Kayla zit rond een vuurkorf in zijn tent. Terwijl hij wacht tot het water in de theepot kookt, toont hij trots zijn grote truc: hij kan blind een kaart trekken en vervolgens zeggen welke het is. Entertainen deed hij ook al graag in zijn thuisland, Irak. Hij had er verschillende jobs, zijn droom is nu om zanger te worden. Hij heeft hier zelfs al een nummer geschreven, maar wil het niet laten horen. 'Niet nu. Als alles achter de rug is, zal ik zingen. Hier leven, dat vergeet je nooit.'
...

Kayla zit rond een vuurkorf in zijn tent. Terwijl hij wacht tot het water in de theepot kookt, toont hij trots zijn grote truc: hij kan blind een kaart trekken en vervolgens zeggen welke het is. Entertainen deed hij ook al graag in zijn thuisland, Irak. Hij had er verschillende jobs, zijn droom is nu om zanger te worden. Hij heeft hier zelfs al een nummer geschreven, maar wil het niet laten horen. 'Niet nu. Als alles achter de rug is, zal ik zingen. Hier leven, dat vergeet je nooit.'Het tentenkamp in de Franse kuststad Duinkerke, amper een uur rijden van Gent, is één triest cliché. De modder komt tot boven de enkels. Er zijn ratten, het water in de beek heeft een vreemde tint rood en de tenten overstromen wanneer het regent - zoals gisteren gebeurde. Mensen worden ziek aan de luchtwegen en krijgen schurft. 'Als het binnenkort begint te vriezen, gaan mensen nog zieker worden', vreest de Britse vrijwilligster Marnie van Aid Box Convoy (ABC). 'Het is een schande dat hier zo veel vrijwilligers aan het helpen zijn, maar dat degenen die betaald worden om te helpen helemaal niets doen. Hier is niemand van de Verenigde Naties, het Rode Kruis of Save the Children.'Hoeveel vluchtelingen er juist in het kamp zitten, is onduidelijk. Volgens de ene vrijwilliger zijn het er 2.600, volgens de andere 3.000. Wat wel vaststaat is dat er iedere dag mensen bij komen - woensdag ontving het kamp nog 100 nieuwe bewoners - en dat blijkbaar aan een rotvaart. In augustus bestond het kamp nog uit 80 mensen, zo vertelt een Franse vrijwilligster van de organisatie Salaam. Hoeveel het er in werkelijkheid ook zijn: achter ieder cijfer gaat iemand schuil die met vrienden of met een gezin in een tent woont en moet rekenen op de goodwill van vrijwilligers om te overleven. Er zijn immers nauwelijks officiële organisaties op het terrein. Salaam en de Franse afdeling van Artsen Zonder Grenzen (AZG) zijn er wel actief. Die laatste heeft 15 van zijn 30 mensen die in Calais hulp verleenden, naar Duinkerke versast.De laatste weken zien ze door de vochtigheid en de koude vooral patiënten met schurft, reuma, griep, verkoudheden en ziektes aan de luchtwegen. Om dergelijke situaties zoveel mogelijk te vermijden krijgen nieuwkomers een pakket met lakens en een slaapzak. AZG houdt ook de sanitaire toestand in de gaten, om epidemieën zoals de schurftepidemie in het kamp van Calais te voorkomen. Maar AZG kan zelfs geen basishulp bieden, vertelt Michel Janssens van Artsen Zonder Grenzen. 'Het is een groot probleem dat dit kamp niet erkend is, dit gebied is eigenlijk een Niemandsland.' 'Het gebied' waar Janssens het over heeft, grenst aan een straat. Langs de ene kant een mooie woonwijk met moderne huizen. Aan de andere kant: honderden tenten, in het beste geval bedekt met een waterdicht zeil of met reclamebanners. De meeste zijn ondergelopen, ingestort en vuil. Om van de ene kant van het gebied naar de andere te gaan, moet je door modder, plassen en bij momenten een vreselijke stank. Op sommige plaatsen hebben Nederlandse vrijwilligers en vluchtelingen stenen gedumpt, zodat niet het hele kamp een moeras zou worden. Een probleem dat ook Marnie aankaart: 'Wat de mensen in dit kamp het hardst nodig hebben is een permanente verblijfplaats. De tenten gaan toch blijven onder water lopen.'Die plaatsen zijn er, reageert onderprefect van Duinkerke Henri Jean. Er zijn opvangcentra, verspreid over Frankrijk, maar daar willen de mensen niet naartoe, meent hij. 'We proberen mensen aan te sporen om in Frankrijk te blijven. We hebben opvangplaatsen voor mensen die hier willen blijven, ook voor gezinnen. Het probleem is dat de meeste mensen helemaal niet naar zo'n opvangplaats willen, omdat ze snel mogelijk willen doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk.'Dat laatste klopt, zo valt te horen in het kamp. Steeds dezelfde verhalen: Koerden die Noord-Irak ontvlucht zijn omdat er geen werk is, geen geld en omdat er gevochten wordt. En allemaal hebben ze diezelfde droombestemming: het Verenigd Koninkrijk en dan nog het liefst Londen. De een heeft er familie wonen, de ander is ervan overtuigd dat er meer werk is en betere scholen.De Franse regering wil dat het kamp over twee weken opgedoekt is. Michel Janssens van AZG, dat werk wil maken van verwarmde tenten, twijfelt aan de haalbaarheid daarvan. 