Zo halverwege de Zuid-Afrikaanse weg R310 tussen de badplaats Muizenberg en universiteitsstad Stellenbosch is het uitzicht adembenemend. In de verte, hemelsbreed op ruim twintig kilometer, waakt de iconische Tafelberg over de 'moederstad', zoals de bijnaam van Kaapstad luidt. Daartussen ligt de Kaapse Vlakte met het immense township Khayelitsha. Zover het oog reikt staan duizenden shacks, zelfgebouwde hutten van hout en spaanplaat, in het zand of tussen de bosjes tegen de duinen.
...

Zo halverwege de Zuid-Afrikaanse weg R310 tussen de badplaats Muizenberg en universiteitsstad Stellenbosch is het uitzicht adembenemend. In de verte, hemelsbreed op ruim twintig kilometer, waakt de iconische Tafelberg over de 'moederstad', zoals de bijnaam van Kaapstad luidt. Daartussen ligt de Kaapse Vlakte met het immense township Khayelitsha. Zover het oog reikt staan duizenden shacks, zelfgebouwde hutten van hout en spaanplaat, in het zand of tussen de bosjes tegen de duinen. Het is zomer op het zuidelijk halfrond, beschutting tegen de felle zon is er nauwelijks. Khayelitsha betekent 'nieuw thuis' in het Xhosa en hoe onaantrekkelijk de dorre woonomgeving en de reflecterende daken er ook uit mogen zien, elke dag vestigen zich hier talrijke nieuwkomers uit binnen- en buitenland, in de hoop op een beter leven. Op zoek naar werk komen ze uit de armlastige Oostkaap, uit het economisch ingestorte buurland Zimbabwe of helemaal uit Nigeria. Het officiële bevolkingsaantal van het stadsdeel, dat bestuurlijk bij Kaapstad hoort, is volgens de laatste telling 400.000, maar volgens een schatting komt 1,2 miljoen dichter bij de werkelijkheid. Vrijwel alle inwoners zijn zwart. Op enkele minuten rijden begint het Kaapse Wynland, ook wel Boland ('bovenland') genoemd, met weelderige steden als Stellenbosch, Paarl en Franschhoek. Hier wonen veel Afrikaners, witte Zuid-Afrikanen die vaak Nederlandse wortels hebben en Afrikaans spreken. Die taal is voortgekomen uit het Nederlands, aangevuld met leenwoorden uit onder meer Maleis, Portugees en Zulu. In het groene heuvellandschap staan spierwitte boerderijen met klokgevels, volgens Kaap-Hollandse bouwstijl. Hier hebben grote bedrijven hun hoofdkantoor en luncht de elite op wijnboerderijen van wereldfaam. En ook hier is het uitzicht adembenemend. De wijngaarden groeien tot tegen de flanken van het Hottentots Holland-gebergte, een bergketen waar onder meer bavianen en een kleine groep Kaapse luipaarden leven. In februari was het precies dertig jaar geleden dat Nelson Mandela werd vrijgelaten en er een eind kwam aan het verbod op partijen als het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) en het Pan-Afrikaans Congres (PAC). De democratische transitie voedde de hoop op een afname van de extreme ongelijkheid in Zuid-Afrika, het gevolg van decennialange segregatie en geïnstitutionaliseerd racisme: apartheid. Het liep anders. A better life for all luidde de naam van het manifest waarmee het ANC de eerste vrije verkiezingen in 1994 won, al waarschuwde Mandela tijdens de campagne voor euforie. 'Verwacht niet dat je de dag na de verkiezingen direct in een Mercedes rondrijdt of kunt zwemmen in je achtertuin', drukte de toekomstige president zijn aanhang op het hart. 'Het leven zal niet dramatisch veranderen, behalve dat je meer zelfvertrouwen hebt. Je bent staatsburger in eigen land. Maar je moet geduld hebben.' Hij spoorde zijn landgenoten aan hard te werken en het lot in eigen handen te nemen. Tijdens de onderhandelingen met de nationalistische regering over de politieke en economische toekomst liet Mandela, mede onder invloed van zijn latere opvolger Thabo Mbeki en de huidige president Cyril Ramaphosa, het socialistische verleden van het ANC grotendeels achter zich. De partij omarmde de globalisering en de bijbehorende liberale economie. Het was de tijd dat links ook