De toespraak van Theresa May vandaag in Firenze ('de stad waar de renaissance begon en 'Europeaan zijn' vorm kreeg', dixit May) moest een doorbraak forceren. Want de tijd dringt. Van de 24 maanden officiële onderhandelingstijd die loopt tot 30 maart 2019 zijn er inmiddels al bijna 6 verstreken. Volgens Barnier blijft er nog ongeveer een jaar over om te onderhandelen, omdat tegen de exitdatum het akkoord ook door alle EU-lidstaten moet worden goedgekeurd.
...

De toespraak van Theresa May vandaag in Firenze ('de stad waar de renaissance begon en 'Europeaan zijn' vorm kreeg', dixit May) moest een doorbraak forceren. Want de tijd dringt. Van de 24 maanden officiële onderhandelingstijd die loopt tot 30 maart 2019 zijn er inmiddels al bijna 6 verstreken. Volgens Barnier blijft er nog ongeveer een jaar over om te onderhandelen, omdat tegen de exitdatum het akkoord ook door alle EU-lidstaten moet worden goedgekeurd. De hamvraag voor hem blijft: wil het VK orderlijk de Unie verlaten met een akkoord of niet? In naam van de Europese Commissie zei hij dat er eerst een akkoord moet zijn over de boedelscheiding, het lot van de EU-migranten in het Verenigd Koninkrijk en een akkoord over de grens tussen Ierland (EU) en Noord-Ierland (VK), vooraleer in een tweede fase over de toekomstige handel tussen het VK en de EU kan worden gepraat. Minister van internationale Handel Liam Fox, een hardliner, noemde dat eerder al ronduit chantage. Maar de Britten zijn de vragende partij en Europa bepaalt de voorwaarden en de agenda van de onderhandelingen. Op de EU-top van 19 oktober aanstaande beslist de EU of de volgende fase in de besprekingen kan worden aangevat. In haar Lancaster House speech in januari maakte May duidelijk wat een brexit voor haar betekent: de opzegging van het lidmaatschap van de EU, maar ook de terugtrekking uit de Europese Economische Ruimte (EER, de eenheidsmarkt) en de Europese douane-unie. Daar week ze in Firenze niet vanaf. Een statuut zoals Noorwegen, dat toegang biedt tot de EER en waarnaar soft brexiteers als haar minister van Financiën Philip Hammond lonken, voldoet niet. De meerderheid van de Britten willen de volledige soevereiniteit over de immigratie en dat botst met het Europese basisprincipe van het vrije verkeer van werknemers, dat Noorwegen wel erkent. Overigens betaalt Noorwegen een bijdrage voor toegang tot de eenheidsmarkt en dat wil het VK evenmin. Het model van het Canadees-Europees vrijhandelsverdrag (CETA), dat hard brexiteer en minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson bepleit, biedt dan weer onvoldoende toegang tot de Europese markt, zei ze. Ze pleit voor een creatieve oplossing tussen twee modellen in. In haar toespraak riep May de Europese leiders op om een beroep te doen op hun verantwoordelijkheidsgevoel en creativiteit om de huidige impasse te doorbreken en vooral oog te hebben voor het toekomstig partnership tussen het VK en de EU. Ze zei ook bereid te zijn om de Britse bijdrage aan de Europese meerjarenbegroting te blijven betalen, ook tijdens een eventuele overgangsperiode na exit day. Een bedrag noemde ze niet, maar volgens EU-berekeningen zou dat neerkomen op minstens 20 miljard euro. Of dat volstaat voor de EU moet nog blijken. De Commissie wilde tot voor kort dat de Britten niet alleen hun financiële verplichtingen voor de Europese meerjarenbegroting 2014-2020 honoreren, maar ook hun deel in de EU-schulden betalen en hun engagementen in de lopende EU-programma's naleven. Dat komt neer op zowat 60 miljard euro. May beloofde in Firenze ook de wettelijke bescherming van de meer dan drie miljoen EU-burgers in het VK te versterken. Hun rechten die in een akkoord worden gegoten tijdens de onderhandelingen zouden afdwingbaar worden voor Britse rechtbanken, die zouden rekening houden met eerdere uitspraken van het Europese Hof van Justitie. De EU wil dat de EU-expats die volkomen legaal in het VK verblijven, er mogen blijven wonen. Volgens het Britse position paper over de kwestie kunnen EU-burgers die 5 jaar in het VK wonen een settled status aanvragen, die recht geeft op onbeperkt verblijf, uitkeringen en publieke diensten. Voor immigreren na exit day geldt in de overgangsperiode registratieplicht in