De Belgische benadering van de coronacrisis krijgt lof uit het buitenland. Daar is één factor in ruime mate verantwoordelijk voor: het naar politieke normen minder grote ego van tussentijds premier Sophie Wilmès (MR). Daardoor volgt zij meer dan andere politici het advies van wetenschappers. Ze laat hen ook het leeuwendeel van de communicatie over de crisis verzorgen. Dat wekt vertrouwen, zeker omdat professoren als Marc Van Ranst, Steven Van Gucht en Pierre Van Damme rust en degelijkheid uitstralen.
...

De Belgische benadering van de coronacrisis krijgt lof uit het buitenland. Daar is één factor in ruime mate verantwoordelijk voor: het naar politieke normen minder grote ego van tussentijds premier Sophie Wilmès (MR). Daardoor volgt zij meer dan andere politici het advies van wetenschappers. Ze laat hen ook het leeuwendeel van de communicatie over de crisis verzorgen. Dat wekt vertrouwen, zeker omdat professoren als Marc Van Ranst, Steven Van Gucht en Pierre Van Damme rust en degelijkheid uitstralen. Het was mooi om te zien hoe wetenschappers Pieter De Crem (CD&V), federaal minister van Binnenlandse Zaken, terugfloten rond de afstand die we nog mogen afleggen per fiets. Volgens hen is het nuttig dat mensen blijven bewegen, zolang ze maar voldoende afstand houden tot elkaar. Dat politici in de Nationale Veiligheidsraad lang debatteerden over het sluiten van kapperszaken, bleek dan weer terug te voeren tot twee excellenties die bezorgd waren om hun haardos. Ook in die zaak wonnen de wetenschap en het gezond verstand. In het buitenland ligt het dikwijls anders. Politici als Mark Rutte in Nederland, de ondertussen besmette Boris Johnson in het Verenigd Koninkrijk en Donald Trump in de Verenigde Staten negeren soms de adviezen van hun experts. Rutte en Johnson verschuilden zich een tijdje achter het concept 'groepsimmuniteit', dat vooral een economisch argument is: je grijpt zo weinig mogelijk in om de economie te sparen en laat tegelijk zo veel mogelijk mensen de besmetting oplopen, waardoor je land zichzelf immuniseert tegen de ziekte. Die strategie bleek een te hoge tol te eisen. De ene politicus heeft het moeilijker dan de andere om de economie los te laten ten voordele van de volksgezondheid. In de VS worstelen wetenschappers om greep te krijgen op het ongeleide projectiel Trump. Zeker omdat de president in verkiezingsmodus zit. Cynici wijzen erop dat de problemen het grootst zijn in Washington en in New York, waaruit hallucinante verhalen komen van falende gezondheidszorg. Beide staten hebben een Democratische gouverneur. De Republikein Trump haalt zijn kiezers vooral op het platteland, waar minder mensen last zullen hebben van het coronavirus. In deze crisis zal meer dan ooit gepokerd worden met mensenlevens. Het virus zal in korte tijd veel meer slachtoffers maken dan het wereldterrorisme ooit veroorzaakt heeft. De uitgever van het Amerikaanse wetenschappelijke topvakblad Science, Holden Thorp, was in een commentaarstuk ongemeen scherp voor zijn president. Het Witte Huis had een vijftigkoppige taskforce om het risico op pandemieën te evalueren, maar niet lang na zijn aantreden als president ontsloeg Trump het team. Hij had wél het plan om een taskforce tegen vaccinatie op te zetten. Nu roept hij geregeld dat hij snel een vaccin tegen het coronavirus wil. 'Blijkbaar denkt hij dat het wel zal lukken als hij het maar genoeg herhaalt', merkte Holden schamper op - het duurt doorgaans anderhalf jaar voor er een werkzaam vaccin op de markt is. Trump wilde ook dat de Amerikaanse tegenhanger van Marc Van Ranst, immunoloog Anthony Fauci, zijn publieke verklaringen eerst door het Witte Huis zou laten controleren. 