Ilana Hammerman is niet bang aangelegd. Twee jaar cel riskeerde ze toen ze in mei 2010 willens en wetens de Israëlische wet overtrad. Op een mooie lentedag reed ze met haar rode Ford Fiesta naar een Palestijns dorp op de Westelijke Jordaanoever. Ze pikte er drie tienermeisjes op en smokkelde hen Israël binnen via het militaire checkpoint Betar. Voor de meisjes brak een heuglijke dag aan. Ze werden in Tel Aviv getrakteerd op een ijsje, keken hun ogen uit in een blitse shoppingmall. En vooral: ze konden voor het eerst in hun leven kennismaken met de geneugten van strand en zee. Zwemmen hadden ze nooit geleerd, maar Hammerman beschreef in de linkse kwaliteitskrant Haaretz de extatische taferelen die zich in de branding van Jaffa afspeelden. Vanuit hun dorp konden de meisjes de Middellandse Zee haast ruiken, maar sinds het afgrendelen van de bezette gebieden is het voor Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever nagenoeg onmogelijk geworden er nog een glimp van op te vangen.
...

Ilana Hammerman is niet bang aangelegd. Twee jaar cel riskeerde ze toen ze in mei 2010 willens en wetens de Israëlische wet overtrad. Op een mooie lentedag reed ze met haar rode Ford Fiesta naar een Palestijns dorp op de Westelijke Jordaanoever. Ze pikte er drie tienermeisjes op en smokkelde hen Israël binnen via het militaire checkpoint Betar. Voor de meisjes brak een heuglijke dag aan. Ze werden in Tel Aviv getrakteerd op een ijsje, keken hun ogen uit in een blitse shoppingmall. En vooral: ze konden voor het eerst in hun leven kennismaken met de geneugten van strand en zee. Zwemmen hadden ze nooit geleerd, maar Hammerman beschreef in de linkse kwaliteitskrant Haaretz de extatische taferelen die zich in de branding van Jaffa afspeelden. Vanuit hun dorp konden de meisjes de Middellandse Zee haast ruiken, maar sinds het afgrendelen van de bezette gebieden is het voor Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever nagenoeg onmogelijk geworden er nog een glimp van op te vangen. Hammerman ontsnapte nipt aan een proces, nadat een lobbygroep van kolonisten een klacht had ingediend wegens het helpen van Palestijnen om Israël illegaal binnen te dringen. Toch is het Israëlische gevangeniswezen haar vertrouwd, zo blijkt uit haar pas vertaalde boek Een vrouw alleen. Hammerman genoot in eigen land al een reputatie als literatuurwetenschapper, auteur, vertaler, uitgever en opiniemaker met uitgesproken progressieve standpunten, maar het boek gaat over de missie waarmee ze de voorbije tien jaar uitgroeide tot een van de toonaangevende critici van de bezettingspolitiek. Hammerman deed wat weinig Israeli's durven: ze ging achter de scheidsmuur kijken. Ze leerde Palestijnse families kennen, stond gevangenen bij die verstrikt raakten in het web van militaire rechtbanken, hielp zieken uit Gaza aan reisvergunningen om zich in Jeruzalem te laten behandelen. Hoewel haar boek als een persoonlijke getuigenis werd opgevat, maakt vooral het grimmige beeld van het militaire bezettingsregime indruk. Evenzeer als door wachttorens en prikkeldraad worden de Palestijnen door constant wijzigende wetten, regels en verbodsbepalingen in een wurggreep gehouden. Burgerlijke ongehoorzaamheid is het wapen waarmee Hammerman haar strijd voert. We spreken de 74-jarige literator-activiste vlak voor een zoveelste excursie naar de overkant: samen met een handvol medestanders probeert ze te verhinderen dat enkele bedoeïenenfamilies uit hun dorp in de buurt van Jeruzalem worden verdreven. Wat is er aan de hand? Ilana Hammerman: Het gaat om de zoveelste stap in de etnische zuivering die al decennia aan de gang is. Dit keer speelt het zich af in Jeruzalem, de voorbije jaren kregen vooral de Palestijnen op de Jordaanoever het hard te verduren. Ik heb het vaak zien gebeuren: kolonisten die met verbaal en fysiek geweld boeren beletten hun land te bewerken of hun vee te hoeden. Gewoonlijk zijn ze met niet meer dan een half dozijn, maar ze weten dat het Israëlische leger aan hun kant staat. Als de militairen al tussenbeide komen, is het om met een of andere verordening te zwaaien waaruit moet blijken dat de Palestijnen zich op verboden terrein bevinden. Al generaties