Als computerwetenschapper met een specialisatie in halfgeleiders en big data gaf professor Xu Jiang nooit veel om landsgrenzen. Hij studeerde in het noorden van China, doctoreerde in de Verenigde Staten en werd uiteindelijk professor in Hongkong. Daar leidt hij een laboratorium waar Chinezen en Amerikanen volop samenwerken. 'Dat is heel normaal in de wetenschappen, zeker in de hightechsector', zegt Xu. 'Ons onderzoek is zo duur dat we niet anders kunnen dan kennis delen.'
...

Als computerwetenschapper met een specialisatie in halfgeleiders en big data gaf professor Xu Jiang nooit veel om landsgrenzen. Hij studeerde in het noorden van China, doctoreerde in de Verenigde Staten en werd uiteindelijk professor in Hongkong. Daar leidt hij een laboratorium waar Chinezen en Amerikanen volop samenwerken. 'Dat is heel normaal in de wetenschappen, zeker in de hightechsector', zegt Xu. 'Ons onderzoek is zo duur dat we niet anders kunnen dan kennis delen.' Als brugfiguur tussen China en de VS leek Xu Jiang geknipt voor de hightechwereld, die wordt gedomineerd door Silicon Valley en Shenzhen. Tot een klein jaar geleden, toen Amerika een handelsoorlog uitriep tegen China en alarm sloeg over de technologische opmars van de Chinezen. Ineens zag Xu de sfeer kantelen. Een samenwerkingsproject met Amerikaanse collega's werd geannuleerd, en een groep potentiële partners trok zich terug. Hij doet zijn best om zijn lopende projecten veilig te stellen. 'Amerikaanse wetenschappers zijn veel terughoudender geworden in hun contacten met Chinezen', zegt Xu, die als professor aan de Hong Kong Universiteit voor Wetenschappen en Technologie werkt. 'Ik ben zelf ook voorzichtiger geworden in mijn contact met Amerikaanse vrienden, ik wil hen niet ongemakkelijk doen voelen. Het is zo teleurstellend. Wetenschappers willen gewoon onderzoek doen, ze houden zich ver van politiek. Maar nu dreigen ze er het slachtoffer van te worden.' Xu is niet de enige hightechontwikkelaar die gevolgen ondervindt van de oplopende spanningen tussen Washington en Peking. Uit Silicon Valley komen berichten dat Chinese investeerders zich terugtrekken, uit angst voor steeds zwaardere toelatingsprocedures. De Amerikaanse overheid heeft het Chinese onderzoekers moeilijker gemaakt om een visum te krijgen, en heeft strenge controles ingevoerd op de export van Amerikaanse technologie naar China. En dan hebben we nog niet eens over telecombedrijf Huawei, waarmee de VS op ramkoers liggen. Al die hightechperikelen tonen hoe achter de handelsoorlog een veel diepgaandere confrontatie schuilgaat, een fundamenteel conflict over technologische dominantie. Zagen de VS China jarenlang als een handelspartner, weerbarstig maar per saldo voordelig, dan zien ze het land nu steeds meer als een strategische tegenstander, een rivaal in de wedloop naar innovatie. Het werkelijke conflict draait niet om handelstekorten maar om patenten, broncodes en computerchips - en om de vraag wie de technologie van de toekomst controleert. Die 'technologische Koude Oorlog', zoals het oplopende conflict tussen de VS en China al wordt genoemd, kan verstrekkende gevolgen hebben voor de rest van de wereld. In tegenstelling tot de vorige Koude Oorlog, tussen de VS en de Sovjet-Unie, zijn de grenzen dit keer niet netjes afgebakend. De Chinese en de Amerikaanse economie en hightechindustrie zijn zo met elkaar verweven dat een ontkoppeling, waar de 'haviken' in de Amerikaanse regering op aansturen, enorme schade kan aanrichten. Voor China, maar