Met de nieuwe Democratische meerderheid in het Huis van Volksvertegenwoordigers wordt besturen voor president Donald Trump weer wat lastiger. Niet dat het hem slecht uitkomt. De bevlogen aanvoerster in het Huis, Nancy Pelosi, wordt een gedroomde schietschijf. Bij moeilijkheden in de besluitvorming kan Trump de verantwoordelijkheid nog meer op de Democraten afwentelen en zichzelf profileren als de rebel tegen de gevestigde politieke orde. Trump vaart wel bij polarisatie en in dat opzicht wordt hij met deze verkiezingen op zijn wenken bediend.
...

Met de nieuwe Democratische meerderheid in het Huis van Volksvertegenwoordigers wordt besturen voor president Donald Trump weer wat lastiger. Niet dat het hem slecht uitkomt. De bevlogen aanvoerster in het Huis, Nancy Pelosi, wordt een gedroomde schietschijf. Bij moeilijkheden in de besluitvorming kan Trump de verantwoordelijkheid nog meer op de Democraten afwentelen en zichzelf profileren als de rebel tegen de gevestigde politieke orde. Trump vaart wel bij polarisatie en in dat opzicht wordt hij met deze verkiezingen op zijn wenken bediend. De komende twee jaar zal ons vanuit Washington politiek vuurwerk worden geserveerd. Het is evenwel ook belangrijk stil te staan bij onderliggende trends: de daling van het politieke vertrouwen, de verharding van de ideologische standpunten en de verzwakking van het land. Ondanks zijn luidruchtige achterban is Trump de meest onpopulaire president uit de recente Amerikaanse geschiedenis. Volgens het peilingbureau Gallup vindt 25 procent dat Trump een waardige president is en 39 procent dat hij het land degelijk bestuurt. De meeste Amerikanen lopen dus niet hoog weg met Trump. Het vertrouwen in Trump is klein, maar het vertrouwen in de politiek daalt al vele jaren. Had in 2000 nog ongeveer 60 procent van de Amerikaanse bevolking vertrouwen in de politiek, dan zakte dat tot 24 procent in 2010. Het is sindsdien op dat niveau gebleven. Interessant is dat dit heel wat Amerikanen aanzet tot afscheidingsdrang. Een vijfde tot een derde van de bevolking zou volgens onderzoek door IPSOS voor de onafhankelijkheid van hun deelstaat zijn. Vooral bij jongeren blijkt de steun groot. Secesionisme is dus niet alleen een Europees fenomeen. De verzwakking van het politieke vertrouwen viel grotendeels samen met de daling van de tevredenheid over de gang van zaken in het land. In de jaren negentig steeg de tevredenheid nog fors, tot 60 procent, maar sindsdien is ze afgekalfd tot 30 procent. Vooral ouderen, mensen op het platteland en laagopgeleide armen zijn minder en minder tevreden. Combineer je de laatste drie factoren - oud, landelijk en arm - met blank, dan heb je niet toevallig vier belangrijke kenmerken van de kiezersbasis van Trump. Dat oude, landelijke en blanke Amerika herkent zijn eigen land niet meer. Om te beginnen loopt dat traditionele Amerika leeg. Veel staten in het achterland kampen met vergrijzing en ontvolking. In plaats van dat oude landelijke Amerika, zie je, ruw samengevat, drie nieuwe Amerika's ontstaan: rijk liberaal Amerika in steden als New York en Boston, rijk nieuw-landelijk conservatief Amerika in oliestaten als Texas, en arm, stedelijk gekleurd Amerika in overwegend zuidelijke staten. Die transformatie gaat gepaard met een verharding van de politieke standpunten. De ideologische verschillen tussen Democraten en Republikeinen zijn de laatste twintig jaar almaar groter geworden. Onderzoeken door PEW en GALLUP geven mooi weer dat Republikeinen en Democraten heel andere ideeën hebben over ruimtegebruik, migratie, de rol van de staat en het belang van solidariteit. De Republikeinse ideologie zou je kunnen samenvatten als: de staat moet de migratie beperken en ons verder vooral alleen laten. De staat moet sterk zijn naar buiten toe, maar vanbinnen zo onzichtbaar mogelijk zijn. Het verschil tussen Republikeinen en Democraten is groter geworden, maar minstens even belangrijk is de opmars van de onafhankelijken. Dat zijn vaak mensen die ontevreden zijn over de gang van zaken in het land, maar niet meteen veel zien in de twee traditionele partijen. Het aandeel van die