De ontbossing van het Amazonewoud in Brazilië is tussen augustus 2020 en juli 2021 met bijna 22 procent gestegen, in vergelijking met het jaar ervoor. Het gaat om de grootste hoeveelheid verdwenen bos van de afgelopen 15 jaar.

Bossen zijn nochtans de sleutel in de strijd tegen klimaatverandering. Ze fungeren als buffer door broeikasgassen uit de atmosfeer te halen, en vermijden zo dat de planeet verder opwarmt. Maar de buffers zijn in sneltempo aan het verdwijnen, zo blijkt op basis van satellietbeelden die het Braziliaanse instituut INPE onderzocht.

Een verontrustende tendens, vindt de organisatie, en met haar vele andere. 'Het is duidelijk dat de mensheid een war on nature aan het voeren is', liet ook VN-voorzitter Antonio Guterres zich in de aanloop naar de COP26-klimaatconferentie in Glasgow meermaals ontvallen.

Het Amazonewoud bevindt zich in de frontlinie van die war on nature. Met haar 6,7 miljoen vierkante kilometer is het het grootste regenwoud ter wereld, verspreid over negen landen. Al die landen hebben een verschillende kijk op 'hun' woud, met ontbossing als enige constante.

Brazilië spant de kroon. Sinds Jair Bolsonaro in 2016 aan de macht kwam, tekent het land jaar na jaar recordcijfers op. Maar ook in landen als Colombia gaat de ontbossing gestaag verder, met een toename van acht procent.

Gemeenschappelijk front?

Op de derde dag van de VN-klimaatconferentie in Glasgow tekenden 141 landen een verklaring die de ontbossing tegen 2030 moet beëindigen. Ontwikkelde landen engageerden zich om dit engagement financieel te ondersteunen. De lijst van ondertekenaars doet alvast het beste vermoeden. Het zijn landen met aanzienlijke oppervlakten aan bos, zoals Rusland, Congo, Canada, Peru en Colombia - goed voor in totaal 85 procent van het totale beboste oppervlakte op aarde.

Helemaal verrassend was dat zelfs Brazilië het akkoord zou gaan ondertekenen. Het land geldt als uitermate belangrijk in de strijd tegen ontbossing, gezien het 60 procent van het Amazonewoud herbergt.

Toch laat de Braziliaanse president doorgaans opmerken dat het Amazonewoud geen intrinsieke waarde heeft. Het zou enkel dienen om geëxploiteerd te worden door landbouwers en veetelers. Milieubeschermers konden onder zijn bewind rekenen op aanzienlijke tegenwind - van het terugtrekken van subsidies tot regelrechte bedreigingen. Minstens 24 Braziliaanse milieuactivisten werden bovendien vermoord in 2019, volgens de ngo Global Witness.

Met de ondertekening van het Akkoord van Glasgow lijkt dan ook een eerste, belangrijke stap te zijn gezet richting een wereldwijd front in de strijd tegen ontbossing. En toch wordt dat niet op alle banken op gejuich onthaald. De diplomatieke oplossing heeft het namelijk al eens laten afweten.

Wrange nasmaak

Bij milieuactivisten zindert vooral de herinnering aan de geflopte Verklaring van New York na, afgesloten in 2014. Dat akkoord moest tegen 2020 de ontbossing halveren, en tegen 2030 volledig een halt toeroepen.

Van die belofte is niets terecht gekomen, merken klimaatactivisten vandaag op, met de recente ontbossingscijfers in de hand. Een rapport uit 2020, dat de voortgang meet van de Verklaring van New York, stelt eveneens dat de doelstelling mislukt is. Ook het halen van de tweede doelstelling - het beëindigen van ontbossing tegen 2030 - lijkt volgens het rapport op dit moment onrealistisch.

Niet onterecht vrezen de critici dat het ook deze keer bij loze woorden zal blijven. Een vrees die aan kracht wint door de wetenschap dat het nieuwe akkoord van Glasgow niet bindend is. Het is slechts een aanbeveling.

Beterschap?

En toch kan het deze keer anders lopen. Waar de Verklaring van New York ondertekend werd door een veertigtal landen, scharen er zich nu 141 landen achter het akkoord. Een heel stuk meer dan in New York dus, en inclusief bosrijke grootmachten als Brazilië, Rusland en China, die in New York nog verstek gaven.

