'Ik droom van een Polen zonder homo's en moslimmigranten. Ik wil niet dat Polen wordt vergiftigd en degenereert.' Met zijn goedkope imitatie van een camouflagepak, zijn warrige haar en de vlekken van zijn aardbeismoothie in zijn donzige snorretje lijkt Ryszard Kempa (24) het prototype van de aandoenlijke idealist. Maar de met zachte stem uitgesproken meningen zijn dwingend: 'Geen abortus. In geen enkel geval. Polen heeft elke nieuwe inwoner nodig om ons land te verdedigen.'
...

'Ik droom van een Polen zonder homo's en moslimmigranten. Ik wil niet dat Polen wordt vergiftigd en degenereert.' Met zijn goedkope imitatie van een camouflagepak, zijn warrige haar en de vlekken van zijn aardbeismoothie in zijn donzige snorretje lijkt Ryszard Kempa (24) het prototype van de aandoenlijke idealist. Maar de met zachte stem uitgesproken meningen zijn dwingend: 'Geen abortus. In geen enkel geval. Polen heeft elke nieuwe inwoner nodig om ons land te verdedigen.' Kempa neemt die verdediging letterlijk. Hij is lid van de Poolse Nationale Defensiemacht, het vrijwilligersleger dat deze maand zijn twintigduizendste rekruut mag verwelkomen. Ryszard Kempa hoort bij de brigade van Deblin, een kleine stad in het oosten van Polen. 'Eens per maand gaan we twee dagen oefenen in de wouden. We mogen gebruikmaken van de kazernes van het reguliere leger, maar de wapens brengen we zelf mee.' De jonge patriot leeft nog bij zijn ouders en heeft geen liefje. Gevraagd naar zijn werk, noemt hij zijn maandelijkse militaire training zijn 'job'. Tegen wie Polen zo nodig moet worden verdedigd? Kempa kijkt me aan alsof dat de domste vraag ooit is. 'Duitsland en Rusland zijn allebei slechte buren. We voeren al duizend jaar oorlog met de Duitsers. Misschien ietsje minder met de Russen, maar toch.' Een zuivelbedrijf, een meubelmakerij. Her en der een kruidenierszaak die dienstdoet als pleisterplaats voor roddeltantes en dronkaards. Langs de hoofdstraat communistische flatgebouwen van vier verdiepingen. Ryki, honderd kilometer ten zuidoosten van Warschau, telt twintigduizend inwoners en is typisch Polska powiatowa, het kleinsteedse Polen, waar nooit wat gebeurt. Hier regeert burgemeester Jaroslaw Zaczek van Recht en Rechtvaardigheid, de regeringspartij. Als voormalig parlementslid is Zaczek een prominent figuur in deze regio. Op het eerste gezicht lijkt hij een fan van de Europese Unie. Sinds de Poolse toetreding, op 1 mei 2004, ontving het land 163 miljard euro Europese steun. Ryki heeft zijn deeltje van de koek gekregen, en dat zie je. 'We hebben de parken en pleinen heraangelegd, een zwembad gebouwd. We plannen een nieuwe marktplaats en we geven subsidies aan firma's die van Warschau naar Ryki willen delokaliseren.' Het verhaal van Ryki is dat van heel Polen. Van gigantische projecten zoals nieuwe autowegen, luchthavens en treinstations tot lokale ingrepen zoals de aanleg van een voetpad, een fietspad, een speelpleintje: overal in Polen zie je het Europese manna nederdalen. Tegelijkertijd zijn de relaties tussen Brussel en Warschau bepaald ijzig. De politieke inmenging in de benoeming en pensionering van rechters, de kap van het oerwoud in Bialowieza, de verknechting van ambtenarij en openbare omroep: Polen en de Unie vechten de ene ruzie na de andere uit. Zaczek klinkt nu veeleer afgemeten: 'De ruzie is niet het probleem van de Poolse regering maar van Brussel. De Unie pakt Polen aan omdat veel westerse politici onze partij en onze vaderlandslievende ideologie niet genegen