Waarom Japan en Taiwan samen optrekken tegen Chinese dreiging

De Taiwanese president William Lai. © Getty Images

Het was Japans spitsuur in ­Taipei, in de laatste weken van 2025. De ene na de andere delegatie uit Tokio bezocht de Taiwanese hoofdstad om de banden aan te halen tussen de liberale regering van president William Lai en de conservatieve LDP, de ­partij van de nieuwe Japanse premier ­Sanae Takaichi.

De Japanse bezoekers waren zorg­vuldig gekozen: om Peking niet maximaal tegen de haren in te strijken, waren het geen ministers van de huidige regering. Wel waren het mensen van gewicht. Zoals Kōichi Hagiuda, de secretaris-­generaal van de LDP, die bij de Taiwanese ­president aanschoof voor overleg over de veiligheid in de regio. Ook kwam er een zware parlementaire delegatie uit Tokio naar Taipei, onder wie de voormalige minister van Justitie Keisuke Suzuki.

Voor Lai is de Japanse steun zeer welkom, zeker nu de Taiwanezen niet zo goed meer weten wat ze aan hun tradi­tionele Amerikaanse steunpilaar hebben. De transactioneel ingestelde president Donald Trump kan het in 2026 zomaar in zijn hoofd halen op een onverwacht handelsakkoord met China te koersen – met ­minder steun aan Taiwan als wisselgeld.

‘Ik kijk er oprecht naar uit dat Taiwan en Japan de samenwerking verdiepen ­inzake de nationale veiligheidsstrategie, regionale samenwerking, economische veiligheid, hightech-industrie en maatschappelijke weerbaarheid,’ zei Lai bij het bezoek van Hagiuda, vlak voor de kerstdagen. ‘Om zo samen een vrije en open Indo-Pacific te krijgen.’

De Grote boze buurman China verbindt Taiwan en Japan

De Taiwanezen maken serieus werk van de banden met strategische buur Japan. In september was in Taipei de lancering van het Shinzo Abe Research Center, vernoemd naar de in 2022 vermoorde Japanse premier die Taiwan een warm hart toedroeg. De culturele ­relaties zijn al lange tijd goed, met veel toeristen over en weer. Beide kustwachten werken inmiddels ­beter samen, met als gezamenlijke tegenstander de grote boze buurman China.

Ook op militair gebied werken de landen achter de schermen aan meer coör­dinatie, al wordt daar officieel niets over gezegd. Maar het is geen toeval dat Shigeru Iwasaki, voormalig stafchef van het Japanse leger, in maart werd benoemd tot speciaal adviseur van de Taiwanese regering. Peking reageerde verontwaardigd en kondigde sancties tegen Iwasaki aan.

Nieuwe premier Japan zet een harde koers

De Japanse toenadering tot Taiwan komt niet uit de lucht vallen, maar met het aantreden van de nieuwe premier ­Takaichi is de toon inzake Taiwan en China scherper geworden. Japan is niet van plan weg te kijken, mocht Peking Taiwan aanvallen of blokkeren, zo verklaarde Takaichi al snel na haar aantreden afgelopen najaar. Japan zal dan zijn mannetje moeten staan, ­aldus de eerste vrouwelijke premier in Tokio.

De 64-jarige Takaichi is een bij­zondere figuur: sociaal-conservatief ­(tegen het homohuwelijk en een vrouw als keizer) en voorzien van historische oogkleppen (Japan zou in de Tweede ­Wereldoorlog vooral defensief hebben gehandeld). Niettemin, tijdens haar studie bedrijfskunde was ze drummer en speelde ze in een heavymetalband.

Een verbod op Chinees toerisme naar Japan

In de politiek uit ze zich soms met on-Japanse helderheid. Zeker als het gaat om afschaffing van het artikel in de (na de oorlog door de Amerikanen voorgeschreven) Japanse Grondwet dat militaire assertiviteit verbiedt.