Bovendien is er vandaag meer financiële slagkracht dan zeven jaar geleden. Regeringen en private instellingen samen hebben 19 miljard dollar beloofd om het ontbossingsprobleem een halt toe te roepen.

Het is vooral dat financiële aspect dat een 'klimaatsceptische' leider als Bolsonaro de kar heeft doen keren

Van dat budget gaan delen naar milieubeschermingsprogramma's en het promoten van kapvrije landbouwinitiatieven. Er is ook 1,7 miljard dollar voorzien voor de bescherming van het leefgebied van de oorspronkelijke woudbewoners. Daarnaast moeten directe kapitaalinjecties landen belonen die met eigen beleid het probleem weten in te dammen.

Met het mes op de keel

Het is vooral dat financiële aspect dat een 'klimaatsceptische' leider als Bolsonaro de kar heeft doen keren, zo schrijft het vakblad Foreign Policy. Het rampzalige bosbeheer van Bolsonaro zou in de weg gelegen hebben van een vrijhandelsakkoord tussen het Mercosur-blok, waar Brazilië deel van uitmaakt, en de Europese Unie. Een en ander zou ook Brazilië's toetreding verhinderen tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Daarnaast, zo schrijft Foreign Policy, hebben landen als Argentinië en Colombia een gigantische schuldenberg opgebouwd tijdens de pandemie. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zij pleitten voor zogenaamde debt-for-climate deals. Daarbij nemen derde landen een deel van de schuld over in ruil voor vooruitgang op gebied van leefomgeving.

De zaken werden extra op scherp gezet toen de Europese Unie op 17 november aankondigde om bepaalde producten gelinkt aan ontbossing te weren van haar markt. Het gaat om onder meer vlees, palmolie en cacao. De wet schept een belangrijk precedent, en wordt daarom aangemoedigd door milieuactivisten. Het zou namelijk de eerste keer zijn dat de bedrijven zelf zullen moeten aantonen dat hun producten niet gelinkt zijn aan ontbossing. Wie dat niet kan, krijgt geen toegang tot de Europese markt. En die kan wel tellen als afzetmarkt, met haar 450 miljoen zieltjes.

Greenwashing

'De verklaring in Glasgow werd ondertekend door een indrukwekkende variëteit aan landen. Desondanks riskeren we een herhaling van voorgaande afspraken', waarschuwde Jo Blackman, directeur Bosbeheer van de ngo Global Witness. 'De leiders van de betrokken landen moeten hun engagement vertalen in nationale, bindende wetgeving', klonk het nog.

Wie de ware intenties van een bepaald land wil achterhalen, kijkt inderdaad best naar die nationale programma's. In het jargon heten die Nationally Determined Contributions (NDC's). Brazilië stelt in haar eigen NDC dat het tegen 2030 haar uitstoot van broeikasgassen met 50 procent wil halveren. Dat is op zich een toename van de belofte van 43 procent, in 2015.

Heeft Bolsonaro dan een bocht gemaakt? Weinigen die met zulk scenario rekening houden. De ngo Climate Action Tracker rekende voor dat de nieuwe Braziliaanse NDC in het slechtste geval toestaat om 400 megaton uitstoot méér te produceren. Het noemt de update van de NDC 'hoogst ontoereikend', en spreekt van een boekhoudkundige truc.

Intussen reageerde de Braziliaanse Milieuminister Joaquim Leite op de nieuw vrijgegeven ontbossingscijfers in zijn land. Daarin staat dat de ontbossing tussen augustus 2020 en juli 2021 alweer met 22 procent is toegenomen. 'Deze cijfers vormen een uitdaging voor ons', klonk het, waarop hij vervolgde dat de getallen 'niet bepaald de realiteit van de laatste maanden weerspiegelden'.

Maar Leite heeft de schijn tegen. Wat in Brazilië gebeurt, lijkt een typisch geval te zijn van greenwashing: je een groener imago aanmeten dan de realiteit rechtvaardigt.

Geen kommer en kwel

Toch is het niet allemaal kommer en kwel op het Latijns-Amerikaanse continent. Het klimaatbesef groeit, overal op het continent, en in de eerste plaats bij de jongere generaties. Bepaalde landen zoals Chili, Costa Rica en in mindere mate Colombia jagen actief een groene economie na.

