Het jaar is 2022. De Chinese president Xi Jinping brengt een staatsbezoek aan Nederland om de economische banden aan te halen, en wordt enthousiast ontvangen door premier Mark Rutte. Op de persconferentie achteraf neemt Xi plots het woord. 'Wij maken ons zorgen over het grove taalgebruik van bepaalde Nederlandse parlementsleden', vertelt hij de verzamelde pers. 'Wij geloven in harmonie binnen de samenleving en maken ons zorgen over hoe Nederland daarin presteert. Wij vernemen graag van premier Rutte wat hij daaraan plant te doen.'
...

Het jaar is 2022. De Chinese president Xi Jinping brengt een staatsbezoek aan Nederland om de economische banden aan te halen, en wordt enthousiast ontvangen door premier Mark Rutte. Op de persconferentie achteraf neemt Xi plots het woord. 'Wij maken ons zorgen over het grove taalgebruik van bepaalde Nederlandse parlementsleden', vertelt hij de verzamelde pers. 'Wij geloven in harmonie binnen de samenleving en maken ons zorgen over hoe Nederland daarin presteert. Wij vernemen graag van premier Rutte wat hij daaraan plant te doen.' Het scenario komt uit de koker van Haroon Sheikh, filosoof aan de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Het is een tafereel waar we maar beter aan wennen', vertelt hij, wanneer we aanschuiven voor een gesprek in het Amsterdamse Freedomlab, een denktank die strategisch advies biedt aan bedrijven die op koers willen blijven in een snel veranderende wereld. 'Bovendien zullen dergelijke opmerkingen niet enkel vanuit China komen. Ik kan me perfect voorstellen dat ook een Indiase leider ons binnenkort voor de voeten gooit dat het Westen spiritueel arm is. Of dat een Turkse leider ons vertelt dat we moeten ophouden met euthanasie toe te laten.' Als zoon van een Pakistaanse vader en een Surinaamse moeder heeft Sheikh een bijzonder perspectief. Hoewel hij geboren en getogen is in Nederland, is hij opgegroeid met een blik van buitenaf. En zijn conclusie is onverbiddelijk: het Westen is op zijn retour, en zal zich moeten aanpassen aan een wereld waarin de machtsbalans in steeds sneller tempo naar het Oosten overhelt. Haroon Sheikh: De voorbije 500 jaar was het Westen zo machtig dat het helemaal zelf de standaarden uitzette: wat zijn mensenrechten? Wat is goed bestuur? Hoe run je een economie? De rest van de wereld was verplicht om het Westen te volgen. Het Westen kon altijd zelf het perspectief bepalen. Op de wereldkaart ligt Europa letterlijk in het midden. Nu niet meer. Ziet u een sleutelmoment waarop het Westen zijn dominantie verloor? Sheikh: De financiële crisis in 2008. Het Westen, dat altijd deed alsof het als enige wist hoe je welvaart creëert en voor economische groei zorgt, maakte er toen een totale bende van. Dat heeft veel opkomende economieën doen concluderen dat hun economische plannen beter werken. Ze hebben gezien dat Europa er niet in slaagde om pijnlijke beslissingen te nemen. Landen als Maleisië, Zuid-Korea en Indonesië hebben tijdens de Oost-Aziëcrisis van 1998 op aanraden van het Westen strenge maatregelen uitgevaardigd om hun economie te vrijwaren. Ze hebben grote bedrijven failliet laten gaan, banken laten overnemen door het buitenland, grote opofferingen gevraagd van de bevolking. In Zuid-Korea heeft de regering de bevolking gevraagd om juwelen te laten omsmelten om de centrale bank te ondersteunen! Maar in 2008 slaagde het Westen er niet in om het nodige te doen. Hoe komt het dat het Westen niet langer in staat lijkt moeilijke beslissingen te nemen? Sheikh: De voorbije generaties in het Westen zijn in immense welvaart opgegroeid. Vandaag beseffen we dat onze kinderen het niet noodzakelijk beter zullen hebben. We zijn angstig geworden om te verliezen wat we hebben. Dat maakt ons conservatief, waardoor we minder geneigd zijn om risico's te nemen. We doen aan struisvogelgedrag: de kop in het zand, in plaats van de enorme uitdagingen aan te