Nee, het valt niet mee om Hongaar te zijn. Wie de Hongaarse geschiedschrijving erop naslaat, stoot op een eindeloze aaneenschakeling van nederlagen en vreemde overheersingen, geprangd tussen Slaven en Germanen. Over de kling gejaagd door de Mongolen in 1241, onder de voet gelopen door de Ottomanen in 1526, geknecht door Oostenrijkers en Russen na de Maartrevolutie van 1848, in stukken gereten door het verdrag van Trianon van 1920 en vier decennia van communistische onderdrukking na de Tweede Wereldoorlog: zelfs de grootste patriot zou er stilaan de moed bij verliezen. 'We zijn het meest verlaten volk op aarde', schreef Sandor Petofi, Hongarijes nationale dichter al in de negentiende eeuw.
...

Nee, het valt niet mee om Hongaar te zijn. Wie de Hongaarse geschiedschrijving erop naslaat, stoot op een eindeloze aaneenschakeling van nederlagen en vreemde overheersingen, geprangd tussen Slaven en Germanen. Over de kling gejaagd door de Mongolen in 1241, onder de voet gelopen door de Ottomanen in 1526, geknecht door Oostenrijkers en Russen na de Maartrevolutie van 1848, in stukken gereten door het verdrag van Trianon van 1920 en vier decennia van communistische onderdrukking na de Tweede Wereldoorlog: zelfs de grootste patriot zou er stilaan de moed bij verliezen. 'We zijn het meest verlaten volk op aarde', schreef Sandor Petofi, Hongarijes nationale dichter al in de negentiende eeuw. Wie de Hongaarse media volgt, kan alleen maar concluderen dat dat beklagenswaardige lot zich vandaag doortrekt. Op gigantische billboards over het hele land prijkt de grijns van George Soros, de Hongaars-Amerikaanse zakenman en filantroop. Aan zijn zijde staan de verzamelde partijleiders van de oppositie met gele kniptangen, klaar om het land te overspoelen met miljoenen migranten. De billboards maken deel uit van een overheidscampagne die al maanden aanhoudt en waarin Soros met alle zonden van Israël beladen wordt. Voor premier Viktor Orban is het het perfecte campagneplatform. Hij heeft een fictieve vijand gecreëerd die hij nu met een ongeziene strijdlust bekampt. Zonder de minste hint van ironie spreekt de Hongaarse premier over een complot van 'mensensmokkelaars, mensenrechtenactivisten en Europese toppolitici' om de christelijke waarden van Hongarije te vernietigen. Zijn biograaf József Debreczeni verwoordde het al in 2002: 'Viktor Orban is iemand die bijna automatisch gelooft in de waarachtigheid van om het even wat hij politiek nuttig vindt.' De Hongaarse premier, op Angela Merkel na Europa's langst zittende regeringsleider, weet zich na acht jaar regeren met een tweederdemeerderheid onaantastbaar. In eerste instantie dankt hij die almacht aan de absolute controle over zijn partij. 'Fidesz zit volledig in zijn achterzak', zegt politiek analist Tamas Boros, directeur van de progressieve denktank Policy Solutions. 'Het is een lege doos die volledig gedragen wordt door de energie en het charisma van Orban. Aan het leiderschap van Orban durft niemand te tornen. Ze weten dat de partij zonder hem niets voorstelt.' Fidesz is de letterlijke voortzetting van de liberale studentenbeweging die Orban eind jaren tachtig mee oprichtte. De harde kern van die studenten bezet vandaag Hongarijes voornaamste machtsposities. Premier Viktor Orban, president Janos Ader en parlementsvoorzitter Laszlo Kover zijn al meer dan dertig jaar innig bevriend. Hongarije moet zowat het enige democratische land ter wereld zijn waar de macht in handen is van een uit de hand gelopen studentenpresidium. Orban heeft zijn voorkeur voor 'sterk leiderschap' en zijn drang naar alleenheerschappij nooit onder stoelen of banken gestoken. Toen hij in 2002 de verkiezingen won en voor het eerst premier werd, besloot hij zijn eed als premier twee dagen voor de rest van de ministers af te leggen. Bij