Wanneer geschiedkundigen over enkele decennia het buitenlandse beleid van de Amerikaanse president Donald Trump zullen analyseren, zal het niet moeilijk zijn om 's mans persoonlijke inzichten te reconstrueren. Het gros van zijn beleidsdaden verkondigt, becommentarieert en bewierookt Trump immers via Twitter.
...

Wanneer geschiedkundigen over enkele decennia het buitenlandse beleid van de Amerikaanse president Donald Trump zullen analyseren, zal het niet moeilijk zijn om 's mans persoonlijke inzichten te reconstrueren. Het gros van zijn beleidsdaden verkondigt, becommentarieert en bewierookt Trump immers via Twitter. Des te moeilijker zal het worden om een logica of langetermijnstrategie te vinden in die stroom van capslocks en uitroeptekens, waarin de president soms in enkele minuten tijd van standpunt lijkt te wisselen. Tot voor enkele weken toonde Trump zich - ondanks zijn harde anti-Iranretoriek - bereid om met de ayatollahs te onderhandelen. Tijdens zijn verkiezingscampagne had hij expliciet beloofd de Amerikaanse troepen uit het Midden-Oosten terug te trekken. Bovendien stuurde hij nog afgelopen oktober John Bolton de laan uit als nationaal veiligheidsadviseur. Bolton is zowat de peetvader van de Iranhaviken en werd ontslagen vanwege zijn te harde standpunten. Op het eerste gezicht heeft het dus geen enkele zin om een van de machtigste kopstukken van het Iraanse regime uit te schakelen. In de nacht van 2 op 3 januari beval Trump vanuit zijn buitenverblijf in Mar-a-Lago een droneaanval op Qasem Soleimani. Als leider van de Quds-brigade, het keurkorps van de Iraanse Revolutionaire Garde, gold Soleimani als een kopstuk van het Iraanse regime, die dicht bij de hoogste geestelijke leider Ali Khamenei stond. Bij dezelfde aanval werd ook de leider van Kataeb Hezbollah gedood, een van de belangrijkste rebellengroepen van Irak. Met die actie heeft Trump het hele Midden-Oosten gedestabiliseerd. Voor een president die weg wil uit de regio, lijkt dat een vreemde keuze. Tegelijk is het Donald Trump ten voeten uit: geen geklooi in multilaterale verbanden, geen langdradig diplomatiek geneuzel, maar gewoon lekker op slechteriken knallen. 'I would bomb the shit out of ISIS', beloofde Trump in zijn campagne. Los van de bedenking dat hij met de dood van Soleimani de IS in de kaart speelt, geeft het aan in welke stijl Trump het sektarische kluwen in het Midden-Oosten denkt te kunnen oplossen. Bovendien is aan de aanval op Soleimani een heuse voorgeschiedenis verbonden. Iran deelt al enkele maanden geopolitieke speldenprikken uit die de Amerikaanse belangen in het gedrang brengen. In juni 2019 raakten verschillende olietankers in de Straat van Hormuz beschadigd door zeemijnen van Iraanse makelij. Kort daarop kondigde de Revolutionaire Garde trots aan dat ze een Amerikaanse verkenningsdrone had neergehaald. In september volgde een raketaanval op de voornaamste Saudische olieraffinaderij. Op geen van die aan Iran gelinkte aanvallen kwam Amerika met een echte reactie. Integendeel: nadat er een Amerikaanse drone was neergehaald, besloot Trump aanvankelijk tot een vergeldingsbombardement, dat hij tien minuten voor uitvoering afblies. Naar eigen zeggen vond de president dat het mogelijke dodenaantal niet opwoog tegen het verlies van een drone. Die terughoudendheid verdween op 27 december 2019, toen Kataeb Hezbollah, een door Iran gesteunde Iraakse militie, een raket afvuurde op een Amerikaanse legerbasis in de Noord-Iraakse provincie Kirkuk. Daarbij kwam een Amerikaanse burger om. Als reactie bombardeerden de Amerikanen sjiitische milities in de grensstreek van Syrië en Irak, waarbij 25 strijders gedood werden. De gebombardeerde milities reageerden op hun beurt, en omsingelden op oudejaarsavond met steun van lokale sjiieten de Amerikaanse ambassade in Bagdad. Bij de onlusten werd brand gesticht en moesten Amerikaanse veiligheidstroepen traangas