Vijf jaar heeft Bart Demyttenaere over Mijn Congo gedaan. Uitzonderlijk lang voor een veelschrijver die in twee decennia meer dan 40 titels publiceerde, zowel kinder- en jeugdboeken als romans en theaterteksten. Bekend werd hij met zijn non-fictiewerk, onder andere over zelfmoord bij jongeren, armoede in België en de bedienaren van de Katholieke Kerk. In zijn jongste boek schetst hij in ruim 400 pagina's de kroniek van zijn eigen familie die nauw verweven is met de geschiedenis van Congo.

Demyttenaere werd in 1963 in Kalemie geboren, in Oost-Congo, waar zijn vader vier jaar eerder als agent voor het katoenbedrijf Cotonco aan de slag was gegaan. De chaos in Noord-Katanga dwong het gezin al in 1964 definitief naar België terug te keren, maar Demyttenaere had de microbe te pakken. Als pas afgestudeerd onderwijzer trok hij in 1986 naar het Zaïre van de toen nog oppermachtige president Mobutu. Ook dat verblijf eindigde met een gedwongen terugkeer, toen het bloedbad aan de universiteit van Lubumbashi in 1990 een diplomatieke breuk tussen België en Zaïre uitlokte.

Bart Demyttenaere

  • Geboren in Kalemie, 1963
  • groeit op in Beringen,
  • lerarenopleiding
  • 1986-1990: onderwijzer in Congo
  • 1995: debuteert als kinderauteur
  • 2000: vestigt reputatie als non-fictie auteur met boek over zelfmoord in Vlaanderen en Nederland
  • 2007-2009: trilogie over de Kerk die hem tot in de archieven van de Vaticaanse curie brengt

Koloniale nostalgie en anekdotiek liggen op de loer bij dit soort familieverhalen. Gelukkig weet Demyttenaere -- dit najaar te zien als getuige in het Canvas-programma De Kinderen van de Kolonie -- die val te ontwijken door een actuele bocht te nemen. De reizen die hij vorig jaar door Oost-Congo maakte, leverden niet alleen sporen van zijn familieverleden op. De auteur keerde terug met een onthutsend beeld van een land dat gevangen lijkt in een bodemloze, neerwaartse spiraal.

Waarom is dit boek er nu pas gekomen?

Bart Demyttenaere: Ik liep er al lang mee rond, maar vond niet de juiste insteek. Die kreeg ik toen een lezer me attent maakte op een intrigerend detail in een boek over de pioniers van het Belgische kolonialisme. Er werd melding gemaakt van Michaël-Eugenius Demyttenaere, een verwant van mijn grootvader die als kapitein ter lange omvaart in opdracht van Leopold II werkte. Stel je voor, hij heeft Stanley bevoorraad tijdens zijn exploratie van het Congo-bekken. Zo is het begonnen, ik ben meteen in de archieven gedoken. Voor de periode rond de Congolese onafhankelijkheid kon ik terugvallen op mijn vader. Die is al 86, maar heeft een ijzersterk geheugen. Iedere sessie werd voorbereid met kaarten, documenten en foto's, hij wilde zeker zijn dat alle namen en data klopten. Het schrijfproces heeft ons dichter bij elkaar gebracht, want we hadden geen goede verstandhouding. Dat heeft ten dele met Congo te maken.

Ik heb in Bunia de beste tijd van mijn leven gekend, paradijselijke jaren.

Hoezo?

Demyttenaere: Mijn vader is dik tegen zijn zin uit Congo teruggekeerd en heeft in België nooit meer zijn draai gevonden. Dat woog op de sfeer thuis, ik kan niet zeggen dat ik uit een warm nest kom. Mede daarom kon ik na mijn studies niet snel genoeg naar Congo vertrekken. Ik heb er zelf de beste tijd van mijn leven gekend, vooral de jaren in Bunia waren paradijselijk. Ik gaf les aan een mini-klasje met vijf kinderen van verschillende leeftijden. Op een moment had ik een baby-chimpansee geadopteerd, die nam ik mee naar school. Zalige herinneringen.

Dat paradijs werd geregeerd door een wrede dictator. Drong het Mobutisme door tot in Bunia?

