Wekenlang trokken duizenden Colombianen door de straten van de grote steden. Kinderen, jongeren, bejaarden, studenten, leerkrachten, boeren, sectorverenigingen: het langdurige, breedgedragen protest is gericht tegen één man: Ivan Duque. De Colombiaanse president had in april een belastingverhoging afgekondigd, op een moment dat ook de Colombianen kreunden onder de coronapandemie en de bijbehorende economische schade. Door de opeenvolgende lockdowns en een dalende vraag gingen veel banen verloren. De verhoging van de prijzen van zo goed als alle basisproducten was de druppel. Wat begon als protest tegen de belastingen groeide uit tot een strijd voor een hoger minimumloon, voor een behoorlijke gezondheidszorg en tegen extreem politiegeweld.
...

Wekenlang trokken duizenden Colombianen door de straten van de grote steden. Kinderen, jongeren, bejaarden, studenten, leerkrachten, boeren, sectorverenigingen: het langdurige, breedgedragen protest is gericht tegen één man: Ivan Duque. De Colombiaanse president had in april een belastingverhoging afgekondigd, op een moment dat ook de Colombianen kreunden onder de coronapandemie en de bijbehorende economische schade. Door de opeenvolgende lockdowns en een dalende vraag gingen veel banen verloren. De verhoging van de prijzen van zo goed als alle basisproducten was de druppel. Wat begon als protest tegen de belastingen groeide uit tot een strijd voor een hoger minimumloon, voor een behoorlijke gezondheidszorg en tegen extreem politiegeweld. Duque ging overstag. De taks werd geschrapt, de plannen voor de gezondheidszorg werden bijgesteld, en de president beloofde steun aan gezinnen die moeilijk rondkomen. Het lijkt niet te volstaan. De protesten hebben de samenleving, die al gepolariseerd was, nog dieper verdeeld. 'De betogingen waren ongezien voor Colombia', zegt Humberto De La Calle. Hij onderhandelde in 2016 het historische vredesakkoord tussen de Colombiaanse overheid en de guerrillabeweging FARC. 'Protest op deze schaal, dat zo lang aanhoudt, dat kenden we hier nog niet.' De ongelijkheid in het land is gigantisch, zegt Rodrigo Lodoño, voormalig commandant van de FARC en nu voorzitter van hun politieke partij Comunes. 'Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling zou het elf generaties duren voordat een arme Colombiaan het gemiddelde inkomen kan bereiken. Jongeren voelen dat opwaartse mobiliteit er gewoon niet inzit. Politici denken alleen aan het belang van de elite.' De aanhoudende betogingen liepen af en toe uit de hand. 'Dat sommige wegen werden geblokkeerd, waardoor voedselbevoorrading maar ook ziekenwagens niet door konden, was een fout van de betogers', zegt De La Calle. En in sommige betogingen werden infiltranten gezien die vandalisme pleegden en geweld gebruikten, aldus Felipe Garcia Echeverri, de Colombiaanse ambassadeur in Brussel. Maar ook hij ontkent het probleem niet dat via sociale media de wereld rondging: het gewelddadige politieoptreden. Minstens 50 burgers kwamen om het leven, 80 betogers zijn nog altijd vermist. De Inter-American Commission on Human Rights van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) klaagde na een bezoek in juni 2021 het buitensporige politiegeweld aan. 'De vermissingen zijn een gevaarlijke kwestie', waarschuwt De La Calle. 'Er zijn mensen verdwenen na arrestaties. Dat dreigt voor een spiraal van geweld te zorgen, vanuit beide kampen.' Alles gaat volgens De La Calle terug op de opleiding van de politieagenten, waarin excessief geweld bijna vanzelfsprekend was. Jarenlang werden politie en leger getraind om tegen een interne vijand te vechten. Dat is niet langer het geval, maar de automatismen zijn nog aanwezig. Het rapport van de OAS beschadigt het imago van Colombia. President Duque veroordeelt de schending van de mensenrechten in Venezuela, maar de beelden uit eigen land doen hem geen goed. 