Toen de Amerikanen vorige week 55 lichamen van slachtoffers uit de Koreaanse Oorlog repatrieerden, bleken zij slechts vergezeld van één identificatielabel. De Noord-Koreanen mochten zich dan wel aan hun belofte hebben gehouden door na 65 jaar de stoffelijke resten vrij te geven, ze grepen ook deze gelegenheid aan om duidelijk te maken dat het water tussen beide partijen nog altijd diep is. Sinds de bevreemdende topontmoeting tussen Donald Trump en Kim Jong-un in juni hebben de Verenigde Staten en Noord-Korea geen wezenlijke stappen meer vooruit gezet. Ze hebben een pas op de plaats gemaakt.
...

Toen de Amerikanen vorige week 55 lichamen van slachtoffers uit de Koreaanse Oorlog repatrieerden, bleken zij slechts vergezeld van één identificatielabel. De Noord-Koreanen mochten zich dan wel aan hun belofte hebben gehouden door na 65 jaar de stoffelijke resten vrij te geven, ze grepen ook deze gelegenheid aan om duidelijk te maken dat het water tussen beide partijen nog altijd diep is. Sinds de bevreemdende topontmoeting tussen Donald Trump en Kim Jong-un in juni hebben de Verenigde Staten en Noord-Korea geen wezenlijke stappen meer vooruit gezet. Ze hebben een pas op de plaats gemaakt. Het zag er anders goed uit. De Amerikanen staakten hun grote militaire oefeningen nabij Noord-Korea. De Noord-Koreanen staakten hun rakettesten en startten - met veel bombarie - de gedeeltelijke ontmanteling van Sohae, hun test- en lanceercentrum voor langeafstandsraketten. 'Grote vooruitgang', zo rapporteerde President Trump nog optimistisch in juli. Nu klinkt het vanuit het Witte Huis al voorzichtiger: 'We zullen zien.' Ondertussen benadrukte de bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Zuid-Korea dat het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma nog volledig intact is. Van denuclearisatie is inderdaad geen sprake. De afbraak van Sohae stelt weinig voor, want de Noord-Koreanen hebben alternatieve lanceerinrichtingen. De intercontinentale raketten Hwasong-14 en Hwasong-15 zijn al getest en kunnen nu zelfs vanaf zware vrachtwagens worden gelanceerd. In de rakettenfabriek van Sanumdong wordt nog altijd aan nieuwe tuigen gesleuteld. Op de werf waar de Sinpo-C in de steigers staat, een onderzeeboot die kernraketten kan lanceren, wordt onverdroten voortgewerkt. En er zijn beelden opgedoken van een site ten zuiden van Pyongyang waar men vermoedt dat uranium wordt verrijkt. Die installatie zou meer van het goedje kunnen produceren dan de oudere site in Yongbyon. En toch spreekt Mike Pompeo, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, de doemdenkers tegen. Na een recent bezoek aan Zuid-Korea stelde hij dat het regime nog altijd van plan is om de denuclearisatie voort te zetten. Is hij goedgelovig, bang om te erkennen dat de onderhandelingstechniek van zijn president toch niet zo'n overweldigende indruk op Kim heeft gemaakt? Je zou ervan uit kunnen gaan dat de Noord-Koreanen wel degelijk uit zijn op een échte doorbraak: ontwapening voor vrede en economische modernisering. Dat er dan voortgewerkt wordt aan wapens, zou hen vooral moeten toelaten om druk te zetten - en meer toegiften los te weken. Van het Noord-Koreaanse discours word je niet veel wijzer. Enerzijds werden de VS op 27 juli, de herdenking van het staakt-het-vuren in 1953, niet zo agressief als gewoonlijk op de korrel genomen in de propaganda. Staatsmedia spreken minder over de byungjin-strategie - de combinatie van kernwapens en economische macht - en meer over economische ontwikkeling. Ook de entourage van Kim blijft dat benadrukken. Anderzijds bejubelde een vergadering van het Centraal Comité als vanouds het nucleaire arsenaal. 'Zonder kernwapens zijn we dood', klonk het. Beleidsmakers betichtten Washington verder van eenzijdige eisen. Veel is er dus niet veranderd. Mogelijk gebruikt Noord-Korea de luwte om zowel zijn kernwapens verder in gereedheid te brengen als zijn banden met Rusland en China aan te halen. Minstens even denkbaar is het dat Pyongyang even de kat uit de boom kijkt, bevestiging wil dat het de Amerikanen menens is, en wil zien hoe snel de relaties tussen Amerika en grootmacht China verslechteren. In welke richting alles zal evolueren, kan van drie factoren afhangen: de geloofwaardigheid van de Amerikaanse afschrikking, de haalbaarheid van snel economisch succes, en de toekomstige plek van Korea op het Aziatische strategische schaakveld. Als Kim blijft veronderstellen dat Washington de vastberadenheid en de middelen heeft om langeafstandsraketten desnoods preventief uit te schakelen, zal dat hem in de richting van verdere toenadering duwen. Als de detente tezelfdertijd tastbare kansen oplevert om uit de economische recessie te kruipen - Noord-Korea tekent wellicht zijn laagste groeicijfers in jaren op - én buitenlandse investeringen aan te trekken, kan dat het regime een alternatief bieden voor zijn anti-Amerikaanse propaganda. Als bovendien de vijandigheden tussen Peking en Washington verder oplopen, zal dat de positie van Pyongyang nog meer versterken. Maar laat één zaak duidelijk zijn: tot een nieuwe status quo zal de huidige situatie niet uitgroeien. Ofwel krijgen we een echte strategische revolutie, ofwel dreigt opnieuw een militaire escalatie. l