Demyttenaere: Reken maar. Economisch was Zaïre al diep weggezakt in een moeras van wanbeleid, corruptie en hyperinflatie, maar Mobutu stond nog op het toppunt van zijn macht. Zelfs onder Europeanen werd op fluistertoon gesproken, want achter iedere boom kon een informant staan. Een keer ben ik bang geweest, toen ik ongewild de vlaggengroet van een lagere school had verstoord. Een belediging voor het Zaïrese volk en zijn leider, aldus de militair die ermee dreigde me stante pede het land uit te zetten. Uiteindelijk is het met een bundel zaïres opgelost, zoals steeds. Corruptie hoorde bij het leven, daar kon je ook als Europeaan niet buiten. Militairen en ambtenaren werden niet of nauwelijks betaald, ze hadden geen andere keuze dan via afpersing en corruptie in hun levensonderhoud te voorzien. Vanaf 1990 is Mobutu's positie toch gaan wankelen, niet toevallig na de val van het IJzeren Gordijn. Vanaf dan was hij voor het Westen niet langer onmisbaar als bondgenoot. Ik woonde in Lubumbashi toen hij in zijn legendarische televisiespeech het einde van de eenpartijstaat aankondigde. 'Comprenez mon émotion', die zinsnede behoort tot het collectief geheugen van Congo.

De democratisering verzandde in een chaotische periode van straatprotest, plundering en keiharde repressie. Dieptepunt was het bloedbad aan de universiteit van Lubumbashi waarbij op 11 en 12 mei 1990 tientallen studenten door Mobutu's elitetroepen zouden zijn vermoord. Ik gebruik bewust de voorwaardelijke wijze, want u trekt die versie in twijfel. Op welke gronden?

Demyttenaere: Voor alle duidelijkheid: ik was geen ooggetuige. Tijdens de bewuste nacht was ik nietsvermoedend in de weer met het theatergezelschap dat ik in Lubumbashi had opgericht. Enkele dagen nadien is de Belgische consul-generaal op school komen vertellen dat er 80 doden waren gevallen. Vorig jaar echter sprak ik een Belgische leraar die met zijn Congolese vrouw al tien jaar in Lubumbashi woont. Volgens hem zijn er die nacht geen tientallen maar welgeteld één dode gevallen, een cijfer dat mij door verschillende oudere Congolezen werd bevestigd. Mijn hypothese: België, gevolgd door Frankrijk en de VS, heeft dat incident opgeklopt om te breken met een marionet die zijn nut had verloren. Mensenrechten die primeerden boven economische belangen? Puur opportunisme, in de eerste dertig jaar na de onafhankelijkheid was het altijd andersom. Voor mij waren de gevolgen ingrijpend. Omdat alle coöperanten werden teruggeroepen, liep de school leeg en zat er niks anders op dan ook maar naar België terug te keren. Zeer tegen mijn zin, net zoals mijn vader destijds.

In diezelfde passage neemt u het op voor Georges Forrest, de Belgisch-Congolese industrieel en mijntycoon wiens naam onvermijdelijk met het adjectief omstreden gepaard gaat. Waarom?

Demyttenaere: Ik wil een kwakkel uit de wereld helpen. Forrest werd onmiddellijk na het bloedbad van betrokkenheid beschuldigd. Hij zou de vrachtwagens hebben geleverd om de lijken naar een massagraf te voeren. Dat gerucht blijft hem achtervolgen, terwijl ik van al mijn bronnen in Lubumbashi vernam dat er niks van aan is. Met persoonlijke sympathie heeft het niks te maken. Ik heb Forrest nooit ontmoet, als onderwijzer stond ik daarvoor veel te laag in de pikorde van expats.

U keerde vorig jaar terug om research voor uw boek te doen. Schrok u van het land dat u na een afwezigheid van 27 jaar herontdekte?

Demyttenaere: Ja, de armoede en miserie zijn nog vele malen erger geworden. In de rand van mijn geboortestad Kalemie is een vluchtelingenkamp gegroeid. Toen ik het bezocht leefden er 3000 mensen en werden er dagelijks 15 bewoners begraven, vaak kinderen die stierven door ontbering en besmettelijke ziektes. Intussen telt dat kamp 90.000 vluchtelingen. Reken maar uit hoeveel doden er dagelijks vallen. Daar hoor je hier niets van, want onze media hebben nauwelijks belangstelling voor de verschrikkingen die zich in Congo afspelen. Ik heb geleurd met beelden die ik zelf had gemaakt na een slachtpartij in de buurt van Beni. Zonder resultaat, op een van de redacties kreeg ik als excuus te horen dat ze een week eerder al een item over Congo hadden gegeven. Ik word er moedeloos en een tikje cynisch van. Had ik beelden van een zeldzame baby-berggorilla aangeboden, dan hadden ze die wellicht wel getoond.

