Oceanische haaien en roggen leven zo ver van land dat de meeste mensen er zelden of nooit één zien. Toch spreken veel van deze wezens sinds mensenheugenis tot de verbeelding, zoals de witte haai (foto hierboven) en de oceanische reuzenmanta. Hun verafgelegen habitat, diep in de uitgestrekte oceanen, beschermde deze soorten millenialang tegen menselijke invloed. De opkomst van de industriële visvangst na 1950, die zwaar uitgeruste schepen toeliet ongelimiteerde wateren en dieptes te exploiteren, gaf echter het startschot voor een onophoudelijke overbevissing die is uitgemond tot een bedreiging van hun collectief voortbestaan.

Een deze week in Nature gepubliceerd onderzoek toont aan dat maar liefst 71% van de totale populatie oceanische haaien en roggen sinds 1970 uit de oceaan is weggevist. Meer dan de helft van de 31 onderzochte soorten worden beschouwd als bedreigd of ernstig met uitsterven bedreigd. Baanbrekend aan het onderzoek is dat voor het eerst een globale analyse werd geconstrueerd: vroegere studies beperkten zich steeds tot bepaalde regio's, waardoor het debat over een globale aanpak van dit nochtans wereldwijde probleem slechts moeizaam op gang kwam.

Belangrijk detail is dat het recent onderzoek enkel rekening houdt met de officieel gerapporteerde cijfers van visvangst en dus niet met de ongerapporteerde vangst, waarvan de omvang wordt geschat op 20% van de officieel gerapporteerde cijfers. De sombere cijfers uit het onderzoek vormen dus nog maar het best case scenario: de werkelijke situatie is nog een stuk erger.

Bijzondere krachten en kilometerslange doodslijnen

Haaien en roggen worden gevangen en verhandeld voor zowat alle onderdelen die hun lichaam rijk zijn: de huid, het vlees, de tanden, de lever maar vooral de vinnen. Chinese tradities dichten haaienvinnen bijzondere voedingswaarden toe en menen dat het drinken van haaivinnensoep een positief effect heeft op de mannelijke fertiliteit. Er bestaat geen wetenschappelijke onderbouwing voor dit bijgeloof, meer nog: meerdere onderzoeken tonen aan dat door de hoge concentratie aan kwik het eten van haaienvinnen zelfs schadelijk kan zijn.

Restanten van een dode kortvinmakreelhaai. (foto: David Serradell), David Serradell
Restanten van een dode kortvinmakreelhaai. (foto: David Serradell) © David Serradell

Ook de manier waarop haaien worden gevangen is een moderne samenleving onwaardig. Industriële schepen gebruiken zogenaamde beuglijnen om een zo hoog mogelijke ratio aan haaien te verstrengelen. Aan deze 100 kilometer lange draden worden 1.200 vlijmscherpe haken gehangen. Deze beuglijnen vormen een kabel van vernieling die dagelijks honderdduizenden haaien kilometerslang naar hun levenseinde meesleuren. Veelal hangen de uiteengereten dieren nog half levend aan de haken als ze eenmaal worden binnengehaald. Onder meer de Spaanse en Portugese commerciële vloot halen jaarlijks duizenden ton haaien en rog op deze manier binnen.

Eens gedroogd of ingevroren en verscheept naar Hongkong, wacht de industriële visserijen een grote beloning. Haaienvinnen kunnen rekenen op een enorme vraag en brengen tot 1.000 dollar per kilo op.

Oplossingen met grijze zones: de kortvinmakreelhaai als dramatisch voorbeeld

Staat er dan geen enkele rem op het vangen van haaien en roggen op de open oceaan? Toch wel, maar zoals veelal het geval is met bescherming van het leefmilieu, zorgen rijkelijk betaalde lobbyisten voor achterpoortjes waar de betrokken industrieën handig gebruik van maken, of valt de bevoegdheid om op te treden onder verschillende overheidsdepartementen die elk een ander belang dienen.

Wat kunnen we doen om de teloorgang van de haaien in onze oceanen tegen te gaan?

Een treffend praktijkvoorbeeld is de kortvinmakreelhaai (foto hieronder), de snelste vis die doorheen ons oceanenrijk schiet. Talloze studies hebben aangetoond dat de industriële visserij op het punt staat om deze haai, uitermate traag in reproductie en vaak het slachtoffer van bijvangst, definitief uit te roeien. Wetenschappers schatten in dat, zelfs als de vangst ervan van vandaag op morgen zou stoppen, het 5 decennia zou kosten voor de soort om enigszins te herstellen van de jarenlange overbevissing.