lang hoeden ze er hun schapen en geiten, maar ineens moeten ze opkrassen. Veiligheidsoverwegingen: het eeuwige alibi voor de etnische zuivering. In een van uw columns schopt u links Israël een geweten. Het volstaat niet om Haaretz te lezen of verontwaardigde opiniestukken te pennen, schreef u in mei 2018. Alleen door actie te ondernemen, in de auto te springen en fysiek tussenbeide te komen, kan de etnische zuivering een halt worden toegeroepen. Hebt u respons gekregen? Hammerman: Helaas niet, we zijn met veel te weinig om echt verschil te maken. En toch vergt burgerlijke ongehoorzaamheid van Israëli's niet buitengewoon veel moed. Oké, ik heb ooit vijf dagen in een politiecel gezeten toen ik de afbraak van een Palestijnse woning probeerde tegen te houden. En ik heb me meermaals mogen verantwoorden voor het binnensmokkelen van illegale Palestijnen. Na mijn Haaretz-artikel over mijn trip met de drie meisjes naar Jaffa heeft een groep Israëlische vrouwen mijn voorbeeld gevolgd en nog meer kinderen op een dagje vakantie aan zee getrakteerd. De autoriteiten namen me dat kwalijk, maar het heeft me allemaal niet kunnen verhinderen om een succesvolle carrière als schrijver, vertaler en uitgever uit te bouwen. De druk op Israëlische activisten is een lachertje vergeleken met de repressie waaraan de Palestijnen blootstaan. Waarom dan dat gebrek aan medestanders? Is het een kwestie van onverschilligheid? Hammerman: De Israëlische politiek is in één opzicht erg succesvol geweest: Joden en Palestijnen leven in compleet gescheiden werelden. Door muren en hekken, maar ook door de media en het onderwijs. 90 procent van de Israëli's spreekt geen woord Arabisch - onwaarschijnlijk voor de bewoners van een klein land dat helemaal door Arabische buren wordt omgeven. Alleen tijdens hun legerdienst komen ze met Palestijnen in contact, in een hiërarchische, gewelddadige relatie eigen aan het bezettingsregime. Er speelt bovendien een verdrongen schuldgevoel. De grote meerderheid van de Israëli's leidt al bij al een comfortabel leven. Dat geluk willen ze niet laten bederven door de ellende van de Palestijnen onder ogen te zien. En er leeft angst. Ik heb mijn linkse vrienden vaak proberen te overtuigen om mee te gaan. Velen durfden niet, bang als ze waren dat er met stenen naar hun auto zou worden gegooid. Voor diegenen die het toch waagden, was het een revelatie. Palestijnen zijn net mensen zoals wij, realiseerden ze zich, ze willen werken en dromen van een betere toekomst voor hun kinderen. Ook u hebt er blijkens uw boek lang over gedaan om de Palestijnen echt te leren kennen. U ageerde weliswaar al vroeg tegen de bezetting, maar u was al 61 toen u besloot om achter de scheidsmuur te gaan kijken. Waarom? Hammerman: Het heeft te maken met een reeks gebeurtenissen in mijn privéleven. In korte tijd verloor ik zowel mijn moeder, mijn zus als mijn levenspartner. Uitgerekend in die periode nam ik het besluit om Arabisch te leren. Via een Palestijnse werkman kwam ik in contact met een verpleegster uit de Westoever die me tegen betaling Arabische les wilde geven. Ik ben naar haar toe gereden, naar een van de dorpen in de zogenoemde Area A, die onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit valt. Bij alle invalswegen staan van die rode borden: 'Levensgevaarlijk. Verboden voor Israëlische staatsburgers.' Dat zegt veel over de situatie: het zijn niet de Palestijnen die het contact afwijzen, het isolement wordt ons door Israël opgelegd. Ik werd hartelijk ontvangen, mijn privélerares is een van mijn beste vriendinnen geworden. Via haar heb ik de rest van de familie leren kennen. Veel volk, want zo gaat dat in Palestijnse families. Het gaf me een warm en ook wel troostend gevoel. Terwijl mijn vertrouwde wereld door kanker werd uitgedund, ging een nieuwe voor me open. Ik stelde vast hoe weinig ik van de Arabische cultuur afwist, ook al had ik mijn hele leven op een boogscheut van die cultuur gesleten. Welke verschillen met de Palestijnen stelde u zoal vast? Hammerman: Alleen al hun concept van tijd is heel anders. Ik kom een uit een jachtige, westerse maatschappij met stress en deadlines. In de Palestijnse dorpen kennen ze geen