zijn. Neem nu de kwestie van de rechters: er zijn heel wat landen waar de politiek een zeg heeft in de benoeming van rechters, niet? Dat is zo in Duitsland, in België. Waarom wordt Polen dan geviseerd?' Die gevoeligheid voor wat Polen als buitenlandse inmenging beschouwen, is alleen te begrijpen vanuit de historische context. Van 1795 tot 1918, 123 jaar lang, was Polen verscheurd door de landhongerige buren Rusland, Pruisen en Oostenrijk-Hongarije. In de twintigste eeuw werd het land bezocht door de twee grootste politieke demonen: eerst het nazisme, dan het communisme. Aan de andere kant verdedigden de Polen Europa met hand en tand. In 1683 stopten ze de islamisering van het continent bij de poorten van Wenen, in 1920 hielden ze het Rode Leger tegen op weg naar Duitsland, in 1989 braken ze als eersten de ketenen van het communisme. Telkens opnieuw liet Europa Polen in de steek, telkens opnieuw moesten de Polen het in hun eentje tegen de vijand opnemen. Op feestjes wordt mij herhaaldelijk de vraag gesteld: 'Zoveel Pools bloed is vergoten voor jullie vrijheid en de onze. En waar waren jullie?' In het straatbeeld en het dagelijkse gedrag is het heroïsche verleden gestold. Geen stadje zo klein of een van de hoofdstraten is vernoemd naar de Poolse paus Johannes Paulus II of naar Jozef Pilsudski, de militair die tijdens het interbellum Polen met vaste hand bestuurde. Elk jaar sturen schoolkinderen postkaartjes naar de almaar schaarsere overlevenden van het Armia Krajowa, de grootste anti-Duitse verzetsbeweging van heel bezet Europa. Bekend is het concept 'patriottisch reizen', waarbij mensen zichzelf opleggen alle toeristische hoogtepunten van Polen te bezoeken vooraleer ze de steven naar het buitenland wenden. Of neem de 'patriottische fles': Poolse wijnliefhebbers betalen voor hun flesje grif 10 euro te veel als steun voor de opkomende maar kwalitatief nog matige vaderlandse wijn. Toen mijn tienerdochter thuiskwam na haar eerste Poolse schooldag, drie jaar geleden, zei ze verbaasd: 'Ik ben tien jaar lang naar de Belgische school geweest en ik ken geen strofe van de Brabançonne. Hier kan ik na één schooldag het Poolse volkslied zingen.' 'De regering van Recht en Rechtvaardigheid is veel te Europees. Ik geef haar 4 op 10', zegt Mateusz Marzoch. De twintiger is een van de leiders van de Al-Poolse Jeugd. Die club verenigt een duizendtal leden rond de trefwoorden Jeugd, Geloof en Nationalisme. Dat nationalisme staat behoorlijk rechts van Recht en Rechtvaardigheid. 'De regeringspartij steunt het idee van een Europees leger. Onzin. Polen moet uitgaan van zijn eigen kracht. Ons land moet een regionaal leider zijn en niet gehoorzamen aan Brussel of Duitsland.' Marzoch pleit voor een polexit uit de Unie. Hij voorspelt een sterke Poolse economie 'als vrucht van het werk van onze eigen mensen, niet van Oekraïners en al zeker niet van moslims'. Op de website presenteren de leiders van de Al-Poolse Jeugd zich als verzorgde jongemannen, fris van kapsel en netjes van pak. Maar in haar emblemen flirt de Al-Poolse Jeugd met ultranationalistische symbolen, zoals een zwaard omwikkeld met een Poolse vlag. Critici noemen de club zonder aarzelen 'fascistisch'. Mateusz Marzoch gnuift: 'Fascisten? Wij zijn net de opvolgers van de helden die tijdens de Tweede Wereldoorlog de fascisten hebben bekampt. Wij zijn trouwe Poolse patriotten, niks minder. Wie ons fascisten noemt, is zelf een communist, een lewak of linkse hond.' Het oosten van Polen is een lappendeken van ontelbare