De rectoren van de vijf Vlaamse universiteiten maken zich zorgen over de brexit. In een gezamenlijke brief trekken ze aan de alarmbel. Een chaotische scheiding zal zware gevolgen hebben voor de academische samenwerking tussen Vlaamse en Britse universiteiten. Die samenwerking is intens, zo blijkt uit cijfers van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). Neem nu levens-, natuur- en ingenieurswetenschappen: bij 61 procent van de internationale publicaties waaraan Vlaamse onderzoekers deelnamen, zijn Britse partners betrokken. De KU Leuven heeft 177 projecten met Britse inbreng die via Horizon 2020, het Europese kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, worden gefinancierd. Van de 134 Horizon 2020-projecten van de UGent hebben er 85 een Britse partner. Bij de VUB maken Britse onderzoekers ruim 15 procent uit van alle buitenlanders met wie wordt samengewerkt.
...

De rectoren van de vijf Vlaamse universiteiten maken zich zorgen over de brexit. In een gezamenlijke brief trekken ze aan de alarmbel. Een chaotische scheiding zal zware gevolgen hebben voor de academische samenwerking tussen Vlaamse en Britse universiteiten. Die samenwerking is intens, zo blijkt uit cijfers van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). Neem nu levens-, natuur- en ingenieurswetenschappen: bij 61 procent van de internationale publicaties waaraan Vlaamse onderzoekers deelnamen, zijn Britse partners betrokken. De KU Leuven heeft 177 projecten met Britse inbreng die via Horizon 2020, het Europese kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, worden gefinancierd. Van de 134 Horizon 2020-projecten van de UGent hebben er 85 een Britse partner. Bij de VUB maken Britse onderzoekers ruim 15 procent uit van alle buitenlanders met wie wordt samengewerkt. 'De impact van een harde of no deal-brexit is immens', zegt Koen Verlaeckt, secretaris-generaal van de VLIR. 'Vooral de Britten hebben veel te verliezen. Bij een no deal worden ze afgesneden van alle Europese financiering. Dat is geen bagatel. Bij Horizon 2020 wordt 80 miljard euro geïnvesteerd in onderzoek en innovatie. Het leeuwendeel gaat naar consortia van universiteiten uit verschillende lidstaten en geassocieerde landen. Daarin zijn Britse universiteiten heel sterk vertegenwoordigd, want ze excelleren in onderzoek. Bovendien zijn ze bedreven in het versieren van subsidies. De European Research Council die individuele beurzen verstrekt, geeft liefst 25 procent van zijn grants aan Britse onderzoekers.' Veerle Cnudde, professor geologie aan de UGent, heeft al vaak samengewerkt met Britse collega's. Momenteel zit ze in projecten met het Imperial College London en de Hariot-Watt University in Edinburgh. 'De strijd om Europese fondsen is heel competitief', zegt ze. 'Het komt eropaan de sterkste spelers in je consortium te hebben. Dan kom je vaak bij Britse universiteiten terecht, want zij staan in veel domeinen aan de wereldtop. Voor de wetenschap dreigt een aderlating als we niet meer kunnen samenwerken.' De Leuvense professor milieurecht Kurt De Ketelaere is ook secretaris-generaal van de League of European Research Universities (LERU). De KU Leuven is de enige Belgische naam in dat selecte clubje van 23 Europese topuniversiteiten. Het VK spant daarin de kroon met vijf universiteiten: Oxford, Cambridge, London Imperial College, University College London en University of Edinburgh. 'We werken al meer dan twee jaar koortsachtig aan een brexit-proof oplossing', zegt De Ketelaere. 'Tot voor kort gingen we uit van een deal-scenario met een overgangsfase. Alle contracten blijven geldig tot eind 2020, het moment waarop Horizon 2020 en Erasmus+ sowieso door nieuwe meerjarenprogramma's worden vervangen. Intussen blijven we streven naar een definitieve regeling, waardoor het VK als geassocieerd land kan blijven deelnemen aan Europese onderzoeksprojecten. Maar door de ontwikkelingen komt dat scenario op de helling te staan. Bij no deal is er helemaal geen overgangsfase. Op 29 maart crashen dan alle Britse partners uit de Europese onderzoeksprojecten.' De regering van Theresa May heeft zich geëngageerd om de Britse deelname aan lopende projecten te garanderen. 'Maar daarmee zijn we niet gerustgesteld', zegt De Ketelaere. 'Wat bijvoorbeeld met consortia waarin de Britse partner als coördinator optreedt en het geld beheert? Stelt de Britse regering zich ook garant voor de middelen die aan de Europese partners moeten worden uitbetaald? We dreigen in een juridisch moeras weg te zinken. En dan zwijg ik nog over de vraag wat er moet gebeuren met peperdure laboratoria of andere infrastructuur die met Europees geld in het VK werd geïnstalleerd.' De paniek is nog groter aan de andere kant van het Kanaal. 150 universiteiten en kennisinstellingen ondertekenden een manifest, gericht aan de Britse regering. De exit laat zich al voelen: bij het vormen van consortia staan Britse universiteiten niet langer op de eerste rij, want de onzekerheid over hun toekomstige deelname doet andere partners twijfelen. Oxford en Cambridge zetten filialen op in respectievelijk Berlijn en München, in de hoop alsnog in aanmerking te komen voor Europese samenwerking en fondsen. Intussen dreigt een heuse braindrain. Gefnuikte carrièrekansen en onderzoeksfaciliteiten én kopzorgen over verblijfs- en werkvergunningen drijven buitenlandse academici naar de uitgang. Maar ook Britten wijken uit naar het continent. Elk jaar trekken enkele honderden Vlaamse studenten met een beurs van Erasmus+ naar het VK. Ook dat komt onder druk. Zonder brexit-deal zullen Europeanen torenhoog inschrijvingsgeld moeten betalen, net zoals pakweg Russen of Chinezen. 'Britse universiteiten zijn extreem afhankelijk van die inkomsten', zegt Bart Cammaerts, professor politiek en communicatie aan de London School of Economics. 'Dat is een gigantisch probleem. Door de onzekerheid van de brexit loopt ook het aantal inschrijvingen van niet-Europese studenten fors terug. Instituten zoals Oxford, Cambridge of LSE kunnen tegen een stootje, maar ik vrees voor de kleinere universiteiten. Hier komen faillissementen van.'