evengoed voor de VS en voor de wereldeconomie. Nog maar paar jaar geleden leek het ondenkbaar dat de VS zich ooit zorgen zouden maken over de technologische opmars van China. De Chinezen, was het idee, waren goed in kopiëren en eventueel wat bijschaven. Maar zelf iets uitvinden? Daarvoor ontbrak het hen aan creativiteit. Ze hadden dan wel een groot deel van de maakindustrie ingepikt, het zwaartepunt van onderzoek en ontwikkeling zou altijd in het Westen liggen. De taakverdeling lag vast: in Shenzhen het handwerk, in Silicon Valley het brein. Het kantelpunt kwam rond 2016, toen steeds meer berichten verschenen over Chinese innovaties. Peking lanceerde zijn eigen satellieten, bouwde zijn eigen kwantumcomputer, stuurde zijn eigen raket naar de maan. In ranglijstjes rukte China op naar de eerste plek op het vlak van wetenschappelijke publicaties, en naar de tweede plek qua aantal patenten. De kwaliteit van die publicaties en patenten was niet altijd even hoogstaand, maar de perceptie was geboren: China was de VS aan het bijhalen als technologische supermacht. In een poging om de economie op een hoger niveau te tillen, lanceerde de Chinese overheid in 2015 het ambitieuze plan 'Made in China 2025'. De bedoeling was dat Chinese bedrijven tegen 2025 in tien technologiedomeinen de binnenlandse markt zouden domineren: van artificiële intelligentie tot ruimtevaart, van elektrische auto's tot biotechnologie. Daarvoor zouden ze miljarden euro's aan subsidies krijgen. Voor de VS was het plan de druppel te veel: niet alleen brachten de Chinezen de Amerikaanse leiderspositie in gevaar, ze lapten daarbij ook alle regels aan hun laars. Chinese bedrijven stonden er al langer om bekend Amerikaanse hightech te ontfutselen en te kopiëren, maar nu manipuleerden ze ook nog eens de vrije markt met hun overheidssubsidies. President Donald Trump begon een handelsoorlog en een technologisch defensief. Terwijl Trump met handelssancties zwaaide, ondertekende hij op de achtergrond twee wetten die China minstens even hard raakten. De Foreign Investment Risk Review Modernization Act verhoogde de drempel voor Chinese investeringen in Amerikaanse hightech. De Export Control Review Act verbood de uitvoer naar China van 'fundamentele technologie'. Wat in zijn immigratiebeleid niet lukte, deed Trump in zijn Chinapolitiek: een muur bouwen rond de Amerikaanse technologie. Tussen beeld en werkelijkheid zit vaak een hele kloof, en dat geldt nergens meer dan in China, waar het propagandadepartement van de Communistische Partij bepaalt wat mag worden verteld. Een jaar geleden was dat nog het juichverhaal dat China een hightechnatie in opkomst was, maar dat is sinds de Amerikaanse tegenreactie helemaal gedraaid. Het ooit alomtegenwoordig 'Made in China 2025' is tegenwoordig taboe, en Chinese wetenschappers moeten zich gedeisd houden. De meeste Chinese bronnen die Knack voor dit artikel inschakelde, werken in Hongkong of in het buitenland. Het maakt het moeilijk om in te schatten in hoeverre Chinese wetenschappers en bedrijven echt gevorderd zijn in hun streven naar technologische innovatie, en in hoeverre ze daarbij geprofiteerd hebben van de Amerikanen. Maar wat duidelijk wordt, is dat het verhaal een stuk genuanceerder is dan dat van een technologisch nulsomspel tussen de VS en China. En dat niet alleen het gedrag van de Chinezen maar ook de argumenten van de Amerikanen niet altijd even zuiver zijn. 