Op de beklaagdenbank zitten naast twee activisten ook meerdere gewezen ministers uit de regering van Puigdemont. Ze riskeren celstraffen tot 25 jaar voor hun rol in de poging tot afscheiding van Catalonië na het onafhankelijkheidsreferendum van oktober 2017. De aanklacht luidt rebellie, verduistering van overheidsgeld en ongehoorzaamheid.

De afgezette minister-president Carles Puigdemont zelf, die in België in ballingschap verblijft, staat niet terecht. Op 1 oktober 2017 hield Catalonië een -volgens de Spaanse grondwet onwettig- referendum over onafhankelijkheid.

Op 27 oktober riep de Catalaanse regionale regering eenzijdig de onafhankelijke Catalaanse Republiek uit, waarna het landsbestuur in Madrid via artikel 155 van de grondwet tijdelijk de autonomie opschortte. Carles Puigdemont, verkozen minister-president van de regionale regering, werd samen met zijn regeringsleden uit zijn ambt gezet door Madrid, dat het bestuur in Catalonië overnam.

Puigdemont vluchtte daarop met enkele van zijn ministers naar België. Dinsdag staan verschillende gewezen ministers uit de regering van Puigdemont terecht. Het gaat om Joaquim Forn, Raül Romeva, Jordi Turull, Josep Rull, Carles Mundó, Meritxell Borrás, Dolors Bassa en Santi Vila. De hoofdbeklaagde is de gewezen vice-minister-president, Oriol Junqueras. Hem hangt de zwaarste straf boven het hoofd, namelijk 25 jaar cel.

Het proces zal ongeveer drie maanden duren, daarna is het nog weken wachten op een uitspraak. Die komt er hoogstwaarschijnlijk pas na de regionale verkiezingen van 26 mei. De zittingen vinden plaats van dinsdag tot donderdag, van 10.00 tot 18.00 uur.