Het gonst op de jaarlijkse beurs van de steenkoolindustrie in Bluefield, 'The Bluefield Coal Show'. Een terrein van de National Guard, afgezet met een ceremoniële tank, is maar net groot genoeg voor de zowat 200 standhouders die gedurende drie dagen producten aanprijzen gaande van turbines tot drugtests voor mijnwerkers. 'Vorig jaar was je hier met een depressie buitengekomen', zegt Roland Zacharias, vertegenwoordiger van Alemite. Het bedrijf levert onder meer afwateringspompen aan mijnen. 'Ten eerste waren er minder standjes, en iedereen die er toch was, leefde in de veronderstelling dat Hillary Clinton president zou worden. We zagen onze ontslagbrieven al klaarliggen', herrinert hij zich. 'Luister eens, ik ben niet tegen het milieu - wie kan tegen schone lucht zijn? En ik weet ook dat de kolenindustrie geen eeuwig leven beschoren is. Maar waarom werden er onder president Barak Obama zulke zware beperkingen op steenkool doorgevoerd, met als gevolg dat we zelf bijna niet meer produceerden en steeds meer steenkool uit het buitenland invoerden? Was die buitenlandse steenkool dan beter voor het milieu? Ik zeg altijd: mensen zoals Obama hebben een groot hart, maar hun hart is groter dan hun brein. Waarom zou je de eigen industrie fnuiken? Wat is daar het heilig principe? Zoek toch een andere oplossing, waarbij je hardwerkende mensen niet meteen in het gezicht spuwt.' Niet dat hij het altijd eens is met de huidige president, benadrukt hij. 'Veel van zijn tweets zou hij beter niet versturen. Maar liever dat, liever af en toe wat gêne, dan geen brood op de plank. Je moet bij Trump kijken naar de essentie en niet naar alles wat zich daarrond afspeelt. En wat is de essentie? We hebben werk.'
...

Het gonst op de jaarlijkse beurs van de steenkoolindustrie in Bluefield, 'The Bluefield Coal Show'. Een terrein van de National Guard, afgezet met een ceremoniële tank, is maar net groot genoeg voor de zowat 200 standhouders die gedurende drie dagen producten aanprijzen gaande van turbines tot drugtests voor mijnwerkers. 'Vorig jaar was je hier met een depressie buitengekomen', zegt Roland Zacharias, vertegenwoordiger van Alemite. Het bedrijf levert onder meer afwateringspompen aan mijnen. 'Ten eerste waren er minder standjes, en iedereen die er toch was, leefde in de veronderstelling dat Hillary Clinton president zou worden. We zagen onze ontslagbrieven al klaarliggen', herrinert hij zich. 'Luister eens, ik ben niet tegen het milieu - wie kan tegen schone lucht zijn? En ik weet ook dat de kolenindustrie geen eeuwig leven beschoren is. Maar waarom werden er onder president Barak Obama zulke zware beperkingen op steenkool doorgevoerd, met als gevolg dat we zelf bijna niet meer produceerden en steeds meer steenkool uit het buitenland invoerden? Was die buitenlandse steenkool dan beter voor het milieu? Ik zeg altijd: mensen zoals Obama hebben een groot hart, maar hun hart is groter dan hun brein. Waarom zou je de eigen industrie fnuiken? Wat is daar het heilig principe? Zoek toch een andere oplossing, waarbij je hardwerkende mensen niet meteen in het gezicht spuwt.' Niet dat hij het altijd eens is met de huidige president, benadrukt hij. 'Veel van zijn tweets zou hij beter niet versturen. Maar liever dat, liever af en toe wat gêne, dan geen brood op de plank. Je moet bij Trump kijken naar de essentie en niet naar alles wat zich daarrond afspeelt. En wat is de essentie? We hebben werk.' Een hal verderop pronkt Bryon Cerklefskie voor een levensgroot portret van Donald Trump. Bryon poseert met opgestoken duim, breed lachend. Het portret is een voltreffer bij potentiële klanten die een selfie schieten en een praatje slaan. Bryon is een specialist van luchtverversinginstallaties, en sinds Trump werd verkozen is zijn bedrijf met 50 procent gegroeid, pocht hij. Bij navraag blijkt het te gaan om twee aanwervingen. 