'Er moet meer gebeuren, in samenwerking tussen de VN-missie in Congo (Monusco) en de gewapende Congolese strijdkrachten', zo erkende Guterres na een bezoek aan een centrum in Mangina waar ebolapatiënten worden behandeld. In Mangina, op zo'n dertig kilometer van Beni, werden in augustus 2018 de eerste gevallen van ebola vastgesteld. Sindsdien heeft de epidemie al meer dan 2.000 mensenlevens geëist.

Ondanks een recente verbetering van de situatie 'blijft ebola een ernstige bedreiging voor de openbare gezondheid van het land en de regio', onderstreepte Guterres. Hij riep de bevolking op om alle preventiemaatregelen in acht te nemen en bij de minste twijfel over eventuele symptomen de hulpverleners op te zoeken.

De hulpverlening wordt bemoeilijkt door het klimaat van onveiligheid in de regio. De inwoners beschuldigen er Monusco soms van dat het te weinig onderneemt tegen de gewapende groepen, en met name tegen de ADF (Forces démocratiques alliées), een militie van Oegandese oorsprong die ervan beticht wordt bloedbaden aan te richten onder de bevolking.

'Onze solidariteit moet tot uiting komen in een sterkere samenwerking tussen Monusco en de Congolese strijdkrachten om de terroristische dreiging van de ADF te bedwingen en te bestrijden', erkende Guterres. Hij rekent erop dat de VN-Veiligheidsraad het mandaat van Monusco zal verlengen, 'met noodzakelijke aanpassingen'. Het huidige mandaat verstrijkt op 31 december.

Maandag spreekt Guterres in Kinshasa met president Félix Tshisekedi over de onveiligheid in het oosten en de toekomst van de VN in Congo.