In de Zuid-Franse stad Arles werd op 26 juni een glimmende, rotsachtige toren van de Californische toparchitect Frank Gehry ingehuldigd: de Torre Luma. De toren wordt het middelpunt van de stichting Luma Arles, de kunstcollectie en de milieustichting van de Zwitserse miljardair Maja Hoffmann.

De Luma Foundation bevat een museum voor hedendaagse kunst met werken van onder anderen Olafur Eliasson, Nan Goldin en Bruce Nauman, maar ook ateliers voor de ontwikkeling van milieuvriendelijke materialen en een denktank. De stichting is gevestigd op een stuk grond van elf hectare aan de rand van de oude stad, dat vroeger werd gebruikt voor herstel van treinen van de Franse spoorwegen.

Eigenaar Hoffmann is mede-erfgename van het Zwitserse farmaceutische bedrijf Hoffmann-La Roche. Zij investeerde meer dan 150 miljoen euro in de renovatie van de voormalige spoorweghallen en het nieuwe gebouw. Het project polariseert: de stad Arles hoopt op een half miljoen extra bezoekers per jaar, deels vanwege Gehry's sensationele ontwerp, maar velen klagen over de stijgende vastgoedprijzen in Arles en vrezen dat het stadje, met zijn 50.000 inwoners, zijn charme zal verliezen.

De toren verandert voortdurend van uiterlijk, afhankelijk van de lichtinval en de positie van de wolken. Het is alsof je telkens weer een nieuw schilderij te zien krijgt.

U hebt in Arles een zelfs naar uw maatstaven indrukwekkend gebouw neergezet: een 56 meter hoge toren met verspringende blokken, bekleed met 11.000 aluminium tegels, die eruitziet als een glanzende rots. Hoe kwam u tot dit ontwerp?

Frank Gehry: Dat was helemaal niet mijn oorspronkelijke plan. Ik had niet echt een idee wat ik zou bouwen toen ik in Arles aankwam. Maar er waren enkele thema's die ik daar wilde realiseren. Ze hebben te maken met mijn leven en mijn ontwikkeling als architect.

Wat bedoelt u?

Gehry: Toen ik lang geleden voor het eerst de stad Delphi in Griekenland bezocht, zag ik het beeld van de wagenmenner dat 2500 jaar geleden gemaakt is. Ik was zo geraakt door de schoonheid ervan, dat ik moest huilen. Kunstenaars uit de oudheid hadden iets gemaakt dat eeuwen later nog steeds sterke emoties opriep. Sinds dat bezoek aan Delphi heb ik altijd hetzelfde willen doen: gebouwen maken die gevoelens uitdrukken en emoties opwekken. Ik heb mij dus ook nu afgevraagd hoe ik dat kon bereiken.

Kreeg u geen richtlijnen van uw opdrachtgever, Maja Hoffmann?

Gehry: Nee, het was eerder een samenwerking. Maja en ik wilden allebei iets bijzonders voor deze plek. Door de aard van het terrein en de verschillende functies die het gebouw moest krijgen, werd vrij snel duidelijk dat we verticaal moesten bouwen. Een belangrijk aspect voor mij was dat ik de unieke kans kreeg om te bouwen in een oude Romeinse stad. Ik ken Arles goed. Toen ik rond 1960 in Parijs woonde, ging ik er vaak heen, omdat ik geïnteresseerd ben in de Romeinse oudheid. De omgeving inspireerde me. De ronde basis van de museumtoren is een verwijzing naar het Romeinse amfitheater in de stad.

Arles is ook beroemd omdat Vincent van Gogh er een tijdje heeft gewoond en er een aantal van zijn beroemdste werken heeft gemaakt. Was dat ook bepalend?

Gehry: Ik speel met die verwijzingen naar Van Gogh. In de eerste plaats is de toren een reactie op de Romeinse bouwwerken. Hij heeft eenzelfde archaïsche robuustheid. En de kleuren zijn als het ware door de natuur zelf gecreëerd: we hebben voor het oppervlak een materiaal gebruikt dat de omgeving weerspiegelt. De toren verandert voortdurend van uiterlijk, afhankelijk van de lichtinval en de positie van de wolken. Het is alsof je telkens weer een nieuw schilderij te zien krijgt. 's Nachts kun je het glinsterende restlicht zien dat Van Gogh in De sterrennacht zo prachtig heeft geschilderd. Dat licht is er echt, ik heb het niet verzonnen. Maar het is Van Gogh die onze ogen ervoor geopend heeft.