'Terwijl wetenschappers feiten over de epidemie proberen te brengen, houdt Trumps regering die ofwel tegen, ofwel probeert ze de feiten te counteren met tegenstrijdige opinies', ging Holden voort. En dat voor een president 'die ontkent dat evolutie bestaat, dat er een klimaatopwarming is en dat roken gevaarlijk is voor de gezondheid'. Trump blijft ook uitbazuinen dat zijn regering het virus onder controle heeft, wat een gevaarlijke boodschap is. Ze creëert een vals gevoel van veiligheid onder een bevolking die pas aan het begin van een ernstige crisis staat. De wetenschappelijke rapporten liegen er niet om. Op 16 maart publiceerde de Britse wetenschapper Neil Ferguson, een wereldexpert in het modelleren van virusuitbraken, met een groot aantal collega's een rapport - het negende sinds 17 januari - waarin ze proberen te voorspellen hoe erg de uitbraak van het coronavirus zal worden. Ze focusten uiteraard vooral op de situatie in het Verenigd Koninkrijk. Zonder ingrijpen van de overheid zou het virus daar in enkele maanden tijd 80 procent van de bevolking besmetten. Tegen midden april zouden alle bedden op de intensievezorgafdelingen van de ziekenhuizen vol liggen, en tegen het einde van de zomer zou een half miljoen mensen gestorven zijn. De Britse wetenschappers hadden ook cijfers voor de VS. Die zijn huiveringwekkend. Zonder maatregelen zou dat land afstevenen op 2,2 miljoen doden op het einde van de zomer, met een maximum van 55.000 per dag half juni. Dat is zonder de mensen gerekend die bijvoorbeeld sterven aan een hartaanval omdat ze niet op tijd behandeld worden door de overbelasting van ziekenhuizen. Met lockdownmaatregelen, zoals de sluiting van scholen en niet-essentiële bedrijven en de verplichting om permanent afstand tot elkaar te houden, zouden in de VS nog altijd 1 miljoen mensen sterven - dat zijn meer doden in enkele maanden tijd dan in de hele Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) en de twee wereldoorlogen samen. Tegen de zomer zou de uitbraak dan min of meer onder controle zijn. Het risico bestaat wel dat het virus in de herfst aan een tweede shift begint, die erger kan zijn dan de eerste. Dat scenario is ook bij ons mogelijk. De Britse wetenschappers updaten hun cijfers regelmatig. Op 26 maart concludeerden ze in hun twaalfde rapport dat covid-19 tegen eind 2020 in het best mogelijke scenario, met hyperefficiënte maatregelen, wereldwijd 1,9 miljoen doden gemaakt zal hebben. In het slechtst denkbare scenario zijn dat er 40,6 miljoen. Wereldwijd zouden dan liefst 7 miljard mensen besmet zijn, of vrijwel de hele wereldbevolking. Een vermindering van de sociale contacten met 60 procent voor bejaarden en met 40 procent voor anderen zou tot 20 miljoen doden leiden. Het rapport wordt wel bekritiseerd, omdat het een vrij hoge virale besmettelijkheid hanteert van drie nieuwe besmettingen per besmette mens - in de realiteit ligt dat aantal waarschijnlijk lager. Maar het blijven ontnuchterende cijfers. Ze zijn van het niveau van de Spaanse griep, die vlak na de Eerste Wereldoorlog een ravage aanrichtte onder sterk verzwakte mensen, maar dan zonder de medische voorzieningen van nu. Niet alle rapporten komen tot zulke dramatische conclusies - voorspellingen zijn notoir gevoelig voor de basisfactoren waar ze van uitgaan. De Nederlandse website NEMO Kennislink bracht onder de titel 'Relativerend rekenen aan covid-19' een eigen analyse. Volgens haar 'zwartste scenario' zouden zonder maatregelen 70.000 Nederlanders aan het virus overlijden, 'een ramp zoals Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer heeft meegemaakt'. Maar het rapport nuanceert meteen. Het stelt dat er in Nederland elk jaar 150.000 mensen op 'natuurlijke wijze' overlijden, volgens min of meer dezelfde leeftijdsverdeling als bij covid-19: hoe ouder, hoe kwetsbaarder. Het coronavirus zou dan dit jaar 'een toename met iets minder dan de helft van de natuurlijke sterfte' veroorzaken, waarna het uitgewoed zou