Van Gibraltar tot de Rode Zee en van de Rode Zee tot in Moermansk wordt Europa bijna volledig omgord door autoritaire regimes. Dat kunnen democratieën zijn met een oppermachtige president, zoals in Rusland of in Turkije, koninkrijken met invloedrijke vorsten zoals Jordanië en Marokko, of dictaturen zoals Syrië. Bij sommige regimes hebben we nog het geluk dat er relatief verlichte geesten aan het roer staan en dat het met de onderdrukking van de oppositie nog meevalt. In andere staten nemen de brutaliteit en de repressie alleen maar toe. Dan rijst natuurlijk de vraag hoe we met die landen om zouden moeten gaan. We kunnen ons immers niet afsluiten van ons nabuurschap, zeker niet in tijden van vluchtelingenstromen, grensoverschrijdend geweld en milieuproblemen. De rel rond de Sudanese delegatie die in ons land asielzoekers moet komen identificeren, drukte ons opnieuw met de neus op de feiten: we hebben eigenlijk geen idee hoe we moe...

Van Gibraltar tot de Rode Zee en van de Rode Zee tot in Moermansk wordt Europa bijna volledig omgord door autoritaire regimes. Dat kunnen democratieën zijn met een oppermachtige president, zoals in Rusland of in Turkije, koninkrijken met invloedrijke vorsten zoals Jordanië en Marokko, of dictaturen zoals Syrië. Bij sommige regimes hebben we nog het geluk dat er relatief verlichte geesten aan het roer staan en dat het met de onderdrukking van de oppositie nog meevalt. In andere staten nemen de brutaliteit en de repressie alleen maar toe. Dan rijst natuurlijk de vraag hoe we met die landen om zouden moeten gaan. We kunnen ons immers niet afsluiten van ons nabuurschap, zeker niet in tijden van vluchtelingenstromen, grensoverschrijdend geweld en milieuproblemen. De rel rond de Sudanese delegatie die in ons land asielzoekers moet komen identificeren, drukte ons opnieuw met de neus op de feiten: we hebben eigenlijk geen idee hoe we moeten omgaan met autoritaire staten. In de jaren tussen de val van de Sovjet-Unie en pakweg de crisis van de eurozone gingen veel Europese landen - België incluis - graag met opgeheven vingertje de democratie en mensenrechten verkondigen. 'Conditioneel engagement' was het motto: we doen zaken met landen in ons nabuurschap als zij zich geleidelijk aan onze normen en waarden aanpassen. Met de zaken ging het goed, met die aanpassing wat minder. Hardnekkig autoritaire leiders, zoals die van Saudi-Arabië, Algerije en Rusland, bleven we gewoon rijk maken door gas en olie van hen te kopen. Eigenlijk hebben we met dat soort pragmatisme het autoritarisme en de dictatuur tot een competitief voordeel laten maken: hoe meer politici hun greep op grondstoffen versterkten, hoe meer zij hun land middels een hardhandig veiligheidsbeleid omvormden tot een safe haven voor Europese investeerders. En hoe meer zij vakbonden aan banden legden om lagelonenwerkers voor ons te laten zwoegen, hoe meer wij die politici rijk en machtig maakten. Intussen heeft Europa begrepen dat het vermanende vingertje op die manier niet veel indruk maakt. Het gevolg daarvan is dat steeds meer Europese leiders stellen dat ze staan voor realpolitik, politiek wars van waarden. De belangen, zo luidt het, dwingen ons wel om contacten te onderhouden: we hebben de Russen nodig voor hun gas, de Turken om Syrische vluchtelingen weg te houden en de Sudanezen om ze hier te komen identificeren. Eigenlijk is dat nieuwe pragmatisme even naïef en kortzichtig als het halfslachtige idealisme dat eraan voorafging. Zakendoen met autoritaire leiders getuigt lang niet altijd van realpolitik. Eerst en vooral heeft realpolitik wel degelijk van doen met eer en eigenwaarde. In dat opzicht staat ze dus diametraal tegenover het platte opportunisme dat nu vaak heerst. Vervolgens is realpolitik een kwestie van het maximaliseren van macht in functie van waarden en belangen. Ook dat staat averechts op de nieuwe kwalijke gewoonte om sterke leiders geld toe te stoppen om problemen aan te pakken waar we zelf onze handen liever niet meer aan vuil maken. Het staat ook haaks op de situatie waarbij we pijplijndespoten miljarden laten verkwisten omdat we niet in staat zijn werk te maken van energieonafhankelijkheid. En realpolitik valt al helemaal niet te rijmen met de decadentie die dictaturen rijk maakt door hun bevolking voor ons te laten werken in kwalijke omstandigheden. Hoewel sommige politici en zakenmensen zich met dit soort beleid in de voetsporen zouden willen wanen van Niccolò Machiavelli of andere grote denkers over macht, zijn ze eigenlijk gewoon kortzichtige opportunisten die zich, door te refereren aan realpolitik, ernstiger willen voordoen dan ze werkelijk zijn. Echte realpolitik zou erin bestaan dat we onze eigen positie versterken, door de veiligheidssituatie rondom ons zelf in handen te nemen, niet door ze over te laten aan anderen. Het zou betekenen dat wij onze welvaart opkrikken, en ons niet laten uitmelken door de nieuwe slavenmeesters. Het zou ook impliceren dat wij ons lot niet nog meer afhankelijk maken van regimes waarvan de intenties op lange termijn hoogst onzeker zijn, maar dat we zelf opnieuw onze invloed doen gelden. En bovenal zou realpolitik betekenen dat we ambitieus blijven, dat wij als samenleving en als overheid onze macht willen blijven maximaliseren zodat we het vertrouwen herwinnen en onze eigen toekomst kunnen vormgeven. Het doel heiligt de middelen, zeer zeker. Maar er moet wel eerst een doel zijn.