elders zijn ideologische veren afschudde, met leiders als Bill Clinton en Wim Kok, later gevolgd door Gerhard Schröder en Tony Blair, die opschoven naar het politieke midden en de 'derde weg' insloegen. Het nieuwe Zuid-Afrika moest aantrekkelijk zijn voor internationale investeerders, die banen en welvaart naar de regenboognatie zouden brengen. Deels lukte dat. De economie groeide, soms met meer dan 5 procent per jaar, en in 2010 werd de -S van South Africa toegevoegd aan het acroniem van de vooraanstaande groep van opkomende landen. BRIC (Brazilië, Rusland, India en China) werd BRICS. Desondanks waren de groei en investeringen verre van toereikend om massa's werklozen aan een baan te helpen. Er werden weinig nieuwe fabrieken gebouwd in Zuid-Afrika en in de mijnbouw gingen honderdduizenden banen verloren. Het officiële werkloosheidscijfer bedraagt nu 29 procent van de beroepsbevolking en nadert de 40 procent als je mensen meerekent die het zoeken naar een baan definitief hebben opgegeven. Volgens de zogenoemde Gini-index is Zuid-Afrika nu het land met de grootste economische ongelijkheid ter wereld. De bestbetaalde 10 procent van bevolking verdient ruim 65 procent van al het inkomen (in België is dat ongeveer 25 procent) en de rijkste 10 procent bezit zelfs 93 procent van het vermogen (in België 45 procent). Dat is uiterst zorgwekkend, vinden invloedrijke economen als Thomas Piketty en Joseph Stiglitz. 'De geschiedenis leert ons dat extreme ongelijkheid, zoals we die in Zuid-Afrika zien, niet goed is voor ontwikkeling en groei, en kan leiden tot geweld', zei Piketty in 2015 tijdens de jaarlijkse Nelson Mandela-lezing in Johannesburg. Hij verwees naar een staking drie jaar eerder in Marikana, ten westen van Pretoria, waar mijnwerkers in opstand kwamen tegen lage lonen en geringe inkomsten voor omringende dorpen en hun bewoners. Het protest eindigde in een bloedbad met 47 doden. Khayelitsha en Stellenbosch zijn in dertig jaar niet naar elkaar toe gegroeid, maar staan misschien nog wel verder van elkaar af. De meeste welgestelde bewoners van de Kaapregio kennen de townships nog altijd uitsluitend als gebied achter een omheining aan de snelweg, waar ze op grote snelheid langs razen. Andersom begeven veel arme bewoners zich elke ochtend in minibusjes naar de rijkere buurten, waar ze veelal dienend werk verrichten, om 's avonds weer terug te keren. Eigenlijk precies zoals tijdens apartheid, met het verschil dat ze geen pas nodig hebben die hun aanwezigheid in de betere wijken rechtvaardigt. Grote delen van Khayelitsha zijn kalm en - zeker overdag - veilig. Aan moderne winkelcentra en horeca is geen gebrek en de komst van hippe koffietentjes met wifi en bed and breakfasts duidt zelfs op beginnende gentrificatie. Een patrouillerend pantservoertuig dat tijdens ons bezoek langsrijdt, wijst tegelijkertijd op een andere realiteit. Op de Kaapse Vlakte woedt een gewelddadige strijd tussen diverse bendes, waarbij in de eerste helft van 2019 bijna duizend doden vielen, onder wie voorbijgangers en kinderen. Op het lokale radiostation Zibonele ('pas goed op jezelf') vertelt medewerker Ashia Nkontsa over de hardnekkigheid van veel problemen in Khayelitsha. 'Politici doen vaak nieuwe beloften en brengen soms verbetering, maar ze lossen problemen niet op. Zo bouwt de regering gratis huizen voor mensen in de sloppenwijk, maar vaak zetten kersverse huiseigenaren dan een nieuwe shack voor zichzelf neer en verhuren ze hun gratis verkregen woning. Mensen blijven altijd naar Khayelitsha komen.' Schoolhoofd Gcobani Mtoba van de Luleka Primary School zegt zijn uiterste best te doen om er het beste van te maken. 