gebruiken om de massa uiteen te drijven. Die omsingeling van de ambassade werd de onmiddellijke aanleiding voor de droneaanval op Soleimani. De heftige reactie schrijft Irankenner Peyman Jafari (Universiteit van Amsterdam) toe aan de herinnering aan de gijzelingscrisis in de nasleep van de Iraanse Revolutie. Daarbij werden 52 diplomaten 444 dagen lang vastgehouden in de Amerikaanse ambassade in Teheran. Het is dan ook niet toevallig dat Trump afgelopen zondag aankondigde dat Amerika een lijst heeft opgesteld van uitgerekend 52 mogelijke doelwitten, die het dreigt in puin te leggen als Iran zich zou durven te wreken. Het is een niet mis te verstane referentie aan de Amerikaanse diplomaten die destijds gegijzeld werden op de ambassade in Teheran. 'Voor het Amerikaanse veiligheidsapparaat is de Iraanse gijzelingscrisis een onverwerkt trauma', zegt Jafari. 'De omsingeling van de ambassade in Bagdad brengt dat allemaal weer naar boven. Bovendien is het voor Trump een vorm van internationaal gezichtsverlies. Amerika zit al meer dan vijftien jaar in Irak, maar het kan niet eens zijn eigen ambassade veilig houden. Ondanks de vele miljarden dollars en alle Amerikaanse doden.' Ongetwijfeld staat Trump ook de aanval op het Amerikaanse consulaat in de Libische stad Benghazi van 11 september 2012 voor de geest. Toen kwamen vier Amerikaanse diplomaten om het leven, onder wie de ambassadeur. Trump gebruikte die aanval tijdens zijn verkiezingscampagne herhaaldelijk om Hillary Clinton aan te vallen, die ten tijde van de aanslag in Benghazi minister van Buitenlandse Zaken was. Vooral in een verkiezingsjaar zijn het associaties die Trump koste wat het kost wil vermijden. Met de dood van Qasem Soleimani (62) heeft Amerika het Iraanse regime in het hart getroffen. Soleimani was een Iraanse volksheld, die ook respect afdwong bij Iraniërs die het regime geen warm hart toedragen. Hij was een kind van de Iraanse Revolutie van 1979: als 21-jarige trad hij toe tot de Revolutionaire Garde. Hij maakte carrière tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog (1980-1988), waarbij meer dan een half miljoen Iraniërs omkwamen. Sinds 1998 was hij de leider van de Quds-divisie, een eenheid van de Iraanse Revolutionaire Garde die het midden houdt tussen een guerrillabeweging, een inlichtingendienst en een paracommandodivisie. De voorbije jaren was Soleimani uitgegroeid tot een regelrechte volksheld. In de Iraanse propaganda werd hij neergezet als een ascetische rouwdouwer, meedogenloos voor zijn vijanden maar vol compassie voor zijn strijdmakkers, de man die Iran eigenhandig van de Islamitische Staat redde. Als leider van de Quds-divisie was Soleimani de architect van het netwerk van sjiitische milities waarmee Iran op een relatief goedkope maar meedogenloze manier zijn invloed in de regio liet gelden. Sinds de Irakoorlog van 2003 liet Soleimani verschillende milities in Irak trainen en bewapenen, die met aanslagen en guerrillatechnieken het land destabiliseerden. Vooral in Zuid-Irak, waar de overgrote meerderheid sjiitisch is, heeft Iran de voorbije tien jaar enorm veel aan invloed gewonnen. Tegelijk was Soleimani goed ingevoerd bij de Libanese Hezbollah, die de voorbije jaren talloze aanvallen op Israëlische doelwitten ondernam. Sinds 2012 overzag Soleimani de Iraanse aanwezigheid in Syrië, waar hij milities trainde en bewapende om het regime van president Assad te ondersteunen. Toen Rusland in september 2015 met zijn interventie in Syrië begon, volgde het land daarbij ten dele de door Soleimani uitgetekende strategie. 'Soleimani was het strategische geheugen van het regime', zegt Jafari. 