afwachting dat een nieuwe immigratiewet wordt uitgewerkt, die het vrije verkeer van personen vervangt. Door de grote onzekerheid hebben er echter al tienduizenden EU-migranten Groot-Brittannië verlaten, waardoor er ironisch genoeg al nijpende personeelstekorten in ziekenhuizen en de maakindustrie zijn ontstaan. Over het derde knelpunt, de zogenaamde common travel area (CTA) tussen Noord-Ierland en Ierland, was er al min of meer een overeenkomst. Ieren en Noord-Ieren kunnen ook na het vertrek van het VK uit de EU ongehinderd of met een minimale controle de grens oversteken. Tegen exit day - maar in de praktijk dus tegen eind volgend jaar - moet er in de tweede fase van de onderhandelingen een akkoord komen over de krachtlijnen van de nieuwe handelsrelatie tussen het VK en de EU en, zeer belangrijk, over een overgangsperiode. In haar toespraak zei May dat die zowat twee jaar zou duren. Vooral de bedrijfswereld op Britse bodem dringt aan op een overgangsperiode, omdat ze een cliff edge vrezen. Alle handelsverdragen opnieuw onderhandelen voor de tienduizenden producten die naar Europa worden uitgevoerd is tegen eind 2018 zelfs voor het verruimde ministerie van Handel onbegonnen werk. Vermijden dat Britse bedrijven niet langer gedekt zijn door een vrijhandelsverdrag moet daarom absolute prioriteit krijgen. In de overgangsperiode zouden de Britten dan de regels die gelden op de Europese eenheidsmarkt tijdelijk toepassen en er gaandeweg een deel van schrappen en vervangen. De export naar Europa vertegenwoordigt bijna de helft van alle Britse goederenuitvoer. Groeit de kans dat er helemaal geen akkoord komt, dan zullen zeker buitenlandse bedrijven op Britse bodem steeds meer geneigd zijn om hun vestiging naar de Europese vrijhandelszone over te brengen. Geen vrijhandelsakkoord betekent immers dat de Britse exportproducten onder de veel hogere tarieven van de World Trade Organisation vallen. Liam Fox, de minister van handel en een hardliner, beloofde echter op het vlak van handel 'zero disruption' en een overgangsregeling. In een aantal position papers probeerde het Department for Exiting the European Union (DEXEU) van brexitminister David Davis, de bedrijven gerust te stellen over de continuïteit van de handelsbetrekkingen en administratieve procedures met de EU, over een verdere samenwerking met Europa op het vlak van kernenergie na de terugtrekking uit Euratom. Daarin beklemtoont de Dexeu vooral de economische voordelen van verdere samenwerking voor beide partijen, maar zwijgt zedig over de financiële en andere verplichtingen die dat met zich meebrengt. Ook de Britse dienstensector zal pluimen laten. De niet-Europese banken en financiële dienstenbedrijven in de Londense City dreigen hun paspoortrechten te verliezen waarmee ze hun diensten in de EU vrij kunnen aanbieden. Daarom verhuisde de grootste Japanse bank Mitsubishi UFJ al naar Amsterdam en bracht de Britse verzekeraar Lloyd's zijn Europese vestiging naar Brussel over. Ook de afhandeling van contracten die in euro's zijn opgesteld, de zogenaamde clearing, zullen bij een brexit al bijna zeker uit Londen vertrekken, aangezien de Europese Centrale Bank toezicht wil hebben over deze activiteiten, wat na een brexit niet meer het geval is. Het gevolg is dat vooral Frankfurt voor veel financiële instellingen in de City aantrekkelijker zal worden. De brexit raakt niet alleen de Brits-Europese handelsbetrekkingen. Alle verdragen tussen de EU en zo'n 160 landen vervallen immers na exit day en moeten door Londen opnieuw worden onderhandeld. Dat zijn er volgens de Financial Times zo'n 750-tal wereldwijd en die moeten één voor één met elk betrokken land herbekeken worden op de meest complexe terreinen als landbouw, transport (vooral luchtvaart), douane, visserij en kernenergie. Zelfs een transitieperiode is daarvoor veel te kort.Of het Firenze-aanbod van May de impasse kan doorbreken, moet blijken. Erg verregaand zijn de toegevingen niet. Maandag 25 oktober start de vierde ronde van de onderhandelingen. Aan Europese kant keken diplomaten de afgelopen weken ontsteld toe met hoe weinig 'sense of urgency' en hoe weinig voorbereiding de conservatieve regering de onderhandelingen totnogtoe had aangepakt. Eerst meende