'U vindt dat misschien niet overweldigend, maar we hebben jaren geleefd met de vrees dat het allemaal zou ophouden, en nu werven we aan. Eén baan bij ons geeft andere mensen werk. Wij logeren in hotels als we ergens een opdracht uitvoeren, we worden goed betaald, we kopen een nieuwe auto, we gaan uit eten.' Ook hij herhaalt wat hier een mantra is: 'Niemand is tegen het milieu.' Maar alles op z'n tijd, zegt hij, en alles met mate, zeker als het banen kost. De gouverneur van de staat komt langs en spreekt belangstellenden toe in de refter van het complex. Jim Justice is de voorbije weken van partij veranderd, en niet voor het eerst. Voor de verkiezingen van 2016 was hij al van de Republikeinen naar de Democraten geswitcht, maar nu is hij een Trump-Republikein. Hij legt uit dat er met de Democraten in de staat niets aan te vangen valt, en dat hij daarom (opnieuw) van partij is veranderd. Justice, zoals Trump een miljardair, heeft zelf in mijnen geïnvesteerd. Dat wil zeggen: hij hield marginale mijnen open, wat hem zeker bij zijn kiespubliek geholpen heeft. Hij rijdt rond met nummerplaat COAL3, beweert hij. Zijn vader monopoliseerde COAL1. 'I love this state beyond good sense', zegt hij. En terwijl hij zijn liefde voor West-Virginia verkondigt, wrijft hij zich over zijn immense buik. 'Hé, onze staat zit ineens bij de koplopers qua economische groei. Het is eens wat anders. Doorgaans zijn we alleen koploper bij slechte zaken, zoals drugsdoden of aangereden wild.' Hij is blij met 'de hoop, vreugde en passie' die hij in de kolenindustrie vaststelt, maar hij maakt er zich zorgen over of de rebound vol te houden is. 'We moeten meer doen.' Dat hoor je niet alleen bij de gouverneur. In het verleden was een hausse in de kolenverkoop altijd een reden om in slaap te vallen. De staatskas wordt gespijsd, en er wordt potverteerd tot de volgende crisis zich aandient. Justice vraagt de standhouders en bezoekers om hun stem bij een komend referendum over dure wegwerkzaamheden. 'Er komen geen nieuwe belastingen, ' belooft hij, 'we gebruiken geld dat jullie al hebben afgedragen. Als het niet naar wegwerkzaamheden gaat, zullen politici wel een manier vinden om die fondsen weg te pissen. Dat doen politici nu eenmaal. We hebben wegen nodig als we toeristen willen aantrekken, of als we willen dat de mijnwerkers die nu opnieuw aan de slag gaan voor 30 of 35 dollar per uur hun auto's niet in putten aan diggelen rijden terwijl ze in het holst van de nacht naar de mijn rijden. Ik wil dit referendum niet winnen met enkele stemmen voorsprong. Ik wil het winnen met minstens 90 procent van de stemmen, en nog liever unaniem.' Een vrouw vraagt hem waarom er geen dokters zijn in Bluefield die haar kanker kunnen behandelen. Ze moet uren over slechte wegen rijden om een specialist te vinden. Ze zou beter en sneller bediend zijn in de buurstaat Virginia, maar daar is haar verzekering niet geldig en kan ze de kosten niet dragen. 'Hoe kunnen we goede dokters aantrekken als de wegen zo slecht zijn?' repliceert de gouverneur. 'Maak goede wegen, en creëer weer goede banen, en de dokters zullen wel volgen.' De vrouw schudt meewarig het hoofd. Tegen dan is ze allang dood. Bill Raney, voorzitter van de West Virginia Coal Association, rijdt samen met de gouverneur in een elektrisch autootje tussen de stands. Naderhand verwijst hij naar de lamentabele situatie van een jaar geleden. 