'Maar we hebben gemiddeld 46 kinderen per klas, vaak uit problematische gezinnen. We krijgen nu veel aanmeldingen van kinderen uit een nieuw informal settlement [sloppenwijk], nabij het strand. Hun ouders zijn vaak net verhuisd uit de Oostkaap. Eigenlijk zitten we vol, maar moet je kinderen onderwijs ontzeggen?' De school vergaart bijna geen inkomsten uit ouderbijdragen. Levert de sponsoring door broodmerk Blue Ribbon, prominent zichtbaar bij de entree, dan iets op? 'Eén keer per jaar krijgen alle kinderen een brood mee. Meer niet', zegt Mtoba. Naast de lokalen verkopen vrouwen in de pauze lolly's, chips en ander ongezond voedsel - ze lijken geen slechte zaken te doen. De school kreeg recentelijk 25 computers ter beschikking, maar die zijn gestolen. En het sportveld van kunstgras ligt er ook al pover bij. Mtoba: 'Wij willen hier ook graag een springbok opleiden, maar dat zie ik niet snel gebeuren.' Hij verwijst daarmee naar de bijnaam van de nationale rugbyspelers. Die sport, tot voor kort vooral populair in witte kringen, wordt in toenemende mate door het hele land omarmd. Het is niet zo dat opeenvolgende ANC-regeringen de afgelopen 25 jaar niet geprobeerd hebben armoede te bestrijden en meer gelijkheid te creëren. Tal van ambitieuze programma's, zoals het Reconstruction and Development Programme, de Growth, Employment and Redistribution-strategie en het National Development Plan, moe(s)ten leiden tot betere kansen voor de onderklasse en een eerlijker verdeling van rijkdom. Concreet zijn er sinds 1994 meer dan 3 miljoen (!) gratis huizen gebouwd, er kwam een stelsel van bescheiden uitkeringen en pensioenen, gratis gezondheidszorg en een groot deel van de bevolking kreeg toegang tot water en elektriciteit. Ook werden grote sommen geld in onderwijs geïnvesteerd.Maatregelen onder de noemer Black Economic Empowerment - positieve discriminatie op de arbeidsmarkt en aandelenoverdracht bij bedrijven - moeten eveneens tot meer gelijkheid leiden, maar resulteerden in een snelle verrijking van een kleine groep zakenlieden, vaak prominente ANC'ers. Ongelijkheid binnen de zwarte bevolking van Zuid-Afrika is nu groter dan binnen de gehele bevolking. Veel Zuid-Afrikanen, van alle kleuren, wijten de toename van ongelijkheid in de eerste plaats aan de miljarden die verdwijnen als gevolg van corruptie, ook bij veel projecten die juist bedoeld zijn om armoede tegen te gaan. Onder de vorige president Jacob Zuma (2009-2018) heeft de vermeende diefstal uit de staatskas zulke groteske vormen aangenomen dat gesproken wordt van state capture: de gebroeders Gupta, drie telgen uit een voorname zakenfamilie met wortels in India, worden ervan verdacht voor eigen gewin het landbestuur en belangrijke benoemingen van Zuma te hebben beïnvloed, een 'staatsovername'. Volgens een schatting van de krant Daily Maverick is in vier jaar ongeveer 100 miljard euro verdwenen, wat gelijk staat aan bijna een derde van het bruto binnenlands product van 2019.De reeks schandalen houdt ook direct verband met de grootschalige problemen waarmee South African Airways (SAA) en energieleverancier Eskom op dit moment kampen. Het elektriciteitsbedrijf kan niet langer stabiele stroomvoorziening garanderen en schakelt steeds vaker urenlang preventief delen van het netwerk uit. Tot afschuw van de bevolking lijkt Zuid-Afrika zo steeds steeds meer op veel andere landen in Afrika, waar stroomstoringen gebruikelijk zijn. En de nationale luchtvaartmaatschappij balanceert aan de rand van de afgrond. SAA zag zich eind vorig jaar gedwongen een deel van zijn vloot in de aanbieding te doen en het aantal vluchten flink terug te schroeven. 'Wij hebben het land in prima staat achtergelaten', zegt een eigenaar van een wijnboerderij in Stellenbosch, die niet bij naam geciteerd wenst te worden. 