Is het Westen op zijn retour?
...

Alsof hij ons wil geruststellen, boort Parag Khanna al na twee minuten een eerste illusie de grond in. Niet alleen is de periode van westerse dominantie een anomalie, verzekert hij, ze zal ook nooit meer terugkomen. 'Ik hoor vaak dat de opgang van Azië alleen mogelijk is omdat het Westen in verval is. Dat moet ik toch tegenspreken. Zelfs als het Westen het niet verknald had, had Azië jullie nóg ingehaald. (zucht) Net zoals veel Amerikaanse denkers denken dat de Verenigde Staten "het hebben laten schieten". Dat als Amerika "zichzelf terugvindt", het weer de dominante mogendheid van weleer wordt. Ook dat klopt niet. De dominantie van Azië is er om te blijven.' Met The Future is Asian, vertaald als Azië is de toekomst, beschrijft Parag Khanna de opgang van het Aziatische continent, dat zich de voorbije drie decennia in een ongezien tempo heeft ontwikkeld. Khanna roemt de energie, innovatiedrang en het pragmatisme van de oostelijke Aziatische samenlevingen. Daarbij heeft hij een speciale bewondering voor Singapore, de multiculturele ministaat die - ondanks zijn autoritaire systeem - in nauwelijks vijftig jaar van een van de armste landen ter wereld uitgroeide tot een van de rijkste. Sinds enkele jaren woont hij er ook.Hoewel Khanna zelf graag benadrukt dat hij 'alleen de feiten op een rij zet', is het duidelijk dat het onderwerp ook een emotionele lading heeft. De opdracht van zijn boek luidt niet voor niets ' Aan mijn 5 miljard buren'. Want zelfs als hij een pan-Aziatische wereldorde ziet ontstaan, beschouwt Khanna zichzelf niet helemaal als een Aziaat. Hoewel hij geboren werd in India en in zijn prille jeugd pendelde tussen de Verenigde Arabische Emiraten en India, noemt hij zich 'een product van Duitsland en Amerika', waar hij naar school ging en studeerde. 'De Aziaten zijn nog niet klaar om met een pan-Aziatische stem te spreken. Om deze analyse te maken, heb je een buitenstaander als ik nodig.' Hoe verklaart u de enorme opgang van het Aziatische continent? Parag Khanna: De voorbije vijfhonderd jaar hebben eerst het kolonialisme en dan de Koude Oorlog er een enorme fragmentatie veroorzaakt. Pas de voorbije dertig jaar is Azië erin geslaagd om weer een systeem te worden waarin landen complementair zijn. Het continent heeft olieproducerende landen, industriële grootmachten, financiële centra, voedselproducerende regio's. Er zijn landen met een oude bevolking en andere met een jonge bevolking. De economische banden tussen Aziatische landen, die door het kolonialisme verbroken waren, raken nu eindelijk hersteld en versterkt. Dat proces noem ik 'Aziatisering'. En het gaat over de opgang van héél Azië en niet alleen die van China. China vertegenwoordigt tenslotte niet meer dan de helft van het Aziatische bruto nationaal product en een derde van de Aziatische bevolking. Wat betekent die Aziatisering voor het Westen? Khanna: Voor het Westen verandert er niets. Aziaten hebben geen missionaire instelling. Natuurlijk vinden Chinezen het leuk als er meer Amerikanen Chinees leren, maar ze willen hun model niet opleggen. Hun buitenlandbeleid bestaat erin invloed te krijgen op de bevoorradingsketen en de grondstoffen. Het is wel zo dat het Westen niet meer relevant is voor Aziaten. Aziatische studenten politieke wetenschappen houden zich tegenwoordig met Aziatische aangelegenheden bezig. Voor hen zijn de economische crisis in Japan, de onafhankelijkheid van Oost-Timor of de overdracht van Hongkong aan China de relevante gebeurtenissen van de afgelopen decennia. Aziaten zijn niet bezig met de verhouding