onafhankelijken is gegroeid van rondom 30 procent in de jaren negentig tot boven de 40 procent vandaag. De afbrokkeling van het politieke vertrouwen is een proces dat reeds lang aan de gang is in Amerika. Grote politieke schandalen zoals rond president Richard Nixon in de jaren zeventig droegen daartoe bij. Maar ook de individualisering, die politicoloog Ronald Inglehart onderzocht, en de ontrafeling van sociale organisaties, die Robert Putnam in kaart bracht, vergrootten de vertrouwenscrisis. In de jaren negentig herstelde het vertrouwen zich enigszins dankzij de euforie over de overwinning op de Sovjet-Unie, de globalisering met Amerika als onbetwiste leider én de economische groei. Het was Amerika's gouden decennium. Aan dat leiderschap kwam economisch een einde door de internetzeepbel van eind de jaren negentig, en symbolisch door de terreuraanslagen elf september 2001. Sindsdien gaat het in heel veel opzichten slechter met Amerika. De economische groei is vertraagd. De koopkracht van de veertig procent armste gezinnen is sinds 2000 niet meer gestegen, die van de armste mensen is zelfs gedaald. Na het gouden decennium volgde voor veel Amerikanen dus een periode van stilstand. En die stilstand kun je zien. Elke bezoeker buiten de grote kuststeden schrikt van de verouderde infrastructuur, de armetierige huisvesting en de talrijke landlopers. Veel blanke Amerikanen geven de schuld voor die stagnatie aan de migranten, terwijl de belangrijkste verklaring de doorgedreven automatisering betreft, naast de opkomst van kapitaalintensieve diensten en de verdringing van kleine bedrijven door megamultinationals. Ook op het gebied van binnenlandse veiligheid maken de Amerikanen zich terecht zorgen. De terreuraanslagen van 9/11 haalden het idee dat ze veilig zaten op hun spreekwoordelijke eiland helemaal onderuit. Het aantal gewelddadige misdaden daalde sterk in de jaren negentig, maar in recente tijden neemt het geweld opnieuw toe. Sinds de schietpartij in Columbine in 1999 is het aantal mass schootings fenomenaal gestegen. Er vallen meer doden door vuurwapens in de VS dan in de Syrische burgeroorlog. De Amerikanen geloven er niet meer in dat je door hard werk een beter leven kunt uitbouwen. 42 procent: dat is volgens de American Values Survey het percentage van de bevolking dat nog geloof hecht aan die Amerikaanse Droom van vooruitgang. Eenzaamheid, depressies, overdreven gebruik van slaapmiddelen en drugs zijn fenomenaal toegenomen. Sinds 2000 is er een spectaculaire stijging van het aantal drugsdoden en zelfmoorden. Het gaat niet goed met Amerika. De politieke fragmentatie en verharding zijn vooral uitingen van de verzwakking van het land. Trump is niet de oorzaak maar het symptoom van een gedesoriënteerde en angstige samenleving. Voor een stuk heeft die angst te maken met de afbrokkeling van het Amerikaanse leiderschap in de wereld, maar de belangrijkste verklaring is zonder meer dat veel Amerikanen vandaag gewoon slechter af zijn dan rond de eeuwwisseling. Democraten noch Republikeinen hebben dat ondanks grote beloften kunnen keren. En beterschap is niet op komst. De verzwakking wordt nog in de hand gewerkt door het uitkleden van het onderwijs en de gezondheidszorg. Ook Trumps economische aanpak dreigt de armen en de lage middenklasse weinig kansen op te leveren. Als zijn harde handelspolitiek al industriële bedrijvigheid terugbrengt, dan vooral in hoogtechnologische fabrieken. In de dienstensector gaat de schaalvergroting onverminderd voort en knijpen reuzen als Amazon duizenden kleine ondernemers dood. De Democraten weten overigens evenmin van welk hout pijlen maken. Trump bekampen, dat kunnen ze, maar van een alternatief voor zijn oppervlakkige 'Make America Great Again' is niet het minste spoor. Founding father James Madison schreef al over economische ongelijkheid als bron van frustratie, terwijl zijn collega Benjamin Franklin waarschuwde voor het wegvallen van de bescheidenheid en de deugd in de politiek. Amerika verzwakt en hoe meer het verzwakt, hoe meer het zijn stichtende principes verloochent. Dat is waar het bij de tussentijdse verkiezingen echt om ging.