'Ik waarschuw al jaren dat het de verkeerde kant opgaat, maar het is aan dovemansoren gericht.' Stellenbosch in het Kaapse Wynland is een keurig aangeharkte stad met charmant centrum en een prestigieuze universiteit. Het werd in de zeventiende eeuw gesticht door de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de Nederlandse handelsonderneming die wordt beschouwd als 's werelds eerste multinational. Stellenbosch geldt ook als de bakermat van apartheid, omdat Hendrik Verwoerd, de voornaamste architect van de institutionele rassenscheiding, hier studeerde en later hoogleraar sociologie werd. In het oosten van het stadje, op weg naar het natuurreservaat Jonkershoek, vind je de chicste buurten. Hier houden de leden van de zogenoemde Stellenbosch Maffia zich op, een netwerk van invloedrijke Afrikaner miljardairs die volgens linkse critici achter de schermen aan de touwtjes trekken in Zuid-Afrika. Zelf vinden ze dat een complottheorie. De eigenaar van de wijnboerderij woont in een somptueuze villa in dezelfde buurt, maar wordt niet tot de 'maffia' gerekend. Hij vindt dat de zwarte bevolking na ruim 25 jaar democratie zelf verantwoordelijk is voor de aanhoudende armoede. 'Er zijn kansen genoeg, maar die pakken ze niet. Ze denken dat ze recht hebben op welvaart, maar weigeren daar hard voor te werken. Veel immigranten zijn wel bereid de handen uit de mouwen te steken.' Wat hij er niet bij vertelt, is dat het einde van apartheid vooral nieuwe kansen heeft gecreëerd voor mensen met veel vermogen, veelal witte Zuid-Afrikanen, zoals hijzelf. De vergevingsgezindheid én de overtuiging dat het kapitaal van rijke landgenoten nodig was om bredere welvaart te creëren, waren bij Mandela en zijn medeonderhandelaars zo groot dat niemand in Zuid-Afrika gedwongen is onteigend, ook al was het bezit vaak voor een groot deel aan apartheid te danken. Het land kent tot op de dag van vandaag geen vermogensbelasting. Het einde van de internationale handelsboycot tegen het apartheidsbewind, die volgde op de vrijlating van Mandela, leidde tot jubelstemming in Zuid-Afrikaanse zakenkringen. 'Bedrijven konden door de sancties nergens heen met hun kapitaal en stonden te popelen om buitenlandse markten te veroveren', zegt socioloog Edward Webster van het recent opgerichte Southern Centre for Inequality Studies aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg. Hij wijst onder meer op bierbrouwer South African Breweries, nu onderdeel van de in Leuven gevestigde wereldmarktleider AB Inbev, dat in rap tempo en met succes brouwerijen in Oost-Europa overnam en moderniseerde. Zuid-Afrikaanse multinationals hebben ook optimaal geprofiteerd van de groeispurt die veel Afrikaanse landen de afgelopen twee decennia doormaakten. Telecomaanbieder MTN en supermarktketen Shoprite zijn beide continentaal marktleider in hun respectievelijke sectoren en verspreid over het continent koopt de ontluikende middenklasse kleding, meubels, bier, pizza's en hamburgers bij Zuid-Afrikaanse bedrijven. 'Het is een kleine groep kapitaalkrachtige aandeelhouders die daarvan de vruchten plukt en het draagt bij aan de toegenomen ongelijkheid, ' zegt Fani Ncapayi, als fellow verbonden aan het departement Afrika Studies van de Universiteit van Kaapstad. Hij betreurt het dat de economische structuur van het land grotendeels ongewijzigd is gebleven. Ncapayi: 'Welvaart in Zuid-Afrika dient nog steeds een kleine groep en is nog altijd gebaseerd op de beschikbaarheid van goedkope zwarte arbeid. Het is nu natuurlijk makkelijk praten, maar achteraf gezien had Mandela tijdens de transitie hogere eisen moeten stellen. De verzoening was vooral politiek - de economie vormde niet de kern van het proces.' Webster deelt die analyse. 'Ik denk dat Mandela het land in de richting van een sociaaldemocratie had kunnen duwen met meer staatsinterventie en een groter sociaal vangnet. Maar het was een tijd waarin het neoliberaal gedachtegoed floreerde en het land dreigde in een bloedige burgeroorlog te belanden. Het is ironisch dat rijke Afrikaners tot de groepen horen die het meeste baat hebben gehad bij het einde van apartheid.'