'De meeste Chinese bedrijven volgen nog altijd de Amerikaanse technologie, en proberen slechts hun achterstand weg te werken', zegt Zhang Hai'ou, professor 3D-printen aan de Huazhong Universiteit voor Wetenschappen en Technologie. 'Die achterstand zie ik niet meteen verdwijnen. 3D-printen is een relatief nieuw terrein, en de VS hebben er minder voorsprong. Maar zelfs op dat terrein schat ik dat Chinese bedrijven nog 20 à 30 jaar nodig hebben om de VS bij te benen.' Zhang Hai'ou is professor op het Chinese vasteland, waar de huidige propagandalijn voorschrijft de Chinese technologiepositie te minimaliseren. Maar het beeld dat hij schetst, wordt door alle bronnen bevestigd: terwijl de VS vooroplopen op het vlak van fundamenteel onderzoek en innovatie is China daar nog nergens te bespeuren. 'Op dit moment is China nog bezig met een inhaalslag', zegt Li Yanfei, econoom bij het Asean-Onderzoeksinstituut, een denktank in Indonesië. 'Echte innovaties zijn nog een verre droom.' Op een paar terreinen, zoals artificiële intelligentie (AI) en de ontwikkeling van een ultrasnel 5G-netwerk, maken de Chinezen indrukwekkende vorderingen. Maar ook daar blijven ze nog altijd afhankelijk van de Verenigde Staten, aangezien die heer en meester zijn op het gebied van halfgeleiders, de piepkleine puzzelstukjes die de kern uitmaken van elke hedendaagse technologie. Die halfgeleiders zijn vreselijk ingewikkeld en duur om te maken, en de ontwikkeling vergt decennia onderzoek. 'Halfgeleiders zijn het kroonjuweel van de hightechindustrie', zegt Xu Jiang, de professor uit Hong Kong. 'Om die te ontwikkelen, moet je goed zijn in wiskunde, computerwetenschappen, fysica en duizend subcategorieën. China is een land met grote onevenwichten: op sommige terreinen zijn we heel goed, maar op andere staan we nergens. Op die manier kun je geen halfgeleiders maken, en daarom hebben we nog een lange weg te gaan voor we echt op gelijke voet staan met de VS.' Maar het is niet zozeer het China van vandaag dat de VS zorgen baart, het is het China van de toekomst. Waar China van droomt, is met artificiële intelligentie en 5G een volledig gedigitaliseerde industrie uitbouwen, waarin zelflerende computers autonoom bestellingen plaatsen, produceren en distribueren. 'Dat is een echte gamechanger', zegt Li Yanfei. 'Dat kan de hele wereldhandel en de mondiale waardeketen op z'n kop zetten.' Je zou kunnen redeneren dat de VS nu eenmaal over hun hoogtepunt heen zijn, en dat het flauw is voor een vrijhandelsnatie om zich daar met protectionistische maatregelen tegen te verzetten. Maar wat de VS betogen, is dat China het spel niet eerlijk speelt. Ze vatten hun grieven vorig jaar samen in een 215 pagina's tellend rapport: de Chinezen dwingen Amerikaanse bedrijven om technologie af te dragen, schenden op grote schaal intellectuele eigendom en verstoren de markt met subsidies. Dat lijken redelijke argumenten voor een stevig ingrijpen, maar ook hier is enige nuance gepast. Al die beschuldigingen zijn verre van nieuw: het Amerikaanse Congres klaagde er al over in 1987. Dat de VS het conflict nooit eerder op de spits dreven, komt omdat Amerikaanse bedrijven in China altijd meer voordelen ondervonden dan nadelen. Als er technologietransfers gevraagd werden, zagen bedrijven die vaak als een soort prijs voor toegang tot de enorme Chinese markt. Maar wat veranderd is, is dat die Amerikaanse bedrijven vroeger wegkwamen met de afdracht van oude technologie die allang achterhaald was in het Westen. Nu China zelf is opgeklommen in de waardeketen en de afstand met de VS heeft verkleind, neemt