Zoals veel van uw gebouwen is de nieuwe museumtoren al van een grote afstand zichtbaar als je Arles nadert. Waarom vindt u het zo belangrijk om gebouwen neer te zetten die niet opgaan in de topografie van een stad, maar er juist uitsteken?

Gehry: Eerlijk gezegd interesseert het me niet of mijn gebouwen opvallend zijn. Ik ben niet dat soort architect. Ik meen heel ernstig dat mijn architectuur vooral gevoelens moet uitdrukken, emoties moet opwekken. Maar ik wil de mensen niet overweldigen. Er zijn concrete redenen waarom we in de hoogte moesten bouwen. Op dat terrein zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw beperkt.

De Luma Arles Foundation, ontworpen door Frank Gehry., iStock
De Luma Arles Foundation, ontworpen door Frank Gehry. © iStock

Sommigen vinden dat Arles zo'n 'blingblingarchitectuur' niet nodig heeft. Ze vrezen dat de Torre Luma de stad zal veranderen, haar authenticiteit zal wegnemen.

Gehry: Het is nogal beledigend om te spreken over 'blingblingarchitectuur', vindt u niet?

Misschien wel, maar het is een kritiek die onder de Fransen leeft.

Gehry: Je kunt over iedereen van alles zeggen. Ik kan het gebouw ook weer afbreken, dan hoeft niemand zich nog op te winden. Ik heb mijn best gedaan om de geschiedenis en het erfgoed van de stad te respecteren. Nogmaals, het is niet zomaar een decoratief gebouw, het weerspiegelt de omgeving, gaat erin op, toont de natuur die de stad omringt.

Mensen zijn misschien bang voor het 'Bilbao-effect'. Die Baskische stad is niet meer dezelfde sinds uw Guggenheim Museum er staat.

Gehry: De mensen in Bilbao lijken er heel blij mee. Waarom formuleert u het zo negatief? Bilbao was een rustige, nogal somber ogende stad. Jongeren trokken er weg zodra ze van school af waren. Anderen volgden, er was geen werk meer in de twee klassieke sectoren, de staalindustrie en de scheepvaart. Toen hebben we het Guggenheim Museum gebouwd en is er heel wat veranderd. Het was een vrij goedkoop project, het budget was slechts 100 miljoen dollar. In 1997 werd het museum geopend, en sindsdien is via het toerisme miljarden euro naar de stad gevloeid. De mensen in Bilbao zijn blij met die ontwikkeling.

Een beweging van vooral jongere architecten pleit tegenwoordig om niets nieuws meer te bouwen, omdat er al genoeg gebouwen zijn in de wereld. Ze zouden kunnen worden gerenoveerd met klimaatvriendelijke materialen. Wat vindt u daarvan?

Gehry: Tja, dat is de volgende generatie. Ik weet het niet. Zeggen die mensen dan ook dat we beter geen kinderen meer kunnen krijgen omdat er al genoeg mensen op de wereld zijn? Als ze dat punt zouden bereiken, maak ik me grote zorgen.

U zegt dat u bij elk gebouw, in elke fase van het project, blijft twijfelen aan uzelf en uw ontwerpen. Terwijl uw werken eerder de manifeste uitdrukking van een uitgesproken zelfvertrouwen lijken.

Gehry: Elke kunstenaar die ik ken - en architecten zijn dat ook - wordt geplaagd door zelftwijfel bij de uitvoering van een project. Ik denk dat die onzekerheid gezond is. Het is belangrijk om niet al te zelfbewust aan een werk te beginnen, zonder dat je voldoende de tijd hebt gehad om het terrein te leren kennen, te bestuderen, de precieze wensen van de klanten te leren kennen. Ik heb altijd zo gewerkt en dat is me altijd goed bevallen. Vroeger waren kunst en architectuur niet zulke verschillende werelden als nu. Een aantal van de grootste kunstenaars waren tegelijk ook architect, denk aan Michelangelo of El Greco. Het behoort tot onze geschiedenis om architectuur als een vorm van kunst te beschouwen.

Wat is er veranderd aan onze opvatting van architectuur?

Gehry: Na de Tweede Wereldoorlog werd de architectuur kil en industrieel, en sprak ze de taal van de projectontwikkelaars. De manier waarop zij bouwden leek gewoon goedkoper. Ik heb met mijn bureau voor een andere aanpak gekozen. Wij gebruiken speciale software om een andere soort architectuur te realiseren en tegelijk de opgegeven budgetten niet te overschrijden.

