Geen normaal mens ter wereld vindt de rit vanuit Manhattan over de George Washington Bridge in New York City spannend. Waarom zou je ook wegrijden uit the city that never sleeps, naar de negorij van New Jersey? En toch. De hartenklop in de keel. Net zoals jazzgroten als Duke Ellington, Coleman Hawkins, Art Blakey en Toots Thielemans hem ooit hebben gevoeld op deze brug. Een halfuur rijden, meer is het niet. Maar de trip naar 445 Sylvan Avenue in Englewood Cliffs, New Jersey, is een pelgrimstocht. Op zoek naar een rood vogeltje.
...

Geen normaal mens ter wereld vindt de rit vanuit Manhattan over de George Washington Bridge in New York City spannend. Waarom zou je ook wegrijden uit the city that never sleeps, naar de negorij van New Jersey? En toch. De hartenklop in de keel. Net zoals jazzgroten als Duke Ellington, Coleman Hawkins, Art Blakey en Toots Thielemans hem ooit hebben gevoeld op deze brug. Een halfuur rijden, meer is het niet. Maar de trip naar 445 Sylvan Avenue in Englewood Cliffs, New Jersey, is een pelgrimstocht. Op zoek naar een rood vogeltje. Het zijn rare tijden in de jazz. Er is een jonge generatie opgestaan die nadrukkelijk afstand neemt van het klassieke repertoire. Standards zijn suspect geworden, revivals zijn uit, de neotraditionalistische jaren negentig zijn allang vergeten. Eigen composities - vaak eenvoudig van snit en flink steunend op de groove - voeren de boventoon. Maar de nieuwe lichting, van de Amerikaan Kamasi Washington tot de Belgen van De Beren Gieren, heeft één gemeenschappelijke held: tenorsaxofonist John Coltrane (1926-1967). 'Wat Coltrane hip maakt, is zijn spirituele energie', vertelde Beren-drummer Simon Segers onlangs in het vakblad Jazz&Mo'. 'En de durf om tien minuten lang door te gaan op hetzelfde idee. Dat laatste maakt de jazz van vandaag toegankelijker.' Noem het gerust een Coltrane-revival - zolang je het maar niet te luid zegt. De Trane-devotie gaat bij sommigen wel erg ver. Sinds 1971 is in San Francisco zelfs een St. John William Coltrane Church actief, waar de muzikant nog elke zondag met een lange jamsessie wordt aanbeden. John Coltrane bereikte rond 1956 zijn eerste hoogtepunt in de band van trompettist Miles Davis, maar een heroïneverslaving brak zijn opgang. Een ontwenningskuur later leverde hij in 1959 een plaat af die een schokgolf door de jazz zou sturen: Giant Steps testte de rekkelijkheid van melodie, harmonie en improvisatievermogen en bracht de bebop aan de rand van het ravijn. Met de overstap naar het Impulse!-label in 1961 schakelde hij nog een versnelling hoger. Op zijn sax groef hij dieper, in zijn hoofd zocht hij - religieus als hij was geworden na zijn ontwenning - het hogere op. Indische toonladders en de nieuw ontdekte spiritualiteit maakten zijn epische solo's steeds complexer. Samen met Miles groeide hij uit tot een van de best betaalde muzikanten van de jazz, mede door het succes van het musicalnummer My Favorite Things. Al was niet iederéén mee. Het vakblad DownBeat schreef dat hij de jazz saboteerde. Coltrane was een 'anarchist' die 'anti-jazz' maakte. De Britse dichter Philip Larkin zou bij zijn dood schrijven dat het enige compliment dat je Coltrane kon geven was dat hij alles op grote schaal deed: 'Als hij saai was, was hij enorm saai. Als hij lelijk was, was hij massief lelijk.' Jazzbiograaf Gary Giddins doorzag de schijnbare chaos later wél: 'Een livesolo van Coltrane is geen gedicht. Het is een lange, lange roman.' In overleg met Impulse! nam Trane wat gas terug om ook het bredere publiek te kunnen bereiken. Die balanceeract leverde magnifieke platen met Duke Ellington en zanger Johnny Hartman op. Tussen al dat gekrakeel door trok Coltrane zich met zijn band terug in zijn refuge, zijn hol, zijn kerk: de studio van technicus Rudy Van Gelder in New Jersey. Nummer 445 in de eeuwig uitdijende verkaveling die New Jersey is. Een privacyhaag houdt pottenkijkers weg. Maureen Sickler trekt de deur voor ons open. Jarenlang was ze Rudy Van Gelders assistente, sinds zijn dood in 2016 ijvert ze voor de erkenning van zijn studio als nationaal monument. 