'Op dit moment wordt er ook betoogd in Cuba en alweer klaagt Duque de behandeling van de betogers aan', zegt Lodoño. 'Maar zelf had hij ook moeite om met de betogers rond de tafel te gaan zitten. De regering is goed in praatjes verkopen, maar ze respecteert zelf de mensenrechten niet.' Ook van dat ándere imago raakt Colombia maar niet af. Cocaïne beheerst nog altijd het land. De partij van Duque verweet de voormalige president Juan Manuel Santos (2010-2018) dat het aantal cocaplantages onder zijn bewind enorm was toegenomen. Bij een nieuwe telling eind 2020 werden echter 245.000 cocaplantages geregistreerd, bijna een verdubbeling tegenover 2016. Volgens minister van Defensie Diego Molano blijft de bestrijding van de drugskartels dé prioriteit voor de regering-Duque. 'Narcocriminelen zoals het ELN (communistische guerrillabeweging, nvdr), dissidenten van de FARC en criminele bendes gebruiken hun drugsinkomsten om wapens te kopen. Dat maakt Colombia onveilig. Daarnaast is de drugsbestrijding belangrijk voor het milieu. Afvalstoffen zoals benzine en andere derivaten worden zomaar in rivieren geloosd, terwijl verderop het water van de rivier wordt gebruikt om te drinken, te koken en zich mee te wassen. En ten derde vormen drugs een gevaar voor onze jongeren. De laatste jaren zien we een gigantische stijging van het aantal jonge verslaafden. Drugskartels doen er alles aan om zo veel mogelijk mensen verslaafd te maken. Ze mengen meer verslavende synthetische drugs in de cocaïne, en verkopen ook goedkope drugs, zoals bazuco, die nog geen 50 eurocent kosten.' Maar de war on drugs kan niet zonder de boeren worden gevoerd. 'We proberen hen te overtuigen om niet langer coca maar andere gewassen zoals cacao, koffie of bananen te telen. De cocaplantages worden vernietigd.' Volgens Rodrigo Lodoño doet de regering louter aan symptoombestrijding. 'De cocaplantages worden kapotgespoten met glyfosaat (onkruidverdelger bekend als Roundup, nvdr). Dat is schadelijk voor de gezondheid van de lokale inwoners. Maar het heeft ook een ander schadelijk effect: als het aantal hectare cocaplantages vermindert, stijgt de prijs per kilo cocaïne. De winsten van de drugsbaronnen nemen dus gewoon toe. De vraag die je moet stellen is: wat maakt dat boeren geen mais meer willen telen? Dan zeg ik: hebben hun kinderen toegang tot onderwijs? Kunnen ze naar een ziekenhuis gaan en de ziekenhuisfacturen betalen? Nee. Dus telen ze coca, waarvoor ze meer betaald krijgen. Zolang er politici rondlopen die belangen hebben bij de drugshandel, zal het probleem niet aangepakt worden. Onderschat ook de woekerwinsten niet die bedrijven maken die alle chemische stoffen, noodzakelijk voor de productie van drugs, aanleveren. Ook daar is veel te weinig controle op.' 'Ik vrees voor de dag dat drugs wereldwijd nog een groter probleem worden dan covid', aldus ambassadeur Echeverri. 'Denk maar niet dat legalisering een oplossing zal zijn. Dat zou voor Colombia een ramp zijn. Dan krijgt de georganiseerde misdaad nog meer middelen dan ze vandaag al heeft. Nee, drugsgebruik moet aangepakt worden. Als de vraag daalt, zal het aanbod vanzelf ook dalen. De Colombiaanse politie en inlichtingendienst werken trouwens samen met die van Nederland en België.' De situatie in buurland Venezuela bemoeilijk de strijd tegen de drugsproductie nog. De La Calle: 'President Nicolas Maduro faciliteert het transport van drugs uit Colombia naar Europa. Bijna alle drugs worden verscheept in Venezuela. Het land is ook een toevluchtsoord van de georganiseerde misdaad, voor het ELN en dissidenten van de FARC. Omgekeerd zijn al meer dan 1,8 miljoen Venezolanen naar Colombia gevlucht vanwege de humanitaire crisis en het geweld in hun thuisland. Ook dat grote aantal vluchtelingen zet druk op Colombia. De grens tussen Colombia en Venezuela is 2300 kilometer lang, en er zijn maar op enkele punten controleposten. We hebben de internationale gemeenschap nodig om ons te beschermen.' Volgens ELN-commandant Pablo Beltran heeft de Colombiaanse regering zelf schuld aan de drugscrisis. Hij beweert dat voormalig president Alvaro Uribe zelf lid is van het drugskartel van Medellin. Huidig vicepresident en minister van Buitenlandse Zaken Marta Lucia Ramirez staat volgens Beltran in voor het witwassen van het geld van het Medellinkartel. 'Colombia is geen democratie maar een narcostaat. Dat weten de Verenigde Staten natuurlijk ook. Dankzij de war on drugs kunnen de Amerikanen helikopters, wapens en veiligheidsadviseurs leveren. Ook Israël en het Verenigd Koninkrijk sturen veiligheidsagenten naar Colombia. Tegen díé mensen voeren wij met het ELN oorlog. Als de Colombiaanse overheid zou inzetten op alternatieve producten voor de boeren, in plaats van op drugshandel, dan zou ze in ons een partner kunnen vinden.' Alsof het nationale imago nog niet belabberd genoeg was, bleek onlangs dat meerdere Colombiaanse ex-militairen betrokken waren bij de moord op de Haïtiaanse president Jovenel Moïse op 7 juli. Het is in Colombia niet ongebruikelijk dat militairen na hun pensioen naar het buitenland trekken. In Jemen en Irak worden geregeld Colombiaanse ex-militairen ingezet bij veiligheidsbedrijven. Daar verdienen ze makkelijk 3000 dollar per maand, een stuk hoger dan de Colombiaanse soldij van 700 dollar. 'Maar de veralgemening dat het Colombiaanse leger paramilitairen zou leveren, gaat niet op', zegt Humberto De La Calle. 'Veel Colombiaanse militairen worden vanwege hun expertise en hun training bij het Amerikaanse leger gerekruteerd door andere veiligheidsdiensten. Het is onbegonnen werk om op te volgen wat soldaten na hun pensioen doen.' In juni werd de helikopter van president Duque aangevallen. De reacties waren gemengd. 'Al snel werd de geloofwaardigheid van de aanslag in twijfel getrokken', zegt De La Calle. De pers ging nogal losjes over de ernst van de zaak. Op sociale media las ik dingen als: "Hij heeft het verdiend." Zelfs sommige politici zaaiden twijfel. Dat is erg kwalijk. Op zo'n moment mag je toch verwachten dat alle politieke partijen, ongeacht hun strekking, zich achter de president scharen. Dat voorspelt weinig goeds voor de toekomst van het land.' De regering gaat ervan uit dat het ELN verantwoordelijk is voor de aanslag, bevestigt ambassadeur Echeverri, al kunnen er volgens hem ook andere bewegingen achter zitten. Zeker is dat er wapens van het Venezolaanse leger gebruikt werden. De aanval vond plaats op de grens tussen Colombia en Venezuela. In die regio zitten behalve het ELN ook dissidenten van de FARC, paramilitairen en drugsbendes. ELN-commandant Beltran ontkent met klem dat zijn organisatie achter de aanslag zou zitten. 'Wij eisen onze militaire interventies altijd op. Waarom zouden we dat nu niet doen? En hoe is het mogelijk dat ze wel de wapens hebben gevonden, maar niet weten wie hierachter zit? Wij beschikken over informatie dat de president deze aanslag zelf georkestreerd heeft, om weer in de aandacht te komen.' Vredesonderhandelaar De La Calle maakt de balans op. 