Elke kunstenaar die ik ken wordt geplaagd door zelftwijfel bij de uitvoering van een project. Ik denk dat die onzekerheid gezond is.

U hebt ook sociale woningen gebouwd, onder meer in de Duitse stad Frankfurt am Main. Moeten architecten in het algemeen meer verantwoordelijkheid voor de samenleving op zich nemen?

Gehry: Ik vind van wel. Hoe ouder ik word, hoe meer tijd ik investeer in filantropische activiteiten. Zeven jaar geleden heb ik samen met activiste Malissa Shriver de stichting Turnaround Arts opgericht, waarmee we kunsteducatie faciliteren in buurtscholen die het moeilijk hebben. Gustavo Dudamel, de muzikaal leider van het Los Angeles Philharmonic Orchestra, weet wat cultuur kan doen. Hij heeft als kind in Venezuela een zeer culturele opvoeding genoten. We hebben samen een school voor jonge muzikanten ontworpen, die in oktober is geopend in Inglewood, in de buurt van Los Angeles, een zeer gekleurde stad waar veel armoede heerst. Creatief zijn opent deuren naar een ander en positiever leven. Kinderen en jongeren hebben plotseling iets waaraan ze zich kunnen optrekken.

Bent u ook trots op de architectuur van die projecten?

Gehry: Absoluut. Als je in je auto langs de muziekschool rijdt, zie je het gebouw nauwelijks staan, dus het valt niet op, zoals u dat zou uitdrukken. Het heeft maar 14 miljoen dollar gekost, trouwens. Maar de ruimtes zijn allemaal zo ontworpen dat er fantastisch in gemusiceerd kan worden. Ik probeer ook huisvesting voor daklozen te ontwerpen en binnen het budget te blijven waar projectontwikkelaars achter staan, maar dat is moeilijk. Vooral in Californië is dakloosheid een groot probleem. De mensen wonen in tenten in de buurt van de straat. Dus moeten we nieuwe soorten huizen bedenken. Dat is iets waar ik jaren geleden al mee bezig was, maar er was nooit echt een markt voor.

Uw werk is in Europa vooral in Duitsland te zien. In Frankfurt, Düsseldorf, Berlijn, en in het stadje Weil am Rhein hebt u het beroemde Vitra Design Museum gebouwd. Hoe is uw band met Duitsland?

Gehry: U bedoelt omwille van Hitler en het Duitse verleden? Ik heb 37 familieleden verloren in Auschwitz. Mijn grootouders kenden al die mensen, maar ik niet. Drie van hen die het overleefd hebben, heb ik wel ontmoet. Ik kan alleen maar hopen dat het nooit meer gebeurt, ook al ziet het ernaar uit dat er elk moment weer iets dergelijks kan losbarsten. Ik heb een grote voorliefde voor Duitsland, ondanks alles. Ik ga graag naar concerten van Daniel Barenboim. Ik heb veel respect voor hem en ik heb hem een ontwerp cadeau gedaan voor een concertzaal in Berlijn. Ik heb ook veel respect voor Angela Merkel.

U ziet architecten als kunstenaars en hebt al veel musea en concertzalen ontworpen. Kan cultuur de wereld verbeteren?

Gehry: Absoluut. Dat is altijd zo geweest, denk aan beeldhouwers als Gian Lorenzo Bernini, de architect Francesco Borromini, schilders als Pablo Picasso. En denk aan de muziek van Johann Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven, van al die genieën die ik zo bewonder.

U bent nu 92. Op de website van uw kantoor staat nog steeds dat elk project van Gehry Partners door u persoonlijk wordt ontworpen. Waarom houdt u niet een keer gewoon op?

Gehry: Ik kan niet ophouden. Ik werk elke dag van de week, zoals ik altijd gedaan heb.

En waarom doet u dat?

Gehry: Waarom zou ik stoppen? Omdat ik 92 ben? Ik kan nog altijd geweldige dingen realiseren, niet alleen architectuur. Ik heb net een kunstinstallatie ontworpen voor de Gagosian Gallery, iets totaal krankzinnigs. Ik heb prachtige projecten die mensen bij mij in opdracht geven, en in de loop der jaren heb ik een geweldig en uniek team opgebouwd. Moet ik dat allemaal loslaten omdat ik wat ouder ben?

