Twee weken geleden gaf VS-president Joe Biden een persconferentie in het Witte Huis. Journalisten confronteerden hem met analyses van de Amerikaanse inlichtingendiensten die stelden dat de Taliban "binnen de 30 tot 90 dagen" het ganse territorium van Afghanistan zouden kunnen consolideren. Biden noemde het "een zeer onwaarschijnlijk scenario". Hij herbevestigde de intentie van de VS om het land tegen het einde van de maand augustus te verlaten, klaar voor de twintigste verjaardag van de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington, D.C. Daarmee wilde hij dit onpopulaire hoofdstuk in de Amerikaanse buitenlandse politiek afsluiten.

Die boodschap moet bij alle echelons van het reguliere Afghaanse leger als een dreun aangekomen zijn. Ze stonden er helemaal alleen voor. Sommigen kregen amper soldij. Er waren voortdurende interne twisten en corruptie in de regering in Kaboel, die in haar eigen politieke realiteit leefde en weinig diepgaande contacten had met delen van het land, vooral het zuiden.

Was deze uitkomst in Afghanistan echt "onvermijdelijk"? Biden dreigt eigen buitenlandse agenda te ondermijnen.

Dat Afghaanse leger is trouwens een kopij van een Westers leger, dat qua commandolijnen weinig rekening hield met de echte intern-geopolitieke realiteit in het land. De Taliban voerden niet alleen een intimidatiepolitiek tegen hen, ze gingen ook een tasje thee drinken bij de stamoudsten om hen te melden dat ze toch het nieuwe regime zouden worden en de macht beter overgedragen zou worden. Rond 2003 waren sommige Taliban nog bereid om de wapens neer te leggen en te matigen, op voorwaarde dat ze politiek mee opgenomen werden in een nieuw Afghanistan. De Amerikaanse regering van George W. Bush weigerde dat en zo werd een unieke kans op een meer inclusief land verkeken. Barack Obama stuurde drones naar Afghanistan die voortdurend boven gemeenschappen vlogen en zo een psychologische intimidatie creëerden; in plaats van terreur te bestrijden begon men zo zelf de oppositie en een "roep om wraak" te kweken. De lokale bevolking zag de westerse aanwezigheid, vooral in het zuiden en op het platteland, als "een bezetting".

Het was Donald Trump die de Amerikaanse aanwezigheid verder afbouwde, maar zijn generaals konden hem toch overtuigen om niet alle troepen te verwijderen. Een slechts beperkte jaarlijkse investering van enkele duizenden soldaten zorgde voor een symbolische ondersteuning en voor cruciaal advies aan het verre van volmaakte Afghaanse leger en regering. Maar ten minste konden zo de duizenden miljarden dollars die overheen twintig jaar geïnvesteerd waren in 'natieopbouw' beschermd worden. De reden waarom het Westen intervenieerde in oktober 2001 in Afghanistan was uiteraard omdat het Taliban 1.0-regime onderdak had verleend aan het terroristische netwerk van Al Qaeda. Maar men trof een land aan dan dusdanig disfunctioneel was dat men niet anders kon dan een vorm van democratie en rechtstaat te ontwikkelen, met aandacht voor mensenrechten, onderwijs en een algehele verbetering voor de positie van de vrouw. Daar had men eigenlijk nog veel meer in moeten investeren, om de harten en zielen van nog meer Afghanen te winnen.

Landen als Duitsland namen de lead in politie, Italië in justitie. Maar er waren veel problemen, en daar had men eerder en meer fundamenteel moeten bijsturen. Die kwesties staan wel op conto van de Europese landen. In sommige gevallen begon de lokale bevolking bijvoorbeeld de door de Taliban opnieuw opgezette rechtbanken te consulteren, op zoek naar meer 'rechtvaardige oplossingen'. De geesten in het zuiden en op het platteland begonnen te draaien, en dat proces versnelde nadat sommige Europese NAVO-landen vertrokken.

Sommigen beweren dat het toch in de sterren stond geschreven dat het "Afghanistan-experiment" zou mislukken. Maar valt het ook maar enigszins te verantwoorden om daarvoor duizenden miljarden aan investeringen zomaar te laten vallen zonder enige conditie? Die redenering is louter gebaseerd op militaire elementen en tracht socio-politieke en geopolitieke variabelen te negeren. De Amerikanen negotieerden al lang in Doha met de Taliban, samen met hogere vertegenwoordigers van andere landen. Die stelden zich onwrikbaar op en wilden uiteraard tijd winnen omdat het momentum in hun voordeel was.