Ze treedt daarmee in het voetspoor van Shinzo Abe, de eerste Japanse premier die, alweer jaren geleden, voorstelde dat Japan uit zijn van buiten opgelegde pacifistische schulp moest kruipen, om zo de groeiende Chinese bazigheid in de regio het hoofd te bieden.

Takaichi heeft die missie nu overge­nomen. Tot ergernis van Peking, dat ­meteen economische strafmaatregelen afkondigde, zoals een verbod op Chinees toerisme naar Japan. En de Chinese diplomatie liet weer even een vileine wolvenkop zien: Pekings consul-generaal in ­Osaka ventileerde dat de kersverse ­Japanse premier wel kon worden onthoofd.

Japan weer terug naar assertiviteit en militarisme

Het oude Japanse militarisme steekt weer de kop op, aldus Peking, dat steevast de wrede Japanse bezettingspraktijken tegen de Chinese bevolking in de Tweede Wereldoorlog in herinnering brengt.

China’s anti-Japanse sentiment wordt verder in de hand gewerkt door signalen dat in de entourage van de nieuwe Japanse premier wordt gedacht aan eigen kernwapens.

De nieuwe minister van Defensie Shinjirō Koizumi weersprak het niet: ‘Ten einde vreedzaam ­leven te beschermen, is het niet meer dan natuurlijk om gedachtenwisselingen voort te zetten, zonder enige optie uit te sluiten.’

De Chinese dreiging zal alleen maar toenemen

Better safe than sorry, lijkt het uitgangspunt in Tokio. De Chinese dreiging zal de komende jaren alleen maar toe­nemen. En met een type als Trump is het onzeker of de tradi­tionele Amerikaanse atoomparaplu gegarandeerd blijft voor ­Japan en Zuid-Korea, de voornaamste bondgenoten in het Verre Oosten.

Met haar ferme taal is premier Takaichi voorlopig populair onder Japanners. Bij Trump, die ze snel na haar aantreden eind oktober ontmoette, scoort ze ook goed met de belofte de afschrikkingskracht van de Japanse strijdkrachten ­stevig te verhogen. Dat is precies waar Washington om heeft gevraagd.

Japanse defensie-investeringen doen industrie goed

Daartoe stijgen de Japanse defensie-uitgaven nu twee jaar eerder dan gepland naar 2 procent van het nationaal inkomen. In 2022 werd al een scherper defensiebeleid aangekondigd. De boodschap uit Tokio is duidelijk: we gaan veel meer de eigen broek ophouden.

Voor de Japanse industrie betekent het werk aan de winkel. Mitsubishi Heavy Industries breidt zijn raketpro­ductie sterk uit, met orders voor een nieuwe hypersonische raket met een groot bereik, die ­Peking meer schrik moet aanjagen.

Ook levert het Japanse concern sinds afgelopen zomer nieuwe, in ­licentie gebouwde Patriot-luchtaf­weer­raketten aan de Verenigde Staten, waar fabrieken de gestegen vraag vanwege de oorlog in Oekraïne niet aankunnen.

Ook Taiwan pompt defensie budget op

De Taiwanese president Lai en zijn liberale regeringspartij DPP omarmen de Japans militaire heropleving. Lai kondigde onlangs ook een niet eerder vertoonde uitbreiding van het defensiebudget aan: bijna 35 miljard euro extra, verspreid over meerdere jaren.

Dat gebeurde na de harde aansporing van Trump om de uitgaven op minstens 5 procent – en beter nog 10 procent – van het Taiwanese nationaal inkomen te brengen.

Intussen klagen de Taiwanezen al ­jaren dat de Amerikanen traag zijn met het goedkeuren van wapenorders uit Taipei, en met het daadwerkelijk leveren van nieuw wapentuig. In Taipei was er daarom vreugde toen in de week voor Kerst bekend werd dat Washington orders met een waarde van ruim 10 miljard euro heeft geaccordeerd.