het niet langer genoegen met afdankertjes. China heeft de toegangsprijs verhoogd, en heeft zijn zinnen gezet op de kroonjuwelen: AI-technologie, 5G-netwerken en halfgeleiders. Chinese bedrijven wachten bovendien niet meer tot bedrijven met hun technologie naar China komen. Ze gaan ze zelf halen. Dat werd duidelijk toen de Chinese investeringen in de VS in 2016 ineens verdrievoudigden, naar 45 miljard dollar (Europa zag dat jaar een verdubbeling van de Chinese investeringen). Een groot deel van dat Chinese geld bleek gebruikt om start-ups in Silicon Valley op te kopen, en China een extra zetje te geven in de concurrentieslag. Wat vooral veranderd is, is de Amerikaanse kijk op China. Lange tijd waren veel westerse overheden ervan overtuigd dat naarmate China welvarender werd, het ook steeds liberaler en democratischer zou worden. Daar keren ze van terug. Onder president Xi Jinping is het autoritaire bewind juist versterkt, en neemt de overheidscontrole op de privésector weer toe. De technologietransfers komen dus niet alleen bij Chinese bedrijven terecht, maar ook bij de Communistische Partij. 'De grote fout van het Westen, vooral toen het China toeliet tot de Wereldhandelsorganisatie, is dat het ervan uitging dat China een vrijemarkteconomie zou worden, en dat een vrijemarkteconomie alleen kan bestaan in een soort democratie', zegt Alexander Capri, jarenlang consultant voor westerse bedrijven in China en nu docent aan de Nationale Universiteit van Singapore. 'Die twee aannames blijken niet te kloppen. Wat we nu zien, is de terugslag van die historische vergissing.' De ontnuchtering over China in de Verenigde Staten heeft ervoor gezorgd dat nationale veiligheid veel meer gelinkt wordt aan economische veiligheid. 'Nationale veiligheid is nu ook: de mogelijkheid voor Amerikaanse bedrijven om in een marktgestuurde economie te concurreren met een Chinees staatsgestuurd systeem', zegt Paul Triolo, technologiespecialist van het internationale consultancybedrijf Eurasia Group. 'Dat is een nieuwe wending in het denken.' Het duidelijkste voorbeeld van die nieuwe instelling is de oplopende strijd van de Verenigde Staten tegen het Chinese telecombedrijf Huawei. De Amerikaanse overheid koestert al jaren een grote argwaan tegen het miljardenbedrijf uit Shenzhen, en raadde Amerikaanse bedrijven al in 2012 aan om niet met Huawei samen te werken. Maar sinds kort wordt de strijd op het scherp van de snee gevoerd. Op 1 december 2018 werd Huawei-topvrouw Meng Wanzhou op verzoek van de VS in Canada gearresteerd, omdat ze Amerikaanse sancties tegen Iran zou hebben geschonden. En vorige week klaagde het Amerikaanse ministerie van Justitie Huawei aan voor onder meer bankfraude en diefstal van mobiele technologie. Huawei zou bedrijfsgeheimen van de Amerikaanse operator T-Mobile hebben gestolen. Er lopen nu dertien aanklachten tegen Huawei én tegen Meng, en een veroordeling zou zware gevolgen kunnen hebben. In het Amerikaans Congres hebben Democraten en Republikeinen een gezamenlijk wetsvoorstel ingediend om de verkoop van Amerikaanse technologie aan Chinese overtreders te verbieden. 'Huawei is nog steeds afhankelijk van Amerikaanse halfgeleiders', aldus Triolo. 