tussen de NAVO en Rusland of de gevolgen van de brexit. In hun wereld speelt dat niet. En hun wereld beslaat nu eenmaal het grootste deel van de planeet. Er zijn bijna 5 miljard Aziaten. En die zijn echt niet bezig met wat het Westen denkt. Waarom zou de toenadering tussen Aziatische landen geen tijdelijk fenomeen zijn? Khanna: Het is een bewezen feit dat de Aziatische economieën nog nooit zo geïntegreerd zijn geweest als vandaag. Er is geen reden om aan te nemen dat die integratie niet zal voortgaan. Is er net niet veel wantrouwen tussen Aziatische landen? Landen als Japan en China koesteren een diepe vijandschap. Khanna: O, er is een enorm wantrouwen. De historische relatie tussen Frankrijk en Duitsland is een romance vergeleken met die tussen Japan en China. Maar dat wantrouwen is een goede zaak: het zorgt ervoor dat er een soort machtsbalans komt. Kijk alleen al naar de manier waarop er wordt omgegaan met de Nieuwe Zijderoute, het enorme infrastructuurproject waarmee China zijn handelsnetwerk wil uitbreiden: veel Aziatische landen stappen erin mee, en tegelijk zijn bijvoorbeeld Kazachstan of Myanmar niet bang om projecten te schrappen die tegen hun belangen ingaan. Het grootste misverstand van westerlingen over Azië is dat China daar altijd zijn zin krijgt. Je ziet duidelijk: zo werkt het niet. Dit is niet de negentiende eeuw, toen Aziatische landen gekoloniseerd werden en geen 'nee' konden zeggen. Wat moet Europa van Azië leren? Khanna: Europa is in de omgang met China zijn eigen ergste vijand. Europese leiders zeuren voortdurend over hoe de Amerikanen met de Irakoorlog de wereld verdeeld hebben, hoe de Russen nepnieuws verspreiden of hoe China de Europese lidstaten tegen elkaar uitspeelt. Ik vertel mijn Europese vrienden voortdurend dat ze andere machten de schuld niet kunnen geven van hun eigen verdeeldheid - dat is duidelijk jullie eigen stomme fout. Hoe dom zou China moeten zijn om die verdeeldheid níét uit te buiten? Hoe moet Europa met zijn nieuwe positie in de wereld omgaan? Khanna: In het algemeen zou ik het Westen aanraden: omarm de globalisering. Je hoeft geen totale vrijhandel te bedrijven, maar het is altijd slimmer om je open te stellen voor je buren. Daarnaast mogen westerse regeringen politiek een beetje pragmatischer zijn. Aziatische regeringen zijn dat in sterke mate - en daarom zijn ze zo succesvol. Ze hangen niet halsstarrig vast aan een ideologie. Er zijn geen landen meer die vechten om het communisme internationaal te promoten. Natuurlijk hadden we nooit mogen geloven dat Aziaten westerlingen zouden worden, net zoals we nu niet moeten geloven dat westerlingen Aziaten zullen worden. Zijn Aziaten volgens u meer geneigd tot pragmatisme? Khanna: Ik zie drie Aziatische waarden die vrijwel overal terugkomen: gemengd kapitalisme, sociaal conservatisme en technocratisch beleid. Over het algemeen zijn Aziatische samenlevingen voorzichtig. Verandering wordt altijd geleidelijk doorgevoerd. Noem het gerust een soort collectief pragmatisme, ja. Stel dat bondskanselier Angela Merkel u morgen om raad vraagt: wat zou u haar aanraden? Khanna: Ik zou mevrouw Merkel op het hart drukken dat Azië meer is dan alleen China. Als Europa slim is, mikt het op handelsakkoorden met de ASEAN (het samenwerkingsverband van tien Zuidoost-Aziatische landen, nvdr), met Japan, met India, met Zuid-Korea. Europa moet een multipolair Azië promoten, waarin geen enkele grootmacht dominant kan zijn. Dat betekent dat Europa de banden met autoritaire regimes als Rusland, Turkije en Iran moet aanhalen. Khanna: Iran isoleren: voor de