Sinds 2001 hebben Belgische soldaten in Afghanistan haast onafgebroken meegestreden tegen het terrorisme. Die strijd was onvermijdelijk na de talrijke bloedige aanslagen. Mede dankzij de bijdrage van kleine landen als het onze werd Al-Qaeda grotendeels verslagen in het onherbergzame Centraal-Aziatische schuiloord. Nu is het moment gekomen om strategisch na te denken over de toekomst en over welke rol we nog kunnen spelen in Afghanistan, zeker omdat er ook dichter bij huis urgente taken wachten.
...

Sinds 2001 hebben Belgische soldaten in Afghanistan haast onafgebroken meegestreden tegen het terrorisme. Die strijd was onvermijdelijk na de talrijke bloedige aanslagen. Mede dankzij de bijdrage van kleine landen als het onze werd Al-Qaeda grotendeels verslagen in het onherbergzame Centraal-Aziatische schuiloord. Nu is het moment gekomen om strategisch na te denken over de toekomst en over welke rol we nog kunnen spelen in Afghanistan, zeker omdat er ook dichter bij huis urgente taken wachten. Oorspronkelijk was de operatie in Afghanistan een wraakactie van de westerse wereld tegen Al-Qaeda. Nadat de Verenigde Staten op '9/11' in het hart werden getroffen, kon die niet uitblijven. De aanslagen in de daaropvolgende jaren, bijvoorbeeld in Londen en Madrid, moedigden de internationale coalitie verder aan in die campagne. Tezelfdertijd veranderde de aard van de operatie: van een gerichte actie tegen Al-Qaeda tot een veel ambitieuzere poging om te voorkomen dat Afghanistan ooit nog een schuiloord van terroristen zou worden. Daarvoor moesten we de taliban terugdringen, de stammensamenleving transformeren in een gecentraliseerde staat en economische alternatieven bieden voor de drugs- en wapenhandel waar die stammen op teerden. Die ambitieuzere campagne voor een stabiele staat draaide uit op een mislukking. De Afghaanse parlementsverkiezingen een goede maand geleden mogen dan onverwacht veel volk op de been hebben gebracht, ze hebben vooral de etnische verdeeldheid van het land bevestigd en talrijke oorlogsheren een democratisch jasje aangemeten. Het centrale gezag in Afghanistan bestaat nog steeds alleen bij gratie van de internationale gemeenschap, en dan nog verliest het terrein. Nooit in de voorbije tien jaar vielen er zo veel slachtoffers door geweld. Nooit in de voorbije tien jaar wonnen de taliban zo snel terrein. En nooit in de voorbije jaren waren de economische ontbering, de armoede en de ondervoeding zo wijdverspreid. Economisch gaan de Afghanen er niet op vooruit maar op achteruit. Het gevolg: de bevolking schakelt weer massaal over op de teelt van papaver, de plant waarvan heroïne wordt gemaakt. Ook de hele regio rond Afghanistan is complexer geworden. In Pakistan heeft de nieuwe eerste minister Imran Khan zijn lot verbonden aan het leger en de grootste inlichtingendienst, de ISI, die de taliban zien als bondgenoot. Ook Rusland en Iran zijn de laatste jaren nauwer gaan samenwerken met de taliban: deels omdat ze de macht van de taliban als een certitude zien en deels omdat ze de Amerikanen zo een pad in de korf kunnen zetten. De Chinezen doen wat ze in conflictsituaties meestal doen: praten met zowel de regering als de oppositie, ondertussen hun economische belangen behartigen en er in dit geval over waken dat Chinese moslims geen voet aan de grond krijgen in de grensprovincie Badakhshan. Kortom, ook diplomatiek hebben de taliban de wind in de zeilen. De nieuwe Amerikaanse bevelhebber, generaal Scott Miller, blaast ondertussen koud en warm. Hij beloofde een meer offensieve strategie, maar opperde ook dat een militaire overwinning op de taliban onwaarschijnlijk is. Er bevinden zich nog steeds zo'n 15.000 Amerikaanse soldaten in Afghanistan en het doel van hun aanwezigheid is onduidelijk: verdere offers zonder wezenlijke vooruitgang zal het aanzien van de Amerikaanse macht alleen maar schade berokkenen. En in de regionale machtspolitiek is Afghanistan de duurst mogelijke optie om de Chinezen in te dijken. En dus wordt er opnieuw met de taliban onderhandeld. Er rest de Amerikanen eigenlijk maar één optie: toegeven. De macht van de taliban erkennen, op korte termijn minstens de illusie scheppen dat het niet nog slechter gaat en zich vervolgens terugtrekken. Wat de Amerikanen ook van plan zijn, het is belangrijk dat ook wij nadenken over onze aanwezigheid, zeker na de recente beslissing om opnieuw troepen te sturen. Onze militairen hebben een wezenlijke bijdrage geleverd, maar het wordt moeilijk die vol te houden zonder duidelijkheid over de toekomstplannen en zonder daarvoor een prijs te betalen in andere gebieden, zoals het Midden-Oosten of Afrika. Een exit uit Afghanistan leidt sowieso tot een machtsvacuüm waar de taliban van zullen profiteren, maar met beperkte middelen staan we voor de keuze: een riskant machtsvacuüm ver van huis of een nog gevaarlijker machtsvacuüm dichter bij huis.