1997. De meeste landen hebben nu een wettelijk basis voor toekomstige klimaatactie."

Ontwikkelingslanden

Ook veel ontwikkelingslanden hebben al stappen genomen om een fundament te creëren voor hun aanpak van de klimaatverandering. Malawi bijvoorbeeld heeft een Nationaal Beleid voor Beheersing van de Klimaatverandering aangenomen, dat rechtstreeks refereert aan zijn beloften in Parijs en het internationale klimaatakkoord.

Toch zijn er ook nog belangrijke hiaten. Uit de analyse blijkt dat amper 42 procent van de minst ontwikkelde landen de klimaatverandering hebben geïntegreerd in hun ontwikkelingsplannen. De minst ontwikkelde landen hebben als groep ook de minste klimaatwetten: 5,5 per land tegenover het wereldwijde gemiddelde van 7,7.

Bemoedigend

"We zien een ernstige en significante steun voor het Klimaatakkoord van Parijs, verspreid over landen, continenten en steden, en zowel van industriegroepen als burgerorganisaties", zegt Patricia Espinosa, klimaatbaas van de Verenigde Naties in een reactie op de studie.

"We stellen vandaag vast dat landen nieuwe wetten beginnen maken en bestaande beleidskaders aanpassen aan de doelstellingen en ambities van het akkoord. Het is duidelijk dat er nog heel wat werk is, maar dit is een bemoedigende ontwikkeling."

(IPS)

De stijging van het aantal klimaatwetten is opzienbarend: twee decennia geleden waren er wereldwijd zo'n 60, nu al meer dan 1.200. Volgens een studie van de London School of Economics (LSE) is dat een teken dat de inspanningen toenemen om de stijging van de wereldwijde temperatuur een halt toe te roepen.De vorige telling door de LSE in 2016 toonde aan dat zeven G20-landen, waarbij de EU als geheel, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Japan, Mexico en Zuid-Afrika uitstootdoelstellingen hadden aangenomen die helemaal in lijn liggen met hun beloftes in Parijs. Maar de conclusie was dus ook dat dertien landen dat nog niet hadden gedaan.Uit de nieuwe analyse blijkt dat sindsdien opnieuw vooruitgang geboekt is met onder meer veertien nieuwe klimaatwetten. Zo werd in Canada het Beleidskader voor Schone Groei en Klimaatverandering aangenomen. Argentinië besliste over de vorming van een Nationaal Kabinet rond de Klimaatverandering, dat een nationaal plan moet opstellen. China heeft een nieuw vijfjarenplan aangekondigd met nieuwe doelstellingen voor uitstootbeperking en energie-efficiëntie."Deze ontwikkelingen op het vlak van wetgeving en beleid sinds het akkoord van Parijs van kracht werd, moeten in hun context gezien worden", zegt Samuel Fankhauser, hoogleraar aan de LSE. "De 14 nieuwe wetten en 33 beleidsmaatregelen komen bij de meer dan 1.200 klimaatwetten in de hele wereld. Dat is twintig keer meer dan in 1997. De meeste landen hebben nu een wettelijk basis voor toekomstige klimaatactie."Ook veel ontwikkelingslanden hebben al stappen genomen om een fundament te creëren voor hun aanpak van de klimaatverandering. Malawi bijvoorbeeld heeft een Nationaal Beleid voor Beheersing van de Klimaatverandering aangenomen, dat rechtstreeks refereert aan zijn beloften in Parijs en het internationale klimaatakkoord.Toch zijn er ook nog belangrijke hiaten. Uit de analyse blijkt dat amper 42 procent van de minst ontwikkelde landen de klimaatverandering hebben geïntegreerd in hun ontwikkelingsplannen. De minst ontwikkelde landen hebben als groep ook de minste klimaatwetten: 5,5 per land tegenover het wereldwijde gemiddelde van 7,7."We zien een ernstige en significante steun voor het Klimaatakkoord van Parijs, verspreid over landen, continenten en steden, en zowel van industriegroepen als burgerorganisaties", zegt Patricia Espinosa, klimaatbaas van de Verenigde Naties in een reactie op de studie."We stellen vandaag vast dat landen nieuwe wetten beginnen maken en bestaande beleidskaders aanpassen aan de doelstellingen en ambities van het akkoord. Het is duidelijk dat er nog heel wat werk is, maar dit is een bemoedigende ontwikkeling."(IPS)