Amerikanen is dat gemakkelijk, want ze hebben geen enkele behoefte aan banden met dat land. Ze hebben geen gedeelde geschiedenis, geen culturele links. Maar Europa ligt nu eenmaal waar het ligt: het kan niet zonder Russische en Iraanse energievoorraden of de Turkse afzetmarkt. Het kan zich geen slechte relatie met zijn buurlanden veroorloven. Hoe meer Amerika zich afsnijdt van de Nieuwe Zijderoute, hoe meer ruimte het laat aan andere landen om zich te ontwikkelen: Europa moet daaraan meedoen. Tezelfdertijd zien we in Zuidoost-Azië wel een heuse wapenwedloop. Verontrust dat u niet? Khanna: De Aziatische wapenwedloop gaat in de eerste plaats over modernisering. Het zijn veelal arme landen die hun technologische achterstand op de rest van de wereld willen inhalen. De voornaamste beweegreden is strategische autonomie: Zuidoost-Aziatische landen willen niet volledig van de VS afhangen voor hun veiligheidsbeleid. Maar dat wil niet zeggen dat er morgen een oorlog zal uitbreken. De geschiedenis leert ons anders dat veel landen die hun militaire kracht opbouwen vroeg of laat in een conflict verzeilen. Khanna: Dat gebeurt vaker wel dan niet, ja. En er zijn ook spanningen: in de Chinese Zuidzee, in Kasjmir, met Noord-Korea of met Taiwan. Ook op het diplomatieke vlak moeten Aziatische landen volwassen worden. Er zijn geen redenen om de spanningen tot een conflict te laten oplopen. Wat is de grootste uitdaging voor Azië? Khanna: Er is één collectieve uitdaging die ik wil aanstippen en waarvoor maar weinig Aziatische landen een echte strategie hebben: de klimaatverandering. Verwacht u dat migratie ook in Azië een splijtzwam zal worden, zoals dat nu in Europa het geval is? Khanna: Er is vandaag veel meer zogenoemde interpenetratie dan vroeger tussen landen die voorheen weinig met elkaar te maken hadden. Er zijn heel wat Koreanen die in Japan studeren, bijvoorbeeld, of Japanners die in India studeren. Aziaten reizen meer, trouwen vaker met Aziaten van een ander land. Ik geloof niet dat dat een probleem zal worden, omdat Aziatische landen nu eenmaal veel groter zijn. China zal nooit een smeltkroes worden, omdat gelijk welk aantal migranten altijd in het niets zal vallen bij de bijna 1,4 miljard Chinezen. En ook op migratie hebben Aziaten over het algemeen een pragmatische kijk: zolang je bijdraagt aan de maatschappij, ben je welkom. Is er geen evolutie denkbaar waarbij Aziatische landen ook voor minder geschoolde werkers aantrekkelijk worden? Zouden ze even pragmatisch omgaan met migratie uit Afrika? Khanna: India heeft nu al een aanzienlijke immigratie van Afrikaanse arbeiders en ingenieurs. China heeft enorme investeringsprojecten in Afrika. Maar zelfs al is Azië tegenwoordig de voornaamste handelspartner van hun continent: als het over noodmigratie gaat, zullen Afrikanen naar Europa blijven gaan. Dat is nu eenmaal een stuk dichterbij. Wat betekent de opkomst van Azië voor de toekomst van de liberale democratie? Khanna: Ik denk niet dat er zoiets bestaat als hét westerse politieke systeem. Het Amerikaanse presidentiële systeem staat ver af van het Duitse meerpartijenstelsel. Sowieso denk ik niet dat Aziatische landen het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk of de VS willen volgen. En dan heb ik het niet alleen over de huidige regeringen van die landen. Waarom zouden Amerikaanse en Britse regeringen in de toekomst niet naar behoren kunnen functioneren? Khanna: Omdat Donald Trump en de brexit symptomen zijn van een diepliggend probleem van populisme, incompetentie en amateurisme. Let op, er zijn miljoenen Indiërs die graag