Door Ulrike Knöfel en Britta Sandberg © Der Spiegel

Bio

1929: geboren in Toronto, Canada

1954: studeert af als architect aan de University of Southern California

1962: richt zijn eigen bureau op: Frank O. Gehry Associates in Los Angeles

Opmerkelijke ontwerpen: het Vitra Design Museum (1989, Weil am Rhein, Duitsland), het Guggenheim Museum (1999, Bilbao, Spanje), de Beekman Tower (2011, New York, VS), de Fondation Louis Vuitton (2014, Parijs, Frankrijk) en de Torre Luma (2021, Arles, Frankrijk)

In de Zuid-Franse stad Arles werd op 26 juni een glimmende, rotsachtige toren van de Californische toparchitect Frank Gehry ingehuldigd: de Torre Luma. De toren wordt het middelpunt van de stichting Luma Arles, de kunstcollectie en de milieustichting van de Zwitserse miljardair Maja Hoffmann. De Luma Foundation bevat een museum voor hedendaagse kunst met werken van onder anderen Olafur Eliasson, Nan Goldin en Bruce Nauman, maar ook ateliers voor de ontwikkeling van milieuvriendelijke materialen en een denktank. De stichting is gevestigd op een stuk grond van elf hectare aan de rand van de oude stad, dat vroeger werd gebruikt voor herstel van treinen van de Franse spoorwegen. Eigenaar Hoffmann is mede-erfgename van het Zwitserse farmaceutische bedrijf Hoffmann-La Roche. Zij investeerde meer dan 150 miljoen euro in de renovatie van de voormalige spoorweghallen en het nieuwe gebouw. Het project polariseert: de stad Arles hoopt op een half miljoen extra bezoekers per jaar, deels vanwege Gehry's sensationele ontwerp, maar velen klagen over de stijgende vastgoedprijzen in Arles en vrezen dat het stadje, met zijn 50.000 inwoners, zijn charme zal verliezen. U hebt in Arles een zelfs naar uw maatstaven indrukwekkend gebouw neergezet: een 56 meter hoge toren met verspringende blokken, bekleed met 11.000 aluminium tegels, die eruitziet als een glanzende rots. Hoe kwam u tot dit ontwerp?Frank Gehry: Dat was helemaal niet mijn oorspronkelijke plan. Ik had niet echt een idee wat ik zou bouwen toen ik in Arles aankwam. Maar er waren enkele thema's die ik daar wilde realiseren. Ze hebben te maken met mijn leven en mijn ontwikkeling als architect.Wat bedoelt u? Gehry: Toen ik lang geleden voor het eerst de stad Delphi in Griekenland bezocht, zag ik het beeld van de wagenmenner dat 2500 jaar geleden gemaakt is. Ik was zo geraakt door de schoonheid ervan, dat ik moest huilen. Kunstenaars uit de oudheid hadden iets gemaakt dat eeuwen later nog steeds sterke emoties opriep. Sinds dat bezoek aan Delphi heb ik altijd hetzelfde willen doen: gebouwen maken die gevoelens uitdrukken en emoties opwekken. Ik heb mij dus ook nu afgevraagd hoe ik dat kon bereiken.Kreeg u geen richtlijnen van uw opdrachtgever, Maja Hoffmann? Gehry: Nee, het was eerder een samenwerking. Maja en ik wilden allebei iets bijzonders voor deze plek. Door de aard van het terrein en de verschillende functies die het gebouw moest krijgen, werd vrij snel duidelijk dat we verticaal moesten bouwen. Een belangrijk aspect voor mij was dat ik de unieke kans kreeg om te bouwen in een oude Romeinse stad. Ik ken Arles goed. Toen ik rond 1960 in Parijs woonde, ging ik er vaak heen, omdat ik geïnteresseerd ben in de Romeinse oudheid. De omgeving inspireerde me. De ronde basis van de museumtoren is een verwijzing naar het Romeinse amfitheater in de stad. Arles is ook beroemd omdat Vincent van Gogh er een tijdje heeft gewoond en er een aantal van zijn beroemdste werken heeft gemaakt. Was dat ook bepalend?Gehry: Ik speel met die verwijzingen naar Van Gogh. In de eerste plaats is de toren een reactie op de Romeinse bouwwerken. Hij heeft eenzelfde archaïsche robuustheid. En de kleuren zijn als het ware door de natuur zelf gecreëerd: we hebben voor het oppervlak een materiaal gebruikt dat de omgeving weerspiegelt. De toren verandert voortdurend van uiterlijk, afhankelijk van de lichtinval en de positie van de wolken. Het is alsof je telkens weer een nieuw schilderij te zien krijgt. 