'De impact van zo'n verbod zou enorm zijn.' Huawei, in 1987 ontstaan als eenmanszaakje, is uitgegroeid tot het grootste telecombedrijf ter wereld en tot een koploper bij de ontwikkeling van 5G. Dat nieuwe mobiele netwerk is niet alleen supersnel - je kunt er een film mee downloaden in 15 seconden, tegenover 6 minuten met 4G -, maar heeft vooral een ultralage vertragingstijd. Dat is een basisvoorwaarde voor zelfrijdende auto's en zelflerende machines, en voor een volledig gedigitaliseerde economie. Veel Europese telecomoperatoren werken graag samen met Huawei, dat vaak net iets goedkoper is dan zijn concurrenten. Het bedrijf sloot naar eigen zeggen al achttien contracten voor 5G in Europa. Volgens de Amerikanen is dat een enorm veiligheidsrisico: als Chinees bedrijf is Huawei gehoorzaamheid verschuldigd aan de Chinese overheid, en die kan Huawei vragen om achterpoortjes in zijn netwerk in te bouwen waarlangs cyberspionage of -aanvallen eenvoudig uit te voeren zijn. Sinds vorig jaar roept de Amerikaanse overheid haar bondgenoten daarom op om, net als de VS, Huawei uit hun 5G-routers en -zendmasten te weren. Australië en Nieuw-Zeeland voerden al een verbod in, en ook Europese landen beginnen te twijfelen. Verschillende landen, waaronder ook België, zijn een onderzoek begonnen. Maar wat daarbij wringt, is dat er geen enkel hard bewijs is dat Huawei achterpoortjes heeft ingebouwd, of zich schuldig maakt aan cyberspionage. De verdenking is vooral gebaseerd op de Nationale Veiligheidswet, uit 2017, die Chinese privébedrijven verplicht om met Chinese inlichtingendiensten mee te werken. Maar het is onduidelijk hoever de draagwijdte van de wet reikt. Huawei ontkent in alle toonaarden. Het is niet ondenkbaar dat in de Amerikaanse strijd ook economische motieven meespelen. Want Huawei's 5G-opmars gaat ten koste van Amerikaanse concurrenten. Bij de ontwikkeling van 4G waren het Amerikaanse bedrijven, zoals chipmaker Qualcomm, die vooropliepen. Zij bepaalden de standaarden, hadden de meeste patenten in handen en haalden daarmee miljarden binnen. Als Huawei dat monopolie breekt, verliezen de VS hun dominantie. Hoe ernstig de VS dat nemen, bleek tijdens een overheidsinterventie bij Qualcomm in maart 2018. Het bedrijf had een overnamebod van 117 miljard dollar gekregen, maar die overname werd door de Amerikaanse overheid geblokkeerd uit vrees dat Qualcomms concurrentiepositie tegenover Huawei zou verzwakken. De opmerkelijke ingreep toont hoezeer de bakens in het Amerikaanse denken zijn verzet: als China een strategische rivaal is en zijn techbedrijven oneerlijk bevoordeelt, dan zijn nu alle middelen gerechtvaardigd om daar tegenin te gaan. 'Er is altijd een link geweest tussen nationale veiligheid en technologie, maar traditioneel was de focus gerichter', zegt Paul Triolo. 'Als een buitenlandse investering dicht bij een militaire basis gelegen was, dan werd dat bijvoorbeeld getoetst. Maar als het concurrentievermogen van Amerikaanse bedrijven nu als een vorm van economische veiligheid wordt gezien, dan wordt het rommeliger.' De vraag is vooral hoe ver de VS gaan in hun techdefensie. Op zich zijn veel experts voorstander van de strengere Amerikaanse investerings- en exportcontroles, maar ze waarschuwen dat de reikwijdte scherp moet worden afgebakend. Volgens de nieuwe wet gelden de controles voor 'opkomende en fundamentele technologie', maar dat is zo'n vaag begrip dat alle AI- en 5G-technologie eronder kan vallen. Trump hanteert een sloophamer, terwijl een scalpel meer aangewezen zou zijn. 'Ik denk niet dat de VS China helemaal zullen afsnijden van cruciale technologie, maar er is wel een selectieve ontkoppeling tussen de twee landen aan de gang', zegt Alexander Capri. 