in Amerika willen wonen: om beter onderwijs te krijgen, om weg te raken van de vervuiling. Maar ik daag u uit om, Noord-Korea buiten beschouwing gelaten, één Aziaat te vinden die denkt dat zijn land beter zou af zijn met een regering als de Amerikaanse, of met het populisme en de verdeeldheid die jullie in Europa hebben. Aziaten verkiezen de technocratische langetermijnaanpak die hun leiders huldigen. Ik zou ongetwijfeld wél veel Aziaten vinden die onmiddellijk alle individuele vrijheden uit Europa willen overnemen. Khanna: Absoluut! Ik ben ervan overtuigd dat mensenrechten tot op zekere hoogte universeel zijn. Idealiter zou elke maatschappij een rechtsstaat zijn, met vrijheid van meningsuiting en vrije pers. Maar het is niet zo dat die verworvenheden in Azië nergens bestaan. Aan de andere kant deinzen veel Aziaten er gewoon voor terug om persoonlijke vrijheden na te jagen, omdat ze vrezen dat het de stabiliteit van hun samenleving in gedrang zou brengen. Waarom zouden mensenrechten de stabiliteit van een samenleving ondergraven? Khanna: Ik kan me voorstellen dat een volledige vrijheid van meningsuiting wel een destabiliserend effect kan hebben. Dat besef dringt nu ook in het Westen door. Na de aanslagen in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, in maart, heeft Australië bijvoorbeeld een nieuwe, ronduit draconische mediawet aangenomen om gewelddadige berichten op de sociale media tegen te gaan. En weet u wat? Dat is logisch. Het gaat de Australiërs niet om democratisch of autoritair zijn, het gaat om pragmatisme. Beter dat dan niets doen omdat je vindt dat je als democratie de vrijheid van meningsuiting niet kunt beperken. China rolt binnenkort het sociale kredietsysteem uit: met een individuele score wil de Communistische Partij van de Chinezen betere burgers maken. Wat vindt u van dat toenemende autoritarisme? Khanna: China is altijd autoritair geweest. Het autoritarisme is nu ook technologisch uitgebouwd. Het is efficiënter geworden. Maar het is niet zo dat je onder pakweg Hu Jintao, de voorganger van president Xi Jinping, wél kritiek kon geven. Wat de Chinese overheid met het sociale kredietsysteem van plan is, is sowieso genuanceerder dan louter politieke controle uitoefenen. (grijnst) Die controle hééft ze tenslotte al. Het voornaamste doelwit van dit systeem zijn bedrijven die voedselveiligheidsregels overtreden. De voorbije jaren waren er verschillende schandalen rond vergiftigde babyvoeding. Als jouw kind ziek wordt van die voeding, kun je de fabrikant via het sociale kredietsysteem identificeren en andere ouders waarschuwen. Ik verdedig het systeem niet per se. Ik zou ook liever hebben dat het een soort ratingsysteem zou zijn, zoals bij de taxidienst Uber, waarmee je scholen of restaurants kunt beoordelen, zonder alle politieke controle. Net zoals ik de infrastructuurplannen van de Filipijnse president Rodrigo Duterte verkies zonder zijn doodseskaders, of de economische hervormingen van de Indiase premier Narendra Modi zonder zijn hindoechauvinisme. Vreest u niet dat China via zijn surveillancetechnologie ook zijn autoritarisme zal verspreiden? Khanna: Ik zie niet in waarom dat zo zou zijn. Autoritarisme is een minderheidsbestuursvorm in Azië. Uw lezers weten het misschien niet, maar in de Aziatische democratieën leven meer mensen dan in de rest van de wereld. U kunt toch niet ontkennen dat het autoritarisme toeneemt in landen als India, de Filipijnen of Indonesië? Khanna: Ach ja, we kijken naar Modi en Duterte en hebben het over 'autoritair populisme'. Daar geloof ik dus niets van. Je kunt niet