'Obama had zijn voet op de hals van de industrie', zegt hij. Zestig procent van de mijnen zat in een faillissement. Obama voerde milieuregels door waardoor een boel elektriciteitscentrales steenkool inruilden voor gas, of moesten sluiten omdat ze te vervuilend geacht werden. De vorige president paste de regels voortdurend aan, zodat het moeilijk werd om een uitbatingsvergunning te krijgen voor een mijn. 'Als je met het ene stel regels in orde was, kwamen er weer nieuwe bij. Obama beschouwde de kolenindustrie als zijn vijand en voerde er oorlog tegen.' Met Trump, 'die orde op zaken heeft gesteld in Washington', vallen veel van die regels weer weg of ze worden niet langer uitgevoerd. En het resultaat mag er zijn. In 2016 lag de productie op zijn laagste peil in 40 jaar, maar nu neemt ze weer toe. In augustus werd 18,6 procent meer kool bovengehaald dan een jaar eerder. De export stijgt zelfs sneller, en landen zoals Frankrijk en Duitsland en natuurlijk China voeren steenkool uit West-Virginia in. 'Want in Europa doen ze wel alsof kolen vies zijn, maar ondertussen vangen ze het teruglopende aandeel van de kernenergie op met steenkool.' Er worden weer mijnen geopend, er wordt weer aangeworven, 'iedereen heeft nu de juiste attitude', klinkt het. Het is toch maar normaal, zegt Raney, dat de VS, het land met de grootste reserves aan steenkool ter wereld, die rijkdom naar waarde weet te schatten. Hij maakt de vergelijking met Saudi-Arabië en olie. 'Je ziet de Saudi's toch ook geen maatregelen nemen tégen de olie-industrie?' Zelfs op deze beurs is niemand geneigd om de opstanding van de kolenindustrie als iets eeuwigs te zien, of te verhopen dat de industrie evenveel mensen werk zal geven als ooit het geval was. Daarvoor is er te veel automatisering. Daarvoor is het milieubewustzijn te ver verspreid. Steve Hawkins, de woordvoerder van Alpha Natural Resources, een mijnbedrijf met zetel in de staat Tennessee, zegt dat zijn bedrijf in juli een extra mijn in West-Virginia heeft geopend omdat de capaciteit van de mijnen elders daalt. Hij verwijst naar andere factoren dan Trump waarom het goed gaat met Alpha: de stijgende vraag vanuit het buitenland, de fors hogere prijzen die gas minder concurrentieel maken, de hogere prijzen die voor steenkool worden betaald waardoor sommige mijnen weer rendabel worden. Zijn bedrijf heeft onder Trump 300 mensen aangeworven, zegt hij, en stelt er nu 2900 tewerk. Trump voerde campagne met de boodschap dat mijnwerkers weer aan de slag zouden gaan. Elders vinden mensen vaak dat de president zijn kiesbeloften niet inlost, maar in West-Virginia ligt dat anders. De kolentreinen rijden weer. Bewoner na bewoner wijst daarop: jarenlang waren er weinig tot geen kolentreinen, en nu rijden ze opnieuw. Nu sta je een kwartier aan de overweg te wachten tot de trage trein met eindeloos veel wagons gepasseerd is. De treinen van Trump, noemt iemand ze. Je hoort 's nachts het geruststellende gedender van staal op staal. War, een plaatsje op geen twee uur van de mijnbeurs, hoort ook al de passerende treinen van Trump, maar de opstanding van de kolenindustrie is nog niet tot hier doorgedrongen. De installaties roesten in afwachting van nieuw leven. War, genoemd naar War Creek, waar een gevecht zou hebben plaatsgevonden tussen twee rivaliserende groepen van inheemsen, staat symbool voor het zuiden van de staat West-Virginia. Ooit had het stadje inwoners en welvaart en theaters en een hotel, maar sinds de verloedering van de plaatselijke kolenindustrie zit bijna alles dicht. Het hotel is afgebrand en blijft als zwartgeblakerde ruïne achter. In 1950 telde de stad 4000 inwoners, in 1980 nog de helft daarvan en nu krap 750. In haar Coffee Shop, die ze in 1969 opende, serveert Orbie Campbell slappe koffie en ontbijt. Orbie heeft