Maar in andere landen, zoals Brazilië, blijft het idee overheersen dat klimaatverandering een probleem is voor morgen. Van dat idee dreigt het Amazonewoud - en met haar de hele planeet - slachtoffer te worden, ondanks de afspraken op de afgelopen klimaatconferentie.

De ontbossing van het Amazonewoud in Brazilië is tussen augustus 2020 en juli 2021 met bijna 22 procent gestegen, in vergelijking met het jaar ervoor. Het gaat om de grootste hoeveelheid verdwenen bos van de afgelopen 15 jaar. Bossen zijn nochtans de sleutel in de strijd tegen klimaatverandering. Ze fungeren als buffer door broeikasgassen uit de atmosfeer te halen, en vermijden zo dat de planeet verder opwarmt. Maar de buffers zijn in sneltempo aan het verdwijnen, zo blijkt op basis van satellietbeelden die het Braziliaanse instituut INPE onderzocht.Een verontrustende tendens, vindt de organisatie, en met haar vele andere. 'Het is duidelijk dat de mensheid een war on nature aan het voeren is', liet ook VN-voorzitter Antonio Guterres zich in de aanloop naar de COP26-klimaatconferentie in Glasgow meermaals ontvallen. Het Amazonewoud bevindt zich in de frontlinie van die war on nature. Met haar 6,7 miljoen vierkante kilometer is het het grootste regenwoud ter wereld, verspreid over negen landen. Al die landen hebben een verschillende kijk op 'hun' woud, met ontbossing als enige constante. Brazilië spant de kroon. Sinds Jair Bolsonaro in 2016 aan de macht kwam, tekent het land jaar na jaar recordcijfers op. Maar ook in landen als Colombia gaat de ontbossing gestaag verder, met een toename van acht procent.Op de derde dag van de VN-klimaatconferentie in Glasgow tekenden 141 landen een verklaring die de ontbossing tegen 2030 moet beëindigen. Ontwikkelde landen engageerden zich om dit engagement financieel te ondersteunen. De lijst van ondertekenaars doet alvast het beste vermoeden. Het zijn landen met aanzienlijke oppervlakten aan bos, zoals Rusland, Congo, Canada, Peru en Colombia - goed voor in totaal 85 procent van het totale beboste oppervlakte op aarde. Helemaal verrassend was dat zelfs Brazilië het akkoord zou gaan ondertekenen. Het land geldt als uitermate belangrijk in de strijd tegen ontbossing, gezien het 60 procent van het Amazonewoud herbergt. Toch laat de Braziliaanse president doorgaans opmerken dat het Amazonewoud geen intrinsieke waarde heeft. Het zou enkel dienen om geëxploiteerd te worden door landbouwers en veetelers. Milieubeschermers konden onder zijn bewind rekenen op aanzienlijke tegenwind - van het terugtrekken van subsidies tot regelrechte bedreigingen. Minstens 24 Braziliaanse milieuactivisten werden bovendien vermoord in 2019, volgens de ngo Global Witness. Met de ondertekening van het Akkoord van Glasgow lijkt dan ook een eerste, belangrijke stap te zijn gezet richting een wereldwijd front in de strijd tegen ontbossing. En toch wordt dat niet op alle banken op gejuich onthaald. De diplomatieke oplossing heeft het namelijk al eens laten afweten.Bij milieuactivisten zindert vooral de herinnering aan de geflopte Verklaring van New York na, afgesloten in 2014. Dat akkoord moest tegen 2020 de ontbossing halveren, en tegen 2030 volledig een halt toeroepen.Van die belofte is niets terecht gekomen, merken klimaatactivisten vandaag op, met de recente ontbossingscijfers in de hand. Een rapport uit 2020, dat de voortgang meet van de Verklaring van New York, stelt eveneens dat de doelstelling mislukt is. Ook het halen van de tweede doelstelling - het beëindigen van ontbossing tegen 2030 - lijkt volgens het rapport op dit moment onrealistisch.Niet onterecht vrezen de critici dat het ook deze keer bij loze woorden zal blijven. Een vrees die aan kracht wint door de wetenschap dat het nieuwe akkoord van Glasgow niet bindend is. Het is slechts een aanbeveling. En toch kan het deze keer anders lopen. Waar de Verklaring van New York ondertekend werd door een veertigtal landen, scharen er zich nu 141 landen achter het akkoord. Een heel stuk meer dan in New York dus, en inclusief bosrijke grootmachten als Brazilië, Rusland en