'Mag ik u vragen om het gepaste respect te tonen voor de omgeving', zegt haar man, jazztrompettist Don Sickler, nadrukkelijk. We worden binnengeleid in een soort kapel. Stenen muren van anderhalve meter hoog gaan over in een onregelmatige houten vijfhoek en ondersteunen een indrukwekkende cederhouten koepel, twaalf meter boven de studiovloer. Sickler: 'De studio en het aanpalende huis werden gebouwd in 1959, het jaar dat het Guggenheimmuseum werd geopend. Rudy Van Gelder en zijn vrouw waren grote liefhebbers van architect Frank Lloyd Wright. Geïnspireerd door zijn werk, en met de hulp van architect David Henken, bouwden ze hier hun stek. De achterkant was hun leefruimte en kantoor, de voorkant werd de studio. Rudy's controlekamer lag bij wijze van spreken naast de slaapkamer.' Hedendaagse studio's zijn doorgaans akoestisch dode kamers. Galm of echo worden meestal achteraf toegevoegd. Van Gelder ging net voor het natuurlijke ruimtegevoel, waarin muzikanten zelf hun ideale plaats moesten zoeken. 'En híér stond John Coltrane altijd', wijst hij. 'Iedereen speelde live, in dezelfde ruimte, zonder hoofdtelefoons. Je zocht je plekje uit waar je jezelf het best kon horen spelen. En de stoel waar u nu op zit, daar legde Coltrane altijd zijn saxofoon op als hij klaar was. Er is hier in al die jaren erg weinig veranderd.' Tot de dood van Rudy Van Gelder kwam vrijwel niemand, en al zeker geen niet-muzikanten, dit sanctum sanctorum binnen. Tot hij in augustus 2016 op zijn 91e stierf was dit zijn werkterrein. Hij stond in voor de hele cyclus die nodig is om platen te maken: van de opname via het mixen en de mastering tot het snijden van de moederplaten, die dienden als basis voor de vinylpersingen. En - het klinkt banaal maar het was zijn magic touch: hij plaatste zelf elke microfoon. Dat kon uren duren, maar de klank die het opleverde, definieerde de sound van de jazzgeschiedenis. Midden in de ruimte staat een grote Steinway concertvleugel. Sickler: 'Dit is de piano die door zowat alle grote jazzpianisten werd beroerd van Bill Evans, via Horace Silver tot Herbie Hancock.' Het is even slikken, maar onze aandacht wordt afgeleid door ettelijke fotolijsten. Vogels. Helikopters. Vliegtuigen. Maureen Sickler: 'Rudy hield van fotograferen. Hij wilde dingen vastleggen die in voortdurende beweging waren. Dat kon een vogel zijn. Of, welja, jazz.' Ze wijst naar een kleine vogeltje, een opgezette rode kardinaal die dicht bij het plafond op een plankje staat. 'Als een drummer te hard speelde, trilde dat vogeltje eraf. Dan wist Rudy dat het allemaal wat te hard ging.' Ze trekt de deur van de controlekamer dicht. Het is tijd voor het grote werk. 'Het is alsof we een nieuwe kamer hebben gevonden in de Grote Piramide', had Coltranes oude vriend en collega Sonny Rollins op Facebook gezet. Het is niet eens overdreven: de erven Coltrane hebben een verloren gewaande opname van het John Coltrane Quartet uit 1963 teruggevonden. Both Directions At Once: The Lost Album zal ze heten. Ga zitten, zegt Maureen. Ze drukt op play. Wat volgt, is moeilijk te vatten. Coltranes saxofoon schalt door de kapel waarin ze werd opgenomen - het komt het dichtst in de buurt van de man live zien. Een bezoeker van het beruchte Belgische jazzfestival van Comblain-La-Tour, die er in 1965 bij was, had het ons nog zo gezegd: hij verdeelde zijn muzikale leven in 'voor' en 'na' die fameuze passage van het kwartet. Ook hier, op Coltranes stoel in Coltranes studio, is het een fysieke en spirituele ervaring. Dieper. Hoger. Een lange, lange roman. Enkele dagen later in de Shapeshifter Lab, een hippe jazzclub in Brooklyn. Ravi Coltrane, zoon ván, raast door een repetitie. Op elektrische bas: Matthew Garrison, zoon van Tranes bassist Jimmy. Aan de drums: de legendarische Jack DeJohnette, ooit een tijdje in Coltranes band. Bien étonnés de se trouver ensemble.De zoon die zich met de vader meet: Axel Merckx wist hoe ondankbaar het kan zijn. Toch is Coltrane jr. erin geslaagd om een stevige carrière uit te bouwen die niet alleen op genealogie teert. Grijnzend stapt hij van het podium. 