Wie Ahmed Zafzafi (76) door het Europees Parlement ziet kuieren, zou durven te vermoeden dat hij per abuus afgedwaald is van een rondleiding voor senioren. Maar zodra hij het woord neemt, heeft hij geen vijf seconden nodig om zijn publiek te overtuigen. Rechte rug, vastberaden handgebaren, een blik die vuur spuwt: aan het woord is een man met een missie.
...

Wie Ahmed Zafzafi (76) door het Europees Parlement ziet kuieren, zou durven te vermoeden dat hij per abuus afgedwaald is van een rondleiding voor senioren. Maar zodra hij het woord neemt, heeft hij geen vijf seconden nodig om zijn publiek te overtuigen. Rechte rug, vastberaden handgebaren, een blik die vuur spuwt: aan het woord is een man met een missie. Op uitnodiging van het Nederlandse Europarlementslid Kati Piri (PVDA) komt Ahmed Zafzafi de zaak bepleiten van zijn zoon Nasser Zafzafi (39), de informele leider van de regionalistische protestbeweging Hirak Rif. Die beweging ontstond eind oktober 2016 in Al Hoceima, waar de 31-jarige vishandelaar Mouhcine Fikri verpletterd werd in een vuilniscontainer toen hij een door corrupte politieagenten aangeslagen lading vis wilde redden. Fikri's dood werd de katalysator van grootscheepse betogingen in de Rif, de meest achtergestelde regio van Marokko die al decennia op gespannen voet leeft met het centraal bestuur. Op 29 mei 2017 werd Nasser Zafzafi gearresteerd op beschuldiging van 'het in gevaar brengen van de staatsveiligheid'. Sindsdien rijdt zijn vader iedere woensdag de ongeveer 600 kilometer tussen Al Hoceima en Casablanca, waar zijn zoon in een zwaarbewaakte gevangenis zit. Wanneer hebt u uw zoon voor het laatst gesproken? Ahmed Zafzafi: Op 21 februari heb ik hem twee uur lang kunnen spreken. Fysiek gaat het niet best. Hij zit al tien maanden in een isoleercel van drie meter bij twee. Hij woont letterlijk in een toilet. Doordat hij voortdurend in zo'n vochtige omgeving zit, heeft hij een huidallergie opgelopen waar hij veel last van heeft. Zijn leefomstandigheden zijn abominabel. Hij wordt voortdurend gefolterd. Toch stelt hij het mentaal goed. Mijn zoon leeft in zijn herinnering. Hij weet dat hij niets dan de waarheid heeft gezegd. Bent u verbaasd dat de overheid zo hard optreedt? Zafzafi: Ik ben allerminst verbaasd. De Marokkaanse overheid heeft Mouhcine Fikri letterlijk als een stuk vuilnis behandeld. Wie kan er dan verbaasd zijn dat ze ook mijn zoon folteren? (zwijgt) Als je in een land woont als het onze, moet je volhouden. Weerstand bieden. Ondervindt de regio vandaag repressie van de Marokkaanse overheid? Zafzafi: Onze stad is verlaten. Er leven enkel nog ouderen, kinderen en militairen in Al Hoceima. Ze hebben honderden jongeren gevangengenomen en in gevangenissen over het hele land verspreid: in Fez, in Casablanca, in Tetouan. Duizenden zijn gevlucht naar Europa. Hoe gaat u als vader om met de situatie? Zafzafi: Onze familie heeft het voorbije jaar zwaar geleden, maar we kunnen alleen maar volhouden. We moeten blijven strijden. Ik vrees dat het ons lot is om als familie zo te lijden. Gelooft u dat dat lijden finaal iets zal opleveren? Zafzafi: Ik denk niet dat Nassers daden tot een echt resultaat zullen leiden. Zijn enige succes is dat hij nu wereldberoemd is, en de hele wereld aandacht heeft voor wat er in de Rif gebeurt. Dat is voor mij genoeg. Vreest u voor zijn leven? Zafzafi: Ze zullen mijn zoon ter dood veroordelen. Geen twijfel mogelijk. Hij zegt het voortdurend tegen de rechtbank: ik wil een martelaar worden voor mijn regio. (zucht) Het enige wat hem kan redden, is een goddelijke interventie.