John Bolton, voormalig nationaal veiligheidsadviseur in de regering van Donald Trump, haalt in een nieuw boek uit naar de president. Hij beschuldigt hem ervan China te hebben gevraagd om mee te werken aan zijn herverkiezing door grote hoeveelheden landbouwproducten te kopen. We zagen eerder al dat het Trump meer te doen is om zijn kiezers in het landelijke hart van Amerika dan om het nationale belang. Toch kunnen we ons het best hoeden voor eenzijdige kritiek op de Amerikaanse president. Het getuigenis van Bolton zou ons vooral moeten laten stilstaan bij een breder verschijnsel in de westerse politiek: rivalen paaien.
...

John Bolton, voormalig nationaal veiligheidsadviseur in de regering van Donald Trump, haalt in een nieuw boek uit naar de president. Hij beschuldigt hem ervan China te hebben gevraagd om mee te werken aan zijn herverkiezing door grote hoeveelheden landbouwproducten te kopen. We zagen eerder al dat het Trump meer te doen is om zijn kiezers in het landelijke hart van Amerika dan om het nationale belang. Toch kunnen we ons het best hoeden voor eenzijdige kritiek op de Amerikaanse president. Het getuigenis van Bolton zou ons vooral moeten laten stilstaan bij een breder verschijnsel in de westerse politiek: rivalen paaien. Voorbeelden genoeg. Denk aan de Duitse sociaaldemocraat Gerhard Schroeder. Toen hij kanselier was, pleitte hij voor nauwe samenwerking met Rusland op het vlak van energie, liet hij een grote pijpleiding bouwen en vervolgens ging hij aan de slag bij de Russische gasmaatschappij Gazprom. De Italiaanse eerste minister Silvio Berlusconi liet zich ook geschenken van Vladimir Poetin welgevallen. De Britse premier Tony Blair deed er alles aan om kritische stemmen binnen de overheid te laten verstommen en zo investeerders uit de Perzische Golf ter wille te zijn. En zowat de hele westerse centrumpolitiek ging de voorbije decennia plat op de buik voor China. Het is dus echt niet alleen Donald Trump die zich bezondigt aan opportunisme. Kortetermijnpolitiek is overal. De hele westerse politiek is in dat opzicht een zwakke plek geworden. Iedereen pleit voor samenwerking en openheid ten aanzien van andere grootmachten, maar niemand ligt blijkbaar wakker van wat die samenwerking werkelijk oplevert aan het land. Politici pakken graag uit met kleine overwinningen: een vastgoedprojectje met Saudisch geld hier, een Chinees Alibaba-pakhuis daar. Terwijl ze het grote gevecht om welvaart en macht al lang hebben opgegeven. We hebben het de voorbije weken vaak gehad over de tragedie van de Europese kolonisatie, over Leopold II, Congo enzovoort. Ik vraag me af of Europa zich vandaag zelf niet steeds meer onderwerpt aan andere grootmachten. We teren misschien nog op de goedkope arbeid en grondstoffen uit ontwikkelingslanden, maar net daardoor is hier een soort materialisme beginnen te gedijen, een verslaving aan massaconsumptie, die onze trots en strijdlust heeft gebroken. We hebben de hebzucht van een keizer, maar het politieke onderwerpingsgedrag van een slaaf. Met die hebzucht ketenen we ons vast. We creëren een afhankelijkheid van spelers die erop uit zijn de dominantie over te nemen. Het verliezen van macht wordt tegenwoordig door velen beschouwd als een herstel van de internationale rechtvaardigheid. Maar het is lang niet zeker dat, als anderen de macht van het Westen overnemen, dat zal leiden tot meer rechtvaardigheid. Tal van rijke samenlevingen die prat gingen op hun rijkdom, die zich ongenaakbaar waanden, zijn door zelfgenoegzaamheid hun soevereiniteit kwijtgespeeld en werden vervolgens zelf gekoloniseerd. De meesters worden overmeesterd. De stemmen die weerklonken uit de rijken die door het Westen gekoloniseerd werden, doen denken aan de toestand in het Westen vandaag. Liang Qichao, bijvoorbeeld, beschrijft hoe de Qing-keizers aan het einde van de negentiende eeuw ten prooi vielen aan wereldvreemdheid. Hij schreef over een verstarde, wereldvreemde bureaucratie. 'De hele overheid werd zwak en decadent', opperde hij. 'De hele natie was verdoofd door de geneugten van de vrede.' Denk aan de Ottomaanse schrijver Ahmed Midhat Efendi. De belangrijkste reden voor de aftakeling van de nationale welvaart van het Ottomaanse Rijk, vond hij, was de enorme afhankelijkheid van buitenlandse goederen en buitenlandse schuld. De samenlevingen die deze stemmen vertegenwoordigen, gingen prat op hun rijkdom - net als wij. Maar in een eeuw tijd ging het voor hen van heersen en koloniseren naar overheerst en gekoloniseerd worden. Kolonialisme maakt deel uit van de niet aflatende wedloop om macht. Het verwerven van macht leidt doorgaans tot arrogantie, ijdelheid en overmoed, getypeerd door agressie en uitbuiting. Maar het leidt ook tot zelfgenoegzaamheid in de samenleving. In het consumeren van de macht, de verwaandheid van een rijke bevolking en de karakterloosheid van haar elite, schuilt de voorbode van het verlies van de macht. Het gaat om lange golven, om bewegingen die zich over decennia uitstrekken. Maar ze zijn er nog steeds. Vooral de komende generaties zullen de prijs van de huidige kortzichtigheid betalen. Donald Trumps opportunistische Chinapolitiek is dus een uiting van een dieper probleem.