het allemaal gezien. Het succes, de ontvolking. Ze is een levenslange fan van president John F. Kennedy, die in een stuk of tien portretten de muren van haar restaurantje siert. Ze heeft hem ontmoet toen hij in 1960 campagne voerde in de buurt. Kennedy keerde ettelijke keren terug naar McDowell County, het district waarin War ligt, omdat hij nergens ander zoveel armoede had gezien. Hij was zo onder de indruk van de achterstand van het gebied dat hij een ondersteuningsprogramma beloofde. Dat programma kwam er uiteindelijk onder zijn opvolger, Lyndon B. Johnson, maar het geld verdween grotendeels in de verkeerde handen. Ze kijkt terug op die periode als de gouden tijd waarin er scholen en sportclubs geopend werden. Ze zijn allemaal alweer verdwenen. Nu heeft West-Virginia meer stemmen aan Trump gegeven dan destijds aan de man die als redder werd beschouwd, de man van de gouden tijd, Lyndon B. Johnson. Trump was zelfs populairder dan Abraham Lincoln tijdens de Burgeroorlog in de allereerste presidentsverkiezing van West-Virginia. Trump behaalde met 67,9 procent van de stemmen ruim 40 procent meer dan Hillary Clinton. In War, traditioneel een Democratisch nest, was de voorsprong nog groter dan in andere delen van de staat. In McDowell County behaalde hij 75 procent van de stemmen. Orbie liegt over haar leeftijd. Ze zegt dat ze 71 is, maar iedereen weet dat ze al enkele jaren voorbij de 80 is. Ze heeft een boontje voor de Democratische senator Joe Manchin, en diens broer was een goede klant. Maar Orbies dochter wil niet van de Democraat weten en heeft haar moeder overgehaald om zijn portret van de muur te verwijderen. De foto ligt nu omgekeerd in een lade. Manchin is nog oké, vindt Orbie, maar 'andere Democraten kijken zo op ons neer. Ze verwijzen naar ons accent en ze denken dat we domme barbaren zijn. Of criminelen. Racisten. Ze denken dat ze voor ons moeten denken.' Ze schuwt de politiek in haar Coffee Shop, maar dit keer was het niet te vermijden. Ten tijde van de presidentsverkiezingen liepen de spanningen op als ze haar klanten niet over politiek liet praten. Op een steenworp van haar koffiehuis staat nog altijd een verkiezingsbord van Trump-Pence. De man die het bord voor zijn huis heeft neergepoot, is een gepensioneerde mijnwerker. Hij is 70 'maar ik zou in een handomdraai weer in de mijnen gaan werken. Zelfs op mijn leeftijd. Dat zit in mijn bloed', zegt hij. Waarom laat hij dat bord bijna een jaar na de verkiezingen nog altijd staan? 'Trump heeft onze steun nog altijd nodig. En dus laat ik het bord staan. Hij wordt aan alle kanten tegengewerkt.' Door wie dan? Plots wil hij niet bij naam geciteerd worden. Hij wantrouwt de 'fake media'. 'Jullie in de media werken hem tegen! Zijn eigen partij werkt hem tegen!' De man is al zijn hele leven Democraat, maar dit keer twijfelde hij niet over zijn stem: het zou Trump worden, of die nu een Republikein was of niet. 'We hadden de keuze tussen iemand die verklaarde dat ze veel mijnen zou sluiten en vele mijnwerkers hun baan zou afnemen, en iemand die zei dat wij en de staalindustrie dit land hebben grootgemaakt. Ik weet niet wat Hillary Clinton en Barack Obama in hun hoofd hadden, maar in ieder geval niet ons belang. Trump zei tijdens zijn meetings dat hij trots was op ons. Als hij dat echt meent, mag hij wat mij betreft heel wat rare dingen zeggen en doen. Ik ben blij dat hij niet is als andere politici.' Je hoeft in War niet veel moeite te doen om problemen met drugs te vinden. Burgemeester Tom Hatcher werd in 2012 doodgeschoten door zijn schoondochter of haar broer die hem beroofden van 1100 dollar om de volgende fix te kunnen betalen. Hatchers zoon zat op het moment