Dat zal wellicht tot frustratie in Washington geleid hebben, maar de administratie van Joe Biden heeft nu de eigen onderhandelingspositie volledig weggegeven zonder ook maar één tastbare toegift door de Taliban. Het was natuurlijk de regering van de corrupte president Ashraf Ghani die ook hier stokken in de diplomatieke wielen stak. Biden hoopte dat met de Amerikaanse terugtrekking die regering eindelijk eens zou meewerken, maar hij onderschatte dat hij daarmee zelf een implosie van het land zou bewerkstelligen.

Wat vooral een drama is, is dat Biden koppig en onwrikbaar vasthield aan zijn doel het land te verlaten, terwijl men de laatste 10 dagen perfect zag dat dit tot een Amerikaanse nederlaag zou leiden. Biden had vele maanden geleden ook naar de VN-Veiligheidsraad kunnen stappen, en een door regionale machten en grootmachten gedragen stabiliteit te creëren vooraleer zelf te vertrekken. Maar Washington is al vele jaren niet on speaking terms met Moskou en Beijing, en gunde hen dit ook niet. Dan moest men geen "raketgeleerde" zijn om te voorspellen dat de opties voor een stabiele exit geheel nihil waren en dat dit alles op een fiasco zou aflopen. Rusland en China lieten begaan en applaudisseerden misschien zelfs binnenskamers. Voor hen was dit het zoveelste bewijs dat "het westerse model niet werkt" en "het Westen geen vrede of stabiele ontwikkeling kan bieden".

De socio-politieke en geopolitieke gevolgen zijn dan ook niet te overzien. Door de Taliban een carte blanche te geven, zijn alle investeringen op het vlak van democratie, mensenrechten, de rechtsstaat en de positie van de vrouw misschien wel voor niets geweest. Die woorden klinken vanaf heden wel erg hol als het Westen ze nog eens in de mond durft te nemen.

Internationale politiek is als een rimpeling over de waterlijn. Zullen andere groepen in de wereld die voor belangrijke buitenlandspolitieke keuzes staan ook eens geen twee keer nadenken of ze zich bij het westerse of Chinese model moeten aansluiten? Als het Westen niet bereid is de democratie, mensenrechten, de rechtsstaat en de positie van de vrouw te verdedigen, wat betekenen deze begrippen dan nog? En wat betekent dit, bij uitbreiding, voor de bredere geopolitieke positie van het Westen in het wereldsysteem?

Wat betekent bij verdere uitbreiding het gegeven woord van de Verenigde Staten - niet zozeer aan de voormalige Afghaanse regering, maar aan het Afghaanse natie? Het was toch 'schouder aan schouder'? Denk aan de nieuwe jonge generatie die nu twintig jaar werd en een nieuw land kon opbouwen.

Het meest dramatische voor Joe Biden is dat de president nu wellicht zelf één van zijn hoofddoelstellingen voor het Amerikaanse buitenlands beleid in gevaar heeft gebracht. Op de website van het Witte Huis vind je deze; het herstellen van de 'global standing' van de VS in de wereldpolitiek (na Donald Trump), het herbouwen van democratische allianties overheen de wereld, het verdedigen van de Amerikaanse waarden en mensenrechten. Biden wilde zijn buitenlandpolitieke agenda graag wat korter om zich te focussen op het bouwen van een grootscheepse alliantie van democratieën die China moesten indammen. Naast Europa ziet hij hierin landen als India, Japan, Zuid-Korea (waar al 75 jaar Amerikaanse troepen zijn om geostrategische redenen), Australië, enzovoort. Afghanistan lag net cruciaal gelegen in dat bredere verhaal, omwille van transportnetwerken en ook de aanwezigheid van grondstoffen die van groot belang zijn voor de energietransitie.

De vraag is dus of Biden zijn bredere geostrategische agenda nu niet ernstig heeft ondermijnd. Analisten die enkel naar de militaire variabelen kijken, denken misschien van niet. Wie de socio-politieke en bredere geopolitieke variabelen meeneemt in de analyse, moet evenwel tot andere conclusies komen.

