Niger is een kruispunt voor Afrikaanse migranten die naar Europa willen. Om de migratiestroom in te dammen en werkgelegenheid te creëren in het straatarme land heeft Brussel een miljard euro uitgetrokken. In Agadez hebben ze daar tot nu toe weinig van gemerkt. Of ze profiteren er schaamteloos van. 'Ik heb geld gekregen van de EU, maar ik blijf gewoon smokkelen.'

Vrijdagavond, 7 uur. De zon is weggezakt in het stoffige woestijnzand, in het laatste licht van de dag krioelen honderden brommers door de straten van Agadez. Het avondgebed is pas afgelopen, een moment van topdrukte in de oude karavaanstad. Net buiten het centrum wordt het stiller. Op de hoek van de straat wachten twee mannen op een brommer. Ze rijden ons voor, slaan rechts af, maken een teken met hun voorlicht. Vier andere mannen schieten plots vanuit het donker de weg over, hun witte tulbanden lichten op in het schijnsel van de brommer. We volgen, rijden een grote binnenplaats op. In de schemering zien we verschillende huisjes van stro en plastic. Slaapplaatsen voor migranten. In het midden staat een rode pick-up, op de randen van de laadbak zit een groep mannen. De jongste is net veertien, de oudste ver in de veertig.

De waarheid is dat het merendeel van het Europese geld naar vriendjes en familie van de notabelen van de stad is gegaan.

Ze zijn vertrekkensklaar voor een tocht van meer dan 1000 kilometer, dwars door de Sahara tot voorbij de Libische grens. Ze houden een stok vast om hun evenwicht te bewaren. Wie valt, is de klos; de chauffeur stopt niet. Ze zijn met achttien, allemaal afkomstig uit Nigeria, zegt een van hen. 'We willen naar Italië.' Ze klinken opgewonden, zijn nog vol hoop over een goeie afloop van de levensgevaarlijke tocht. De twee chauffeurs voorin zwijgen. De zenuwen staan strak gespannen. 'Iedereen is bang voor een inval van de politie', zegt de smokkelaar die de tocht geregeld heeft. Hij staat bekend als le Boss. Behalve migranten is ook een lading alcohol en tramadol in de wagen verstopt, weten we. Tramadol is een verslavende pijnstiller, erg populair in Libië. 'Buiten de stad wachten nog vier Gambianen', zegt de smokkelaar. 'Die pikken we op en dan rijden we in één stuk door. We vermijden de geijkte routes waar het Nigerese leger controleert en criminele bendes rondzwerven. We rijden eromheen, trekken kriskras door de woestijn. Over twee dagen hopen we in Libië te zijn.'

De wagen vertrekt, het is zo goed als donker. ' Bye!See you in Europe', horen we de Nigerianen roepen. En weg zijn ze. De smokkelaar, passeur zoals ze hier zeggen, blijft met ons achter op de binnenplaats. Eerder op de dag vertelde hij dat hij geld had gekregen van het Europese Emergency Trust Fund for Africa, een fonds om illegale migratie tegen te houden. De officiële bedoeling was dat hij de centen zou gebruiken om een andere bron van inkomsten op te starten. 'Ik heb er een paar brommers voor gekocht om zogezegd een werkplaats te beginnen. Intussen blijf ik gewoon smokkelen.'

Antismokkelwet

In 2015 duidde de Europese Unie Niger aan als prioritair land inzake migratie en werd een akkoord gesloten. De Nigerese overheid zou de migratie zo veel mogelijk een halt toeroepen, met name vanuit het knooppunt Agadez. In ruil ontving het land 190 miljoen euro aan Europees ontwikkelingsgeld en opleidingsfondsen voor de Nigerese veiligheidsdiensten. Een jaar later werd de deal in praktijk gebracht door een antismokkelwet. Het transport van migranten naar Libië, Tsjaad of Algerije was niet langer legaal, maar strafbaar. Wie zich er toch aan waagde, riskeerde een celstraf van vijf tot dertig jaar en hoge geldboetes. Het Nigerese leger controleerde de migratieroutes in de woestijn en arresteerde talloze smokkelaars. De economie van Agadez stortte prompt in. Het vervoer van migranten werd tot dan als een normale broodwinning beschouwd, volkomen legaal, met ondernemingsnummer en al. Chauffeurs brachten hele families naar de grens voor een redelijke prijs. Iedere maandag werden ze zelfs geëscorteerd door het leger.