's Nachts kun je het glinsterende restlicht zien dat Van Gogh in De sterrennacht zo prachtig heeft geschilderd. Dat licht is er echt, ik heb het niet verzonnen. Maar het is Van Gogh die onze ogen ervoor geopend heeft. Zoals veel van uw gebouwen is de nieuwe museumtoren al van een grote afstand zichtbaar als je Arles nadert. Waarom vindt u het zo belangrijk om gebouwen neer te zetten die niet opgaan in de topografie van een stad, maar er juist uitsteken? Gehry: Eerlijk gezegd interesseert het me niet of mijn gebouwen opvallend zijn. Ik ben niet dat soort architect. Ik meen heel ernstig dat mijn architectuur vooral gevoelens moet uitdrukken, emoties moet opwekken. Maar ik wil de mensen niet overweldigen. Er zijn concrete redenen waarom we in de hoogte moesten bouwen. Op dat terrein zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw beperkt. Sommigen vinden dat Arles zo'n 'blingblingarchitectuur' niet nodig heeft. Ze vrezen dat de Torre Luma de stad zal veranderen, haar authenticiteit zal wegnemen. Gehry: Het is nogal beledigend om te spreken over 'blingblingarchitectuur', vindt u niet?Misschien wel, maar het is een kritiek die onder de Fransen leeft. Gehry: Je kunt over iedereen van alles zeggen. Ik kan het gebouw ook weer afbreken, dan hoeft niemand zich nog op te winden. Ik heb mijn best gedaan om de geschiedenis en het erfgoed van de stad te respecteren. Nogmaals, het is niet zomaar een decoratief gebouw, het weerspiegelt de omgeving, gaat erin op, toont de natuur die de stad omringt.Mensen zijn misschien bang voor het 'Bilbao-effect'. Die Baskische stad is niet meer dezelfde sinds uw Guggenheim Museum er staat. Gehry: De mensen in Bilbao lijken er heel blij mee. Waarom formuleert u het zo negatief? Bilbao was een rustige, nogal somber ogende stad. Jongeren trokken er weg zodra ze van school af waren. Anderen volgden, er was geen werk meer in de twee klassieke sectoren, de staalindustrie en de scheepvaart. Toen hebben we het Guggenheim Museum gebouwd en is er heel wat veranderd. Het was een vrij goedkoop project, het budget was slechts 100 miljoen dollar. In 1997 werd het museum geopend, en sindsdien is via het toerisme miljarden euro naar de stad gevloeid. De mensen in Bilbao zijn blij met die ontwikkeling. Een beweging van vooral jongere architecten pleit tegenwoordig om niets nieuws meer te bouwen, omdat er al genoeg gebouwen zijn in de wereld. Ze zouden kunnen worden gerenoveerd met klimaatvriendelijke materialen. Wat vindt u daarvan?Gehry: Tja, dat is de volgende generatie. Ik weet het niet. Zeggen die mensen dan ook dat we beter geen kinderen meer kunnen krijgen omdat er al genoeg mensen op de wereld zijn? Als ze dat punt zouden bereiken, maak ik me grote zorgen.U zegt dat u bij elk gebouw, in elke fase van het project, blijft twijfelen aan uzelf en uw ontwerpen. Terwijl uw werken eerder de manifeste uitdrukking van een uitgesproken zelfvertrouwen lijken. Gehry: Elke kunstenaar die ik ken - en architecten zijn dat ook - wordt geplaagd door zelftwijfel bij de uitvoering van een project. Ik denk dat die onzekerheid gezond is. Het is belangrijk om niet al te zelfbewust aan een werk te beginnen, zonder dat je voldoende de tijd hebt gehad om het terrein te leren kennen, te bestuderen, de precieze wensen van de klanten te leren kennen. Ik heb altijd zo gewerkt en dat is me altijd goed bevallen. Vroeger waren kunst en architectuur niet zulke verschillende werelden als nu. Een aantal van de grootste kunstenaars waren tegelijk ook architect, denk aan Michelangelo of El Greco. Het behoort tot onze geschiedenis om architectuur als een vorm van kunst te beschouwen. Wat is er veranderd aan onze opvatting van architectuur? Gehry: Na de Tweede Wereldoorlog werd de architectuur kil en industrieel, en