'Hij heeft de Iraanse manier van asymmetrische oorlogsvoering geperfectioneerd. Iran is niet sterk genoeg om conventioneel de strijd aan te gaan, maar het voert via zijn bondgenoten een guerrillastrategie. Het deelt nu en dan een prik uit, ontketent een cyberaanval of organiseert aanslagen.' Tegelijk toonde Soleimani een zekere vorm van pragmatisme. Kort na de aanslagen van 11 september 2001 zocht hij zelfs toenadering tot de Verenigde Staten. Heel even leken die aanslagen een uitgelezen mogelijkheid om de banden met Amerika aan te halen en zo het overwicht in de regio te grijpen. Zowel Al Qaeda als de Afghaanse Talibanbeweging is een soennitische groepering, en dus een gezworen aartsvijand van het sjiitische Iran. In Genève onderhandelden Iraanse en Amerikaanse diplomaten maanden over een samenwerking. Via een gezant bezorgde Soleimani Amerika een uitgebreide analyse van de aanwezigheid van de Taliban in Afghanistan. De toenaderingen werden evenwel in de kiem gesmoord toen George W. Bush in zijn State of the Union van 2002 Iran tot de 'As van het Kwaad' rekende. Op korte termijn betekent de dood van Soleimani een mokerslag voor het Iraanse regime. Niet alleen was Soleimani een belangrijke link tussen de Revolutionaire Garde en de top van het regime, ook wakkerde hij door zijn charisma de strijdvaardigheid binnen het netwerk van sjiitische milities aan. Maar die problemen zijn tijdelijk, vermoedt Jafari. 'Die sjiitische bondgenoten zijn niet hiërarchisch gestructureerd, maar als een netwerk. Ze krijgen politieke, militaire en financiële steun van Iran, maar het zijn geen marionetten. Iran en de milities hebben ook een ideologische binding: het religieuze nationalisme dat de Amerikanen uit het Midden-Oosten wil verjagen. Ook als Iran bij wijze van spreken niet zou bestaan, zouden die milities nog altijd strijden tegen Amerika.' Tegelijk drijft de aanslag op Soleimani heel wat regimekritische Iraniërs opnieuw in de armen van de ayatollahs. 'Soleimani genoot ook aanzien bij veel Iraniërs die het regime niet lusten', zegt Jafari. Dat Iraanse regime staat al jaren onder toenemende druk. Door de zware economische sancties slabakt de Iraanse economie. De voorbije maanden waren er grootschalige politieke onlusten in Iran, waarbij in tientallen steden burgers op straat kwamen om te protesteren tegen de stijgende brandstofprijzen. Bij recente betogingen schoten ordediensten in de menigte, waarbij tientallen betogers om het leven kwamen. Die dynamiek lijkt met de aanslag op Soleimani doorbroken. 'In zekere zin is de dood van Soleimani een geschenk voor het Iraanse regime', zegt David Criekemans, hoogleraar internationale politiek aan de Universiteit Antwerpen. 'Het is een illusie te denken dat je met deze politiek de Iraanse bevolking ertoe aanzet om, in de woorden van Donald Trump, "zichzelf te bevrijden van het regime".' 'De hardliners binnen het Iraanse regime zullen dit genadeloos uitbuiten', beaamt Jafari. 'De dood van Soleimani geeft het Iraanse regime de vrije hand om de oppositie weg te zetten als verraders en bondgenoten van het Westen. De Revolutionaire Garde zal alle beschikbare middelen krijgen om het land te verdedigen en haar invloed te laten gelden. We zijn nooit dichter bij een oorlog geweest dan vandaag.' Het is nu al duidelijk dat de aanslag op Soleimani grote gevolgen zal hebben voor de regio. Op de massaal bijgewoonde begrafenisplechtigheden werd druk wraak gezworen. In Irak stemde de meerderheid van het parlement ervoor om de Amerikaanse troepen het land uit te zetten. De dood van Soleimani lijkt ook het einde in te luiden van de coalitie die de Islamitische Staat in Syrië en Irak nagenoeg volledig uitschakelde. Afgelopen zondag kondigde Iran bovendien aan dat het van plan is om het aantal centrifuges op te voeren waarmee het verrijkt uranium kan produceren. Op die manier overtreedt Iran de voorwaarden van het Joint Comprehensive Plan of Action, de nucleaire deal die Trump in 2018 opblies. 'De Irandeal is in acuut gevaar', beaamt Marc Otte, directeur-generaal van het Egmontinstituut en voormalig EU-vertegenwoordiger in het Midden-Oosten. 