pakken. Staat het westerse model van liberale democratie onder druk? Sheikh: Zeker. We slagen er niet meer in om op de lange termijn te redeneren. Hoe komt dat? Sheikh: We zijn te snel afgeleid. We kijken gefascineerd naar Donald Trumps laatste scheldpartij, maar zijn belastinghervorming met gigantische belastingverlagingen voor de rijken passeert bijna geruisloos. Het is een breed maatschappelijk fenomeen: we zijn individualistischer geworden, te gefocust op het spectaculaire. Ook het belang van sociale media speelt daarin een rol. Sociale media zijn bijna overal ter wereld alomtegenwoordig. Waarom zouden ze dan enkel voor het Westen een achilleshiel zijn? Sheikh: Omdat sociale media in onze democratie veel meer invloed hebben op het beleid. Is dat wel zo? In China volgt de overheid nog nauwgezetter waarover Chinezen op sociale media klagen. Sheikh: Maar het zal zelden voorkomen dat een rel op de sociale media in China het beleid bepaalt. Internet wordt er veel meer afgeschermd. Accounts die te lastig doen worden verwijderd, en er is veel wetgeving die bepaalt dat je jezelf moet identificeren. Sinds kort krijgen Chinezen een rating voor hun gedrag op sociale media, die hen moet aanzetten om ook online goede burgers te zijn. Dat zorgt ervoor dat Chinezen codenamen gebruiken om hun leiders te kritiseren. Hu Jintao was bijvoorbeeld 'Teletubbie'. Xi Jinping is Winnie the Pooh. Doordat kritiek indirecter wordt geuit, kan het politieke centrum gemakkelijker op de lange termijn werken. Ziet u China in staat om een alternatief voor het westerse maatschappijmodel te formuleren? Sheikh: Absoluut. China is een beschaving die in relatieve isolatie is opgebouwd. Het heeft een eigen wereldbeeld, en eigen ideeën die het naarmate het aan invloed wint maar al te graag zal uitdragen. Tegelijk zie ik ook landen als Turkije, Iran of Rusland in staat om alternatieven voor het westerse model op te bouwen. Wat moet het Westen leren van andere maatschappijvormen? Sheikh: Eigenlijk niet zoveel. Er zijn grenzen aan wat beschavingen van elkaar kunnen leren. In de manier waarop maatschappijen zijn georganiseerd, zijn oude tradities bijzonder hardnekkig: hoe we samenwerken, welke idealen we nastreven. Ik geef het voorbeeld van Japan. Niemand vecht vandaag nog met een samoeraizwaard, maar de samoeraimentaliteit is er nog steeds springlevend. De manier waarop Japanners zich op het werk vol overgave wegcijferen, is een gevolg van die oude traditie. Je ziet het ook bij Japanse ministers die zelfmoord plegen omdat ze iets verkeerd hebben gedaan. Daarom denk ik dat staatsgeleid kapitalisme zoals het in China bestaat fundamenteel niet kan werken in het Westen. Ik vermoed dat we teruggaan naar de situatie van voor 1500: een wereld met verschillende beschavingsblokken zonder onderlinge hiërarchie. Chinezen, Indiërs, Europeanen en Arabieren kwamen elkaar nu en dan eens tegen langsheen de Zijderoute, maar vonden elkaar vooral rare snuiters. Hoe moet het Westen omgaan met het feit dat het aan invloed inboet? Sheikh: We hoeven landen als China of Rusland niet noodzakelijk gelijk te geven in de manier waarop zij naar de wereld kijken, maar we moeten minstens proberen te snappen waarom ze zich gedragen zoals ze doen. Ik erger me aan de eenzijdigheid in de berichtgeving over Rusland. We serveren dat land af, alleen maar omdat het geen liberale democratie is. We doen alsof er honderd miljoen gekken wonen in Rusland, terwijl hun keuze voor een sterke leider perfect logisch te verklaren is. Schiet de westerse diplomatie tekort? Sheikh: Absoluut. Er is te weinig aandacht voor de tradities van niet-westerse landen. De westerse diplomatie mist subtiliteit. Kijk naar hoe het Westen Syrië, Oekraïne en Libië heeft aangepakt. Het is ervan uitgegaan dat het simpelweg democratie kon brengen en dat de kous daarmee af zou zijn. Dat klopt toch niet? Het Westen heeft in Libië pas