gehuchten met kleine boerderijen, houten huisjes, stille wouden. Op de akkers tuffen oude Ursus-tractoren, op de onverharde wegen scharrelen kippen. Op een centrale plek staat een Mariabeeld met kleurige linten waarbij in deze Mariamaand oude vrouwtjes in schorten met bloemetjesmotief samen komen bidden. Bijna 70 procent van de bevolking in Oost-Polen trekt trouw wekelijks ter kerke. Tot het Europese lidmaatschap van Bulgarije en Roemenië was deze uithoek de armste streek van heel de Unie. ' Polska C', derderangs-Polen, gniffelden de hipsters in het rijke Warschau. Politiek hebben de liberale en linkse partijen hier weinig te zoeken. De oostelijke provincies zijn de wingewesten bij uitstek voor Recht en Rechtvaardigheid. Ook de christendemocratische Boerenpartij doet het in deze rurale streken behoorlijk. Om te scoren op 26 mei rekent de Europese Coalitie, het monsterverbond tegen Recht en Rechtvaardigheid (zie kaderstuk), op Boerenpartij-boegbeeld en Europarlementslid Krzysztof Hetman. Op een doordeweekse avond daagt een dertigtal mensen op voor een meeting met de politicus in de provinciestad Pulawy. In dit gezelschap van gelijkgestemden hanteert Hetman meteen een vlammende retoriek. 'Polen had altijd een sterke positie in de Unie. Maar sinds de machtsovername door Recht en Rechtvaardigheid, drie jaar geleden, zie ik onze reputatie dag na dag smelten. Polen is compleet gemarginaliseerd.' In een gesprek onder vier ogen achteraf verwijt Hetman de regeringspartij 'doelbewust en op cynische wijze een oorlog met de Unie uit te vechten, louter en alleen voor binnenlands gebruik. Recht en Rechtvaardigheid heeft een boksbal nodig, en die boksbal is Europa. Want zo kan de regeringspartij zich in eigen land opwerpen als de verdediger van de Poolse waarden en de ware Pool: die is katholiek, conservatief, eet steevast pierogi (Poolse ravioli) en barszcz (rodebietensoep), en is trots op zijn heldhaftige geschiedenis.' De Europese Coalitie van Hetman heeft een heel ander beeld van de Pool. 'De Pool zoals ik die vandaag ervaar, is enorm open en nieuwsgierig naar de wereld. Hij of zij is ondernemend, vlijtig, flexibel en innovatief. Sommige Polen lijden aan een minderwaardigheidscomplex, maar dat is nergens voor nodig.' De politicus beseft dat de meningsverschillen over de ware Pool de hele Poolse samenleving verzuren, en niet alleen de politiek. Hij zucht: 'Nooit eerder was Polen zo verdeeld. Vriendschappen sneuvelen, families krijgen ruzie. En die verdeling is precies de voedingsbodem voor Recht en Rechtvaardigheid.' In 2016 gaf toenmalig minister van Buitenlandse zaken Witold Waszczykowski een opmerkelijk interview aan de Duitse krant BILD. De bewindsman liet zich helemaal gaan in zijn kritiek op het Westen: 'Alsof de wereld zich naar marxistisch voorbeeld automatisch in één richting zou moeten bewegen: een nieuw mengsel van culturen en rassen, een wereld van fietsers en vegetariërs die alleen nog maar duurzame energiebronnen gebruiken en elke vorm van religie bestrijden. Dat heeft niets meer te maken met traditionele Poolse waarden.' Recht en Rechtvaardigheid heeft een traditie in het jennen van Europa, en veel kiezers smullen ervan. Tegelijkertijd is de Europese Unie razend populair in Polen. Maar liefst 91 procent is voorstander van Europees lidmaatschap, zo bleek eind april uit een peiling van het Poolse Centrum voor Research van de Publieke Opinie. 'Dat lijkt een gigantische paradox', zegt Pawel Wronski, politiek commentator bij Gazeta Wyborcza, de grootste kwaliteitskrant in Polen. 