zijn. De volgende jaren zou er dan een lagere natuurlijke sterfte zijn, gezien de hogere sterfte onder ouderen en zwakkeren in 2020. En dat is het zwartste scenario, zonder maatschappelijke ingrepen. Het rapport besluit dat het met covid-19 al bij al nog zal meevallen, zeker vergeleken met bijvoorbeeld het aidsvirus, dat vooral jongere mensen treft in de fleur van hun (seksuele) bestaan. De Britse rapporten komen tot heel andere besluiten. Ze veroorzaakten vooral deining door de conclusie dat er in het Verenigd Koninkrijk toch nog honderdduizenden doden zouden vallen door de halfslachtige maatregelen die de overheid aanvankelijk nam - bars, restaurants en scholen bleven langer open dan op het continent. De enige efficiënte oplossing is massaal mensen screenen, zeker als ze tot een risicogroep behoren, en mensen met het virus isoleren. Dat wil ook België. Met de huidige maatregelen vermijden we niet alleen dat onze ziekenhuizen overbelast raken - wat in Noord-Italië met zijn nochtans excellente gezondheidszorg zo'n ravage veroorzaakt. Het geeft ons ook de tijd om betrouwbare sneltests te ontwikkelen. Daarmee kunnen we overgaan naar de aanpak die in Duitsland zo efficiënt is: daar worden een half miljoen mensen per week getest en blijft het aantal doden beperkt. Dezelfde aanpak is succesvol geweest in Aziatische landen als Singapore en Taiwan. Massaal testen impliceert dat je positief geteste mensen veertien dagen in absolute afzondering plaatst. Volgens een analyse in het vakblad Annals of Internal Medicine vertoont amper 1 procent van de betrokkenen achteraf nog sporen van het virus. In landen als China en Zuid-Korea werd die maatregel gekoppeld aan een systeem om positief geteste mensen snel op te sporen en te isoleren, onder meer door hun telefoon te tracken - een aanpak die vragen oproept over privacy en andere mensenrechten. Ook wie recent contact met hen had, wordt opgespoord en getest. China had van meet af aan een achterstand, omdat de pandemie daar begonnen is en men pas na een maand besefte dat er een probleem was. Aanvankelijk ontkenden de autoriteiten de feiten bovendien. Maar de Chinezen zetten de grote middelen in en sloten 60 miljoen mensen op in hun woning, met sociale controle door wijkcomités en gebouwverantwoordelijken. De maatregelen worden nu geleidelijk versoepeld, en het land is klaar om een eventuele nieuwe uitbraak via massale tests aan te pakken. De noodzaak om bijvoorbeeld scholen en bedrijven te sluiten wordt dan minder groot, omdat er minder besmettingen circuleren. Dat lijkt met voorsprong de beste strategie, zeker omdat het de economie opnieuw naar adem laat happen. De interactie tussen een bevolking en haar leiders is cruciaal in dit verhaal. Een van de eerste analyses van de uitbraak in het medisch vakblad The Lancet wees er al op: om het virus te counteren, moet je individueel gedrag kunnen sturen. Dat leidde tot bizarre vaststellingen. In de VS en Spanje, bijvoorbeeld, was het minder vanzelfsprekend om religieuze diensten te verbieden dan in Koeweit en Saudi-Arabië, waar snel opgeroepen werd om thuis te bidden. In Iran werkte dat niet. Het wantrouwen tegenover machthebbers is er zo groot dat religieuze hoogwaardigheidsbekleders de heilige schrijnen weigerden te sluiten. Iran is vandaag niet toevallig een van de ergst getroffen landen. In West-Europa zitten de meeste landen op een traject vergelijkbaar met het onze. In Italië en Spanje, waar het virus extreem hard toeslaat, zijn de maatregelen strenger en zullen ze waarschijnlijk ook langer van kracht zijn. Het heeft vrij lang geduurd voor de Zuid-Europese bevolking, die niet gemakkelijk aan regels te binden is, ze opvolgde. Frankrijk reageerde relatief snel en krachtig, ongetwijfeld gevoed door de angst voor wat in die buurlanden gebeurt. Zweden beroept zich op de grote