Tot slot weigert Washington veel kritiek te uiten aan het adres van Pakistan, dat al vele decennia een verzwakkingspolitiek uitvoert ten aanzien van Afghanistan. Daarbij circuleren vrij wapens en zelfs strijders tussen de gedeelde Pashtun-gebieden van Afghanistan en Pakistan. De voormalige generaal en president Musharraf gaf eerder in een BBC-interview openlijk toe dat dit altijd al de geopolitieke strategie van Pakistan is geweest.

Het valt maar af te wachten of het Taliban 2.0-regime wel zo inclusief zal zijn als sommigen hopen. Wellicht is dat een grote illusie. De vervanging van de nationale vlag door deze van de Taliban is al een eerste indicatie. Diplomatiek is nog maar de vraag of je het 'Islamitisch Emiraat van Afghanistan' moet erkennen, om het zogenaamd te 'matigen'.

Ik betwijfel of dat realistisch is. Men kan het proberen, maar het is een strategie die niet zonder risico's is. China en Rusland zullen misschien wel trachten er banden mee aan te gaan, zolang het maar geen radicaal-soennitische aantrekkingspool wordt. En dan is nog maar de vraag of anderen in het huidige Syrië of Irak nu geen "ideeën" hebben gekregen, waardoor de geostrategische omgeving verder aanzienlijk zou verslechten in Eurazië en het bredere Midden-Oosten.

Wat betekent dit alles voor Europa? De conclusie is bij elke crisis steeds weer dezelfde; pas indien de Europese landen politiek besluiten om uit hun geostrategische winterslaap sinds 1945 te ontwaken, zullen wij meespelen. De grote geostrategische keuzes worden momenteel vooral door andere wereldspelers genomen. De fall out van die beslissingen zijn vooral voor ons, want de VS beschermen zichzelf achter twee oceanen. We hoeven niet te pleiten voor een massale herbewapening, maar wel voor de heropbouw van een geloofwaardige ontradings- en verdedigingscapaciteit die de essentiële Europese belangen én waarden kan verdedigen. Een Europese verzekeringspolis die onze opties vrijhoudt en meer geopolitieke en diplomatieke bewegingsruimte creëert. Een scenario is niet ondenkbaar dat we er op een dag plots alleen voor staan. Wij zijn allemaal Afghanen.

David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, diplomatie aan KULeuven, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies. Hij is tevens Senior Associate Fellow bij Egmont, het Belgische Koninklijke Instituut voor Internationale Betrekkingen.