kabinetsvergaderingen werden ministers verondersteld te gaan rechtstaan wanneer de premier de ruimte betrad. De voorstellen waren op voorhand al afgetoetst en besproken, waardoor het regeringsoverleg eigenlijk snel een praatbarak werd. Van de ontmoetingen werden notulen noch opnames gemaakt. In zijn recente biografie Orban: Europe's New Strongman, beschrijft biograaf Paul Lendvai zijn stijl als volgt: 'Hij leidt de partij op zijn eentje, met lichtgewichten als adjudanten, zonder enig controlerend lichaam. (...) De opkomst en neergang [van politici] hangt niet af van hun talent of hun prestaties, maar in eerste instantie van hun persoonlijke relatie en absolute loyauteit aan Viktor Orban.' 'Maar tegelijk is zijn populariteit al enkele jaren tanende', zegt Robert Laszlo, verkiezingsexpert bij de denktank Political Capital. 'Bij de verkiezingen van 2014 haalde Fidesz zijn laagste stemmenaantal sinds 1998. De meerderheid van de Hongaren gelooft ook niet in een grote Soros-samenzwering die Hongarije bedreigt. Orban dankt zijn tweederdemeerderheid in het parlement volledig aan het feit dat hij het kiessysteem helemaal naar zijn hand heeft gezet.' Bij die hervorming werd het aantal parlementsleden bijna gehalveerd: van de oorspronkelijke 386 parlementszetels bleven er slecht 199 over. Daarnaast werden de kiesdistricten hertekend, waardoor de rurale gebieden - waar Fidesz het sterkst staat - meer gewicht kregen. Hongarije heeft een hybride kiessysteem, waarbij kiezers in zowel een lokale als een nationale kieskring stemmen. 106 van de 199 parlementsleden worden per district gekozen, waarbij de kandidaat met de meeste stemmen de zetel binnenhaalt. De 93 overige parlementszetels worden proportioneel verdeeld. Bij de verkiezingen van 2014 haalde Fidesz 2,2 miljoen stemmen, goed voor een score van 44,9 procent en 96 van de 106 districtszetels. Dankzij het nieuwe systeem is die uitslag voldoende voor een tweederdemeerderheid. Ter vergelijking: toen Fidesz bij de verkiezingen van 2002 en 2006 ongeveer evenveel stemmen haalde, was die uitslag goed voor respectievelijk 42 en 36 procent van de parlementszetels. Economisch voert Orban een onorthodox beleid dat zowel neoliberale, conservatieve als ronduit protectionistische kenmerken heeft. Op zich gaat het Hongarije economisch voor de wind. Dankzij de boom van de Duitse industrie groeide de economie het afgelopen jaar met 3,7 procent. Met een percentage van 4,2 procent is er amper werkloosheid. Daarbij moet opgemerkt worden dat Hongarije het economisch wel slechter doet dan de overige Centraal-Europese landen zoals Tsjechië of Slowakije. 'Toch zijn veel Hongaren tevreden met de huidige toestand', stelt Boros. 'Vergeet niet dat Hongarije al voor de internationale financiële crisis van 2008 met zware economische problemen kampte. Daardoor ervaren veel Hongaren een groei van twee à drie procent al als een economische boom.' Hoewel Orban zich erop beroept te strijden tegen het neoliberalisme, is het economische beleid eigenlijk bijzonder neoliberaal. Met een tarief van negen procent heeft Hongarije de laagste vennootschapsbelasting in de Europese Unie, met een standaard btw-tarief van 27 procent heeft Hongarije wel de hoogste consumptietaks van Europa. Voor de personenbelasting voerde de regering in 2011 een vlaktaks in, die vooral de hogere middenklasse en de rijken bevoordeelt. Ondanks zijn plechtige belofte om Hongarije te beschermen tegen multinationals is Orban gul met de belastingvoordelen en staatssteun aan internationale bedrijven. Vooral de Duitse auto-industrie is van groot belang voor de Hongaarse werkgelegenheid. Tegelijk is Orban zeker niet vies van een dosis staatsinterventionisme. Zo lanceerde hij sinds 2010 enorme infrastructuurprojecten, die goed zijn voor vijf procent van de totale werkgelegenheid. Die projecten zorgen evenwel vooral voor slecht betaalde arbeidsplaatsen waarvoor haast geen opleiding nodig is. Er werd ook een vorm van gemeenschapsdienst ingevoerd, waarbij werklozen verplicht tewerkgesteld werden door lokale overheden. De ongelijkheid is onder Orban sterk toegenomen. Vooral de toestand van het armste derde van de bevolking is volgens onafhankelijke economen onrustwekkend. Sinds 2015 houdt het Centrale Bureau voor Statistiek evenwel geen armoedecijfers meer bij. Ook de toestand van de gezondheidszorg is ronduit alarmerend, zegt Todor Gardos, onderzoeker voor mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. 'In onze ziekenhuizen sterven heel wat patiënten zonder levensbedreigende aandoeningen omdat ze een infectie oplopen.' Toch heeft de partij van Orban nooit ernstige stappen ondernomen om de gezondheidssector te hervormen, laat staan in handen te nemen. 'Fidesz maakt daarin een cynische berekening', zegt Boros. 'Zo'n hervorming zorgt alleen voor herrie, omdat je er sowieso duizenden dokters en verplegers mee tegen je in het harnas jaagt. Het is het soort hervorming dat jaren duurt voor je er de resultaten van ziet. En het is een ondankbaar campagnethema, omdat een oppositiepartij altijd wel een ziekenhuis kan vinden waar er iets fout loopt. En dus hebben ze besloten om niets te doen. George Soros is nuttiger als campagneonderwerp.' Orbans economische beleid heeft evenwel ook electoraal interessante gevolgen. Door de hoge werkgelegenheid zit de Hongaarse economie met een nijpend personeelstekort, waardoor de lonen het afgelopen jaar met gemiddeld 15 procent zijn gestegen. De voorbije jaren werden ook verschillende belastingen ingevoerd die het moeilijker maken voor buitenlanders om te ondernemen. Daarnaast is Orban gul met de budgettaire inspanningen om zijn kiezers aan zich te binden. In de aanloop naar de verkiezingen van april 2018 gingen de pensioenen lichtjes omhoog. Koppels die beloven om kinderen te krijgen, kunnen tot 64.000 euro aan subsidies krijgen, deels via goedkope leningen. Onder Orban is de voorbije jaren een groep nieuwe rijken ontstaan die hun welstand volledig aan de premier te danken hebben. Net als Vladimir Poetin in Rusland heeft Orban strategische sectoren in - bevriende - Hongaarse handen geparkeerd. De opmerkelijkste figuur is zonder twijfel Lorinc Meszaros, die vandaag de burgemeester is van Felcsut, het dorpje waar hij samen met Viktor Orban zijn jeugd doorbracht. Meszaros, die in de jaren negentig nog werkte als pijpfitter, heeft sinds het eerste premierschap van Orban een ontzaglijk imperium van maar liefst 121 bedrijven uitgebouwd. Volgens Forbes haalde Meszaros vorig jaar voor 774 miljoen euro aan overheidsopdrachten binnen en ontvingen zijn bedrijven 54 miljoen aan staats- en Europese subsidies. Wanneer journalisten opmerkten dat hij sneller fortuin vergaarde dan Mark Zuckerberg, antwoordde Meszaros droogweg dat hij 'vermoedelijk gewoon slimmer' is dan de bedenker van Facebook. Zoals Meszaros zijn tal van Orbans oude vrienden ontzaglijk rijk geworden. Zo is er ook Andy Vajna, een jeugdvriend en voormalig Hollywoodproducent die vandaag het grootste casino-imperium van Hongarije in handen heeft. Daarnaast is hij sinds 2015 eigenaar van TV2, het op een na grootste tv-kanaal van het land. Ook Istvan Garancsi, een bouwmagnaat die eveneens voorzitter is van de populaire voetbalclub Videoton, profiteert graag van Orbans vriendschap. Orbans schoonzoon Istvan Tiborcz haalde de voorbije jaren voor 65 miljoen euro aan overheidsopdrachten binnen om de straatverlichting van Boedapest te vervangen. Het Europese antifraudeagentschap OLAF verdenkt Tiborcz ervan voor tientallen miljoenen aan Europese subsidies verduisterd te hebben. Het creëren van een oligarchengroep is een doelbewust beleid van de regering-Orban, weet Andras Lanczi, de rector van de Corvinusuniversiteit van Boedapest, die geldt als de officieuze partij-ideoloog. Door een Hongaarse oligarchenklasse te creëren, wil Orban de economische touwen in eigen handen houden, meent Lanczi, die eind 2015 in een interview met het conservatieve dagblad Magyar Idök een opmerkelijke uitleg gaf aan het verschijnsel. 