ICCAT, het orgaan dat de belangen verdedigt van de industriële visserij, laat de vangst van deze ernstig bedreigde diersoort ondanks de onrustwekkende cijfers nog steeds onbeperkt toe. CITES, de organisatie die de wereldwijde handel op bedreigde diersoorten reguleert, verbiedt dan weer principieel het landen en verhandelen ervan. Dit zorgt voor een hallucinant juridisch vacuüm waarin de haaien dus wel op zee mogen gevangen worden, maar in principe niet aan land mogen worden gebracht of verhandeld. Visserijen roepen de toelating van ICCAT in om hun vangsten te verantwoorden, maritieme belangenorganisaties wijzen dan weer op het verbod onder CITES. Terwijl dit bureaucratisch getouwtrek aanhoudt, sterft de kortvinmakreelhaai in sneltempo verder uit.

Kortvinmakreelhaai (foto David Serradell), David Serradell
Kortvinmakreelhaai (foto David Serradell) © David Serradell

De EU en de toekomst

De EU, die deel uitmaakt van ICCAT en afgelopen november weigerde zich achter een totale ban op het vangen van kortvinmakreelhaai te scharen, oogstte harde kritiek vanuit verschillende belangenorganisaties. De VS, die onder president Obama was uitgegroeid tot een absolute voorvechter van het behoud van haaien en roggen, brokkelde onder het laatste presidentschap af tot een verwaarloosbare stem in het debat. Er rust bij belangenverenigingen grote hoop op de nieuwe administratie binnen het Witte Huis om de voormalige leidersrol van de VS terug op te nemen.

De oplossingen om het tij voor haaien en roggen te keren, zijn voorhanden. Een onmiddellijk verbod op het landen van de ernstig bedreigde soorten en een strenge afdwinging van dat verbod heeft zijn nut voor andere maritieme soorten reeds bewezen. Zo was het herstel van vele walvissoorten na de ban op commerciële walvisjacht in 1986 ronduit indrukwekkend. De zones waar haaien en roggen aggregeren zijn bekend en worden niet toevallig door de visserijen getarget. Een bijzondere bescherming van deze zones zou een snel en broodnodig herstel kunnen accelereren.

Dat de tijd dringt, is echter een understatement. De mens heeft in 50 jaar driekwart van alle haaien en roggen in de oceaan leeggevist. Het behoeft geen wiskundig genie om te berekenen hoe lang het nog duurt vooraleer de teller voorgoed op 0 staat.

Tim De Deygere is projectleider in oceaanbescherming en jurist.

Oceanische haaien en roggen leven zo ver van land dat de meeste mensen er zelden of nooit één zien. Toch spreken veel van deze wezens sinds mensenheugenis tot de verbeelding, zoals de witte haai (foto hierboven) en de oceanische reuzenmanta. Hun verafgelegen habitat, diep in de uitgestrekte oceanen, beschermde deze soorten millenialang tegen menselijke invloed. De opkomst van de industriële visvangst na 1950, die zwaar uitgeruste schepen toeliet ongelimiteerde wateren en dieptes te exploiteren, gaf echter het startschot voor een onophoudelijke overbevissing die is uitgemond tot een bedreiging van hun collectief voortbestaan.Een deze week in Nature gepubliceerd onderzoek toont aan dat maar liefst 71% van de totale populatie oceanische haaien en roggen sinds 1970 uit de oceaan is weggevist. Meer dan de helft van de 31 onderzochte soorten worden beschouwd als bedreigd of ernstig met uitsterven bedreigd. Baanbrekend aan het onderzoek is dat voor het eerst een globale analyse werd geconstrueerd: vroegere studies beperkten zich steeds tot bepaalde regio's, waardoor het debat over een globale aanpak van dit nochtans wereldwijde probleem slechts moeizaam op gang kwam.Belangrijk detail is dat het recent onderzoek enkel rekening houdt met de officieel gerapporteerde cijfers van visvangst en dus niet met de ongerapporteerde vangst, waarvan de omvang wordt geschat op 20% van de officieel gerapporteerde cijfers. De sombere cijfers uit het onderzoek vormen dus nog maar het best case scenario: de werkelijke situatie is nog een stuk erger.Haaien en roggen worden gevangen en verhandeld voor zowat alle onderdelen die hun lichaam rijk zijn: de huid, het vlees, de tanden, de lever maar vooral de vinnen. Chinese tradities dichten haaienvinnen bijzondere voedingswaarden toe en menen dat het drinken van haaivinnensoep een positief effect heeft op de mannelijke fertiliteit. Er bestaat geen wetenschappelijke onderbouwing voor dit bijgeloof, meer nog: meerdere onderzoeken tonen aan dat door de hoge concentratie aan kwik het eten van haaienvinnen zelfs schadelijk kan zijn.Ook de manier waarop haaien worden gevangen is een moderne samenleving onwaardig. Industriële schepen gebruiken zogenaamde beuglijnen om een zo hoog mogelijke ratio aan haaien te verstrengelen. Aan deze 100 kilometer lange draden worden 1.200 vlijmscherpe haken gehangen. Deze beuglijnen vormen een kabel van vernieling die dagelijks honderdduizenden haaien kilometerslang naar hun levenseinde meesleuren. Veelal hangen de uiteengereten dieren nog half levend aan de haken als ze eenmaal worden binnengehaald. Onder meer de Spaanse en Portugese commerciële vloot halen jaarlijks duizenden ton haaien en rog op deze manier binnen.Eens gedroogd of ingevroren en verscheept naar Hongkong, wacht de industriële visserijen een grote beloning. Haaienvinnen kunnen rekenen op een enorme vraag en brengen tot 1.000 dollar per kilo op. Staat er dan geen enkele rem op het vangen van haaien en roggen op de open oceaan? Toch wel, maar zoals veelal het geval is met bescherming van het leefmilieu, zorgen rijkelijk betaalde lobbyisten voor achterpoortjes waar de betrokken industrieën handig gebruik van maken, of valt de bevoegdheid om op te treden onder verschillende overheidsdepartementen die elk een ander belang dienen.Een treffend praktijkvoorbeeld is de kortvinmakreelhaai (foto hieronder), de snelste vis die doorheen ons oceanenrijk schiet. Talloze studies hebben aangetoond dat de industriële visserij op het punt staat om deze haai, uitermate traag in reproductie en vaak het slachtoffer van bijvangst, definitief uit te roeien. Wetenschappers schatten in dat, zelfs als de vangst ervan van vandaag op morgen zou stoppen, het 5 decennia zou kosten voor de soort om enigszins te herstellen van de jarenlange overbevissing. ICCAT, het orgaan dat de belangen verdedigt van de industriële visserij, laat de vangst van deze ernstig bedreigde diersoort ondanks de onrustwekkende cijfers nog steeds onbeperkt toe. CITES, de organisatie die de wereldwijde handel op bedreigde diersoorten reguleert, verbiedt dan weer principieel het landen en verhandelen ervan. Dit zorgt voor een hallucinant juridisch vacuüm waarin de haaien dus wel op zee mogen gevangen worden, maar in principe niet aan land mogen worden gebracht of verhandeld. Visserijen roepen de toelating van ICCAT in om hun vangsten te verantwoorden, maritieme belangenorganisaties wijzen dan weer op het verbod onder CITES. Terwijl dit bureaucratisch getouwtrek aanhoudt, sterft de kortvinmakreelhaai in sneltempo verder uit. De EU, die deel uitmaakt van ICCAT en afgelopen november weigerde zich achter een totale ban op het vangen van kortvinmakreelhaai te scharen, oogstte harde kritiek vanuit verschillende belangenorganisaties. De VS, die onder president Obama was uitgegroeid tot een absolute voorvechter van het behoud van haaien en roggen, brokkelde onder het laatste presidentschap af tot een verwaarloosbare stem in het debat. Er rust bij belangenverenigingen grote hoop op de nieuwe administratie binnen het Witte Huis om de voormalige leidersrol van de VS terug op te nemen.De oplossingen om het tij voor haaien en roggen te keren, zijn voorhanden. Een onmiddellijk verbod op het landen van de ernstig bedreigde soorten en een strenge afdwinging van dat verbod heeft zijn nut voor andere maritieme soorten reeds bewezen. Zo was het herstel van vele walvissoorten na de ban op commerciële walvisjacht in 1986 ronduit indrukwekkend. De zones waar haaien en roggen aggregeren zijn bekend en worden niet toevallig door de visserijen getarget. Een bijzondere bescherming van deze zones zou een snel en broodnodig herstel kunnen accelereren.Dat de tijd dringt, is echter een understatement. De mens heeft in 50 jaar driekwart van alle haaien en roggen in de oceaan leeggevist. Het behoeft geen wiskundig genie om te berekenen hoe lang het nog duurt vooraleer de teller voorgoed op 0 staat.Tim De Deygere is projectleider in oceaanbescherming en jurist.