Volgens het rapport kunnen ongelijkheden rond onderwijs, technologie en klimaatverandering een 'nieuwe grote divergentie' creëren in de maatschappij, zoals we die niet meer hebben gezien sinds de Industriële revolutie. Zo groeit het aantal aansluitingen op het internet vijftien keer sneller in de landen met een hoge ontwikkeling en groeit het aandeel volwassenen met een hoger diploma meer dan zes keer sneller dan in landen met een lage ontwikkeling. 'Wat vroeger een leuk extraatje was, zoals naar de universiteit gaan of toegang hebben tot het internet, wordt steeds belangrijker om succes te hebben. Bij mensen die enkel over basismiddelen beschikken, worden verdwijnen er sporten van hun ladder om hogerop te geraken in de toekomst', zegt Pedro Conceçao van UNDP.

Het rapport waarschuwt ook voor de ongelijkheid die de klimaatverandering kan veroorzaken. Zo wordt opgeroepen om maatregelen te nemen tegen de opwarming van de aarde, maar kunnen die maatregelen armere regio's wel eens harder treffen. Zo is een koolstofprijs zwaarder om te dragen voor mensen in armere landen, die een groter deel van hun inkomen in energie-intensieve goederen en diensten investeren dan hun rijkere buren. Ongelijkheid verminderen kan daarentegen door de opbrengsten van de koolstofprijzen te 'recycleren' in een breder sociaal beleid, waardoor belastingbetalers er beter van worden.

De UNDP geeft in zijn rapport sinds 1990 elk jaar een ranking van de VN-landen op basis van hun ontwikkelingsgraad. Net als de vorige jaren staat Noorwegen op de eerste plaats, gevolgd door Zwitserland, Ierland, Duitsland en Hongkong. Onderaan de lijst bengelt, ook zoals de vorige jaren, Niger, voorafgegaan door de Centraal-Afrikaanse republiek en Tsjaad. België staat ook op dezelfde plaats als vorig jaar, nummer 17. De index houdt rekening met de levensverwachting, armoede en onderwijs in de landen.

Volgens het rapport kunnen ongelijkheden rond onderwijs, technologie en klimaatverandering een 'nieuwe grote divergentie' creëren in de maatschappij, zoals we die niet meer hebben gezien sinds de Industriële revolutie. Zo groeit het aantal aansluitingen op het internet vijftien keer sneller in de landen met een hoge ontwikkeling en groeit het aandeel volwassenen met een hoger diploma meer dan zes keer sneller dan in landen met een lage ontwikkeling. 'Wat vroeger een leuk extraatje was, zoals naar de universiteit gaan of toegang hebben tot het internet, wordt steeds belangrijker om succes te hebben. Bij mensen die enkel over basismiddelen beschikken, worden verdwijnen er sporten van hun ladder om hogerop te geraken in de toekomst', zegt Pedro Conceçao van UNDP. Het rapport waarschuwt ook voor de ongelijkheid die de klimaatverandering kan veroorzaken. Zo wordt opgeroepen om maatregelen te nemen tegen de opwarming van de aarde, maar kunnen die maatregelen armere regio's wel eens harder treffen. Zo is een koolstofprijs zwaarder om te dragen voor mensen in armere landen, die een groter deel van hun inkomen in energie-intensieve goederen en diensten investeren dan hun rijkere buren. Ongelijkheid verminderen kan daarentegen door de opbrengsten van de koolstofprijzen te 'recycleren' in een breder sociaal beleid, waardoor belastingbetalers er beter van worden. De UNDP geeft in zijn rapport sinds 1990 elk jaar een ranking van de VN-landen op basis van hun ontwikkelingsgraad. Net als de vorige jaren staat Noorwegen op de eerste plaats, gevolgd door Zwitserland, Ierland, Duitsland en Hongkong. Onderaan de lijst bengelt, ook zoals de vorige jaren, Niger, voorafgegaan door de Centraal-Afrikaanse republiek en Tsjaad. België staat ook op dezelfde plaats als vorig jaar, nummer 17. De index houdt rekening met de levensverwachting, armoede en onderwijs in de landen.