Taipei wil eigen wapenproductie sterk opvoeren

Belangrijkste ingrediënten: 1.200 HIMARS-langeafstands-precisieraketten met 82 bijbehorende lanceervoertuigen, en 420 ATACMS (raketten met een bereik van 300 kilometer). Daarmee komen voor Taiwan – over de 180 kilometer brede Straat van Taiwan heen – straks eindelijk doelen op de Chinese kust in het vizier, stelden Taiwanese militaire analisten.

Taipei wil verder de eigen wapenproductie sterk opvoeren, met een accent op eigen raketten voor de langere afstand en op veel drones, die als lucht- maar ook als zeewapen de Chinese vloot kunnen afschrikken.

Historisch vendetta dwarsboomt verdere Taiwanese defensie-uitgaven

Maar de grote oppositiepartij KMT denkt er anders over. Die probeert een forse verhoging van het Taiwanese defensiebudget te dwarsbomen, tot frus­tratie van Lai en de DPP. De KMT kan ­genoeg zand in de militaire machine strooien. Die partij heeft sinds 2024 samen met een kleinere oppositiepartij, de gematigde TPP, een kleine meerderheid in het parlement.

Markant is ook dat de grootste op­positiepartij van Taiwan weinig warme gevoelens heeft voor Japan. De geschiedenis speelt daarbij een grote rol. Toen de KMT van generalissimo Chiang Kai-shek tot na de Tweede Wereldoorlog formeel nog over China ­regeerde, heeft ze Japan te vuur en te zwaard bestreden ­omdat het Japanse leger vitale delen van het Chinese vasteland bezette.

Dat anti-Japanse sentiment nam Chiang in 1949 mee naar Taiwan, toen hij de burgeroorlog tegen Mao had verloren. De KMT’ers namen met genoegen de fabrieken, huizen, spoorwegen en andere infrastructuur over die de Japanners hadden gebouwd in de halve eeuw (1895-1945) dat Tokio Taiwan als kolonie bestuurde.

Veel Taiwanezen werden tot een soort hulp-­Japanners omgevormd

De Japanse periode was het tijdvak waarin het op het Chinese vasteland wat vergeten eiland Taiwan werd gemoder­niseerd en uitgebaat. Hardhout, kolen, ­suiker en andere grondstoffen waren zeer welkom in het keizerrijk Japan.

Veel Taiwanezen werden tot een soort hulp-­Japanners omgevormd, via Japanse taalles en nieuwe Japanse eigennamen. Meer dan 200.000 jonge Taiwanezen gingen in de Tweede Wereldoorlog ook in Japanse militaire dienst, meestal in ondersteunende functies, vrijwillig of verplicht.

De KMT nam Taiwan in 1945 met Amerikaanse hulp over van de Japanners, maar bij de harde kern van de partij bleef de werkelijke affectie altijd op thuisland China gericht. Hoewel Tokio via de Amerikanen formeel een bond­genoot van het KMT-regime in Taiwan werd tegen de communisten in Peking, kon oude aartsvijand Japan op koel wantrouwen blijven rekenen.

Taiwanese oppositie maakt pleidooi voor vrede in de Indo-Pacific

Ook de nieuwe KMT-voorzitter Cheng Li-wun (56) zit op het spoor van Peking. Ze trad net als de Japanse premier Takaichi in oktober aan, maar met een heel ­andere boodschap. Deze eerste vrouwelijke leider van de Taiwanese oppositie reist het liefst snel naar Peking om over vrede te praten.

Al dat nieuwe wapentuig helpt ons toch niet, vindt Cheng: die miljarden kunnen beter worden besteed aan meer huizen, hogere lonen en gezondheidszorg. Taiwan dient zich, met behoud van de huidige samenleving op het eiland, bij voorkeur te verzoenen met ‘de Chinese familie’. Zo hoopt de KMT-voorvrouw in 2028 de volgende presidents- en parlementsverkiezingen te ­winnen.

Door Hans Moleman

Dit artikel verscheen eerder op de website van EW: Waarom Japan en Taiwan samen optrekken tegen Chinese dreiging

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise