Latijns-Amerika staat in brand, zo lijkt het wel.
...

Latijns-Amerika staat in brand, zo lijkt het wel. Sinds 21 november komen in verschillende steden in Colombia betogers op straat. Studenten, inheemse activisten, vakbondsleden: allen zijn ze diep ontevreden met de regering van Iván Duque. De centrumrechtse president gooit zelf olie op het vuur door het leger te laten ingrijpen en een avondklok op te leggen, een paniekreactie die inmiddels een patroon wordt onder regeringen in de regio. Ook in Bolivia blijft de sfeer gespannen nadat het leger president Evo Morales dwong te vertrekken. Sinds de presidentsverkiezingen van 20 oktober hadden massa's betogers hem ervan beschuldigd geknoeid te hebben met de stembusuitslag. De nieuwe regering en de oppositie zijn het dan wel eens over nieuwe verkiezingen maar het sociale conflict blijft verder smeulen en kan makkelijk opnieuw oplaaien. De omslag in Bolivia laat zich ook voelen elders in de regio. In Nicaragua beveelt Daniel Ortega arrestaties van oppositieactivisten op te voeren, zo meldt persagentschap Reuters. De linkse president wil naar verluidt het lot van zijn bondgenoot Morales ontlopen. Zo is de 25-jarige Belgisch-Nicaraguaanse studente en activiste Amaya Eva Coppens recent voor een tweede keer opgepakt. 'Vanaf het ontslag van Evo Morales was meteen duidelijk dat Ortega de repressie zou opvoeren', zei haar vader aan de Duitse Wereldomroep Deutsche Welle. Eerder brak ook in Ecuador een opstand uit nadat de regering brandstofprijzen verhoogde. En ook in Chili, dat lang bekend stond als het meest welvarende en stabiele land van Latijns-Amerika, blijft het onrustig sinds betogingen uitbraken tegen onderhuidse socio-economische malaise en ongelijkheid. Ook in het Midden-Amerikaanse Honduras heerst grote ontevredenheid nadat recent de broer van de president werd veroordeeld voor grootschalige drugstrafiek. Tenslotte is het ook in de Caraïben, in het chronisch verarmde Haïti, al een jaar onrustig sinds de regering brandstofsubsidies schrapte. Betogingen, zo merkt The Economist terecht op, zijn niet de enige uiting van ontevredenheid tegenover de politieke klasse. De verkiezing van de linkse populist Andrés Manuel López Obrador vorig jaar in Mexico was een resolute afwijzing van de traditionele machtspartijen. Ook de opkomst van de extreemrechtse Braziliaanse president Jair Bolsonaro was een reactie op onder meer een aantal corruptieschandalen gelinkt aan de linkse ex-president Lula da Silva. Commentatoren zoeken ondertussen naar een rode draad in de Latijns-Amerikaanse protestgolf. Sommigen schrijven ze toe aan een verlate reactie tegen globalisering en de uitwassen van het kapitalisme. Volgens anderen is het economische stagnering of terugval die de gemoederen verhit. Corruptieschandalen zijn vandaag ook zichtbaarder. Vaak is er slechts een vonk nodig om opgehoopte ontevredenheid te doen ontploffen: in Chili was het een verhoging van een luttele 3 procent van de prijs van een metrokaartje. 'Mensen in Latijns-Amerika zijn misnoegd omdat hun politieke systemen, niet enkel regeringsleiders, niet de beloftes van de voorbije twintig jaar invullen: ongelijkheid is scherper dan ooit, voelt men, en burgers zijn kwaad dat ze niet de sociale dienstverlening krijgen die hen beloofd is', zegt James Bosworth, Latijns-Amerika-expert en directeur van het bureau Hxagon, dat risico's analyseert voor Amerikaanse bedrijven in de regio.'Die woede bestaat in bijna elk land in Latijns-Amerika. En regeringen pakken de grondredenen niet aan. Daarom lijkt het me zeker dat volgend jaar meer instabiliteit brengt.' Daarnaast pikken Latijns-Amerikanen het niet meer dat sommige staatshoofden, veelal van linkse signatuur, hardnekkig aan de macht vasthouden. Zo had Evo Morales al voor de recente opstand grote woede veroorzaakt omdat hij het resultaat van een referendum uit 2016 naast zich neergelegde waarin een nipte meerderheid had beslist dat hij geen vierde ambtstermijn mocht ambiëren, wat hij uiteindelijk toch deed.'Die tomeloze hang naar macht van sommige Latijns-Amerikaanse politici is uiteindelijk erg contraproductief', zegt Raúl Zibechi, een Uruguayaanse journalist en vooraanstaande linkse opiniemaker in Latijns-Amerika.Volgens Zibechi veroorzaakt die machtshonger een scherpe tegenreactie. Zo leidde onvrede over het veertienjarige bewind van de Braziliaanse presidenten Luiz Inácio Lula da Silva en Dilma Roussef (beiden van de linkse Arbeiderspartij) uiteindelijk tot de winst van de extreemrechtse Jair Bolsonaro.'Dat is zoals de Sovjet-Unie of China, maar dan met verkiezingen', aldus Zibechi. 'Ze eindigen met het manipuleren van het kiessysteem. Mensen zien dat, en moeten er niets van hebben.'Naast de protestbewegingen op zich valt ook de gelijkaardige reactie van Latijns-Amerikaanse staatshoofden op. De Chileense president Sebastián Piñera verklaarde betogers 'de oorlog' en zette het leger in om een avondklok te handhaven en betogers op te pakken. Ook de Ecuadoraanse president Lenin Moreno werd omringd door militaire bevelhebbers toen hij de noodtoestand verklaarde in een televisietoespraak. De nieuwe Boliviaanse president Jeanine Áñez decreteerde dat veiligheidsdiensten niet aansprakelijk zijn bij het herstellen van de orde. Sindsdien wordt er met scherp geschoten op betogers. De tussenkomst van het leger roept nare herinneringen op voor de Latijns-Amerikanen die opgroeiden onder de militaire dictaturen van de periode tijdens de Koude Oorlog. Bovendien, zo valt keer op keer te horen, gooit de hardhandige aanpak van betogingen net olie op het vuur. 'Wanneer democratieën betogingen hard onderdrukken dan wordt het verzet doorgaans feller', zegt James Bosworth. 'Burgers verwachten van een democratie iets anders dan van autoritaire regeringen, die legitimiteit ontlenen aan hun machtsontplooiing. De Venezolaanse president Nicolas Maduro heeft er geen enkel probleem mee om betogers te laten neerschieten door het leger en paramilitairen, dat wordt verwacht van hem. Als democratisch verkozen leiders zoals Piñera dat doen, dan is dat olie op het vuur.'Ondertussen staat de strijdmacht middenin het politieke proces. 'In een regio met een lange geschiedenis van militaire junta's is het uitermate belangrijk dat democratische regeringen de macht van het leger inperken,' zei Javier Corrales, die autoritarisme in Latijns-Amerika onderzoekt aan de Amerikaanse Amherst-universiteit, recent aan Knack. 'Wanneer het leger erbij gehaald wordt in momenten van crisis staan beleidsmakers opeens in het krijt bij de strijdmacht', vervolgt Corrales. 'Militaire bevelhebbers worden het gewend om mee beleid te maken. Veiligheid krijgt buitenmatig veel aandacht. Zo ontstaan gemilitariseerde democratieën.'