sprak ze de taal van de projectontwikkelaars. De manier waarop zij bouwden leek gewoon goedkoper. Ik heb met mijn bureau voor een andere aanpak gekozen. Wij gebruiken speciale software om een andere soort architectuur te realiseren en tegelijk de opgegeven budgetten niet te overschrijden. U hebt ook sociale woningen gebouwd, onder meer in de Duitse stad Frankfurt am Main. Moeten architecten in het algemeen meer verantwoordelijkheid voor de samenleving op zich nemen? Gehry: Ik vind van wel. Hoe ouder ik word, hoe meer tijd ik investeer in filantropische activiteiten. Zeven jaar geleden heb ik samen met activiste Malissa Shriver de stichting Turnaround Arts opgericht, waarmee we kunsteducatie faciliteren in buurtscholen die het moeilijk hebben. Gustavo Dudamel, de muzikaal leider van het Los Angeles Philharmonic Orchestra, weet wat cultuur kan doen. Hij heeft als kind in Venezuela een zeer culturele opvoeding genoten. We hebben samen een school voor jonge muzikanten ontworpen, die in oktober is geopend in Inglewood, in de buurt van Los Angeles, een zeer gekleurde stad waar veel armoede heerst. Creatief zijn opent deuren naar een ander en positiever leven. Kinderen en jongeren hebben plotseling iets waaraan ze zich kunnen optrekken. Bent u ook trots op de architectuur van die projecten?Gehry: Absoluut. Als je in je auto langs de muziekschool rijdt, zie je het gebouw nauwelijks staan, dus het valt niet op, zoals u dat zou uitdrukken. Het heeft maar 14 miljoen dollar gekost, trouwens. Maar de ruimtes zijn allemaal zo ontworpen dat er fantastisch in gemusiceerd kan worden. Ik probeer ook huisvesting voor daklozen te ontwerpen en binnen het budget te blijven waar projectontwikkelaars achter staan, maar dat is moeilijk. Vooral in Californië is dakloosheid een groot probleem. De mensen wonen in tenten in de buurt van de straat. Dus moeten we nieuwe soorten huizen bedenken. Dat is iets waar ik jaren geleden al mee bezig was, maar er was nooit echt een markt voor. Uw werk is in Europa vooral in Duitsland te zien. In Frankfurt, Düsseldorf, Berlijn, en in het stadje Weil am Rhein hebt u het beroemde Vitra Design Museum gebouwd. Hoe is uw band met Duitsland?Gehry: U bedoelt omwille van Hitler en het Duitse verleden? Ik heb 37 familieleden verloren in Auschwitz. Mijn grootouders kenden al die mensen, maar ik niet. Drie van hen die het overleefd hebben, heb ik wel ontmoet. Ik kan alleen maar hopen dat het nooit meer gebeurt, ook al ziet het ernaar uit dat er elk moment weer iets dergelijks kan losbarsten. Ik heb een grote voorliefde voor Duitsland, ondanks alles. Ik ga graag naar concerten van Daniel Barenboim. Ik heb veel respect voor hem en ik heb hem een ontwerp cadeau gedaan voor een concertzaal in Berlijn. Ik heb ook veel respect voor Angela Merkel. U ziet architecten als kunstenaars en hebt al veel musea en concertzalen ontworpen. Kan cultuur de wereld verbeteren? Gehry: Absoluut. Dat is altijd zo geweest, denk aan beeldhouwers als Gian Lorenzo Bernini, de architect Francesco Borromini, schilders als Pablo Picasso. En denk aan de muziek van Johann Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven, van al die genieën die ik zo bewonder. U bent nu 92. Op de website van uw kantoor staat nog steeds dat elk project van Gehry Partners door u persoonlijk wordt ontworpen. Waarom houdt u niet een keer gewoon op? Gehry: Ik kan niet ophouden. Ik werk elke dag van de week, zoals ik altijd gedaan heb. En waarom doet u dat? Gehry: Waarom zou ik stoppen? Omdat ik 92 ben? Ik kan nog altijd geweldige dingen realiseren, niet alleen architectuur. Ik heb net een kunstinstallatie ontworpen voor de Gagosian Gallery, iets totaal krankzinnigs. Ik heb prachtige projecten die mensen bij mij in opdracht geven, en in de loop der jaren heb ik een geweldig en uniek team opgebouwd. Moet ik dat allemaal loslaten omdat ik wat ouder ben?