Na de Europese deal zagen de passeurs en hun werknemers hun inkomstenbron verdampen. Het gevolg was dat het migrantenvervoer criminaliseerde. Wie de tocht door de Sahara wilde afleggen, moest voortaan veel geld betalen aan malafide smokkelaars die door de grote risico's steeds driester te werk gingen. Migranten werden onverwachts uit auto's of vrachtwagens gedumpt als een politie- of legervoertuig opdook en achtergelaten in de onmetelijke woestijn. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) schat dat er sinds 2014 meer dan 30.000 mensen zijn omgekomen in de woestijn, zeker dubbel zoveel als er bootvluchtelingen verdronken zijn in de Middellandse Zee. De IOM organiseert met steun van de Europese Unie reddingsoperaties in de woestijn. Meer dan 3000 mensen werden al opgehaald.

De hoge menselijke tol ten spijt heeft het migratieakkoord wel degelijk effect. Het aantal migranten dat door de IOM werd waargenomen vanaf twee observatiepunten in de woestijn, daalde van 333.891 in 2016 naar 43.380 in 2018. Antonio Tajani, de voorzitter van het Europees Parlement, zegt dat het aantal migranten dat tussen 2016 en 2017 Niger doorkruiste met 95 procent is gedaald.

Dat het akkoord tussen de EU en Niger om de migratie tegen te houden als onbedoeld effect nog meer slachtoffers in de woestijn veroorzaakt, net omdat ze door de antismokkelwet grotere risico's moeten nemen, stuit bij veel humanitaire organisaties op kritiek.

Beroving migranten

'Voor de antismokkelwet van 2016 verdiende ik één tot anderhalf miljoen CFA-frank per dag (1500 tot 1600 euro, nvdr)', vertelt le Boss. We ontmoeten de smokkelaar de eerste keer 's avonds op het dak van ons hotel, waar niemand kan meeluisteren. Boss is een veel gebruikte naam voor smokkelaars, maar deze baas zegt dat hij de enige is die nu nog actief is onder deze alias. 'Ze kennen me allemaal in Agadez. Ik ben al 25 jaar bezig in deze branche. Er zijn small bosses maar ik ben de baas der bazen, ik behoor tot de grote smokkelaars.' Tegenwoordig verdient hij naar eigen zeggen nog maar een fractie van wat hij vroeger binnenhaalde. Vertrokken er destijds zo'n 950 migranten per maand uit Agadez naar het noorden, dan gaat het nu nog om hooguit enkele tientallen per week. De bedragen die de migranten betalen, zijn intussen fors gestegen. Voor 2016 betaalden reizigers van Agadez tot de Libische stad Sabha ongeveer 200 euro voor de trip, tegenwoordig is dat bedrag opgelopen tot meer dan 500 euro.

De bedoeling is dat alle Soedanezen verhuizen van het kamp in de stad naar het woestijnkamp. Een letterlijke 'hotspot'. © Bas Bogaerts

Agadez fungeert al eeuwen als kruispunt van de karavaanhandel. De nomadische Toearegstammen beheersten de handels- en transitroutes van en naar de Sahara met verve. Historisch domineren ze ook de misdaad in de woestijn. Agadez was lange tijd een geliefd oord voor woestijntoeristen maar na de tweede Toearegopstand tegen de overheid in 2007 - de eerste opstand vond plaats in de eerste helft van de jaren negentig - bleven de buitenlandse bezoekers massaal weg. De illegale handel in alcohol, drugs, ruwe olie en wapens nam toe en werd een paar jaar later volledig overheerst door de handel in migranten.

'De situatie in de woestijn is zo gevaarlijk geworden dat haast alleen jonge mannen de tocht nog wagen', zegt le Boss. 'Elke dag zijn er overvallen door gewapende bendes. Ze zijn uit op de auto's waarmee de migranten vervoerd worden. Iedereen, ook de chauffeurs, moet zijn geld en telefoons afgeven. Weiger je, dan word je ter plekke neergeschoten. Als je alles afstaat, heb je een kans dat ze je levend achterlaten. Maar groot is die niet. Ik heb de afgelopen twee jaar meer dan twintig chauffeurs verloren.'

Een deel van de bendes bestaat uit Tsjadische en Nigerese ex-werknemers van de belangrijkste goudmijn Djado in het noorden van Niger. Toen de mijn twee jaar geleden werd stilgelegd omdat de boel werd overgenomen door Chinese en Soedanese investeerders, stond het personeel op straat. Een aantal van hen zocht een alternatief inkomen in het beroven van migranten en chauffeurs in de Sahara.

