Het zit Rusland niet mee. Nadat de GRU, de grootste Russische inlichtingendienst, op een pijnlijke manier te kijk werd gezet in Nederland, liep het vorige week op een nog pijnlijkere manier mis met de lancering van een Sojoezraket. Volgens een peiling van het onderzoeksbureau Levada is het vertrouwen in president Vladimir Poetin ondertussen gekelderd tot 39 procent. De steun voor zijn partij, Verenigd Rusland, zou nog dieper zijn weggezakt. Wat is er aan de hand?
...

Het zit Rusland niet mee. Nadat de GRU, de grootste Russische inlichtingendienst, op een pijnlijke manier te kijk werd gezet in Nederland, liep het vorige week op een nog pijnlijkere manier mis met de lancering van een Sojoezraket. Volgens een peiling van het onderzoeksbureau Levada is het vertrouwen in president Vladimir Poetin ondertussen gekelderd tot 39 procent. De steun voor zijn partij, Verenigd Rusland, zou nog dieper zijn weggezakt. Wat is er aan de hand? Rusland blijft vooral een grootmacht op de terugweg. Vladimir Poetin heeft sinds 2000 de indruk gewekt dat de Russische macht groeide en met zijn interventie in Oekraïne legde hij op een zeer confronterende wijze de kwetsbaarheid van dat land bloot, maar feit blijft dat Rusland sindsdien zijn aandeel in de wereldeconomie en zelfs in de wereldwijde defensie-uitgaven verder heeft zien wegzakken. Sinds Poetins aantreden heeft Moskou vooral moeten toekijken hoe Europa in het Westen en China in het Oosten zich verder uitbreidden. Het Kremlin heeft het tanen van de Russische macht goed verdoezeld en misschien wat vertraagd, maar allerminst gestopt. Vooral de laatste jaren ging het van kwaad naar erger. Klom de bruto economische productie per hoofd tot 11.600 dollar in 2008, dan kromp die sindsdien tot 8700 dollar: bijna evenveel als in China. De Russische maakindustrie verloor terrein op zowat alle concurrenten. De westerse economische sancties naar aanleiding van het conflict in Oekraïne hebben nog steeds een vernietigende impact op de Russische economie. Aanvankelijk leek het Kremlin daarmee om te kunnen. Voor veel burgers was alles immers beter dan de gruwelijke periode na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De sterk vergrijsde bevolking, met vooral veel armen in kleine landelijke dorpen, was minder geneigd om te protesteren én bleek een gemakkelijke prooi voor propaganda. Een andere troef was de verslaving van Europa aan Russische energie. Tussen het aantreden van Poetin in 2000 en het uitbarsten van de crisis in Oekraïne in 2013 groeide de energie-uitvoer naar Europa van jaarlijks 20 miljard dollar tot bijna 200 miljard dollar. Daarmee hielden Poetin en zijn getrouwen een flinke hefboom in handen. Nu is de situatie enigszins anders. Zie je vele jongvolwassenen zich nog strijdlustig achter Poetin scharen, dan komt de achteruitgang bij jonge ouders tussen pakweg 30 en 40 jaar zeer hard aan. En bij de ouderen nog harder, want vooral zij zullen vijf jaar langer moeten werken voor een wellicht bescheidener pensioen. De protesten van 2017 en 2018, waarbij ruim 100.000 Russen op straat kwamen, lijken een kantelpunt te zijn geweest. Sindsdien gonst het via sociale media van geruchten over corruptie en zijn er permanent her en der kleine opstootjes geweest. De onderhuidse onrust is groot. Poetin zoekt naarstig naar economische uitwegen, door bijvoorbeeld meer energie uit te voeren naar China en de nieuwe Nord Stream-pijpleiding er toch door te duwen. Of dat werkt, valt af te wachten. Tussen 2013 en 2016 daalde de energie-uitvoer van 372 miljard dollar naar 124 miljard dollar, maar tussen 2016 en 2017 groeide ze weer met 77 miljard. Dat is dus een beetje goed nieuws voor Poetin - en dan zijn de nieuwe pijpleidingen nog niet voltooid. Anderzijds zet het Kremlin zich schrap voor onlusten. De uitgaven voor binnenlandse veiligheid werden opgedreven. Het ziet er ook meer naar uit dat de overheid het voorbeeld van China's digitale autoritarisme volgt en onruststokers in de steden in de gaten wil houden met een geavanceerd netwerk van camera's, gezichtsherkenning, en dergelijke. De kans dat Poetin na de volgende verkiezingen in 2024 doorgaat, is klein. Velen kijken naar defensieminister Sergei Shoigu als mogelijke opvolger. Hij ligt redelijk goed bij de bevolking en kan tezelfdertijd de positie van Poetin en zijn getrouwen veiligstellen. Maar dat blijft onzeker en het is die onzekerheid over een aanvaardbare machtstransitie die de Russische binnenlandse situatie gevaarlijk maakt. Zolang er geen opening gecreëerd wordt in het Westen, zal de interne onzekerheid Moskou ideologisch en strategisch verder richting China drijven, tégen de Amerikanen die de druk op beide landen opvoeren. Hard autoritarisme wordt daardoor bijna een zichzelf vervullende profetie: hard autoritarisme naar binnen toe en guerrilla tegen het Westen naar buiten toe. Hoewel Rusland verre van in staat is de westerse defensie-uitgaven te evenaren, beschikt het over een breed arsenaal relatief goedkope wapens waarmee het nog steeds venijnig kan uithalen.