premier Theresa May dat ze in vervroegde verkiezingen een ruimer mandaat moest krijgen van de Britse kiezer om de onderhandelingen aan te vangen, maar ze verspeelde door geklungel in de verkiezingscampagne haar meerderheid in het Lagerhuis en moest noodgedwongen een coalitie sluiten met de Noord-Ierse protestantse Unionisten. En sinds de onderhandelingen deze zomer startten kwamen de Britse onderhandelaars niet verder dan de publicatie van wat 'position papers'. Vooral de verdeeldheid tussen voor- en tegenstanders van een harde brexit verlamde de totstandkoming van constructieve voorstellen. In de aanloop naar haar speech moest May alles in het werk stellen om de neuzen in dezelfde richting te zetten. Veelzeggend was de verhuis van Oliver Robbins naar Downing Street 10, de ambtswoning van de premier. Robbins was het hoofd van het 500-koppige departement for Exiting the EU (Dexeu). Eerder namen al een aantal topambtenaren ontslag uit de dienst, die steeds verder aan invloed lijkt in te boeten. Sommige commentatoren zien in de verhuis van Robbins een maneuver van May om zelf de controle over de Brexitonderhandelingen van Brexitminister Davies over te nemen. Verder was er het opmerkelijke essay van minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson in The Daily Telegraph, de spreekbuis van het Leave-kamp. Hij is samen met Liam Fox (Handel), Priti Patel (Internationale Ontwikkeling) en Michael Gove (Milieu, landbouw) een voorstander van een harde brexit. Johnson pleitte daarin nogmaals voor het volledige herstel van de Britse soevereiniteit, wil een zo kort mogelijke overgangsperiode en zo weinig mogelijk betalen voor de boedelscheiding en al helemaal niet betalen voor toegang tot de Europese eenheidsmarkt. Hij gelooft steevast in een Global Britain dat economisch floreert dankzij nieuwe vrijhandelsverdragen met vooral Common Wealth-landen, de voormalige Britse koloniën. Met de EU bepleit hij een vrijhandelsverdrag naar het model van het Ceta-verdrag tussen Canada en de EU. Klein detail: de onderhandelingen tussen Canada en de EU hebben zeven jaar aangesleept. Hij liet zelfs niet na de belofte van het Leave-kamp in de aanloop naar het brexit-referendum op te rakelen, namelijk dat er na de brexit 350 miljoen per week vrijkomt, waarmee onder andere de National Health Service kan worden gefinancierd. Een bedrag dat door statistici al ruimschoots is weerlegd. Maar volgens vele commentatoren hoopt hij heimelijk als boegbeeld van het Leave-kamp May te kunnen opvolgen, die erg verzwakt uit de vervroegde verkiezingen van juni is gekomen. Financieminister Hammond is dan weer de verdediger van de belangen van de Britse bedrijfswereld en was de pleitbezorger van een overgangsperiode van minstens twee jaar. Hij wil een brexit die de bedrijven en de economie zo weinig mogelijk pijn doet en is dus bereid meer toegevingen te doen aan Europa. Tussen beide kampen moet May voortdurend schipperen, wat de besluitvorming erg vertraagt. Labour opteert voor soft BrexitTegenover die verdeeldheid in het conservatieve kamp verbaasde de Labouroppositie eerder al vriend en vijand door in augustus met een duidelijke keuze voor een soft brexit uit te pakken. Keir Starmer, die door partijleider Jeremy Corbyn werd aangeduid als de schaduwminister voor de Brexit, verdedigt een overgangsperiode van twee tot vier jaar waarin het VK blijft deel uitmaken van de Europese gemeenschappelijke markt en van de Europese douane-unie. In die periode zou het vrije verkeer van personen en de rechtspraak van het Europese Hof blijven gelden. Die extra tijd wil Starmer gebruiken voor het sluiten van verdragen en een migratiedeal. Dat het VK daarna blijft deel uitmaken van de Europese douane-unie en zelfs van de Europese eenheidsmarkt wordt niet uitgesloten. Daarmee staat Labour dichter bij wat de Britse en Europese bedrijfswereld wil dan de Tories. Wanneer de spanningen oplopen tijdens de Brexit-onderhandelingen wordt niet uitgesloten dat rebellerende Conservatieven van het Remain-kamp samen met Labour meestemmen in het Lagerhuis. Dat is een nieuwe gegeven waarmee Theresa May voortaan ook rekening moet houden, wil ze haar kabinet overeind houden in de storm waar haar partij en land doorheen moet.