Twee weken geleden gaf VS-president Joe Biden een persconferentie in het Witte Huis. Journalisten confronteerden hem met analyses van de Amerikaanse inlichtingendiensten die stelden dat de Taliban "binnen de 30 tot 90 dagen" het ganse territorium van Afghanistan zouden kunnen consolideren. Biden noemde het "een zeer onwaarschijnlijk scenario". Hij herbevestigde de intentie van de VS om het land tegen het einde van de maand augustus te verlaten, klaar voor de twintigste verjaardag van de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington, D.C. Daarmee wilde hij dit onpopulaire hoofdstuk in de Amerikaanse buitenlandse politiek afsluiten. Die boodschap moet bij alle echelons van het reguliere Afghaanse leger als een dreun aangekomen zijn. Ze stonden er helemaal alleen voor. Sommigen kregen amper soldij. Er waren voortdurende interne twisten en corruptie in de regering in Kaboel, die in haar eigen politieke realiteit leefde en weinig diepgaande contacten had met delen van het land, vooral het zuiden. Dat Afghaanse leger is trouwens een kopij van een Westers leger, dat qua commandolijnen weinig rekening hield met de echte intern-geopolitieke realiteit in het land. De Taliban voerden niet alleen een intimidatiepolitiek tegen hen, ze gingen ook een tasje thee drinken bij de stamoudsten om hen te melden dat ze toch het nieuwe regime zouden worden en de macht beter overgedragen zou worden. Rond 2003 waren sommige Taliban nog bereid om de wapens neer te leggen en te matigen, op voorwaarde dat ze politiek mee opgenomen werden in een nieuw Afghanistan. De Amerikaanse regering van George W. Bush weigerde dat en zo werd een unieke kans op een meer inclusief land verkeken. Barack Obama stuurde drones naar Afghanistan die voortdurend boven gemeenschappen vlogen en zo een psychologische intimidatie creëerden; in plaats van terreur te bestrijden begon men zo zelf de oppositie en een "roep om wraak" te kweken. De lokale bevolking zag de westerse aanwezigheid, vooral in het zuiden en op het platteland, als "een bezetting". Het was Donald Trump die de Amerikaanse aanwezigheid verder afbouwde, maar zijn generaals konden hem toch overtuigen om niet alle troepen te verwijderen. Een slechts beperkte jaarlijkse investering van enkele duizenden soldaten zorgde voor een symbolische ondersteuning en voor cruciaal advies aan het verre van volmaakte Afghaanse leger en regering. Maar ten minste konden zo de duizenden miljarden dollars die overheen twintig jaar geïnvesteerd waren in 'natieopbouw' beschermd worden. De reden waarom het Westen intervenieerde in oktober 2001 in Afghanistan was uiteraard omdat het Taliban 1.0-regime onderdak had verleend aan het terroristische netwerk van Al Qaeda. Maar men trof een land aan dan dusdanig disfunctioneel was dat men niet anders kon dan een vorm van democratie en rechtstaat te ontwikkelen, met aandacht voor mensenrechten, onderwijs en een algehele verbetering voor de positie van de vrouw. Daar had men eigenlijk nog veel meer in moeten investeren, om de harten en zielen van nog meer Afghanen te winnen. Landen als Duitsland namen de lead in politie, Italië in justitie. Maar er waren veel problemen, en daar had men eerder en meer fundamenteel moeten bijsturen. Die kwesties staan wel op conto van de Europese landen. In sommige gevallen begon de lokale bevolking bijvoorbeeld de door de Taliban opnieuw opgezette rechtbanken te consulteren, op zoek naar meer 'rechtvaardige oplossingen'. De geesten in het zuiden en op het platteland begonnen te draaien, en dat proces versnelde nadat sommige Europese NAVO-landen vertrokken. Sommigen beweren dat het toch in de sterren stond geschreven dat het "Afghanistan-experiment" zou mislukken. Maar valt het ook maar enigszins te verantwoorden om daarvoor duizenden miljarden aan investeringen zomaar te laten vallen zonder enige conditie? Die redenering is louter gebaseerd op militaire elementen en tracht socio-politieke en geopolitieke variabelen te negeren. De Amerikanen negotieerden al lang in Doha met de Taliban, samen met hogere vertegenwoordigers van andere landen. Die stelden zich onwrikbaar op en wilden uiteraard tijd winnen omdat het momentum in hun voordeel was. Dat zal wellicht tot frustratie in Washington geleid hebben, maar de administratie van Joe Biden heeft nu de eigen onderhandelingspositie volledig weggegeven zonder ook maar één tastbare toegift door de Taliban. Het was natuurlijk de regering van de corrupte president Ashraf Ghani die ook hier stokken in de diplomatieke wielen stak. Biden hoopte dat met de Amerikaanse terugtrekking die regering eindelijk eens zou meewerken, maar hij onderschatte dat hij daarmee zelf een implosie van het land zou bewerkstelligen. Wat vooral een drama is, is dat Biden koppig en onwrikbaar vasthield aan zijn doel het land te verlaten, terwijl men de laatste 10 dagen perfect zag dat dit tot een Amerikaanse nederlaag zou leiden. Biden had vele maanden geleden ook naar de VN-Veiligheidsraad kunnen stappen, en een door regionale machten en grootmachten gedragen stabiliteit te creëren vooraleer zelf te vertrekken. Maar Washington is al vele jaren niet on speaking terms met Moskou en Beijing, en gunde