Naar ons land blijft een massale uittocht van Syriëstrijders voorlopig uit. Vorig jaar keerden vijf van hen terug naar België. Politie- en inlichtingendiensten houden 150 nog levende Belgische Syriëstrijders scherp in de gaten. 'In theorie kunnen die allemaal naar ons land terugkeren, maar in de praktijk is dat weinig waarschijnlijk,' liet minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) weten.
...

Naar ons land blijft een massale uittocht van Syriëstrijders voorlopig uit. Vorig jaar keerden vijf van hen terug naar België. Politie- en inlichtingendiensten houden 150 nog levende Belgische Syriëstrijders scherp in de gaten. 'In theorie kunnen die allemaal naar ons land terugkeren, maar in de praktijk is dat weinig waarschijnlijk,' liet minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) weten. Voor zijn Tadzjiekse collega is de situatie even anders. De minister van Binnenlandse Zaken van het land in Centraal-Azië verklaarde dat 110 Syrië- en Irakstrijders sinds 2015 terugkeerden en het merendeel amnestie kreeg. Hoewel ze streden onder IS-vlag, gaan ze simpelweg vrijuit in het buurland van China en Afghanistan.IS telt ongeveer 1.100 Tadzjiekse strijders waarvan er meer dan 100 terugkeerden en 300 sneuvelden. Volgens een Russische onderzoeker zijn de meeste Centraal-Aziatische IS-strijders huurlingen van de jihad. Nu IS aan de verliezende hand is, kan de organisatie nog moeilijk buitenlandse strijdkrachten betalen en keren ze terug.Die ex-Syriëstrijders krijgen bij terugkomst in Tadzjikistan amnestie op voorwaarde dat ze vrijwillig terugkeerden en tot inkeer kwamen. Het autoritaire regime van president Emomali Rahmon benadrukt dat het niet gaat over een algemene amnestie. Alleen wie niet actief deelnam aan het geweld van IS komt in aanmerking. Uiteraard is dat moeilijk na te gaan. 'Rahmon verleent amnestie om geen martelaars te creëren en het voetvolk van de aanstokers te scheiden,' vertelt UGent-professor Bruno De Cordier. Hij is goed thuis in de regio en auteur van het boek 'Het onbeloofde land. Een geschiedenis van Centraal-Azië'. Tadzjikistan was tot 1991 onderdeel van de Sovjet-Unie. Ook toen al konden de 9 miljoen Tadzjieken hun islamitisch geloof moeilijk praktiseren. Na de onafhankelijkheid volgde een burgeroorlog met een officieel vredesakkoord in 1997. Al tijdens die burgeroorlog kwam president Rahmon aan de macht en ook zijn regime heeft het niet voor de islam. 'Maar hij heeft moeten inzien dat klassieke repressie en het in diskrediet brengen van de gehele islamitische ideologie niet werkt. Sinds 2009 is Tadzjikistan het enige land in de regio waar één bepaalde strekking van de soennitische islam als officiële religie in de wet is vastgelegd. De overheid bestrijdt wel "afwijkende" islamstrekkingen,' aldus De Cordier. 'Rahmons harde aanpak van "extremisme" en zijn seculier karakter speelde hij in de jaren '00 trouwens uit om internationale legitimiteit en steun te krijgen.' Dat een dergelijk regime amnestie verleent aan ex-Syriëstrijders is opmerkelijk, maar het lijkt te werken. Furqat Vatanov (24) is een van de voorbeelden van zo'n geslaagde amnestie. In de zomer van 2016 werd hij opgepakt in Turkije, waar hij de grens met Syrië wou oversteken om zich aan te sluiten bij IS. 'Bij mijn arrestatie dacht ik dat mijn leven voorbij was en dat ik de rest van mijn dagen in gevangenschap zou doorbrengen,' vertelt Vatanov. Maar de Tadzjiekse autoriteiten gaven hem een tweede kans.Vatanov is dankbaar voor die herkansing en heeft zijn leven nu terug op de rails. Hij trouwde een jaar na zijn IS-avontuur. Op zijn huwelijk kwamen wel veel minder gasten dan gewoonlijk bij een Tadzjieks trouwfeest, want veel vrienden verbraken alle contact. Zijn vader is wel in hem blijven geloven: 'Mijn zoon is helemaal veranderd. Vroeger bestempelde hij anderen als afvalligen en nu is hij een vriendelijke jongeman. Dat vergde een grote inspanning, veel gesprekken en geduld.' De Tadzjiekse overheid gebruikt voorbeelden als Vatanov in campagnes tegen extremisme. Zo geven oud-strijders van IS speeches en tv-interviews over de wreedheden die ze hebben gezien. De strijd tegen extremisme is één van de redenen waarom het regime een strenge greep houdt op de islam, maar niet de voornaamste. Rahmon laat 'staatsimams' namelijk zijn bewind steunen en legitimeren. 2.000 moskeeën liepen niet in de pas, verloren hun erkenning en kregen een nieuwe bestemming als kapsalon of kinderopvang.Toch stijgt het aantal praktiserende moslims in Tadzjikistan. Dat merkte De Cordier, die in de jaren '00 in het land woonde, door het stijgend aanbod halalcharcuterie, minder sterke drank in de rekken en meer hoofddoeken op straat. 'Dat komt niet door radicalisering, maar door een zoektocht naar identiteit en houvast,' denkt De Cordier. 'Volgens mij zoeken velen in de islam, paradoxaal genoeg, weer aansluiting bij de onmiskenbaar goede kanten van de Sovjet-Unie: weinig corruptie en misdaad, sociale veiligheid en samenhang.'Dat Vatanov in zo'n context van religieuze heropleving radicaliseerde, wijt hij zelf aan de online brainwashing van IS. Andere factoren zijn de hoge werkloosheidscijfers door corruptie en de wrevel over het optreden van overijverige ambtenaren. Zo liet een beambte in 2015 de baarden scheren van 13.000 gelovigen en rukten politiecommissarissen hoofddoeken af. De vernederingen worden niet per se door de centrale overheid georkestreerd, maar ze zorgen wel voor woede.Die woede was mogelijk een drijfveer voor een dertigtal terugkeerders, die amnestie kreeg, om opnieuw naar IS-gebied te vertrekken. In tegenstelling tot Vatanov en veel anderen namen ze hun gewone leven in Tadzjikistan niet weer op, maar gingen wederom strijden in Syrië en Irak. Dat bewijst de stelling van professor Joseph Fitsanakis: 'Ex-Syriëstrijders moeten bekeken worden als individuele gevallen. Sommigen blijven jihadisten, terwijl anderen getraumatiseerd zijn en niets liever willen dan een normaal leven. Allemaal kunnen ze van grote waarde zijn voor inlichtingendiensten en ze vereisen dan ook geval per geval aandacht. Dat is geen eenvoudige opgave en het vraagt veel middelen.' Een niet mis te verstane boodschap voor zowel minister Jambon als zijn Tadzjiekse collega.