burgerzin van zijn inwoners om uitsluitend vrijwillige maatregelen te nemen, in tegenstelling tot zijn buurlanden - Scandinavië blijft voorlopig gevrijwaard van echte problemen. Wat zal er in Afrika gebeuren? Dat is een open vraag. De gezondheidszorg is daar een lachertje, bij gebrek aan water is regelmatig de handen wassen er moeilijk, en afstand bewaren is zo goed als uitgesloten - 94 procent van de stadsbevolking leeft er in sloppenwijken. Voorlopig blijft de problematiek er, vreemd genoeg, bescheiden. De overwegend jonge bevolking kan in het voordeel van het continent spelen - jonge mensen hebben veel minder last van het virus. Sinds kort circuleren er solide cijfers over de effecten van de maatregelen. Per dag dat een overheid niet krachtdadig optreedt, zo blijkt uit berekeningen op de nieuwssite Medium, worden 40 procent meer mensen ziek. Het aantal extra doden zou nog hoger dan 40 procent kunnen liggen, omdat je rekening moet houden met overwoekerd rakende gezondheidsinstellingen. Snel handelen is aangewezen. Een andere analyse gaat uit van 800 besmettingen per covid-19-sterfgeval. Zo probeert men zicht te krijgen op het daadwerkelijke aantal besmette mensen - zolang er niet massaal getest wordt, blijft dat koffiedik kijken. Als je die analyse toepast op de Belgische cijfers van zaterdag 28 maart, met tot die dag een totaal van 353 coronadoden, krijg je 282.400 besmette Belgen. Officieel waren er zaterdag maar 9134 besmettingen geregistreerd. Het is bekend dat 80 procent van de besmette mensen amper iets merkt van zijn infectie. In het algemeen kunnen landen die snel optreden het aantal coronadoden met een factor 10 verminderen. Maar het geschikte moment om in te grijpen hangt ook van psychologische factoren af. Zo moet je absoluut vermijden dat te veel werknemers uit cruciale economische sectoren, zoals gezondheidszorg en voedselvoorziening, ziek thuisblijven - het systeem moet blijven draaien, anders ontstaat er paniek. Het spookbeeld van plunderingen duikt her en der al op. Hamsteren is een schoolvoorbeeld van een paniekreactie met vooral averechtse effecten. Volgens een verslag in New Scientist proberen mensen met paniekaankopen de situatie onder controle te krijgen - volle rekken toiletpapier in je huis geven een geruststellend gevoel. Mondmaskers dragen op straat geeft dat ook, maar kan contraproductief zijn: wie zo'n masker draagt, gaat meer aan zijn gezicht prutsen, wat een besmetting net kan bevorderen. Je gaat ook meer in interactie, omdat je een vals gevoel van veiligheid hebt. Finaal proberen overheden de factor 'sociale vermoeidheid' in te calculeren. In het begin van een crisis blijft iedereen braaf thuis en worden de regels goed gevolgd. Na verloop van tijd begint de stress door te wegen en willen mensen weer naar het leven dat ze missen, files inbegrepen. Dan gaat de weerstand tegen maatregelen groeien. Analisten proberen de start van een lockdown zo goed mogelijk te timen. Je mag er niet te laat mee beginnen, en je moet mensen ook binnen kunnen houden tot de crisis over haar hoogtepunt is. Als het te lang duurt, werkt het niet goed meer (tenzij je in een dictatuur leeft). Onze wetenschappers proberen een realistisch toekomstbeeld te geven. Ze doen dat mondjesmaat. Er wordt nu gesuggereerd dat na de paasvakantie de eerste maatregelen teruggeschroefd kunnen worden - zie het debat over het al dan niet heropenen van de scholen, iets waar de wetenschap geen sluitend advies over kan geven. Aan de andere kant zegt Marc Van Ranst dat het virus nog een jaar ons leven zal beheersen, maar dan in een context van testen en isoleren in plaats van een lockdown. Zijn Duitse evenknie heeft zich al laten ontvallen dat we mogelijk maatregelen moeten blijven nemen tot er een werkzaam vaccin is. En dat kan, zo weten we al, nog meer dan een jaar duren.