stress. Als je bij mensen op bezoek gaat, begin je niet na een kwartier op je horloge te kijken. Zonder thee of koekjes kom je niet buiten, en zelfs als je na drie uur aanstalten maakt om te vertrekken, snappen ze niet waarom. Meestal heb ik ginder met vrouwen te maken. Ze zijn nieuwsgierig naar mijn leven als vrijgevochten Joodse vrouw, we voeren gesprekken over de intiemste onderwerpen. Zelf zitten ze in een dubbel keurslijf gesnoerd: het patriarchaat en de bezetting, waarvan ik de impact pas echt ben gaan beseffen door mijn contacten op de Westoever. Daarom heb ik dit boek geschreven. Het gaat niet over grote politiek of de geschiedenis van het Joods-Palestijnse conflict. Ik probeer te getuigen over het dagelijkse leven onder de bezetting. Over kinderen die niet naar de zee mogen, en over mannen die geen werk vinden en wanhopig smeken om hen naar Israël te smokkelen, waar ze riskeren te worden opgepakt. Over andere mannen die zich gelukkig prijzen omdat ze wel een werkvergunning voor Israël hebben, ook al zijn ze dagelijks urenlang onderweg omdat ze voorbij checkpoints moeten waar ze door achttienjarige dienstplichtigen worden vernederd. Over ouders die na lang wachten eindelijk een reisvergunning krijgen om hun zoon in de gevangenis te bezoeken. Op die vergunning staat dat ze zich ten laatste om 9 uur 's morgen moeten aanmelden. En dus haasten ze zich dood om niet te laat te komen, terwijl ze vervolgens tot 5 uur 's avonds moeten wachten vooraleer ze hun zoon een halfuurtje kunnen spreken. U bent ver gegaan in uw pogingen om Palestijnse vrienden - soms waren het kennissen van vrienden - te helpen. Dat engagement leidde u opvallend vaak naar militaire rechtbanken en gevangenissen. U betaalde borgstellingen, schreef ontlastende getuigenissen en mobiliseerde advocaten. Toch kon u daarmee niet altijd verhelpen dat de begunstigden absurd lang opgesloten bleven. Frustreert u dat niet? Hammerman: Ja. Er wordt veel te weinig gesproken over het lot van de Palestijnse gevangenen. Op dit moment zijn er dat volgens de mensenrechtenorganisatie B'Tselem meer dan 6000. Palestijnen uit de bezette gebieden kunnen alleen voor militaire rechtbanken verschijnen. De straffen zijn draconisch, de procedures totaal ondoorgrondelijk, er is altijd wel een regeltje om een detentie te verlengen. Zelfs kinderen van 13 die met een steen gooien, vliegen voor maanden achter de tralies. Vaak komt het niet eens tot een proces, heel wat Palestijnen zitten vast in administratieve detentie. Geen enkele familie uit de bezette gebieden die eraan ontsnapt, sinds 1967 hebben al bijna een miljoen Palestijnen in militaire gevangenissen gezeten. Het is een absolute schande. Militaire rechtspraak is bedoeld voor oorlogsomstandigheden, maar Israël gebruikt ze om de Palestijnen te intimideren. Is dat de reden waarom u oproept tot een boycot tegen Israël? Hammerman: Het is een van de redenen. Het leven van de Palestijnen onder de militaire bezetting is onmogelijk. Het is hallucinant dat die toestand al 51 jaar aansleept. Ik snap echt niet waarop Europa wacht om maatregelen tegen Israël te nemen. Een Joodse vrouw - een Israëlisch staatsburger, nota bene - die oproept tot een boycot tegen Israël: het predicaat 'zelfhatende Jood' wordt voor minder gehanteerd. Bent u daar niet bang voor? Hammerman:(zucht diep) Ik volg het debat in Europa op de voet. Vooral in Duitsland, het land van mijn overleden partner, waar ik vaak verblijf. Het is ergerlijk dat kritiek op Israël in Europa meteen als antisemitisme wordt afgedaan. Hoe vaak heb ik het al niet proberen uit te leggen? Ik hou van mijn land, ik zou nergens anders willen leven. Precies daarom voer ik deze strijd, in het belang van de Palestijnen maar evengoed van de Israëli's. Want de bezetting is niet alleen moreel verwerpelijk, ze leidt op lange termijn onherroepelijk tot de ondergang van Israël. We kunnen de geografische en demografische realiteit niet loochenen. We zijn geen Europees land, we leven in een Arabisch universum. Mijn moeder, wier hele familie door de nazi's werd vermoord, heeft het me geleerd: je kunt niet in een land leven met de rug naar de anderen gekeerd. Dat is precies wat de Israëli's doen.