'Voor veel Polen is de Unie een goeie oom die je stapels geld toeschuift. Maar die oom moet wél buiten je huis blijven. Als hij met morele of politieke directieven afkomt, valt dat niet goed bij veel Polen.' Meer nog, volgens Wronski is het net omgekeerd en wil Polen zijn morele maatstaven heel graag aan Europa opleggen. 'Binnen Recht en Rechtvaardigheid hoor je stemmen die zeggen dat Polen in de EU moet blijven als enige kans om Europa opnieuw te kerstenen. Polen moet de reddende engel zijn voor een goddeloos Europa dat volloopt met migranten en zijn identiteit aan het verkwanselen is.' Wronski is zelf een overtuigd Europeaan. 'Ik weet dat sommigen uit Recht en Rechtvaardigheid dromen van een dictatuur met partijleider Jaroslaw Kaczynski als sterke man. Europa gaat dat nooit toelaten. Daarom alleen al ben ik pro-Europa.' Naar voorstanders van een polexit is het met een vergrootglas zoeken. Alleen de bejaarde zonderling Janusz Korwin-Mikke (76) en zijn Confederatie van Nationalisten wil Polen uit de Unie jagen. Maar Polen zou Polen niet zijn als er geen verdeeldheid zou opduiken over de raison d'être van het lidmaatschap. 'Premier Mateusz Morawiecki ziet het Europese lidmaatschap als een beloning voor al die heroïsche veldslagen die Polen voor Europa heeft geleverd. Ik vind dat onzin. Polen is lid geworden omdat we het communisme hebben gebroken en ons meteen tot een veelbelovende markt hebben omgeschoold. We hebben onze economie en onze wetgeving ingeplugd in het hedendaagse Europa', zegt Wronski. En met een grijns: 'Het zou onder het huidige beleid trouwens bijna onmogelijk geweest zijn om lid te worden.' Dat regeringsbeleid is volgens Wronski gebaseerd op polarisering. 'Pools patriottisme is een patriottisme dat snel mensen uitsluit. Tijdens de vele bezettingen, tijdens de Tweede Wereldoorlog, onder het communisme, altijd moest Polen alert zijn voor "verraders" en collaborateurs. Recht en Rechtvaardigheid cultiveert die traditie. Zij zijn de ware patriotten en wie het niet met hen eens is, is een verrader. Op de openbare omroep wordt Donald Tusk, het liberale kopstuk en de Europese president, weggezet als een lakei van Duitsland. Zoals Hermann Göring in nazi-Duitsland zei: " Ik bepaal wie Jood is."' (lacht)In april 2010 is dat sentiment nog versterkt toen het presidentiële vliegtuig bij Smolensk is gecrasht. Jaroslaw Kaczynski's tweeligbroer Lech, toenmalig president, en bijna honderd andere hooggeplaatsten kwamen om. Die tragedie blijft de nationalistische geesten beroeren, zegt Wronski. 'Jaroslaw Kaczynski is ervan overtuigd dat de Russen zijn broer hebben vermoord. Anderen vinden dat te gek om los te lopen. Dat zijn twee totaal verschillende werelden.' Zelfs kosmopolieten zoals Wronski ontsnappen niet aan de tweedeling die dezer dagen zo pijnlijk in het Poolse vlees snijdt. 'In mijn familie hebben we problemen met een oom die radicaal voor Recht en Rechtvaardigheid is. Wat in godsnaam te doen met hem? Negeren? Proberen om in dialoog te gaan?' Een sprekend voorbeeld is dat van Wronski's baas Jaroslaw Kurski. Hij, hoofdredacteur van een krant die uiterst kritisch staat tegenover Recht en Rechtvaardigheid, en zijn broer Jacek, de baas van de openbare omroep TVP die zich heeft ontpopt tot journalistieke cheerleader voor de rechtse regering. Pawel Wronski glimlacht: 'Wat moet dat tijdens familiefeesten? Zou je tijdens het kerstfeest niet de vlieg op de muur bij de familie Kurski willen zijn?'