Mensen als Darren McGarvey schrijven normaal geen boeken. Hun levens in de achterbuurten van Glasgow lijken op de film Trainspotting, maar dan voor gevorderden. Geweld, verwaarlozing en vooral stress maken van elke dag een opgave. Toen zijn moeder op haar 36e overleed, was de tienerjongen opgelucht. Wat moet je met een verslaafde vrouw die je een broodmes op de keel zet als je vijf bent en die verdwijnt op je tiende?
...

Mensen als Darren McGarvey schrijven normaal geen boeken. Hun levens in de achterbuurten van Glasgow lijken op de film Trainspotting, maar dan voor gevorderden. Geweld, verwaarlozing en vooral stress maken van elke dag een opgave. Toen zijn moeder op haar 36e overleed, was de tienerjongen opgelucht. Wat moet je met een verslaafde vrouw die je een broodmes op de keel zet als je vijf bent en die verdwijnt op je tiende? In het decennium na haar dood zonk McGarvey weg in drank en drugs, maar vorig jaar won hij de prestigieuze Orwell Prize met zijn autobiografische essaybundel Op safari naar Armoeland. Hij is de oudste van vijf kinderen, die hij in zijn boek 'door een statistische bril' bekijkt: 'Vier van de vijf hebben problemen met alcohol of drugs gehad, drie hebben een strafblad, twee hebben een of meer zelfmoordpogingen ondernomen. Allemaal hebben ze gezondheidsproblemen en kunnen ze zich slecht concentreren. (...) Niemand is naar de universiteit geweest, heeft een eigen huis of geld op een spaarrekening.' 'Ik heb me lange tijd gewenteld in zelfmedelijden', vertelt McGarvey ons met een zwaar accent. 'Mijn hele leven hadden ze me verteld dat al mijn problemen de schuld waren van mijn familie, en dat hun moeilijkheden waren veroorzaakt door het systeem. Daar schiet je niets mee op. Maar ik heb ondervonden dat het idee dat mensen hun lot in eigen handen moeten nemen een taboe is voor links. En dat zorgt ervoor dat rechtse bewegingen het monopolie krijgen op begrippen als "eigen kunnen" en "persoonlijke verantwoordelijkheid". Erger nog, er wordt kwaad gesproken over iedereen die zou durven te insinueren dat arme mensen soms bijdragen aan hun eigen omstandigheden.' Een opvallende uitspraak voor iemand die zich altijd een overtuigde socialist noemde. Darren McGarvey: Ik begon in te zien dat mijn politieke principes geen toonbeeld waren van onbaatzuchtigheid. Ik voelde me uitgesloten, gaf de middenklasse de schuld en wilde de samenleving herorganiseren zodat ik niet langer in de onderste laag zou zitten. De voorbije jaren is een flink deel van die 'onderste laag' naar extreemrechts opgeschoven. McGarvey: De mensen geloven niet langer dat er bij links alleen maar goede mensen zitten. Ze voelen zich genegeerd, van hen vervreemd en hebben de indruk dat ze paternalistisch worden behandeld. De Schotse armoede-industrie wordt gedomineerd door een links georiënteerde, progressieve middenklasse. Ze hebben oprecht goede bedoelingen, hè. Maar ze kunnen zich door hun totaal andere leven niet voorstellen wat armoede met een mens doet, hoe het je apathisch, achterdochtig en wrokkig maakt. Stemmen voor een rechtse partij, zo houden ze arme mensen voor, betekent je eigen belangen schaden. Met andere woorden: je bent niet alleen ondankbaar maar ook gewoon stom. Hoe moet het dan wel? McGarvey: Mensen stemmen extreemrechts om verschillende redenen. Omdat lui zoals Donald Trump of Nigel Farage hun het gevoel geven dat ze luisteren, maar ook omdat ze anderen een lesje willen leren. Het komt ook door opvoeding: al op jonge leeftijd prenten ze ons de mores van onze groep in. We nemen die waarden gedachteloos over, en later denken we ten onrechte dat we ze zelf bedacht hebben. Met morele verontwaardiging en veroordeling los je dat niet op. We moeten aan de verhalen over tolerantie, diversiteit en inclusie ook 'emotionele geletterdheid' toevoegen: het vermogen om zich in te leven in de gevoelens van anderen, zelfs als we die volstrekt niet delen. Dan moet je goed luisteren, en de gerechtvaardigde angst van de mensen onderkennen. Rancune speelt een grote rol. Waar komt die vandaan? McGarvey: Je moet je een leven voorstellen van misbruik, armoede, verslaving en geweld, een cocktail die zorgt voor permanente spanning. En kijk naar de levensomstandigheden: overbevolkte wijken raken door hun gebrek aan sociale cohesie snel in verval, materieel en moreel. De mensen willen hun huis uit, niet langer tussen die flinterdunne muren waardoor je kunt horen dat je buren de wc doorspoelen, vrijen, ruziemaken, doe-het-zelven - en dat élk uur van de dag. Naar het winkelcentrum kunnen ze alleen als ze geld hebben. Het enige alternatief is de bibliotheek, de machinekamer van de sociale mobiliteit en een van de weinige plekken in een achterstandswijk waar het stil genoeg is om jezelf te horen denken. Maar dat lukt steeds minder: bij gebrek aan lezers wordt de bibliotheek nu gepromoot als een multifunctionele plek, druk en lawaaierig. Je kunt geen kant meer op. U schrijft dat de besluitvorming in achterstandswijken 'doet denken aan de vogels die hier rondvliegen op zoek naar eten, en die vanuit de hoogte de boel onderkakken: een smerige bedoening, die plaatsvindt over de hoofden heen van de mensen die hier wonen'. McGarvey: Of het nu gaat om ngo's, media, kunstenaars of liefdadigheidsinstellingen, allemaal gedragen ze zich als een imperialistische macht. Ze beschouwen armere gemeenschappen als primitieve culturen die moeten worden gesaneerd, gemoderniseerd en bijgeschoold. Ze gaan ervan uit dat mensen in die buurten zelf geen ideeën hebben. Het is een eindeloze optocht van goedbedoelende studenten, academici en professionals die in de wereld van de armoede afdalen, pakken wat ze nodig hebben en zich daarna weer terugtrekken in hun enclaves om de artefacten die ze tijdens hun safari hebben verzameld te onderzoeken. Toch hebt u iets aan de hulpverleners gehad na de dood van uw moeder. Ze moedigden u aan om uit uw pijp te komen, onder meer als rapper. McGarvey: De hulp, de lof en de podia die ik kreeg, gaven me het gevoel dat ik op de juiste weg was, ja. Maar tegelijk begon ik te beseffen dat de mensen die me ogenschijnlijk wilden helpen, met wie ik een band wilde hebben, daar allemaal voor werden betaald. Dat wrong. Ik zag na verloop van tijd in dat het evengoed met mij te maken had, dat mijn achterdocht en vijandigheid deels kwam door de emotionele schade die ik had opgelopen door op te groeien in armoede. Met andere woorden: armoede en sociale immobiliteit zitten complex in elkaar, daar bestaan geen simpele remedies voor.