Net als de oversteek van de Middellandse Zee is de tocht door het woestijngebied ten noorden van Agadez - twintig keer groter dan België - enorm risicovol. Toch blijven de migranten komen. Volgens le Boss hebben ze geen alternatief. 'Wie naar Agadez is gekomen en zijn geld nog heeft, kan weinig anders. Naar huis terugkeren beschouwen ze als een mislukking, in Agadez is geen werk te vinden. Het enige wat overblijft, is vertrekken.'

Zelf denkt hij er niet aan om te stoppen. 'Als je het geld eenmaal gewoon bent, wil je niet meer voor minder werken.' Later geeft hij toe waarom hij nog steeds vrij rondloopt ondanks zijn bekendheid als passeur: zijn vader is een van de belangrijkste afgevaardigden van Agadez.

Via het Emergency Trust Fund for Africa beloofde Europa geld voor werkgelegenheidsprojecten aan 6565 Nigerezen die in de migrantenindustrie actief waren geweest en door de harde aanpak na de invoering van de antismokkelwet werkloos waren geworden. Tot nu toe hebben slechts 371 gegadigden daadwerkelijk geld ontvangen. Met het bedrag kunnen ze materiaal aankopen om een eigen zaak te beginnen. Niemand krijgt rechtstreeks cash in handen. Sommigen openen een restaurant of winkeltje, anderen starten een werkplaats voor brommers of auto's op.

© Bas Bogaerts

'Ik stond op de lijst met aanvragers omdat ik zo bekend ben als smokkelaar dat de lokale overheid me wel moest opnemen', zegt le Boss. 'De waarheid is dat het merendeel van het Europese geld naar vriendjes en familie van de notabelen van de stad is gegaan. Naar mensen die niets of bijna niets met migrantensmokkel te maken hadden. Omdat ik precies wist wie er wel en niet betrokken waren, kreeg ik geld om te zwijgen.'

Volgens de smokkelaar werd de lijst opgesteld door het Hoogcommissariaat voor de Vrede in Agadez en door de ngo Karkara in Agadez, een organisatie die onder andere met Belgisch geld wordt gesteund. Een anonieme bron in de stad bevestigt het verhaal van le Boss voor honderd procent. Volgens zijn berekening zou een twintigste van de ruim 650.000 euro die Europa tot nu toe geschonken heeft aan de reconversieprojecten, daadwerkelijk worden uitbetaald aan mensen die ervoor in aanmerking komen. 'Het gaat niet om een miljoenenfraude maar als het hier gebeurt, zal het overal gebeuren. Alles bij elkaar opgeteld hebben we het dan wel over een hoop geld.'

Bij de ngo Karkara hebben ze de lijst met namen gekregen van het Hoogcommissariaat voor de Vrede, klinkt het. Met andere woorden: ze hebben de lijst niet zelf opgesteld. Bij het Hoogcommissariaat voor de Vrede in Agadez worden we van het kastje naar de muur gestuurd. Op de vraag wie de lijst heeft opgesteld, krijgen we geen antwoord.

'Het conversieproject in Niger zit nog in de pilootfase', zegt Esther Osorio, woordvoerder van Buitenlandse Zaken voor de Europese Commissie. 'We wilden dat de gedupeerden van het migratieakkoord zo snel mogelijk een alternatief inkomen konden opstarten. De verantwoordelijke in Niger volgt de zaken op regelmatige basis op.'

Uitzichtloos

Intussen zitten duizenden migranten vast in Agadez. Een aantal is op weg naar Libië of Europa maar werd onderweg agressief bestolen door politie- en andere veiligheidsdiensten en heeft geen geld meer om verder te reizen. Anderen zijn teruggekeerd uit Libië, na vaak hartverscheurende, onmenselijke toestanden. Ze zijn beroofd, ontvoerd, uitgebuit, verkracht, mishandeld. Ze zoeken in de eerste plaats een veilige verblijfsplek. Een groot aantal heeft het geld voor de reis geleend en moet de schulden terugbetalen. Intussen zetten de schuldeisers de familie thuis onder druk. In Agadez is zo goed als geen werk voor de migranten. De eigen bevolking heeft al grote moeite om het hoofd boven water te houden.

Slechts een twintigste van de ruim 650.000 euro die Europa tot nu toe geschonken heeft aan de reconversieprojecten, zou daadwerkelijk worden uitbetaald aan mensen die er voor in aanmerking komen.

De migranten verblijven in wat ze getto's noemen en waar ze geen wijk maar een huis mee aanduiden. Nog een andere groep in Agadez bestaat uit zo'n 2000 Soedanezen, grotendeels uit Darfur. Ze zijn eveneens teruggekeerd uit Libië wegens mensonterende omstandigheden. Sommigen hopen op asiel in Agadez, anderen weten niet waar ze naartoe kunnen. Terugkeren naar Soedan willen ze alleszins niet.