van de moord in de gevangenis wegens drugsfeiten. Er is een nieuwe burgemeester, maar de oude staat nog altijd op de website van de stad. Het hoort bij de alles overheersende traagheid hier. Aan de muur van het stadhuis hangen nog de portretten van Bill Clinton en Al Gore. Niemand heeft ze ooit vervangen door George Bush of Barack Obama of Donald Trump. En buiten hangen breed uitgemeten de tien geboden. Gij zult niet doden. Dat hing er al voor de burgemeester werd neergeknald. Ralph is samen met zijn moeder naar Charleston, de hoofdstad van de staat, afgezakt voor de Overdose Awareness Day. Hij is een twintiger en zijn leven wordt bepaald door slikken, snuiven en spuiten. Hij probeert af te kicken. Hij probeert het nog hardnekkiger sinds zijn oom, de broer van zijn moeder, aan een overdosis overleed. Voor de Overdose Awareness Day was organisatrice Cece Brown van plan om de namen van recente drugsdoden voor te lezen, onder wie haar eigen zoon. Maar ze kreeg, in een staat met 1,8 miljoen inwoners, meer dan 1000 namen binnen op haar Facebookpagina. Het was onbegonnen werk om ze stuk voor stuk op te sommen. En dus werden de namen door vrijwilligers op borden neergeschreven. Ralphs moeder probeert te voorkomen dat haar zoon volgend jaar ook een naam op zo'n bord wordt. Hij probeert echt clean te blijven, zegt hij, 'maar het is niet makkelijk, man, het is elke dag verdomd moeilijk.' Het leven in een stad als War is stomvervelend. Er is geen werk en er is geen vertier. Jongeren oefenen hun schietkunsten op verkeersborden - dat is buiten het jachtseizoen ongeveer het enige wat er te doen valt. En drugs geven ten minste wat opwinding, wat kleur. Hij wilde in de medische sector werken, maar een verslaving helpt dan niet en studeren ligt hem minder. Zijn moeder kijkt meewarig naar het bord waarop de naam van haar broer werd neergeschreven. Bij hem had niemand zelfs maar in de gaten dat hij drugs nam, zegt ze. Ze was van de hand Gods geslagen toen hij dood werd teruggevonden. War probeert toeristen aan te trekken om werkgelegenheid te creëren en om de verveling te doorbreken, maar de vorige burgemeester botste op wettelijke bezwaren tegen circuits voor motoren en mountainbikes, en voor hij die had overwonnen, kwam hij aan zijn vroegtijdige einde. Het toerisme zal zich eerder elders ontwikkelen, denkt Orbie, al was het maar omdat je in de omgeving van War niet kunt overnachten. Dit stadje zal nog wel even uitzichtloos blijven. De levensverwachting in het district van War is bij de laagste van de hele VS. Mannen in McDowell County worden gemiddeld 63,5 jaar oud, vrouwen 71 jaar. Voor mannen is dat 15 jaar minder dan het nationale gemiddelde, voor vrouwen 10 jaar. En de kloof met het gemiddelde groeit. 'De perfecte storm' is een frase die in West-Virginia meerdere levens kent. Ze wordt gebruikt om de winst van Donald Trump uit te leggen, maar Rahul Gupta gebruikt ze ook om de drugsepidemie te verklaren. Gupta is het hoofd van de gezondheidsdiensten in de staat. Het begon met pillen. 'Jarenlang werden er massa's pijnstillers gestuurd naar gemeenschappen die met andere problemen worstelden', vertelt ze. 'Begin de jaren 2000 had ik zelf een artsenpraktijk. Vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie minimaliseerden toen de kans op verslaving. Ze zegden dingen als: de pillen die op langere termijn werken, zijn minder verslavend. Veel dokters geloofden echt dat die opioïde pijnstillers veilig waren.' Tegelijkertijd veranderde in de samenleving de houding tegenover pijn. Pijn werd ineens iets wat onder alle omstandigheden en in alle gradaties als slecht werd beschouwd. 