zeggen dat India, veerkrachtige, energieke samenleving die net haar grootste verkiezing aller tijden gehouden heeft, een dictatuur dreigt te worden. Als je naar Duterte's economische en sociale beleid kijkt, zie je: hij is gewoon een efficiënt bestuurder. Ik ben geen fan van zijn drugsoorlogen en interne kruistochten, maar zo is het nu eenmaal. Je moet het slechte met het goede nemen. Je kunt niet voor de helft op Duterte stemmen. Leiders als Modi en Duterte kanten zich tegen liberale waarden als tolerantie en de rechtsstaat. Moet ons dat geen zorgen baren? Khanna: De Filipijnen en India zijn gewoon democratische landen met politiek pluralisme. Misschien moet u zich eens afvragen waarom Duterte, volgens het Westen een dolle hond, de populairste leider ter wereld is. Is het illiberaal om universitair onderwijs gratis te maken, zoals hij aan het doen is? Is het illiberaal om ervoor te zorgen dat elke Filipijn een ziekteverzekering krijgt? Misschien vinden Filipino's - en vinden de Indiërs - onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid gewoon belangrijker dan hoogdravende principes. Zou u zelf op Modi stemmen? Khanna: Zonder enige twijfel. Als je in Londen leeft, is het gemakkelijk om Modi een chauvinistische boer te vinden die geen Engels spreekt. Maar neem het van mij aan: als je vijf minuten hebt doorgebracht in een land met zo'n waardeloze infrastructuur, snap je perfect waarom honderden miljoenen mensen zonder enig voorbehoud voor hem kiezen. Modi vindt dat minstens 200 miljoen moslims eigenlijk niet in India thuishoren. Is dat op lange termijn niet uitermate schadelijk? Khanna: India is een land met een oude multi-etnische cultuur. De Taj-Mahal is islamitisch, de bekendste Bollywood-acteurs zijn moslims, de vorige president (Manmohan Singh, nvdr) was een moslim. Je kunt niet zeggen dat de meeste hindoes vinden dat moslims geen deel mogen uitmaken van hun land. Dat is hetzelfde als zeggen dat Amerikanen niet van zwarten moeten weten. De vraag is niet of Indiërs dat vinden maar of Modi dat vindt. Khanna: Wel, ik kan niet in zijn hoofd kruipen. Hij stamt natuurlijk uit de hindoenationalistische RSS-beweging. Aan de andere kant is die beweging al veel ouder dan Modi zelf. Het zijn ideologische structuren die hij niet heeft uitgevonden. Hoe zullen Europeanen in 2050 op deze periode terugkijken? Khanna: Ze zullen hard lachen met dingen als de Vijfsterrenbeweging in Italië en het Front National in Frankrijk. Het idee dat populistische bewegingen opgang maken alléén door tegen migratie te zijn, zonder enige bestuurlijke capaciteiten, zal hun grotesk lijken. Vooral omdat die bewegingen op de koop toe de verkeerde aanpak verdedigen. Een Europese leider die tegen migratie is, dat is als een fysicus die niet in zwaartekracht gelooft. Europa's voornaamste uitdaging is niet migratie maar demografie. Populisme is een zelfdovende bestuursvorm. Het heeft geen enkele houdbaarheid. In 2050 zal Europa nog altijd een goede plek zijn om te wonen, hoor. Jullie zullen nog altijd democratie en mensenrechten hebben. En ook qua watervoorraden zit het goed. (lacht) Ik zou u aanraden om niet te verhuizen. U bent een optimist. Khanna: Generaties veranderen snel. In steden als Milaan of Berlijn groeien kinderen op die nooit het idee zullen hebben dat een Duitser aan bepaalde uiterlijke kenmerken moet voldoen. Voor hen zullen Duitsers gewoon 'alle inwoners van Duitsland' zijn. Ze zullen geen seconde denken dat een Duitser blond is en blauwe ogen heeft. Europa zal kosmopolitisch worden. Met enorme tegenzin, maar het is onvermijdelijk.