hen dit ook niet. Dan moest men geen "raketgeleerde" zijn om te voorspellen dat de opties voor een stabiele exit geheel nihil waren en dat dit alles op een fiasco zou aflopen. Rusland en China lieten begaan en applaudisseerden misschien zelfs binnenskamers. Voor hen was dit het zoveelste bewijs dat "het westerse model niet werkt" en "het Westen geen vrede of stabiele ontwikkeling kan bieden". De socio-politieke en geopolitieke gevolgen zijn dan ook niet te overzien. Door de Taliban een carte blanche te geven, zijn alle investeringen op het vlak van democratie, mensenrechten, de rechtsstaat en de positie van de vrouw misschien wel voor niets geweest. Die woorden klinken vanaf heden wel erg hol als het Westen ze nog eens in de mond durft te nemen. Internationale politiek is als een rimpeling over de waterlijn. Zullen andere groepen in de wereld die voor belangrijke buitenlandspolitieke keuzes staan ook eens geen twee keer nadenken of ze zich bij het westerse of Chinese model moeten aansluiten? Als het Westen niet bereid is de democratie, mensenrechten, de rechtsstaat en de positie van de vrouw te verdedigen, wat betekenen deze begrippen dan nog? En wat betekent dit, bij uitbreiding, voor de bredere geopolitieke positie van het Westen in het wereldsysteem? Wat betekent bij verdere uitbreiding het gegeven woord van de Verenigde Staten - niet zozeer aan de voormalige Afghaanse regering, maar aan het Afghaanse natie? Het was toch 'schouder aan schouder'? Denk aan de nieuwe jonge generatie die nu twintig jaar werd en een nieuw land kon opbouwen. Het meest dramatische voor Joe Biden is dat de president nu wellicht zelf één van zijn hoofddoelstellingen voor het Amerikaanse buitenlands beleid in gevaar heeft gebracht. Op de website van het Witte Huis vind je deze; het herstellen van de 'global standing' van de VS in de wereldpolitiek (na Donald Trump), het herbouwen van democratische allianties overheen de wereld, het verdedigen van de Amerikaanse waarden en mensenrechten. Biden wilde zijn buitenlandpolitieke agenda graag wat korter om zich te focussen op het bouwen van een grootscheepse alliantie van democratieën die China moesten indammen. Naast Europa ziet hij hierin landen als India, Japan, Zuid-Korea (waar al 75 jaar Amerikaanse troepen zijn om geostrategische redenen), Australië, enzovoort. Afghanistan lag net cruciaal gelegen in dat bredere verhaal, omwille van transportnetwerken en ook de aanwezigheid van grondstoffen die van groot belang zijn voor de energietransitie. De vraag is dus of Biden zijn bredere geostrategische agenda nu niet ernstig heeft ondermijnd. Analisten die enkel naar de militaire variabelen kijken, denken misschien van niet. Wie de socio-politieke en bredere geopolitieke variabelen meeneemt in de analyse, moet evenwel tot andere conclusies komen.Tot slot weigert Washington veel kritiek te uiten aan het adres van Pakistan, dat al vele decennia een verzwakkingspolitiek uitvoert ten aanzien van Afghanistan. Daarbij circuleren vrij wapens en zelfs strijders tussen de gedeelde Pashtun-gebieden van Afghanistan en Pakistan. De voormalige generaal en president Musharraf gaf eerder in een BBC-interview openlijk toe dat dit altijd al de geopolitieke strategie van Pakistan is geweest. Het valt maar af te wachten of het Taliban 2.0-regime wel zo inclusief zal zijn als sommigen hopen. Wellicht is dat een grote illusie. De vervanging van de nationale vlag door deze van de Taliban is al een eerste indicatie. Diplomatiek is nog maar de vraag of je het 'Islamitisch Emiraat van Afghanistan' moet erkennen, om het zogenaamd te 'matigen'. Ik betwijfel of dat realistisch is. Men kan het proberen, maar het is een strategie die niet zonder risico's is. China en Rusland zullen misschien wel trachten er banden mee aan te gaan, zolang het maar geen radicaal-soennitische aantrekkingspool wordt. En dan is nog maar de vraag of anderen in het huidige Syrië of Irak nu geen "ideeën" hebben gekregen, waardoor de geostrategische omgeving verder aanzienlijk zou verslechten in Eurazië en het bredere Midden-Oosten. Wat betekent dit alles voor Europa? De conclusie is bij elke crisis steeds weer dezelfde; pas indien de Europese landen politiek besluiten om uit hun geostrategische winterslaap sinds 1945 te ontwaken, zullen wij meespelen. De grote geostrategische keuzes worden momenteel vooral door andere wereldspelers genomen. De fall out van die beslissingen zijn vooral voor ons, want de VS beschermen zichzelf achter twee oceanen. We hoeven niet te pleiten voor een massale herbewapening, maar wel voor de heropbouw van een geloofwaardige ontradings- en verdedigingscapaciteit die de essentiële Europese belangen én waarden kan verdedigen. Een Europese verzekeringspolis die onze opties vrijhoudt en meer geopolitieke en diplomatieke bewegingsruimte creëert. Een scenario is niet ondenkbaar dat we er op een dag plots alleen voor staan. Wij zijn allemaal Afghanen.David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, diplomatie aan KULeuven, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies. Hij is tevens Senior Associate Fellow bij Egmont, het Belgische Koninklijke Instituut voor Internationale Betrekkingen.