Toch was uw eerste indruk positief. Lubumbashi is onherkenbaar veranderd in een modelstad, een transformatie die u op het conto van Moïse Katumbi schrijft, de gewezen gouverneur van Katanga die nu als oppositieleider in ballingschap leeft. Supporter van Katumbi?

Demyttenaere: Ik was alleszins onder de indruk van zijn verwezenlijkingen in Lubumbashi. De wegen liggen er piekfijn bij, in het stadscentrum werden koloniale gebouwen opgeknapt en hypermoderne torens gebouwd. Helemaal paf stond ik toen bleek dat het huisvuil er wordt opgehaald. Du jamais vu in Congo. Ook buiten Lubumbashi heeft Katumbi de zaken in handen genomen, onder meer in Kalemie waar aan een rioolstelsel werd gebouwd. Helaas zijn veel van die noodzakelijke werkzaamheden stilgevallen met het verdwijnen van Katumbi.

Katumbi is gevlucht voor de Congolese justitie die hem wegens financiële malversaties heeft veroordeeld. Eigen schuld dikke bult?

Demyttenaere: Onzin, het gaat om een politieke afrekening. Natuurlijk heeft Katumbi het systeem voor eigen profijt gebruikt, dat doen alle Congolese politici. De ware reden voor zijn vervolging laat zich raden: Katumbi is in het hele oosten van Congo waanzinnig populair. Joseph Kabila beschouwt hem als een bedreiging, zeker omdat de president zelf in het oosten, de regio nota bene waar hij zelf vandaan komt, collectief wordt uitgespuwd. Daar stond ik van te kijken, hoe openlijk de mensen hun afkeer durven te tonen. Vooral op de sociale media viert de anti-Kabila-stemming hoogtij. Katumbi mocht dus onder geen beding deelnemen aan de presidentsverkiezingen. Een schande, al geloof ik anderzijds nooit dat die verkiezingen echt zullen plaatsvinden.

Heus? De verkiezingen zijn tot nader order gepland op 23 december. Kabila is geen kandidaat meer, maar stelt zijn vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken Emmanuel Ramazani Shadary als dauphin voor. Wat kan er nog misgaan?

Demyttenaere: Heel veel, zoals de verdeling en de werking van de stemcomputers. Wat een waanzin in een land zonder stroomvoorziening, met een kiespubliek dat nog nooit een computer van dichtbij heeft gezien. Maar volgens mij zullen die computers zelfs niet worden uitgepakt. Er komt een nieuw uitstel, met het eeuwige excuus dat er te veel geweld en chaos zijn om deugdelijke verkiezingen te organiseren. Dat geweld lokt het regime zelf uit. Zo heb ik met eigen ogen kunnen vaststellen toen ik Kongolo bezocht, een stad aan de oever van de Lualaba waar mijn vader enkele gelukkige jaren heeft doorgebracht. De hele streek wordt geteisterd door etnisch geweld. De Batwa, zeg maar de pygmeeën, worden door het leger bewapend en verplicht om Bantoe-dorpen aan te vallen. Weigeren is geen optie, want dan worden ze zelf door het leger vermoord. Ik sprak met geestelijken die het goed menen met de Batwa, een volk dat in Congo van oudsher wordt gediscrimineerd. Ze vrezen voor een genocide, want het spreekt voor zich dat de veel sterkere Bantoes wraak zullen nemen. Zo zijn er verschillende brandhaarden waarin het regime de hand heeft. In Congo vallen duizenden slachtoffers over wie we hier nooit iets vernemen. Het is een schande dat de internationale gemeenschap niet ingrijpt. België zou het voortouw moeten nemen. We hebben Congo eerst 80 jaar lang bezet en leeggeroofd, en daarna hebben we er alles aan gedaan om de stap naar onafhankelijkheid te doen mislukken. We staan in het krijt bij het Congolese volk.

Demyttenaere heeft een eigen ngo opgericht die twee scholen sponsort en boeken verzamelt voor bibliotheken in Goma en Bukavu.

Moet de Belgische regering excuses aanbieden en een schadevergoeding betalen? Die eis klinkt steeds luider, vooral onder Belgen met een Congolese achtergrond.

.

Demyttenaere: Daar ben ik geen voorstander van. Excuses met of zonder schadevergoeding, de kans is groot dat zo'n gebaar door het regime wordt gerecupereerd. Net wat je niet wil, want Kabila moet zo snel mogelijk weg. Er is een andere manier voor België om de Congolezen te helpen: hervat de rechtstreekse ontwikkelingshulp.

Die werd net bevroren om het regime in Kinshasa onder druk te zetten.

