In 2019 draaiden de Boliviaanse presidentsverkiezingen uit op chaos. De linkse president Evo Morales won die verkiezingen, maar de oppositie beschuldigde hem van fraude. Na weken van grootschalige protesten kwam er een extreemrechtse interim-regering. In 2020 werd Luis Arce, minister van Economie tijdens de regering van Morales, president. Hij probeert nu de economie van Bolivia te reactiveren.
...

In 2019 draaiden de Boliviaanse presidentsverkiezingen uit op chaos. De linkse president Evo Morales won die verkiezingen, maar de oppositie beschuldigde hem van fraude. Na weken van grootschalige protesten kwam er een extreemrechtse interim-regering. In 2020 werd Luis Arce, minister van Economie tijdens de regering van Morales, president. Hij probeert nu de economie van Bolivia te reactiveren. Was 2019 een volksopstand of een coup door extreemrechts? Luis Arce: Zonder twijfel een staatsgreep, aangedreven door economische belangen. Vergeet niet dat Bolivia een ontzettend grote voorraad lithium, gas en ijzer heeft. De coupplegers wilden ook Movimiento al Socialismo (MAS), de partij van Evo Morales, ten val brengen. Ook al heeft onze partij het wegennet, de gezondheidszorg en het onderwijs verbeterd. We hebben gezorgd voor een nieuwe grondwet. De economie bloeide, extreme armoede en werkloosheid daalden. Er kwam een herverdeling van de rijkdom en de afstand tussen de elite en de middenklasse werd kleiner. Dus ja, Jeanine Anez en haar partij hebben een coup gepleegd. Internationale organisaties, zoals de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), hebben die coup gesteund, daar vinden we meer en meer bewijzen voor. De voormalige regeringen van Argentinië en van Ecuador hebben bijvoorbeeld wapens geleverd. Volgens de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR) zijn er minstens 35 mensen vermoord, de meeste waren leden van MAS. Op dit moment zit Jeanine Anez in de gevangenis. We zullen alle gebeurtenissen verder analyseren om recht te doen aan de slachtoffers van die coup. Bolivia's grootste exportproduct is aardgas. In oktober was er nog een ontmoeting tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Bolivia en Rusland. Het Russische bedrijf Gazprom is geïnteresseerd in het Boliviaanse aardgas. Wat betekent dat voor uw land? Arce: Gazprom is al vijf jaar actief in Bolivia. We onderhandelen met dat bedrijf, maar ook met andere bedrijven. Bovendien werken we samen met het Russische staatsbedrijf Rosatom, dat investeert in een centrum voor kernenergie in de stad El Alto. We willen samen met Rusland kernenergie gebruiken voor geneeskundige, industriële en agrarische doelen. De kans is reëel dat Gazprom en Bolivia de grootste leveranciers van aardgas in de regio worden. Aardgas creëert kansen voor de Zuid-Amerikaanse industrie. In de komende maanden willen we met de ceo's en experts van Gazprom onze plannen en akkoorden concretiseren. Dat zal kansen creëren voor Bolivia. De lithiumvoorraad van Bolivia zou tot de grootste ter wereld behoren. Wat zijn jullie plannen?Arce: Lithium is de grondstof van de toekomst. In elke smartphone zit een lithiumbatterij, elektrische auto's hebben tot 4500 lithiumionbatterijen en ook zonnepanelen kunnen uit lithium gemaakt worden. Net zoals president Morales doen wij er alles aan om de grondstof te industrialiseren. Maar dat is geen eenvoudig project. De Salar de Uyuni, de grootste zoutvlakte ter wereld, die tonnen lithium bevat, ligt op 3000 meter hoogte en er is weinig watervoorraad. Bovendien moet het lithiumcarbonaat via een chemisch proces omgevormd worden tot lithiumhydroxide, wat geschikt is voor batterijen. Daarover onderhandelen we met zeven internationale bedrijven. We zoeken het bedrijf dat de beste technologie kan aanleveren. Als we deze technologie in ons land kunnen ontwikkelen, worden we een van de voorvechters van de strijd tegen de klimaatopwarming. Vroeger kwamen kolonisten en kapitalisten onze rijkdommen halen, en werd onze bevolking uitgebuit in de zilver- en tinmijnen. Nu willen we zelf de ontginning van lithium in handen nemen. Deze grondstof moet het leven van Bolivianen verbeteren. U was op de COP26 in Glasgow. Hoe kijkt u naar de wereldwijde klimaatonderhandelingen? Arce: De ontwikkelde landen hebben zich niet gehouden aan hun belofte om tussen 2020 en 2025 jaarlijks 100 miljard dollar te investeren om de emissies in de armere landen terug te dringen. Dat betreuren we, want het stond in het klimaatakkoord van Parijs. Ook Bolivia streeft ernaar om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graden te houden. Arme landen zijn het minst verantwoordelijk voor de uitstoot die de klimaatverandering veroorzaakt, maar we worden er wel het zwaarst door getroffen. Wij hebben niet de technologie, kennis en budgetten van de ontwikkelde landen om erosie, ontbossing en overstromingen tegen te gaan. Ontwikkelde landen moeten ons steunen met hun kennis en technologie. Bolivia zit ook in de Like Minded-Group of Developing Countries (LMDC), een vereniging van ontwikkelingslanden die samen 50 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigen. We proberen als één blok te onderhandelen in internationale organisaties zoals de Verenigde Naties of de Wereldhandelsorganisatie. Bovendien willen we niet alleen naar economie kijken als we spreken over klimaatopwarming, maar ook naar de rechten van en de gevolgen voor de inheemse bevolking. Uw land werd hard getroffen door de covidpandemie. Hoe wilt u Bolivia uit deze crisis leiden? Arce: In 2006 hebben we een economisch model geïntroduceerd dat bedacht is door en voor Bolivianen. Het sociaal-communautair-productieve model is een alternatief voor een kapitalistisch en neoliberaal beleid. We herverdeelden de opbrengsten uit onze natuurlijke rijkdommen onder de bevolking. We investeerden in gezondheidszorg, onderwijs en het wegennet. Vooral kwetsbare mensen wilden we beschermen en toegang geven tot onderwijs, van kleuterschool tot universiteit. Onder Morales nam de ongelijkheid sterk af - we behoorden op dat vlak bij de beste landen van Zuid-Amerika.Maar nu moeten we de economie nieuw leven inblazen, na het beleid van Jeanine Anez en door de covidpandemie. Gelukkig konden we 2021 afsluiten met een economische groei van ongeveer 6 procent, en is ook de werkloosheidsgraad gehalveerd. Daarnaast hebben we sterk geïnvesteerd in vaccinaties. Er was het Covax-programma, en we hebben ook onderhandeld met Rusland en China voor het Spoetnik- en Sinovac-vaccin. Tijdens de eerste coronapiek was de mortaliteit nog 6 procent, maar dankzij onze massale vaccinatiecampagne is ze gedaald naar 2 procent en recent zelfs naar 0,7 procent.