'Tenorsax spelen is als een truck besturen. Maar een sopraan, man, dat is racen met een formule 1-auto!' Wanneer hoorde u voor het eerst van het bestaan van deze opnames? Ravi Coltrane: Een jaar geleden kreeg ik de eerste fragmenten te horen. De familie van Juanita Naima, Johns eerste vrouw, was toen nog met de platenfirma aan het onderhandelen over de overdracht van de tape. Ik heb ze pas afgelopen herfst integraal kunnen beluisteren. Om het even welke opname van mijn vader die opduikt, is reden om te feesten. Maar dat we ooit nog een volledig album zouden ontdekken, overtreft de stoutste verwachtingen. Vooral omdat het gaat om goed geproducete studio-opnames. Uw vader stond in '63 op het toppunt van zijn carrière. Het Impulse!-label was zowat op zijn schouders gebouwd, en toch stond hij onder druk. Wat is er toen precies gebeurd? Coltrane: Op de middag van 6 maart 1963 kwamen John, pianist McCoy Tyner, drummer Elvin Jones en bassist Jimmy Garrison aan bij Rudy Van Gelder. Ze wisten dat de sessie niet lang zou kunnen duren: ze werden 's avonds terug in Manhattan verwacht voor een concert in de jazzclub Birdland. Zo'n rit kan al makkelijk een uur duren, afhankelijk van het verkeer. Bovendien werden ze de dag erna weer bij Rudy verwacht voor opnames met zanger Johnny Hartman - dat album, John Coltrane and Johnny Hartman, heeft sindsdien een klassieke status bereikt. Maar die opnamesessie net ervóór viel in de plooien van de geschiedenis. Doodzonde: de kwaliteit is ontegensprekelijk. De zeven stukken passen netjes op de beide kanten van een langspeelplaat. Het kwartet was perfect op elkaar ingespeeld en speelde de sterren van de hemel. Hoe zijn de tapes dan in hemelsnaam verloren geraakt? Coltrane: Na de dood van mijn vader in 1967 zou Impulse! alle mastertapes die nog bij Van Gelder lagen hebben opgehaald, met de bedoeling om ze later eventueel uit te brengen. En dat waren er nogal wat, want producer Bob Thiele maakte van elke gelegenheid gebruik om de muziek van mijn vader op te nemen. Niet lang daarna is het moederlabel ABC, en met hen dus ook alle banden, verhuisd van New York naar Los Angeles. Daar hebben ze in het begin van de jaren zeventig veel van de niet-gebruikte mastertapes gedumpt, omdat het eenvoudigweg te duur was om ze nog langer te stockeren. Ze hielden alleen de tapes van albums die al uitgekomen waren, de rest werd weggegooid. (op dreef) Maar we wísten dat die sessie had plaatsgevonden. Ze stond ingeschreven in het logboek van Rudy Van Gelder, en één stuk eruit, het dansante Vilia, was in '65 al verschenen op een verzamelalbum van Impulse! (The Definitive Jazz Scene Vol. 3, nvdr). Maar de rest leek verzwolgen door de tijd. Hoe zijn de opnames dan toch bewaard gebleven? Coltrane: Na elke sessie kreeg Coltrane een kopie van de opnames mee naar huis. Dat was een van de privileges die hij genoot omdat hij zowat de ster van het label was. Het ging dan om een opname die tegelijkertijd met de mastertapes werd gemaakt op een kleinere bandopnemer die in mono meeliep. Zo zijn ze in de familie van zijn eerste vrouw terechtgekomen. En daar zijn ze al die jaren gebleven. Was het die dag wel de bedoeling van Coltrane om een volwaardig album te maken? Coltrane:(aarzelt) De band was vooral in de studio om zich wat los te spelen, met het oog op de opnames met Hartman. Daarvóór speelden ze twee weken lang elke avond in Birdland. Iedereen stond ontzettend scherp. En dat maakt deze plaat zo bijzonder: het lijkt alsof het een registratie is van hoe de band toen live klonk. Je hoort veel bas- en drumsolo's, wat op andere Impulse platen niet zo vaak het geval is. Ook het repertoire was een neerslag van wat ze toen in Birdland moeten hebben gespeeld, met de oude ballad Nature Boy en One Up, One Down. Het is zo anders dan wat het publiek in '62 en '63 van mijn vader te horen kreeg. Labelbaas Bob Thiele wilde tegemoetkomen aan de kritiek die er op Coltrane kwam. Er verschenen toen meer commerciële albums die duidelijk op een groot publiek mikten: het Ballads-album, en de samenwerkingen met Duke Ellington en Johnny Hartman. Dat zijn thematische conceptalbums, maar live klonk de band helemaal anders. Eigenlijk kwamen ze in de studio even de temperatuur opmeten? Coltrane: Ja. Maar dit is wel het John Coltrane Quartet dat even de temperatuur opmeet. Die kerels hebben nooit zómaar iets gespeeld. Dit was een van de allerbeste bands uit de hele jazzgeschiedenis. Een van de meest invloedrijke bands die