'Ik vraag me af hoe ze de mensen van dit terrein gaan krijgen. Tenzij ze met politie en bulldozers komen, zal het hen niet lukken. En wat daarna? Dan verspreiden die mensen zich gewoon in de natuur.''Het is frustrerend', vertelt de Britse Marnie. 'Er is zoveel werk en er zijn zoveel vrijwilligers die het willen doen, maar de Franse regering laat het ons niet toe. Deze mensen ontvluchten een oorlog, maar ze worden behandeld alsof ze van IS zijn. Hier zitten mensen van de Peshmerga, de Koerdische strijders die in hun thuisland vechten tegen de terroristen. Mijn premier David Cameron werkt met hen samen tegen IS, maar als ze hem nodig hebben - zoals hier - dan laat hij ze aan hun lot over. We zouden deze mensen met open armen moeten ontvangen. We moeten van ze houden, want ooit gaan de kleintjes terug en ze mogen zeker niet in de verkeerde handen vallen. Zij zijn de toekomst.'Voor die kleintjes is er in het midden van het kamp een school gebouwd. Het telt twee kamers, maar volgens het uithangbord is er een bioscoop, een bibliotheek en opvang voor baby's. Achter een paars gordijn houdt de Ierse Maryann een tiental peuters bezig. Terwijl haar collega met de kinderen speelt, tokkelt ze het Engelse wiegeliedje 'Twinkle twinkle little star' op een gitaar. Wanneer het woord 'België' valt, verschijnt een brede glimlach op haar gezicht. 'Belgische vrijwilligers hebben al veel gedaan in dit kamp, het zijn geweldige mensen. Jullie gaan de wereld toch wel vertellen wat er hier gaande is? Ongelooflijk dat dit nog kan gebeuren in de 21ste eeuw, in Europa.'In de kampkeuken worden ondertussen mandarijnen uitgedeeld, een kibbelend duo trekt de aandacht. De twee Zwitserse vrijwilligers blijken een discussie te hebben over het recept van tzatziki - de befaamde Griekse yoghurtsaus. Een van de mannen achter de gigantische kookpotten is de Zwitserse Simon. Sinds begin december verblijft hij permanent in het kamp, enkel in de week van de feestdagen ging hij even naar huis. Hij voorziet de mensen van rijst, aubergines of aardappelen (mét tzatziki). 'Mensen kunnen heel de dag door eten komen halen. We beginnen meestal om 9 uur 's ochtends te koken en stoppen wanneer we denken dat het tijd is om te stoppen. Soms is dat om 10 uur 's avonds, soms om middernacht.' Het zijn dikwijls dezelfde mensen die gebruik maken van het eten uit de keuken. De meesten koken zelf hun potje. Dat kunnen ze doen dankzij de voedselleveringen. De Franse organisatie Salaam levert bijvoorbeeld iedere dag voedsel aan de vluchtelingen, maar ook Belgen komen kleding, materiaal en eten brengen.'Het is moeilijk om de hulp hier te coördineren,' weet de Vlaamse vrijwilligster Tamara, die al een tijd elke week naar Duinkerke kom. Ook de reacties van de vluchtelingen op de hulp is moeilijk te plaatsen, vertelt ze: 'Wanneer ze bijvoorbeeld eten weigeren, wordt dat vaak als ondankbaar beschouwd. Mensen staan er niet bij stil dat het hier vaak regent, en de combinatie eten en vochtigheid trekt ratten aan. Onlangs stond een tent in brand. Toen we die optilden, schoten daar zeker honderd ratten onder uit.'In Frankrijk willen deze mensen niet blijven, in het Verenigd Koninkrijk geraken ze niet. Toch klinkt het overal: 'We gaan door tot het einde.' Zo ook bij Serti, die een vuurtje stookt aan de ingang van het kamp. Hij valt op, want draagt een blinkende jeansbroek en felblauwe, nieuw ogende sneakers. Serti is nog maar een dag of twee in het kamp. Ik zeg dat ik zijn schoenen leuk vind, zijn vriend schudt afkeurend het hoofd: 'Geen outfit om hier mee rond te lopen.' Serti lacht. 'Ik blijf hier niet hoor. Binnenkort steek ik het kanaal over naar Engeland', vertelt hij met zelfzeker fonkelende ogen. We wensen hem succes - de beleefdste manier om hier afscheid te nemen van iemand. Met een wrang gevoel, want andere mensen uit het kamp hebben al ontelbare keren dezelfde poging ondernomen. Het licht in hun ogen is al een beetje gedoofd. Na enkele maanden proberen, komen zij stilaan tot het besef dat hun Westerse Droom (voorlopig) hier eindigt: in een Franse modderpoel. Met een reclamebanner van Justin Bieber over hun tent. Twinkle, twinkle, little star (...) When the blazing sun is gone,When he nothing shines upon,Then you show your little light,Twinkle, twinkle, all the night.