'Bovendien zie ik weinig of geen wil bij de Europeanen, Russen of Chinezen om de deal te redden.' Daarmee brengen de Amerikanen met hun actie vooral de Europese Unie in een lastig parket. Voor Europa heeft de instabiliteit in het Midden-Oosten grote gevolgen. Eens te meer moeten de Unie en haar lidstaten aan de zijlijn toekijken hoe een aloude bondgenoot zijn belangrijkste diplomatieke verwezenlijking ondergraaft. Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die het geopolitieke potentieel van de Unie wil uitspelen, staat de komende maanden voor een eerste grote test. Vooralsnog blijft de Iraanse reactie op de aanval relatief bedaard. Iran zal nooit de rechtstreekse confrontatie aangaan, vermoedt Criekemans. 'Ik denk dat het Iraanse antwoord asymmetrisch zal zijn: kidnappingen, raketaanvallen, destabilisatie, economische oorlogvoering, terroristische aanslagen, eventueel droneaanvallen.' De reactie zal waarschijnlijk niet beperkt blijven tot het Midden-Oosten, vermoedt Marc Otte. 'Iran heeft het vermogen om bijna overal ter wereld terreuraanvallen uit te voeren. De kans is groot dat vooral andere landen daarbij collateral damage oplopen.' Het was opvallend dat de Amerikaanse bondgenoten in de regio er de voorbije dagen het zwijgen toe deden, als was het om de aandacht vooral niet op zichzelf te vestigen. Zelfs Israël, dat Soleimani beschouwde als een terroristenleider die al twee decennia lang aanslagen tegen Israëlische doelwitten pleegde, leek nauwelijks tot een reactie te porren. Bij veel bondgenoten leeft de vrees dat Amerika geen echte strategie heeft. Er is ook gerede twijfel of Amerika bereid zal zijn om bondgenoten die het slachtoffer worden van een Iraanse cyberaanval of kruisraket te hulp te schieten. Ook voor Trump, die verkozen is met de belofte Amerika uit het Midden-Oosten terug te trekken, zorgt dat voor een onmogelijk dilemma. Niet reageren dreigt Amerika te vervreemden van zijn bondgenoten, wél reageren zou Amerika nog dieper in het sektarische moeras trekken waaraan Trump nu net probeert te ontkomen. De vraag blijft wat de Verenigde Staten met de liquidatie van Soleimani hopen te bereiken. Volgens Trump werd Soleimani uitgeschakeld 'om een oorlog te voorkomen'. Minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo schreef op zijn Twitteraccount dat Washington alles in het werk stelt om het Iraanse regime omver te werpen. Ook de economische sancties die de Verenigde Staten na de uitstap uit het nucleaire akkoord hebben ingevoerd, passen in dat schema. Alleen is het niet duidelijk hoe de liquidatie van Soleimani daartoe bijdraagt. Soleimani mag dan een cruciale pion binnen het Iraanse regime zijn, er zijn meer dan genoeg capabele Gardeofficieren die zijn plek relatief snel kunnen innemen. Bovendien is het goed mogelijk dat Teheran - gesteund door een nieuwe golf van nationalisme in het land - het momentum aangrijpt om zijn greep op de Levant te verstevigen. Marc Otte verwacht dat vooral Irak de impact zal voelen. 'Er waren de voorbije dagen anti-Amerikaanse betogers, maar er waren ook heel wat Irakezen die blij waren dat Iran getroffen werd. Ik vrees dat dit voor Irak een nieuwe periode van instabiliteit zal inluiden.' En natuurlijk speelt het ook mee dat er later dit jaar presidentsverkiezingen in de VS plaatsvinden. 'Dit maakt daar duidelijk deel van uit', zegt Criekemans. 'Met deze actie is Trump weer de man van de veiligheid die niet met zich laat sollen. De komende 24 à 72 uur praten we niet over impeachment of over de totaal mislukte onderhandelingen met Noord-Korea. Trump kiest de thema's. En als het vooral over zijn thema's gaat, groeit natuurlijk de kans dat hij herverkozen wordt.' Jafari is uiterst pessimistisch over de mogelijkheden om de situatie te laten de-escaleren. 'Met de dood van Soleimani is elke weg naar onderhandelingen afgesneden. Niemand in Iran kan nu nog voorstellen om met de Amerikanen te onderhandelen.'