Vrijdag 8 juni. Aan de universiteit van Coahuila, in de grensstad Piedras Negras, is zojuist het verkiezingsdebat van de kandidaten voor het federale parlement van Mexico afgelopen. Fernando Purón, kandidaat van de regeringspartij PRI en ex-burgemeester van de stad, stopt buiten voor de deur even om op de foto te gaan met een kiezer. Plotseling loopt een man op hem af en schiet hem een kogel door het hoofd. Een andere kogel treft een voorbijganger.
...

Vrijdag 8 juni. Aan de universiteit van Coahuila, in de grensstad Piedras Negras, is zojuist het verkiezingsdebat van de kandidaten voor het federale parlement van Mexico afgelopen. Fernando Purón, kandidaat van de regeringspartij PRI en ex-burgemeester van de stad, stopt buiten voor de deur even om op de foto te gaan met een kiezer. Plotseling loopt een man op hem af en schiet hem een kogel door het hoofd. Een andere kogel treft een voorbijganger. Purón had het opgenomen tegen Los Zetas, de bende die zijn stad tijdens zijn burgemeesterschap beheerste. Hij werd constant bedreigd en ging de deur niet uit zonder minstens tien lijfwachten. Uitgerekend tijdens zijn laatste debat ging hij er prat op dat hij de extreem gewelddadige criminele groep had verdreven en van Piedras Negras de veiligste stad aan de Mexicaans-Amerikaanse grens had gemaakt. De kleine staat Coahuila is een bolwerk van de meest corrupte poot van de PRI. De partij is hier al bijna honderd jaar ononderbroken aan de macht. Vorig jaar won haar kandidaat dankzij een opzichtige fraude opnieuw het gouverneurschap. Een dag later. Op Isla Mujeres, een toeristeneiland aan de andere kant van Mexico waaraan het geweld de laatste jaren voorbij leek te zijn gegaan, heeft PRI-kandidate Rosely Danilú thuis een vergadering met haar team. Wanneer de anderen vertrokken zijn, dringen twee gemaskerde mannen haar huis binnen en schieten haar neer. Ze overlijdt een paar dagen later, op 11 juni, in het ziekenhuis. Fernando Purón en Rosely Danilú zijn respectievelijk de nummers 112 en 113 van de in de huidige verkiezingscampagne vermoorde kandidaten en hun familieleden. Het jachtseizoen op politici en politici in spe is in volle gang. Behalve een nieuwe president kiezen de Mexicanen op zondag 1 juli nieuwe parlementsleden en senatoren, afgevaardigden in deelstaatparlementen, gemeenteraden en burgemeesters. De laatste twee categorieën lopen het grootste risico: in veel gevallen is de winnaar degene die levend de verkiezingsdag haalt. De plaatselijke politiek is in tal van delen van Mexico een levensgevaarlijke bezigheid. De politiek en de georganiseerde misdaad zijn sterk met elkaar verweven. Hier heerst wat heet 'de wet der metalen': plata o plomo, zilver of lood. Kandidaten moeten kiezen tussen het aannemen van crimineel geld of de kogel. Een kandidaat die zijn oor te luisteren legt bij een bepaalde bende wordt vervolgens door een concurrerende bende omgelegd. Wie zich aan geen enkele bende wil binden, kan kogels van alle kanten verwachten. De campagnes worden doorgaans gefinancierd door het criminele circuit, en daarbij maakt het weinig uit om welke partij het gaat. De verkiezingscampagne is één groot bloedbad. Wat wil je, heel Mexico is een groot bloedbad. In 2017 werden 21 burgemeesters en ex-burgemeesters vermoord. Hun werk zit in dezelfde risicogroep als dat van journalisten, van wie er dit jaar dertien om het leven zijn gebracht. Het geweld in het elfde jaar van de drugsoorlog brak alle records, met meer dan 29.000 moorden gerelateerd aan de georganiseerde misdaad. Het Nationaal Kiesinstituut (INE), de organisator van de verkiezingen, en het Kiestribunaal, dat erop moet toezien dat de verkiezingen keurig verlopen, zien niets bijzonders in het ongebreidelde geweld tegen de kandidaten. 