Migranten die vrijwillig willen terugkeren naar hun land, kunnen terecht bij de IOM. De organisatie, gefinancierd door de EU, voorziet in opvang en regelt het vervoer naar het land van herkomst. Migranten die niet willen terugkeren en dus in Agadez blijven of alsnog noordwaarts willen reizen, krijgen geen steun van de IOM en moeten zich zien te redden. Bij degenen die uit pure nood geen andere keuze hebben dan een terugkeer naar het thuisland, kun je je echter afvragen in hoeverre de IOM, een VN-orgaan, haar verantwoordelijkheid neemt op vlak van mensenrechten.

De Belgische ngo Dokters van de Wereld (MDM) bekommert zich als een van de weinige organisaties om de migranten die vastzitten in Agadez. Ze verleent medische en psychologische bijstand, verplaatst zich met teams door de stad en deelt spullen uit in de getto's zoals zeep, borstels en muggennetten. We gaan met Johannes Claes naar een gloednieuw opvangkamp van de VN-vluchtelingenorganisatie voor de Soedanezen, vijftien kilometer buiten de stad, midden in de woestijn. De bewoners van Agadez vonden dat de Soedanezen te veel overlast veroorzaakten in de stad dus werden ze naar dit kamp overgeplaatst. Omdat ze met zo veel zijn, verblijven de Soedanezen niet in getto's. Een groot deel van de mannen en jongens bivakkeert nog in het oude, zelfgebouwde kamp in Agadez waar sommigen al meer dan een jaar wachten. De bedoeling is dat ze allemaal naar de woestijn verhuizen. Een letterlijke 'hotspot'.

De bedoeling is dat alle Soedanezen verhuizen van het kamp in de stad naar het woestijnkamp. Een letterlijke 'hotspot'. © Bas Bogaerts

In het woestijnkamp ontmoeten we Mahmoud Zakaria (25), hij vertrok uit Darfur toen hij negen was. Hij is nu al zestien jaar onderweg, op zoek naar een plek om een veilig bestaan te kunnen opbouwen. 'Het liefst wil ik nog altijd naar Europa. Alleen weet ik niet hoe. Ik woonde dertien jaar in een vluchtelingenkamp in Tsjaad voor ik naar Libië trok. Mijn ouders leven niet meer, ik had geld gespaard via verschillende jobs. In Libië werd ik beroofd en gevangengenomen. Ik had geen idee wie de mannen waren die me opsloten. Ze hadden wapens en droegen uniformen. Mijn familie moest betalen, anders zou ik niet vrijkomen, zeiden ze. De drie maanden opsluiting waren een hel. Ik werd geslagen, geschopt, constant bedreigd met de dood omdat mijn familie niet over de brug kwam. Ze weigerden te geloven dat ik geen familie meer had.'

Mahmoud slaagde erin te ontsnappen en vond een schuilplaats bij andere Soedanezen. Met het beetje geld dat hij daarna verdiende, kon hij mee terug naar Niger reizen. Sindsdien wacht hij in Agadez op wat komen gaat. 'Ik wil niet terug naar Darfur, het leven is nog steeds verschrikkelijk daar. Asiel aanvragen in Niger wil ik ook niet want er is geen enkele kans op werk. (Niger is het op één na armste land ter wereld, nvdr) Geld heb ik niet, dat is gestolen in Libië. Dus kan ik niet weg. Ik kan alleen hopen op een wonder.' De uitzichtloze situatie waar Mahmoud inzit, is tekenend voor de rest van de kampbewoners. Ze zitten en wachten. Op een mirakel.

Doorgedraaid

De hitte is verschroeiend, de krachtige wind voelt aan als een haardroger op de hoogste stand. We zoeken de schaduw op onder het dak van de wasplaats, aan de rand van het kamp. Al gauw komen verschillende vrouwen bij ons zitten, een baby op de arm of een peuter bengelend aan hun been. De kinderen zijn zo verzwakt door de warmte en de eenzijdige voeding dat er nauwelijks leven in zit. Ze hangen tegen hun moeder aan, maken geen geluid. Er zijn geen activiteiten in het kamp, geen school, geen mogelijkheden om zelf te koken. De verveling is moordend, vertellen de vrouwen. 'In plaats van bezig te kunnen zijn, malen de gebeurtenissen in Libië door ons hoofd. We worden er gek van.' Toch blijven ze. 'Omdat dit de minst slechte optie is. Het is hier alleszins beter dan in Darfur en beter dan in Libië. Meer keuzes hebben we niet.' Johannes Claes van Dokters van de Wereld, die ons uitnodigde in Niger, erkent dat de nood aan psychologische bijstand enorm is na al het afschuwelijks dat veel van deze mensen meegemaakt hebben.

