De jonge ÖVP-kanselier Sebastian Kurz (32) fascineert. Zijn tegenstanders menen dat hij, door met de FPÖ in zee te gaan, zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. Zijn fans, met name pro-Europese conservatief-liberalen, zien in hem een belofte en een rolmodel. Zij wijzen erop dat Kurz er bij de verkiezingen van 2017 vanuit een ogenschijnlijk kansloze positie in slaagde de FPÖ de pas af te snijden. Nu beteugelt hij die partij volgens hen vanuit de regering.
...

De jonge ÖVP-kanselier Sebastian Kurz (32) fascineert. Zijn tegenstanders menen dat hij, door met de FPÖ in zee te gaan, zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. Zijn fans, met name pro-Europese conservatief-liberalen, zien in hem een belofte en een rolmodel. Zij wijzen erop dat Kurz er bij de verkiezingen van 2017 vanuit een ogenschijnlijk kansloze positie in slaagde de FPÖ de pas af te snijden. Nu beteugelt hij die partij volgens hen vanuit de regering. Kurz is pro-Europees en sociaal-liberaal, hij pakt het immigratievraagstuk aan en houdt de rechtsstaat hoog, zeggen die voorstanders nog. Daarmee zou hij hét antwoord zijn op de autoritaire Hongaarse premier Viktor Orban. Bewonderaars wijzen op Kurz' politieke timing, tegenstanders op zijn ogenschijnlijke principeloosheid. Zo introduceerde Kurz in 2014 de term Willkommenskultur maar blokkeerde hij een jaar later, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis, de westelijke Balkanroute. De bekende Oostenrijkse schrijver en essayist Robert Menasse maakt zich in dat opzicht weinig illusies. 'Kurz bedrijft dezelfde harde immigratiepolitiek als de FPÖ', zegt hij aan de stamtafel van zijn favoriete restaurant in Wenen. 'Alleen doet hij het niet zo agressief en smerig. Dáárom doet hij opgeld als alternatief voor Orban.' Daarmee beantwoordt Menasse direct de vraag of Kurz extreemrechts in een politieke houdgreep heeft. 'Een krokodil is geen alternatief voor een draak', zegt hij. Volgens Menasse, auteur van De hoofdstad, een bejubelde roman die zich afspeelt in het institutionele raderwerk van de Europese Unie, is de onberispelijk geklede en gekapte Kurz bij uitstek een representant van wat hij ' slim-fit modernity' noemt. 'Als je aan Kurz' voorgangers vroeg wat hun plannen met de industrie waren, antwoordden zij: "Die privatiseren we grondig, en de vakbonden zoeken het maar uit." Als je dat aan Kurz zou vragen, zou hij zeggen: "Dank u voor deze vraag, het is een belangrijke vraag, we zien het probleem, we moeten een oplossing vinden, en daar werken we aan" - meer niet.' Het is niet voor het eerst dat de FPÖ in de Oostenrijkse regering zit. De vorige keer was dat onder leiding van Jörg Haider, in 2000. Maar in tegenstelling tot toen bleef massaal straatprotest dit keer uit. Iedere donderdag schuifelt een bescheiden protestmars door de stad, linkse intellectuelen spreken zich uit en publicaties als Falter en Der Standard voeren de druk op. Maar het is allemaal niets vergeleken met 2000, toen het protest zo hevig was dat de ministers de beëdigingsceremonie in het presidentieel paleis alleen via een ondergrondse tunnel konden bereiken. Volgens Menasse zegt dat iets over hoezeer het rechts-populisme in Europa is genormaliseerd. Op tal van plaatsen maakt uiterst rechts immers deel uit van de macht of klopt het aan de poorten. 'De EU zou de helft van de lidstaten sancties moeten opleggen.' Veel aandacht ging afgelopen maanden naar Herbert Kickl, de omstreden FPÖ-minister van Binnenlandse Zaken. Hij stelde een avondklok voor asielzoekers in en opperde de opvangcentra om te dopen tot 'vertrekcentra'. Ook stelde hij een plan voor om gevaarlijk geachte vluchtelingen zonder tussenkomst van de rechter te detineren. Sicherheitshaft noemde Kickl dat, een zeer beladen term omdat hij herinnert aan de Schutzhaft waarmee de nazi's zich van ongewenste personen plachten te ontdoen. Op de vraag of hij zich door het Hof van Justitie van de EU zou laten tegenhouden, stelde Kickl kortweg dat 'het recht de politiek moest volgen' in plaats van andersom, een uitspraak die haaks staat op de beginselen van de rechtsstaat. 