'De voorbije jaren heeft president Duque zijn radicale oppositie tegen het vredesakkoord, waarmee hij de verkiezingen in 2018 had gewonnen, laten varen. Aanvankelijk hield hij wetten tegen die de uitvoering van het akkoord mogelijk moesten maken, maar hij werd door het Grondwettelijk Hof in het ongelijk gesteld. De overheid investeert in economische projecten in voormalige FARC-gebieden. Startende bedrijfjes worden gesubsidieerd. Het is nog onvoldoende, maar het is een begin.' Voor andere thema's ontbreekt de politieke wil. Afgevaardigden van de slachtoffers van het conflict zouden recht hebben op enkele zetels in het parlement, maar dat blijft voorlopig dode letter. 'Mensen begrijpen niet dat het vredesakkoord meer is dan alleen het militaire luik', zegt De La Calle. 'De politiek moet hervormd worden, de democratie versterkt, de corruptie bestreden. De financiering van politieke campagnes is ook een onderdeel van het akkoord. En hoe betrekken we jongeren bij de besluitvorming? Al die debatten moeten gevoerd worden.' Een heikel punt is de herverdeling van de landbouwgrond. In de voorbije 150 jaar werd de kaart van Colombia op dat vlak niet hertekend. Grote delen van het land zijn in handen van grootgrondbezitters of van de staat, en worden bewaakt door paramilitairen. Een aantal boeren heeft wel eigen gronden, maar heeft problemen met de eigendomsaktes. Een herverdeling en overdracht aan actieve boeren is geboden, maar volgens De La Calle zet de Colombiaanse overheid op dat vlak maar kleine stapjes. Ook afrekeningen destabiliseren het land. 'Al meer dan 300 gewezen FARC-strijders zijn gedood', zegt ex-commandant Lodoño. 'Er werden grote bedragen beloofd om de veiligheid van onze ex-strijders te garanderen, maar die worden niet vrijgegeven. In de VN-Veiligheidsraad noemde de vicepresident Colombia "een oase van vrede en rust". Dat overtreft toch het magisch realisme van Gabriel García Márquez?' Het vredesakkoord kwam er opdat de fouten van het verleden niet herhaald zouden worden en om Colombia uit de conflictmodus te halen. In de zoektocht naar verzoening en samenwerking werd de Jurisdicción Especial para la Paz (JEP) opgericht, die het midden houdt tussen een rechtbank en een waarheids- en verzoeningscommissie. Commandanten van de FARC werden er al geconfronteerd met hun daden, nu zijn generaals van het leger aan de beurt. Zij worden beschuldigd van de de moord op 'valspositieven': onschuldige burgers die vermoord werden door het leger en nadien werden aangekleed als guerrillastrijders. In het verleden verschenen voor de reguliere rechtbank alleen laaggeplaatste militairen. Bij de JEP moeten de hoofdverantwoordelijken zich verantwoorden. De beschuldigden kunnen er kiezen om hun misdaden toe te geven, of om naar de gewone rechtbank te worden doorverwezen. Als ze schuld bekennen, krijgen ze maximaal een alternatieve straf van acht jaar. Dat kan huisarrest zijn, of deelname aan openbare projecten. Voor de echte rechtbank kunnen ze 20 jaar cel krijgen. 'Zonder de miljoenen dollars van de VS en de EU zou het vredesakkoord niet meer bestaan', zegt De La Calle. 'De verkiezingen in 2022 zullen cruciaal worden. Kiezen de Colombianen voor verzoening of kiezen ze, aangewakkerd door polariserende politici, voor de extremen? Stop met de voorstanders van het vredesakkoord communisten te noemen en tegenstanders facisten.' ELN-commandant Beltran blijft sceptisch over het vredesakkoord, maar opent een deur. 'Veel beloftes werden niet nagekomen. Als Colombia rustige verkiezingen wil, dan ben ik bereid tot een wapenstilstand bij de verkiezingen van 2022. Maar dan moet de Colombiaanse regering zich daar ook aan houden.'