geïntervenieerd omdat het een massaslachting wilde voorkomen. En in Syrië heeft het in vergelijking met Rusland en Iran nauwelijks ingegrepen. Sheikh: Het Westen heeft in Syrië de fout gemaakt om eerst luid te roepen dat het president Assad absoluut weg wilde, zonder dat het bereid was om daar acties aan te verbinden. Hetzelfde zie je in Oekraïne: het Westen heeft de Oekraïners aangemoedigd om te democratiseren, maar het was niet bereid hen te blijven steunen toen Rusland onvermijdelijk reageerde en de Krim annexeerde. Democratie brengen in landen als Syrië en Oekraïne is op zich een nobel doel, maar het heeft enkel zin als we bereid zijn het risico te lopen om in dat conflict verstrikt te raken. Moet het Westen ophouden met mensenrechten te promoten? Sheikh: Verre van! Alleen moeten we leren om het anders aan te brengen. We moeten mensenrechten niet aanbieden als een gift aan onbeschaafde volkeren, we moeten op zoek naar lokale bronnen die op onze invulling van mensenrechten aansluiten. In het confucianisme zijn er hele goede bronnen om ook in China concepten als mensenrechten en democratie op te bouwen. Vrijheid en gelijkheid kun je perfect funderen door te refereren aan de islam. Je hebt tegenwoordig verschillende vormen van islamitisch liberalisme en feminisme die zich baseren op de Koran. We moeten af van het idee dat mensenrechten een exclusief concept van de westerse wereld zijn. Zijn mensenrechten universeel? Sheikh: Ze passen bij de conditie van de moderniteit. Een wereld die urbaan is, met een kapitalistische economie, waarin de geletterdheid groeit, brengt een maatschappij voort waar concepten als mensenrechten gemakkelijker ingang vinden. Een van de redenen waarom mensenrechten in zo veel landen gecontesteerd zijn, is net omdat we mensenrechten als een westers product in de markt zetten. Daardoor krijgen mensenrechtenactivisten in China of Turkije al snel het etiket landverrader, omdat mensenrechten als verwestersing worden gezien, en daar zijn die regimes uiterst beducht voor. Mensenrechten werken alleen als ze in de plaatselijke cultuur geworteld zijn. Verwacht u dan dat de moderne wereld gaandeweg de mensenrechten zal omarmen? Sheikh: Ja, maar niet noodzakelijk op de manier waarop de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ze formuleert. In China is nu een interessante discussie gaande over hoe zij die mensenrechten zouden kunnen herdefiniëren. Is het recht op politieke vrijheid belangrijker dan het recht om elke dag te eten te hebben? Als dat laatste belangrijker is, zo redeneren de Chinezen, doen zij veel meer voor de mensenrechten in Afrika dan Europa. Geloven Europese leiders nog steeds in de liberale democratie? Sheikh: In Oost-Europa alvast niet. In landen als Polen en Hongarije doen politieke leiders zelfs expliciet afstand van het liberale maatschappijmodel. We hebben geluk dat Duitsland de voorbije jaren zo stabiel is geweest. Angela Merkel is een leider die het expliciet opneemt voor de liberale democratie en daar ook politiek succes mee boekt. Heeft West-Europa Merkel nodig om zijn maatschappijmodel te handhaven? Sheikh: Dat denk ik wel. Onder Emmanuel Macron maakt Frankrijk een soort comeback, maar dat is toch veeleer een economische dynamiek. Sinds de financiële crisis is Duitsland de onbetwistbare leider van Europa. Sinds kort speelt het die rol ook op economisch vlak, door de banden met China aan te halen. Duitsland is Europa aan het heroriënteren. Stel dat Angela Merkel u morgen om strategisch advies vraagt. Wat adviseert u haar dan? Sheikh: Ik zou haar adviseren om de blik op de Euraziatische vlakte te richten. Dat betekent niet dat Europa van China nu plots zijn belangrijkste partner moet maken. Ik zou voorstellen om economische synergieën te creëren en op zoek te gaan naar complementaire partners. Ik denk spontaan aan het partnerschap dat India en Japan onlangs gesloten hebben. India