'We hebben onlangs nog duidelijk verkondigd dat geweld het tegendeel is van democratie', onderstreepte de voorzitter van het INE in een interview. Het probleem is dat er in Mexico nog nooit verkiezingen in dertig staten tegelijk zijn gehouden, zo verontschuldigde zijn collega van het Tribunaal zich in hetzelfde interview. Als er verkiezingen waren geweest in slechts drie staten, 'dan waren er misschien vijf of zeven kandidaten vermoord'. Blijkbaar is dat wel aanvaardbaar. Luis Almagro, de Uruguayaanse secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, is wel 'bezorgd' over het feit dat in de Mexicaanse campagne 'elke vier of vijf dagen een kandidaat of een politicus wordt vermoord'. Maar meer dan waarnemers sturen op de verkiezingsdag kan de OAS ook niet. Mexico is volledig gedesoriënteerd, meent dichter en politiek activist Javier Sicilia, wiens eigen zoon enkele jaren geleden door een bende is vermoord. 'De verkiezingen geven de indruk dat we in een democratisch land leven waar we alleen de corruptie van de huidige regering hoeven te overwinnen. Er wordt alleen gepraat over wie de verkiezingen zal winnen. Niet over de massagraven die aan de lopende band worden gevonden, niet over de verdwijning van tienduizenden burgers, niet over de feitelijke uitzonderingstoestand waaronder de Mexicanen leven sinds de vorige president Felipe Calderón het leger de straat opstuurde. Kun je in zo'n land echt van verkiezingen spreken? Wie in deze omstandigheden wint, zal gedoemd zijn een hel te besturen die dieper en afgrijselijker zal zijn dan die na de vorige verkiezingen.' De Mexicaanse hel krijgt waarschijnlijk wel een nieuwe administrateur. De grote favoriet bij de presidentsverkiezingen, Andrés Manuel López Obrador, moet echter ook op zijn tellen passen. Een bekende columnist deed zelfs een onverhulde oproep hem te vermoorden. De linkse leider AMLO, zoals hij kortweg wordt genoemd, ligt in de peilingen een straatlengte voor. Twee keer eerder was hij dicht bij de overwinning, maar beide keren redde hij het net niet - volgens zijn aanhang en tal van objectieve waarnemers door fraude. Hij ligt nu zó ver voor dat een eventuele fraude navenant gigantisch zal moeten zijn. Mochten de Mexicanen inderdaad de ex-burgemeester van Mexico-stad als nieuwe president kiezen, dan gaan ze in tegen de trend in heel Latijns-Amerika. De meeste landen maakten twintig jaar geleden een bocht naar links, maar hebben de koers inmiddels alweer verlegd naar rechts. Alle kandidaten en de officiële propagandakanalen van de regering (de meeste media, dus) hebben AMLO massaal aangevallen. Hij werd afgeschilderd als een gevaar voor Mexico dat van het land een nieuw Venezuela zal maken. De verdachtmakingen maken weinig indruk op de gemiddelde Mexicaanse kiezer. Die weet best dat het land op dit moment bepaald geen Finland of Noorwegen is, en dat alleen een drastische verandering hoop op verbetering kan brengen. Het argument van López Obrador dat de drie belangrijkste partijen één grote politieke maffia vormen, spreekt wel aan. Als ze niet bezig zijn de linkse favoriet aan te vallen, beschuldigen hun kandidaten elkaar over en weer van corruptie. Een corrupte elite die zweert de corruptie aan te pakken: het maakt weinig indruk. Het lijkt de weg vrij te maken voor López Obrador als nieuwe president. Tenminste, als hij de verkiezingsdag van 1 juli levend en wel haalt.