Dat de Amerikaanse terugtrekking uit het internationale nucleaire akkoord met Iran voor hoogspanning zou zorgen, stond in de sterren geschreven. Op 6 november, dezelfde dag waarop het land bekendmaakte dat het uranium zou gaan verrijken, ontzegde het een inspecteur van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) de toegang tot een nucleaire installatie.
...

Dat de Amerikaanse terugtrekking uit het internationale nucleaire akkoord met Iran voor hoogspanning zou zorgen, stond in de sterren geschreven. Op 6 november, dezelfde dag waarop het land bekendmaakte dat het uranium zou gaan verrijken, ontzegde het een inspecteur van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) de toegang tot een nucleaire installatie. Een week eerder werd de Argentijnse diplomaat Rafael Grossi in Wenen verkozen tot algemeen directeur van het IAEA. Hij krijgt niet alleen de kwestie-Iran op zijn bord, maar ook Noord-Korea, India en Pakistan. Mogen we zeggen dat de nucleaire deal aan een zijden draadje hangt? Rafael Grossi: De deal werd ondertekend door Iran, de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad - de VS, Rusland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en China - plus Duitsland. Hij werd tussen 2015 en 2018 uitgevoerd, tot de VS zich in 2018 terugtrokken. Sindsdien zijn het spannende tijden. Het dossier is heel zorgwekkend. In de eerste plaats voor het Midden-Oosten, maar ook voor Europa en de rest van de wereld. Er moet dringend actie worden ondernomen. Het Atoomenergieagentschap is bevoegd om te controleren of het akkoord wordt nageleefd, maar dan moet Iran ons wel toegang verlenen. Anders wordt het wel heel moeilijk om een objectief rapport af te leveren. De komende weken zullen we alvast informatie bekendmaken over de Iraanse installaties die we al hebben gecontroleerd. In de eerste plaats aan de landen die de nucleaire deal hebben ondertekend, daarna aan alle landen die het akkoord hebben geratificeerd. Als de afspraken in het akkoord gewijzigd zouden moeten worden, dan zijn het de landen die daarover moeten beslissen. Het IAEA is een instrument van politieke beslissingen van staten. Mocht u aan zet zijn om met Iran te onderhandelen, hoe zou u dat aanpakken? Grossi: Om te beginnen moet je voor ogen houden dat je met een soeverein land onderhandelt. Veel mensen vinden dat we Iran alles moeten afnemen, maar dat kun je alleen maar doen als je een land veroverd hebt. Dat ís niet zo, er was geen oorlog met Iran, dus dan spreek je over onderhandelingen. En onderhandelen is geven en nemen. In de nucleaire deal kreeg Iran bijvoorbeeld de toestemming om sommige nucleaire activiteiten verder te zetten. Maar toen besliste president Donald Trump om eenzijdig uit het akkoord te stappen - geen verrassing, het was een van zijn verkiezingsbeloftes - en daardoor verkeren we in het ongewisse. De VS houden vast aan hun economische sancties tegen Iran. Zolang die situatie voortduurt en Iran zijn petroleum niet mag verkopen, heeft het land ook geen stimulans om zijn nucleaire programma af te bouwen. Integendeel, dan voert het de activiteiten nog op. De dreiging vanuit Noord-Korea lijkt nog groter. Grossi: De relatie tussen Noord-Korea en de rest van de wereld is al decennialang wisselvallig. Er zijn momenten geweest waarop we dicht bij een akkoord waren, op andere leek de situatie uitzichtloos. Het probleem is dat Noord-Korea in 2006 met kernproeven is begonnen - de laatste dateert van 2017. Via de inlichtingendiensten weten we dat het uranium kan verrijken. We schatten dat Noord-Korea over een arsenaal van 30 à 50 kernkoppen beschikt. De laatste tijd zijn er overlegmomenten - ik zou nog niet spreken van onderhandelingen - tussen de VS en Noord-Korea. Het is uitermate belangrijk dat er een akkoord uit de bus komt. Zodra dat er is, kan het IAEA zijn rol spelen: wij vormen dan een soort garantie, en sturen inspecteurs uit om toe te zien op de naleving. Maar voorlopig is dat maar een droom. In de discussie over de opwarming van het klimaat pleiten sommigen voor kernenergie als alternatief voor fossiele brandstoffen. U ook? Grossi: Kijk, verscheidene Nobelprijswinnaars voor de Fysica noemen kernenergie een mogelijke oplossing om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Wereldwijd komt 10 procent van onze energie komt uit kerncentrales, en van alle groene energie die er in de wereld wordt geproduceerd, komt tweederde uit kerncentrales. Kijk naar het incident in Japan in 2011, toen het na de tsunami zijn getroffen kerncentrales moest sluiten. Als gevolg daarvan steeg de Japanse CO2-uitstoot zodanig dat het nog moeilijk de klimaatdoelstellingen van Parijs kan halen. (nadrukkelijk) Wetenschappers hebben duidelijk aangetoond dat kernenergie belangrijk is om het milieu te beschermen. Het Internationaal Atoomenergieagentschap legt hoge eisen op aan landen met kerncentrales, zodat de veiligheidsrisico's minimaal zijn. Experts waarschuwen voor terroristische aanslagen op kerncentrales. U kunt toch niet garanderen dat zoiets niet gebeurt? Grossi: In het geval van terroristische groeperingen zijn er twee grote risico's. Het eerste gevaar is dat terroristische groeperingen aanslagen plegen op kerncentrales. Het tweede dat ze de hand kunnen leggen op verrijkt uranium of plutonium, en dat combineren met dynamiet om 'vuile bommen' te maken en paniek te zaaien in de samenleving. Net daarom werkt het IAEA zo hard aan veiligheidsmaatregelen. Wij geven technisch advies aan landen om hun installaties maximaal te beschermen. En dan hebben we het niet alleen over kerncentrales maar ook over medische toestellen die nucleair materiaal gebruiken. Wist u dat we bij grote internationale evenementen - het WK voetbal, de Olympische Spelen, een pausbezoek - altijd contact opnemen met de betrokken landen opdat ze het nucleaire materiaal in de regio van het evenement goed zouden controleren? Het Atoomenergieagentschap doet heus meer dan toezien op het niet-vreedzame gebruik van kernenergie. U noemt Nelson Mandela een van uw grote voorbeelden. Helpt zijn nagedachtenis u wanneer u moet omgaan met wereldleiders die elk moment een kernoorlog kunnen ontketenen? Grossi: Ik bewonder Mandela's vermogen om problemen met onderhandelingen te overwinnen. Zijn motto was: iets lijkt onmogelijk, tot het verwezenlijkt is. Dat hou ik tijdens moeilijke momenten in mijn achterhoofd.