'Het probleem met Kurz is dat hij dat allemaal maar laat passeren', zegt Menasse. Het leverde Kurz de bijnaam ' der Schweigekanzler' op, de stille kanselier. Maar de werkelijke vraag is waarom het niet tot een veel grotere verontwaardiging leidt. Menasse, die zich nadrukkelijk 'Wener' noemt en geen Oostenrijker, schuift zijn bord opzij, steekt een sigaret op en begint over het huis dat hij op het platteland bezit en de buurtkroeg die hij daar altijd even binnenloopt. 'Ik zit dan aan de bar en vraag aan de aanwezigen: "Wat vinden jullie nu van die maatregelen van Kickl?" En dan zeggen die lui: "Dat is geen fascisme, dat is noodzakelijk. Het is voor de veiligheid van ons land en we willen ze niet doodmaken, dus zijn we geen nazi's, maar patriotten."' De FPÖ wordt gevoed door nationalistische en xenofobe sentimenten, die overal in Europa in min of meer gelijke mate aanwezig zijn. De FPÖ kreeg bij de laatste verkiezingen ongeveer een kwart van de stemmen. Tegelijk wortelt de partij nadrukkelijker in het fascisme dan radicaal-rechtse formaties elders. Volgens Menasse heeft dat te maken met de bijzondere geschiedenis van het austrofascisme, de typisch Oostenrijkse, katholiek geïnspireerde variant van het fascisme. 'De austrofascist', zo schreef Menasse in de essaybundel Das war Österreich (2005), 'vervangt vernietiging door uitsluiting, Blut und Boden door Heimat, racisme door rabiaat patriottisme, en de austrofascistische politieke leider interpreteert grondwet en rechtssysteem als zaken die je naar je hand kunt zetten.' In de jaren dertig waren austrofascisme en nazisme concurrenten op dezelfde politieke markt. Maar terwijl de nazi's na de oorlog 'heropgevoed' moesten worden, konden austrofascisten volgens Menasse volstaan met een herformulering van de termen: 'Hun fascisme ging voortaan door het leven als "patriottisme". Ze hoefden niet terug te grijpen naar oude symbolen omdat alles nu symbool kan worden, variërend van sentimentaliteit ten aanzien van de inheemse natuur tot uitsluiting van buitenlanders, sociaal gedeclasseerden en andere "klaplopers".' 'Wat we in Oostenrijk zien, is de voortzetting van dezelfde mentaliteit', vervolgt hij. 'Het fascisme is in Oostenrijk volkomen salonfähig, zolang je maar geen concentratiekamp opent. Het probleem is dat linkse kunstenaars en intellectuelen hier in Wenen bij iedere fascistische eruptie "Nazi, nazi!" roepen. Daar worden ze bij de FPÖ razend om: "Maar wij zijn helemaal geen nazi's!" In zekere zin hebben ze gelijk. En de rest van wereld ziet het niet, want die heeft alleen termen als uiterst rechts of radicaal-rechts.' Ondertussen laat het linkse antwoord op zich wachten. Er klinken de bekende verwijten van 'identiteitspolitiek', waaraan met name de Weense afdeling van de sociaaldemocratische partij SPÖ zich schuldig zou hebben gemaakt, vooral vanuit de provincie. Als de SPÖ stemmen van de FPÖ wil terugwinnen, moet ze een veel scherper immigratiebeleid voeren, klinkt het daar. Hans Peter Doskozil, namens de SPÖ gouverneur van de regio Burgenland, bepleit een onderscheid tussen linkse en rechtse sociaaldemocraten, dat laatste in een poging om cultureel conservatieve arbeiders terug te winnen die naar de FPÖ zijn overgelopen. In Menasses kroeg op het platteland stemden alle gasten ooit op de SPÖ. Dat ze dat niet meer doen, heeft volgens hem verschillende oorzaken: 'De eerste is dat de sociaaldemocraten de neoliberale agenda hebben overgenomen - overal in Europa, trouwens. Geconfronteerd met de economische puinhopen daarvan hebben de rechtse partijen een schuldige aangewezen: de immigrant. En in een reactie daarop maken de sociaaldemocraten een tweede kapitale fout en zeggen ze: "Oké, als mensen willen geloven dat dat de reden is, dan zullen wij ook zéggen dat dat de reden is." Sindsdien gelooft niemand hen meer.'