is een grote groeiende markt met een tekort aan infrastructuur, terwijl Japan net een verzadigde markt is met veel industriële productie. Door intensief samen te werken, kunnen beide economieën elkaar decennialang voorzien van goederen. Ons economisch profiel verschilt niet erg van dat van Japan. Waarom zouden we dan geen verregaand partnerschap met India aangaan? De wereld zoals ik hem in de toekomst zie, lijkt op het concert des nations van de negentiende eeuw: een wereld van wisselende allianties, waarbij staten elkaar niet langer als vrienden of vijanden beschouwen, maar ergens tussenin hangen. Daar moeten we ons op voorbereiden. We kunnen Amerika niet meer alleen als een vriend beschouwen, en dus moeten we ervoor zorgen dat we ook zonder hen verder kunnen. Dat betekent dat we onze infrastructuur moeten inrichten vanuit het idee van omkeerbaarheid. Concreet: als we een oliepijpleiding naar Rusland bouwen, moeten we er ook een naar Algerije of Iran bouwen, zodat we voor onze strategische bevoorrading niet afhankelijk zijn van één land. Moet Europa de banden met Rusland aanhalen? Sheikh: We moeten begrijpen dat de relatie met Rusland fundamenteel verschilt van die met de VS. Rusland ligt ontzettend ver van Amerika en heeft geen middelen om druk op Amerika uit te oefenen. Voor ons ligt dat anders. Europa moet dus een ander Ruslandbeleid volgen, zodat we geen vijandige buur creëren. Wat betekent de komst van Trump voor de nieuwe wereldorde? Sheikh: Ik was in China op de dag dat Trump verkozen werd, en het viel me op hoe enorm opgelucht iedereen daar toen was. Was men in China niet bang voor de handelsoorlog die Trump beloofde te ontketenen? Sheikh: Ze waren in eerste instantie blij dat het Hillary Clinton niet was en Amerika dus geen assertief buitenlandbeleid zou gaan voeren. Natuurlijk keken ze niet per se uit naar een handelsoorlog. Maar tegelijk waren ze verheugd dat het Westen voortaan nooit meer zou kunnen beweren dat democratie de meest geschikte leiders voortbrengt. Waarom is dat een probleem voor hen? Sheikh: Omdat democratie zo'n typisch domein is waarop de westerse standaard geldt en China dus slecht overkomt. Ironisch genoeg heeft Trump voor een enorm gevoel van emancipatie gezorgd in China. Trump is een enorm geschenk voor China. Hij is uit het klimaatakkoord van Parijs gestapt, waardoor China nu het wereldleiderschap in duurzaamheid in de schoot krijgt geworpen. Zijn protectionistische maatregelen zorgen ervoor dat China de kampioen van vrijhandel en globalisering is geworden. Trump zoekt de confrontatie met andere landen en maakt overal brokken, terwijl China in zijn zog partnerschappen aanbiedt om economisch te profiteren. Verwacht u dat de strijd om de nieuwe wereldorde zal resulteren in militaire conflicten? Sheikh: De geschiedenis leert dat wereldmachten hun bevoorrechte positie nooit opgeven zonder militair conflict. Ik geloof ook niet in het argument dat onze economische verwevenheid een dergelijk conflict verhindert. Maar eigenlijk ben ik redelijk optimistisch. Landen zijn niet meer in een darwinistische overlevingsstrijd verwikkeld, zoals in het begin van de 20e eeuw. Anderzijds bouwt China zijn leger wel uit. Brengt dat een conflict sowieso niet dichterbij? Sheikh: Ik geloof daar niet in. Een professioneel leger stuurt zelden aan op agressie. Militaire agressie ontstaat wanneer militaire leiders politieke ambities krijgen, of wanneer politieke leiders militaire ambities krijgen. Bovendien heeft het leger in China nooit de legitimiteit gehad om het rijk te besturen. Dat was altijd voorbehouden aan de geleerde ambtenarij.Wanneer neemt China het wereldleiderschap over? Sheikh: O, het duurt zeker nog dertig jaar voor het daartoe in staat is. En het is in theorie nog steeds mogelijk dat Amerika zich herpakt en toch zijn dominantie kan behouden. Maar op dit moment is het zwaar aan de verliezende hand.