De Verenigde Staten gebruikten de Marshalleilanden, een eilandengroep te midden van de Stille Oceaan, als testgebied voor 67 kernproeven tussen 1946 en 1958. De zwaarste ontploffing in 1954 was 'Castle Bravo' op het Bikini-atol, duizend maal krachtiger dan de atoombom die Hiroshima vernietigde.

De gevolgen van die tests laten zich tot vandaag voelen, met name op de atollen Bikini, Enewetak, Rongelap en Utirik. En de bevolking die geëvacueerd werd vanop die eilanden kan nog lang niet terugkeren, blijkt uit nieuw onderzoek door de Universiteit van Columbia in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

Een onderzoeksteam van de Universiteit mat de stralingsniveaus op elf eilanden die deel uitmaken van de atollen. Ze namen onder meer stalen van de bodemstalen, sedimenten in de oceaan en fruit dat groeit op de eilanden.

Daaruit blijkt dat de niveaus op heel wat plaatsen veel hoger waren dan verwacht, zelfs hoger dan de straling die wordt gemeten in de buurt van Tsjernobyl en Fukushima. Op Bikini bijvoorbeeld werd tot 648 millirem per jaar gemeten, veel hoger dan de 'veilige' drempel van 100 millirem die is vastgelegd in de akkoorden tussen de VS en de Marshalleilanden.

Bevolkingsdruk

Daardoor is een terugkeer van de bewoners naar hun eilanden onmogelijk, zeggen de wetenschappers, tenminste zonder grondige saneringsoperatie op de eilanden.

Dat is slecht nieuws voor de overheid van de Marshalleilanden, die sinds de jaren 1960 een sterke bevolkingsgroei kenden.

'Op basis van onze resultaten moeten we concluderen dat voor de terugkeer van de bevolking op Bikini en Rongelap meer saneringswerken nodig zijn om schadelijke blootstelling van de bevolking te voorkomen', schrijven de wetenschappers.