Demyttenaere: Dat weet ik, maar ik vind het even goed een verwerpelijke beslissing die niet het regime maar het volk treft. Zo wordt het daar ook ervaren. Waarom laat België ons in de steek, heb ik van tientallen Congolezen gehoord. Er zijn heel wat formules denkbaar om hulp te bieden zonder dat het geld door de handen van het regime passeert. We kunnen samenwerken met de Kerk, de enige oppositiestructuur die in het land echt functioneert. Of met ngo's, er zijn er genoeg die fantastisch werk leveren. Ik heb het dan over kleinschalige initiatieven, niet over allerlei filialen van de Verenigde Naties die de Congolezen vooral de ogen uitsteken met hun dure terreinwagens en vetbetaalde expats.

U haalt meermaals snoeihard uit naar de Monusco, de VN-troepenmacht die met 16.000 blauwhelmen de vrede in Congo moet bewaken. Is dat niet goedkoop? Zonder de Monusco zou de situatie nog veel benarder zijn.

Demyttenaere: Ik deel de ergernis van de Congolezen. In een grote stad zoals Goma draagt één op de twee auto's in het straatbeeld een VN-logo. Inwoners zien constant tankwagens met drinkwater naar de Monusco-kazernes rijden, terwijl er in de hele stad nauwelijks drinkbaar water beschikbaar is. In Kalemie heeft de Monusco de klok rond stroom. Dat kost de VN 1000 euro aan brandstof per dag om de generatoren te voeden, al 18 jaar lang. Had men dat geld in het netwerk geïnvesteerd, dan had de hele stad nu al lang elektriciteit. Het ergste vind ik dat ze hun eten en drank uit Zuid-Afrika laten invliegen, terwijl ze zich perfect bij de lokale boeren kunnen bevoorraden. Congolezen maken daar bittere grappen over. Blijkbaar worden er op geregelde tijdstippen meisjes uit Tanzania overgevlogen. Zelfs dat wordt ons niet gegund, klagen ze in Kalemie. Pas op, ik ben niet tegen de Monusco. Integendeel, ik vind dat haar mandaat drastisch moet worden uitgebreid. Nu mogen de blauwhelmen uitsluitend observeren en rapporteren, zonder in te grijpen. Geef ze een gespierd mandaat en wapens. De Monusco moet de vrede kunnen opleggen, ook als dat betekent dat ze het huidige regime omver moet werpen.

U heeft zelf een ngo opgericht. Wat doet de vzw Mijn Congo?

Demyttenaere: Heel wat. Ik sponsor twee scholen en zamel boeken in om bibliotheken in Goma en Bukavu te bevoorraden. Mijn voornaamste project is het ondersteunen van een groep jonge schrijvers en illustratoren in Goma. Dat idee is ontstaan nadat ik het Amani Festival had bezocht, het Dranouter-festival van de Kivu-streek. Er wordt niet alleen muziek gespeeld, er zijn allerlei standjes waar lokale artiesten hun werk presenteren. Zo leerde ik de mensen van El'Edition kennen, een soort uitgeverij opgericht door vier auteurs en een illustrator. Het klikte meteen tussen ons, schrijvers onder elkaar.

Wat moeten we ons bij een Congolese uitgeverij voorstellen?

Demyttenaere: Een totaal gebrek aan middelen, ze moeten roeien met de riemen die ze hebben. Boeken uitgeven in Congo is nog altijd een zaak van stencilmachines en kopieerapparaten. Uit sympathie heb ik van alle auteurs van El'Edition een gesigneerd exemplaar gekocht. Toen ik ze ging lezen, bleek dat ze verduiveld goed kunnen schrijven. Dat bracht de bal aan het rollen. Ik ben teruggereisd om met mijn nieuwe vrienden over een schrijfopdracht te brainstormen. De bedoeling is een bundel te publiceren, een verzameling verhalen en essays onder de werktitel 'Congo voor beginners'. Stel dat er echte vrede komt, is het fictieve uitgangspunt, wat moet een Europeaan dan weten over ons land voor hij op bezoek komt? De Nederlandse vertaling komt er gegarandeerd, maar nu ben ik nog op zoek naar partners om een Franstalige oplage van 500 exemplaren uit te brengen. Ik wil mijn Congolese vrienden de kans geven om een professioneel uitgegeven boek te maken. Met een grandioze presentatie erbovenop. Een positief initiatief, dat kunnen ze wel gebruiken.

Mijn Congo. een Familiegeschiedenis, Epo, 500 blz., 29,90 euro

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.