'Wat vandaag corruptie wordt genoemd, is eigenlijk Fidesz' briljantste beleid. De regering heeft zichzelf tot taak gesteld om een groep van lokale ondernemers te creëren die de fundamenten van een sterk Hongarije moeten bouwen. (...) Als iets gebeurt in het algemeen belang, is het geen corruptie. (...) Het is de volbrenging van een politiek idee.' Toch is het opbouwen van een cohorte oligarchen niet zonder risico. In 2015 kwam het tot een breuk tussen Viktor Orban en Lajos Simicska, een jeugdvriend die als penningmeester van Fidesz een politieke en economische pletwals maakte. In de dertig jaar aan Orbans zijde vergaarde Simicska een ontzaglijk conglomeraat van banken, bouwondernemingen en mediabedrijven. Volgens biograaf Lendvai was Orban van oordeel dat zijn vriend van weleer te machtig was geworden. 'Als je de mogelijkheid hebt om je rivalen te elimineren, ' zou Orban aan enkele ambassadeurs verteld hebben, 'moet je er niet te lang over nadenken: gewoon doen.' De voornaamste uitdaging in het uitschakelen van Simicska was diens media-imperium, een conglomeraat van dagbladen, radiostations, reclamebureaus en de populaire zender Hir TV. Alle overheidsadvertenties werden onmiddellijk stopgezet en er kwam een verbod om kranten te verspreiden in de Boedapestse metrostations, waardoor Simicska zijn dagblad Metro moest opdoeken. Vandaag zijn de mediabedrijven verspreid over verschillende vertrouwelingen. Na hun overname door Fidesz-gezinde kopstukken ontvangen de bedrijven steevast miljoenen aan overheidsadvertenties. Via staatsbanken krijgen de nieuwe eigenaars voldoende fondsen om de nodige redactionele aanpassingen te doen. In de aanloop naar de komende verkiezingen zijn alle regionale kranten onder de onmiddellijke controle van Orbans intieme kring gebracht. In 2016 werd Népszabadság, Hongarijes grootste linkse dagblad, van de ene op de andere dag gesloten. Sinds vorig jaar mogen media geen geld meer aannemen voor politieke advertenties, waardoor het voor oppositiepartijen de facto onmogelijk is om in commerciële media te adverteren. Bovendien heeft Orban er de voorbije jaren alles aan gedaan om zijn invloed blijvend in de Hongaarse maatschappij te cementeren. In theorie kan Orban de verkiezingen verliezen, maar zelfs een nieuwe regering zal nauwelijks buiten de door Fidesz getrokken krijtlijnen kunnen bewegen. Sinds de nieuwe grondwet van 2011 heeft Hongarije een Budgetraad. Die raad heeft de macht om gelijk welke begroting af te keuren. Bij een afgekeurde begroting wordt het parlement onmiddellijk ontbonden en volgen nieuwe verkiezingen. De Budgetraad bestaat uit drie leden, voorgesteld door de premier, die voor een ambtsperiode van negen jaar zitting hebben en niet ontslagen kunnen worden. Hoeft het een betoog dat de drie huidige leden uit de rangen van Fidesz komen? Het ziet er niet naar uit dat de almacht van Orban binnenkort bedreigd wordt. Door het winner-takes-all-principe in de districten kan Fidesz enkel verliezen als oppositiepartijen de krachten bundelen. Maar zelfs na acht jaar van autoritaire hervormingen en verregaande inperkingen van de vrijheid slagen de oppositiepartijen er maar niet in een front te vormen. 'De ideologische verschillen tussen de partijen zijn te groot', zegt Robert Laszlo. 'Ze hebben totaal tegengestelde plannen. Het is voor West-Europeanen wellicht onbegrijpelijk, maar sommige oppositieleiders haten elkaar nog harder dan dat ze Orban haten.'