'Het is moeilijker geworden voor Chinese bedrijven om nog Amerikaanse technologie te verwerven. Ik verwacht een fragmentatie van de mondiale aanvoerketens in de technologiesector. Het maakt niet uit of Trump aanblijft of niet: deze kwestie gaat niet meer weg.' Een ontkoppeling van aanvoerketens en afzetmarkten: ziedaar de opdoemende contouren van een technologische Koude Oorlog. En het is maar de vraag wie daar als winnaar uitkomt. Op korte termijn kunnen de VS de technologische opmars van China allicht vertragen, maar op lange termijn lijken ze zich vooral in de voet te schieten. De Amerikaanse en Chinese economie en onderzoekswereld zijn zo met elkaar verweven dat een ontkoppeling onvermijdelijk beide partijen treft. Amerikaanse bedrijven klagen over de Chinese praktijken, maar zonder hun Chinese aanvoerketens en afzetmarkt zijn ze verloren. Apple heeft wereldwijd 700 toeleveranciers, waarvan de helft in China. Qualcomm haalt er 60 procent van zijn omzet, waarmee het zijn onderzoek en ontwikkeling financiert. Ook nu de Amerikaanse overheid op ramkoers ligt met China, blijven veel Amerikaanse bedrijven er volop zaken doen. De prijs voor toegang tot de Chinese markt lijkt nog steeds lager te liggen dan de kost van afwezigheid. 'Amerikaanse bedrijven hebben de afgelopen dertig jaar hun aanvoerketens almaar meer naar China verplaatst, en nu krijgen ze ineens te horen dat dit een probleem is voor de nationale veiligheid', zegt Triolo. 'Die bedrijven maken zich grote zorgen. Ze snappen de bezorgdheden voor de nationale veiligheid, maar ze willen weten waar ze aan toe zijn. Nu is het alsof de spelregels in het midden van het spel worden veranderd.' Triolo vraagt zich ook af welk bedrijf het Amerikaanse 5G-netwerk zal uitbouwen als Huawei uitgesloten wordt. 'In de VS zeggen telecomproviders: "Oké, we mogen geen Huawei-apparatuur gebruiken, maar wie gaat daarvoor opdraaien? We zullen meer moeten betalen voor spullen die mogelijk minder goed zijn, en het is niet eens duidelijk wat het oplevert qua veiligheid." Daar moet een enorme afweging gemaakt worden tussen economische belangen en veiligheid.' De ultieme paradox is dat de Verenigde Staten het China flink lastig kunnen maken door hen de toegang tot Amerikaanse hightech te ontzeggen, maar dat ze de Chinezen daarmee ook motiveren om een extra tandje bij te steken. Het 'Made in China 2025'-programma mag uit de retoriek verdwenen zijn, achter de schermen rolt het geld sneller dan voorheen. Een subsidiefonds ter waarde van 47 miljard euro voor de ontwikkeling van halfgeleiders werd vorig jaar verdubbeld. 'Op korte termijn is dit een klap voor China, maar op lange termijn heeft het misschien een positief effect', zegt professor Xu, die zijn samenwerkingsproject zag stranden. 'De spanningen rond Huawei hebben een alarmbel doen afgaan, bij de overheid en bij het grote publiek. Iedereen praat nu over halfgeleiders, zelfs leken, en studenten melden zich massaal aan voor onderzoek. Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Het kan niet anders of dit zal een spectaculaire verandering teweegbrengen.' Ook Edward Tse, ceo van het consultancybedrijf Gao Feng in Hongkong, denkt dat China er uiteindelijk sterker zal uitkomen. 'Ik denk dat de Amerikaanse ingrepen de technologische ontwikkeling van China zullen vertragen. Maar na verloop van tijd zullen we misschien terugkijken en zeggen: dit was het moment waarop China zijn versnelling inzette, waarop het aan onderzoek naar originele innovaties begon te doen. En ik kan u zeggen: als dat gebeurt, dan heeft China alle kaarten in handen.'