ooit heeft bestaan, op zijn hoogtepunt. Eén jaar later namen ze helemaal de sprong naar spirituele muziek, met albums zoals Crescent en A Love Supreme. Het jaar daarop gingen ze nog verder met Meditations en Sun Ship. Die laatste jaren waren zo episch dat de band bijna niet anders kon dan uit elkaar vallen. Ze verdampten door hun eigen intensiteit? Coltrane: Precies! Ze kwamen op terrein waar ze zelf nog niet klaar voor waren. John was op zoek naar een donkerder en meer ritmisch canvas, met veelgelaagde harmonie, met meer texturen in de solo's. Hij bracht meer mensen in de band - Rashied Ali aan de drums, bijvoorbeeld. Met Pharoah Sanders als tweede saxofonist (op 7 juli op Gent Jazz, nvdr). Met mijn moeder, Alice, aan de piano. Zij hebben na Johns dood zijn erfenis verder gezet. U praat met passie over uw vader. Hoe gaat u om met het gewicht van zijn erfenis? Coltrane: Kijk, zelfs als ik niet de zoon van John en Alice Coltrane was geweest, was ik hoogstwaarschijnlijk even gepassioneerd geweest door hun muziek. Ik hou van Coltrane, natuurlijk, maar ik hou ook van Sonny Rollins én Charlie Parker én Wayne Shorter én George Coleman én Sonny Stitt én Joe Henderson... Ik ben gewoon een grote liefhebber van instrumentale muziek. Dat zit in mijn aderen. Ik ben natuurlijk gezegend om de telg te zijn van een uitzonderlijk getalenteerde familie, maar ik zie dat niet als een last, integendeel. Ik put nog altijd oneindig veel plezier uit deze muziek, als luisteraar en als uitvoerder. Dat was zo al als kind, en dat blijft onverminderd duren. Coltrane en de stijl die hij heeft ontwikkeld zijn bijzonder in trek bij jongeren - luister maar naar saxofonisten als Kamasi Washington en Shabaka Hutchings. Hoe verklaart u dat? Coltrane: Sommige dingen weerstaan nu eenmaal de tand des tijds. Mocht er morgen een nieuwe opname opduiken van Louis Armstrong of Duke Ellington, dan heeft die natuurlijk historische waarde. Maar John Coltrane overstijgt op de een of andere manier wat andere muzikanten deden. He is known for the power of his spirit. De overgave waarmee hij speelde, kende zijn gelijke niet. Voor veel mensen staat Coltrane voor een hoger ideaal, hij heeft zichzelf en het leven overstegen. Hij is geen buitenaards wezen, maar hij heeft ons getoond wat er mogelijk is in muziek en in het leven. En ja, sommigen gaan zelfs zo ver dat ze een kerk rond hem hebben opgericht. Hij had een onontkoombare uitstraling en intensiteit. Dat blijft mensen inspireren, zelfs buiten de muziek om. En dat zal nog generatieslang duren, let maar op. We beleven vandaag, net als hij in de jaren zestig, erg turbulente tijden. Maakt dat zijn overgave extra relevant? Coltrane: Muzikanten van zijn generatie konden niet even hun smartphone nemen en hun meningen op Twitter gooien. Nee, Coltrane maakte zijn statements via zijn muziek. Denk aan een song als Alabama, of aan A Love Supreme, de suite die ons allemaal naar een hoger moreel bewustzijn wil leiden. Hij hoefde niet met zijn vuisten op tafel te slaan. Hij hoefde maar te spelen. En dan te bedenken dat zijn hele output werd gemaakt in een heel korte periode, 1955 tot 1967. In die korte tijd evolueerde hij van dagloner bij het Blue Note-label naar semipopster in de band van Miles Davis tot jazzicoon en finaal extreme avant-gardist. In twaalf jaar! Het was bijna te veel ineens, ook voor zijn volgelingen. Rashied Ali vertelde me dat werkelijk iedereen verstomd stond van de muziek die mijn vader maakte. Mensen konden er met hun verstand niet bij. Een beetje zoals ik met de titel van de plaat. Waar slaat dat nu op, 'Both Directions at Once'? Coltrane: (lacht) Iemand herinnerde ons aan een gesprek tussen mijn vader en saxofonist Wayne Shorter. John zei dat je een zin kunt beginnen in het midden, en dan verder kunt gaan naar het begin en het einde - tegelijkertijd. Both directions at once, dus. Het leek ons heel toepasselijk voor wat Coltrane en zijn band hier hadden vastgelegd. Zijn telefoon gaat over. Slecht nieuws. De rode kardinaal is gevallen. Of beter: zijn pianist ging te hard. Hij is gevallen met de fiets en heeft zijn arm gebroken. 'Man! We staan een weeklang in Birdland geboekt! Je kunt slecht nieuws krijgen. Maar Birdland. Seriously?'