'Bye, see you in Europe', horen we de Nigerianen roepen, klaar voor een tocht door de woestijn. © Bas Bogaerts

Een man komt aangewandeld, gaat ongevraagd in de groep vrouwen op de grond zitten. Die wijzen veelbetekenend naar hun hoofd. 'Volledig doorgedraaid', fluistert Mahmoud. 'In Libië heeft hij vreselijke dingen meegemaakt. Drie dagen geleden probeerde hij van de watertoren te springen.' De man draagt een bril zonder glazen. De brede schoudervullingen in zijn T-shirt steken af bij zijn magere postuur. Hij is duidelijk verward, probeert ons een spel uit te leggen met gekleurde doppen van plastic flessen. Hij zegt iets over Libië, barst plots luidkeels in huilen uit, minutenlang. Het gaat door merg en been. Hij is zwaar getraumatiseerd, dat lijdt geen twijfel. De vrouwen zitten erbij, kijken ernaar. Sommigen krijgen zelf tranen in de ogen. Niemand zegt iets. Alleen het geluid van de woestijnwind en de wenende man weerklinken. Van alle vluchtelingenkampen waar ik geweest ben, is dit het meest trieste.

Prostitutienetwerk

De getto's in Agadez zijn gammele gebouwtjes van zandsteen, zonder elektriciteit of water. In het derde huis dat we bezoeken, zitten vijf Nigeriaanse vrouwen. Ze vallen op door hun uiterlijk. Twee van hen dragen dikke valse wimpers, de rest rommelt wat met langharige pruiken, sieraden en make-up. Florence is zeven maanden zwanger. De vader van haar kind is in Nigeria en kan niet voor haar zorgen, klinkt het kortaf. Ze ontwijkt de vraag waarom ze er als zwangere vrouw voor koos om in haar eentje naar Europa te trekken. 'In mijn thuisland kon ik geen bestaan opbouwen, ik wil het in Europa proberen.' Haar familie leende bijna 2000 euro voor haar tocht. Een groot deel van het geld werd onderweg naar Agadez afhandig gemaakt door Nigerese politiemensen, vertelt ze. Ze heeft niet genoeg over om Libië door te trekken. 'Maar dat wil ik ook niet', klinkt het beslist. 'Wat er ook gebeurt, ik ga niet naar Libië.'

Negentig procent van de vrouwen die hier passeren, is geronseld door een prostitutienetwerk. © Bas Bogaerts

De twee andere vrouwen knikken instemmend. Geen van hen wil een voet in Libië zetten. 'Er gebeuren vreselijke dingen.' Voor hun vertrek wisten ze niet hoe erg de situatie in het land was, zeggen ze. Nu zitten ze hier in Agadez. Terug kunnen ze niet. 'Ik zou me zwaar schamen als ik zonder geld terug naar huis moet', zegt Florence. 'Dat doet niemand.' Intussen worden haar ouders bedreigd door de mannen die het geld hebben geleend voor de reis naar Europa. 'Mijn vader is boer. Ze willen een stuk land van hem afnemen. Ik kan dus niet naar huis zonder het geleende geld terug te betalen.' Al weigeren ze naar Libië te gaan, toch willen de vrouwen alledrie alsnog naar Europa, zeggen ze. Over het waarom blijven ze vaag.

'Negentig procent van de vrouwen die hier passeren, is geronseld door een prostitutienetwerk', zegt de coördinator van Dokters van de Wereld, Soumaila Ibrahim Maiga. 'Sommigen betalen in één keer voor de hele trip van thuis tot in Europa. Anderen betalen per traject en prostitueren zich onderweg om het volgende traject te betalen.'

Waarom de vrouwen die we spraken absoluut niet naar Libië willen, vragen we aan Ibrahim Maiga. 'De Nigerese vrouwen worden als beesten behandeld in Libië. Opgesloten in kleine kamers waar het eten naar binnen wordt gesmeten alsof het honden zijn. Als de vrouwen eenmaal in Italië arriveren, hebben ze al een lang traject van mishandeling en afpersing afgelegd. Dan moet het in Europa nog beginnen.'

De migratiestroom in Niger mag dan drastisch afgenomen zijn, dat wil niet zeggen dat hij ooit opdroogt, zegt Ibrahim Maiga. 'De mensen blijven komen, het zal nooit stoppen. Al is de aanpak van de EU en de Nigerese overheid cijfermatig succesvol, de prijs die ervoor wordt betaald is hoog.'

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.