China, die in New York nog verstek gaven. Bovendien is er vandaag meer financiële slagkracht dan zeven jaar geleden. Regeringen en private instellingen samen hebben 19 miljard dollar beloofd om het ontbossingsprobleem een halt toe te roepen.Van dat budget gaan delen naar milieubeschermingsprogramma's en het promoten van kapvrije landbouwinitiatieven. Er is ook 1,7 miljard dollar voorzien voor de bescherming van het leefgebied van de oorspronkelijke woudbewoners. Daarnaast moeten directe kapitaalinjecties landen belonen die met eigen beleid het probleem weten in te dammen. Het is vooral dat financiële aspect dat een 'klimaatsceptische' leider als Bolsonaro de kar heeft doen keren, zo schrijft het vakblad Foreign Policy. Het rampzalige bosbeheer van Bolsonaro zou in de weg gelegen hebben van een vrijhandelsakkoord tussen het Mercosur-blok, waar Brazilië deel van uitmaakt, en de Europese Unie. Een en ander zou ook Brazilië's toetreding verhinderen tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).Daarnaast, zo schrijft Foreign Policy, hebben landen als Argentinië en Colombia een gigantische schuldenberg opgebouwd tijdens de pandemie. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zij pleitten voor zogenaamde debt-for-climate deals. Daarbij nemen derde landen een deel van de schuld over in ruil voor vooruitgang op gebied van leefomgeving. De zaken werden extra op scherp gezet toen de Europese Unie op 17 november aankondigde om bepaalde producten gelinkt aan ontbossing te weren van haar markt. Het gaat om onder meer vlees, palmolie en cacao. De wet schept een belangrijk precedent, en wordt daarom aangemoedigd door milieuactivisten. Het zou namelijk de eerste keer zijn dat de bedrijven zelf zullen moeten aantonen dat hun producten niet gelinkt zijn aan ontbossing. Wie dat niet kan, krijgt geen toegang tot de Europese markt. En die kan wel tellen als afzetmarkt, met haar 450 miljoen zieltjes. 'De verklaring in Glasgow werd ondertekend door een indrukwekkende variëteit aan landen. Desondanks riskeren we een herhaling van voorgaande afspraken', waarschuwde Jo Blackman, directeur Bosbeheer van de ngo Global Witness. 'De leiders van de betrokken landen moeten hun engagement vertalen in nationale, bindende wetgeving', klonk het nog. Wie de ware intenties van een bepaald land wil achterhalen, kijkt inderdaad best naar die nationale programma's. In het jargon heten die Nationally Determined Contributions (NDC's). Brazilië stelt in haar eigen NDC dat het tegen 2030 haar uitstoot van broeikasgassen met 50 procent wil halveren. Dat is op zich een toename van de belofte van 43 procent, in 2015. Heeft Bolsonaro dan een bocht gemaakt? Weinigen die met zulk scenario rekening houden. De ngo Climate Action Tracker rekende voor dat de nieuwe Braziliaanse NDC in het slechtste geval toestaat om 400 megaton uitstoot méér te produceren. Het noemt de update van de NDC 'hoogst ontoereikend', en spreekt van een boekhoudkundige truc. Intussen reageerde de Braziliaanse Milieuminister Joaquim Leite op de nieuw vrijgegeven ontbossingscijfers in zijn land. Daarin staat dat de ontbossing tussen augustus 2020 en juli 2021 alweer met 22 procent is toegenomen. 'Deze cijfers vormen een uitdaging voor ons', klonk het, waarop hij vervolgde dat de getallen 'niet bepaald de realiteit van de laatste maanden weerspiegelden'. Maar Leite heeft de schijn tegen. Wat in Brazilië gebeurt, lijkt een typisch geval te zijn van greenwashing: je een groener imago aanmeten dan de realiteit rechtvaardigt.Toch is het niet allemaal kommer en kwel op het Latijns-Amerikaanse continent. Het klimaatbesef groeit, overal op het continent, en in de eerste plaats bij de jongere generaties. Bepaalde landen zoals Chili, Costa Rica en in mindere mate Colombia jagen actief een groene economie na. Maar in andere landen, zoals Brazilië, blijft het idee overheersen dat klimaatverandering een probleem is voor morgen. Van dat idee dreigt het Amazonewoud - en met haar de hele planeet - slachtoffer te worden, ondanks de afspraken op de afgelopen klimaatconferentie.