'Iedereen ging mee in dat verhaal: de dokters, de apotheken, maar ook de regulerende en controlerende instanties. Dokters waren bang voor repercussies als ze pijn niet afdoende bestreden.' Het grote kanon werd bovengehaald. Ze begonnen pillen voor te schrijven die eigenlijk bedoeld waren voor gevallen van terminale kanker. Er was ook een derde factor. De pillen kwamen terecht op plaatsen met veel reële, fysieke pijn. Mijnwerkers verwonden zich, houthakkers ook. Er waren niet veel redenen om te twijfelen aan de ernst van de blessures. Alleen: wat de industrie had verteld, bleek fout. De pillen, die onder merknamen als Hydrocodone en OxyContin werden verkocht, waren wel degelijk enorm verslavend. Toen de kolenindustrie vanaf het midden van de jaren 2000 massaal mensen ontsloeg, werden die pillen voor velen een makkelijke manier om aan de realiteit te ontsnappen. 'Ze waren echt overal. Kinderen vonden ze zo in het medicijnkastje van hun ouders.' En op alle niveaus werd vals gespeeld. De farmaceutische bedrijven leverden krankzinnige hoeveelheden aan. Eén leverancier dropte in een periode van twee jaar 9 miljoen pijnpillen in een dorp met 392 inwoners: Kermit. Mensen kwamen van heinde en ver om daar hun voorschriften te verzilveren. Sommige artsen (intussen veroordeeld, of gevlucht, een dokter uit Williamson heeft volgens de burgermeester een eiland in de Cariben gekocht met haar winst) schreven krankzinnige hoeveelheden pillen voor. Sommige apotheken deelden gratis popcorn en frisdrank uit aan de wachtenden. Sommigen patiënten versjacherden hun pillen. Later, toen er wel restricties op het voorschrijfgedrag kwamen, werden de pillen vervangen door goedkopere heroïne, en door synthetisch spul dat met heroïne wordt vermengd en dat heel makkelijk tot een overdosis leidt. De heroïne komt voornamelijk uit Mexico, de synthetische producten vooral uit China. Gupta gaat ervan uit dat het dieptepunt van de drugscrisis in West-Virginia nog altijd niet bereikt is. De verslavingsgolf is moeilijk te bestrijden omdat de werkgelegenheid over de hele staat gemeten niet drastisch beter wordt en de wanhoop zeker niet meteen verdwijnt. Gilbert is ook zo'n mijnwerkersplaatsje waar met pillen werd gestrooid. Over een periode van zes jaar werden er 12.794 pijnpillen per inwoner verkocht, baby's inbegrepen. Terry Hatfield staat er aan het gebouw van de mijnwerkersvakbond te lummelen. Het kantoor is gesloten, zoals meestal - de vakbond is uit de meeste mijnen gewerkt. De eigenaars geven dezelfde voordelen aan niet-gesyndiceerden en veel mijnwerkers kiezen ervoor om te besparen op de vakbondsbijdrage. Maar Terry, die gepensioneerd is, zoekt gewoon iemand om mee te praten. Het gaat niet zo goed met hem. Hij toont het litteken van de kogel die hem in Vietnam heeft geraakt. Nadat hij in 1967 terugkeerde van die oorlog begon hij meteen in een mijn te werken. Hij hield het vol tot 2003, toen hij met spoed een viervoudige overbrugging kreeg. Hij heeft bovendien graad 3 van stoflong, zegt hij, plus rugklachten. Maar dat alles is niet de bron van zijn ongemak. 'Mijn echtgenote had kanker. Ik had haar altijd proberen te verzorgen, maar met mijn hartprobleem was ik ineens de patiënt en probeerde ze mij te bemoederen. Ik kon het niet hebben. Ik zei tegen haar: 'I ain't black, and I ain't your slave' ('Ik ben niet zwart en ik ben jouw slaaf niet'). Dat was het einde. Uiteindelijk heeft zij de echtscheidingsprocedure in gang gezet, niet ik. Sindsdien ben ik alleen. Ze ligt nu op sterven, nog altijd met kanker. Ze was de enige vrouw die er voor mij toe deed.' Hij zwijgt even. Dan: 'Ik ben gelovig. Ik bid veel. God zegt mij dingen. Hij zei me dat ik op Trump moest stemmen, zulke dingen. Maar nu zegt Hij niets.'